The Monsters maken hun naam waar The Monsters maken hun naam waar

Hilarische Zwitserse zombies in apepakjes zetten dB’s op z'n kop met ultieme garagethrash

, Mike B,

The Monsters maken hun naam waar

Hilarische Zwitserse zombies in apepakjes zetten dB’s op z'n kop met ultieme garagethrash

Mike B, ,

Deathmetal kennen we allang. Maar The Monsters lijken de ‘deathsixtiestrash’ uitgevonden te hebben. Uitgedost in fanfarepakjes en voorzien van twee drummers op één groot drumstel maken ze er live een feestje van. De Australische Double Agents doen de voorverwarming.

Hilarische Zwitserse zombies in apepakjes zetten dB’s op z'n kop met ultieme garagethrash

Het is voor de muziekliefhebber tegenwoordig soms lastig kiezen in Utrecht. Maar met wat planning kun je wel degelijk op meerdere bruiloften tegelijk dansen. Nadat ik in Ekko The Helio Sequence zich het zweet uit het lijf zag spelen voor een hopeloos tam publiek kon ik alsnog in dB’s deel uitmaken van een uitbundiger publiek. Weliswaar te laat om de Utrechtse 35+ punkers van Misselijk hun ding te zien doen, maar nog wel op tijd voor de Australische band The Double Agents en The Monsters uit Zwitserland. Om de een of andere reden zijn Australiërs altijd sterk in pubrock. Geen poses, schijt aan image, gewoon gitaren om en gewoon ouderwets de uitgesleten rockpaden afwerken met een krat bier op het podium. U kent het wel. The Double Agents blinken verder werkelijk nergens in uit. Originaliteit staat niet in hun woordenboek, mooie stemmen zijn blijkbaar overbodig, strakheid is geen pré, podiumhouding boeit niet en om het plaatje compleet te maken zijn ze uiteraard lelijk. Desondanks weten ze het publiek behoorlijk van de bar weg te houden, en het wordt per nummer eigenlijk leuker. Wat gniffelen om die kleine linker gitarist die een erg stoere veels-te-grote gitaar heeft omgehangen maar niet weet hoe knullig hij eruit ziet met dat ding. De toetseniste zingt met dezelfde schorre brulstem als de zanger/gitarist en als ze niet zingt of speelt staat ze wat te grijnzen. Typisch zo’n band die je moet ondergaan zonder erbij na te denken. Beetje met een biertje in je hand meedeinen op deze no-nonsense band die no-nonsense rock maakt. Muziek als primaire prettige levensbehoefte lijkt het motto. Leuk, maar geen topper in het genre. Gelukkig weten ze wanneer ze moeten ophouden, namelijk voordat je er genoeg van krijgt. The Monsters doen wel aan podiumpresentatie. Knalrode fanfarepakjes met stropdas en pre-oorlogse kapsels. De opstelling is extreem symmetrisch: In het midden een bizar drumstel met één bassdrum die links en rechts door twee drummers bediend wordt, links een linkshandige gitarist en rechts een rechtshandige bassist. Door hun maffe pakjes verwacht je een keurige sixtiesband, maar schijn bedriegt. Al bij het eerste instrumentaaltje wordt je achterover geblazen door de fuzzgitaar, de ronkende bas en de dubbele trommelaars. Als vervolgens het aloude “Fever” net zo bruut wordt ingezet met een stem die zo uit een grafkist lijkt te komen weet je het zeker: dit zijn Monsters in schape-, eh apepakjes. En het wordt feest. De ene na de andere brute trashbeatkraker wordt over het publiek uitgestort als beton uit een mixer. En dat allemaal met een over the top gierend fuzzy gitaargeluid zoals we dat kennen van de betere 60’s rockacts als Blue Cheer en MC5. Dat wordt gewaardeerd in dB’s en het publiek gaat uit zijn dak. The Monsters hebben zelf ook enorm pret. Bassist Janosh staat bijna continu met een grote grijns op zijn gezicht, en tussen de nummers door kijken gitarist Beat-Man en drummers Di-Putto en Swan Lee elkaar met glimoogjes aan wanneer ze in onverstaanbaar Zwitser-Duits overleggen over de volgorde. In aankondigingen geven ze toe graag schaamteloos te jatten van helden als de Stones (“Playin with fire” komt langs op een manier die nog minder van het origineel overlaat dan de Dead Moon-versie) De twee drummers zijn in dit geval behalve leuk om te zien ook functioneel: Het geeft een enorme drive. Soms zit de ene te roffelen en de ander te drummen, en andere keren voeren ze het lawaai nog verder op door in gezamenlijke breaks de dynamiek tot een hoogtepunt op te drijven. En af en toe drumt er maar één van de twee voor meer dynamiek. Het zal ook de enige manier zijn waarop The Monsters lang kunnen spelen gezien het tempo van veel nummers. Er lijken namelijk zelfs covers van de oude Napalm Death voorbij te komen. Het gaat allemaal met zo’n souplesse dat ze de schijn opwekken dat “deathrock” een genre is wat al een eeuwigheid bestaat. De versnellingspook gaat gelukkig ook regelmatig terug naar de vierde versnelling, waarbij een drummer even een tamboerijntje slaat. Of bijvoorbeeld om in de tranentrekker “….and then you cry” met een zakdoek even de ‘tranen’ van Beat-Man af te vegen. Dit is de ultieme ga-uit-je-dak muziek voor de liefhebbers van het hardere sixtiespunk-werk. Het onderschrift van hun platenlabel Voodoo Rhythm is weliswaar “records to ruin any party” en thuis zul je je buren zeker niet blij maken met hun platen, maar live is het allemaal erg aanstekelijk en zelfs dansbaar. Het was niet de eerste keer dat The Monsters in Nederland waren, en hopelijk ook niet de laatste keer. The Monsters en The Double Agents Gezien: vrijdag 22 oktober 2004, dB’s
Tags

nu op 3voor12