Tante Bettie lijkt zowaar hip geworden Tante Bettie lijkt zowaar hip geworden

Gitaarrockers klinken in volle Helling opmerkelijk fris en monter

, Peter Bijl,

Tante Bettie lijkt zowaar hip geworden

Gitaarrockers klinken in volle Helling opmerkelijk fris en monter

Peter Bijl, ,

De Tivoli krijgen ze al een aantal jaar niet meer vol. Daarom speelt Bettie Serveert, na een jarenlang abonnement op de Oudegracht, tegenwoordig 'gewoon' in De Helling. De drang om het wereldwijd te gaan maken, lijkt er bij de Betties ondertussen vanaf. Met als gevolg dat ze niet alleen hun muzikale richting flink hebben opgefrist, maar ook op het podium ontspannender ogen dan ooit. Zo ook afgelopen vrijdag, in een volgepakte Helling.

Gitaarrockers klinken in volle Helling opmerkelijk fris en monter

Bettie Serveert. De naam alleen al doet mijn hart vervullen van melancholie. Van geluk, van jeugdsentiment. Ja, zo beken ik met de volste overtuiging, ik was fan. Jarenlang. Tientallen optredens heb ik in al die jaren van ze gezien. Het halve land reisde ik voor ze af. In tijden dat ik als onzeker pubertje ronddoolde in de straten van hersftig Vlaardingen, hoofd en hart gevuld door wéér een onbeantwoorde liefde, was daar altijd die ene soulmate die me nooit in de steek liet. En die altijd garant stond voor de troostende soundtrack. Inderdaad: Bettie Serveert. 'Have I ever felt this way before? All my life was misery galore. I got used to living on my own, got my feelings safely tucked away at home. Now my feet have finally touched the ground. Now my eyes have finally looked around. You say: 'Where have you been all the time?' I say 'Somewhere drifting, drifting in my mind.'' zingt Carol van Dijk in mijn lievelingsnummer 'Misery Galore' ('Dust Bunnies', 1997). Ja, passender kan mijn band met de groep nauwelijks omschreven worden. Mijn herinneringen: ze zijn zoet en prachtig. Hoe vaak ik tijdens optredens niet spontaan verliefd werd op onbereikbare meisjes? Hoe vaak ik niet in gedachten verzonken was, tijdens wéér een uithaal van Carol, of wéér een zinderende climax van een 'Leg' of 'Brain-Tag', de epische hoogtepunten van het onvolprezen debuutalbum 'Palomine' (1992)? De keren zijn niet te tellen. Net als het aantal Bettie-shows dat ik in de loop der jaren heb gezien. Ik kan me zelfs nog herinneren dat ik bij een show in Dordrecht door de toenmalige drummer Berend Dubbe op het podium een roos kreeg overhandigd, omdat ik op mijn twintigste Bettie-concert was beland. 'Dit is al mijn duizendste Bettie-show', luidde het droge commentaar van gitarist Peter Visser. 'En ik heb nog nooit bloemen gekregen.' Na de laatste 'Dust Bunnies'-shows (voorjaar '98, onder meer in Tivoli) begon de liefde echter te bekoelen. Rond de band werd het een poosje angstvallig stil. Pas in 2000 kwam 'Private Suit' uit, een warm en prachtig album, waartoe ik ook maar wat graag enkele live-shows bezocht. Maar één ding kon ik niet verhullen: ik was ouder geworden. Gelukkiger, misschien ook wel. Ik studeerde ondertussen in Utrecht, en had het gevoel de puberteit (en daarmee indirect ook de band) achter me gelaten te hebben. Het warme gevoel bleef, maar de ergste verliefdheid, die was duidelijk voorbij. Het album erna, 'Log 22', kon me niet erg boeien. En de nieuwste, 'Attagirl', leerde ik bij de instore in Plato, vrijdagmiddag, pas kennen. Alwaar ik nog even wegdroomde toen Carol en Peter als afsluiter 'Silent Spring' van 'Lamprey' inzetten. Maar dat terzijde. Maar zoals je van sommige oude vlammen nog altijd verjaardagsfeestjes bezoekt, zo is het ook met mij en Bettie. Wanneer ze in de buurt is, ben ik erbij. Zo ook afgelopen vrijdag, in Tivoli De Helling. Een logische zaalkeuze, aangezien de band de gewone Tivoli, waarop ze jarenlang een abonnement leek te hebben, allang niet meer volkrijgt. Na een tegenvallend voorprogramma van Voicst (dat mede door het slechte geluid nauwelijks uit de verf komt), rijst nog even de vraag of de Betties beter over zouden komen. Het antwoord luidt volmondig 'ja'. Sterker nog, de band weet een oude, afgehaakte fan als ondergetekende aangenaam te verrassen. Het optreden in De Helling ademt namelijk, in één woord, frisheid. 'Een hele verrassende en frisse popplaat, die in een rechtvaardig (lees Belgisch) medialandschap onmiddellijk 3 radio-hits zou opleveren.', schrijft Jaap Boots op 3VOOR12 al over 'Attagirl'. En het optreden in De Helling ligt precies in diezelfde lijn. En dat mag best opmerkelijk heten voor een band, die op het podium eigenlijk al sinds jaar en dag hetzelfde kunstje uitvoert. Zo was Carol live weliswaar altijd de gedreven zangeres, maar als frontvrouw nooit de meest spraakzame. En leek Peter Visser er soms een sport van te maken zoveel mogelijk lange gitaarsolo's uit zijn mouw te schudden. Steevast culminerend in een paar uitgesponnen 'Palomine'-classics. Bettie Serveert moest het, kort gezegd, hebben van haar spel, van haar liedjes. En ging er prat op vooral níet aan image te doen. Voor uitstraling en entertainment waren er immers al genoeg andere bands. Met 'Attagirl' lijkt Bettie echter een nieuw jasje aangetrokken te hebben. Een helder, opgefrist, ja, zelfs lichtjes opgehipt jasje. Wie de band op het podium van De Helling ziet verschijnen -Carol van Dijk met haar glittertopje en dito gitaarband, Peter Visser in zijn rode hemd en cowboyhoed, Herman Bunskoeke als overharig rock'n'rollbeest, en op de achtergrond een knus retrolampje- ziet ineens een perfect gestyleerde rock'n'rollband. Wie de lading 'Attagirl'-t-shirts bewondert, verbaast zich over hippe karakter ervan. En wie de nieuwe nummers voorbij hoort komen, hóórt meteen waar Jaap Boots zijn enthousiasme over de nieuwe plaat vandaan heeft. Met pakkende refreintjes, dubbele vocalen en frisse vocalen zijn nummers als 'Don't Touch That Dial', 'Attagirl' en 'Dreamaniacs' inderdáád radiohits-in-een-betere wereld. Voeg daarbij de zelfverzekerde manier waarop de band op de planken staat. Met een fijne dosis electronica (uit de hoed geschud door kersvers toetsenist Martijn Blankesteijn), een Peter Visser die zijn solodrang steeds beter kan inhouden, een Carol die tijdens haar zang haar ogen meer dan eens openhoudt, en een onophoudelijke drang tot onderlinge grapjes, en jawel: er lijkt iets vreemds aan de hand. Bettie voelt zich overduidelijk op haar gemak. Staat uitermate ontspannen op het podium. En laat het spelplezier er werkelijk vanaf spatten. Met name in de nieuwe stukken. Of, beter gezegd: voor zover er überhaupt oudjes op de rol staan. In De Helling komen uit de oude doos slechts 'What Friends?' en 'Tom Boy' voorbij, in de toegift nog gevolgd door een vertrouwd 'Kid's Allright'. Waar dat aan ligt allemaal? Aan de herwonnen vrijheid, waarschijnijk. Bassist Herman Bunskoeke is beroepskok geworden, Carol van Dyk naar Antwerpen verhuisd. De band heeft er een toetsenist bijgekregen, en kent een fraai systeem van wisseldrummers (vandaag zit Guido Geudens, ex-Metal Molly, achter de kit), waarbij diegene speelt die voor het optreden simpelweg beschikbaar is. De band lijkt er voor gekozen te hebben niet meer te willen leven van haar muziek alleen, en dat valt aan alles te merken. Het lijkt erop dat de Betties zich erbij hebben neergelegd nooit meer écht te zullen doorbreken, op eigen kracht Tivoli te vullen of prominent op Pinkpop te staan. Dat de druk voor de band van de ketel is. Het hóeft niet meer zo nodig, allemaal. En dat maakt de ontspanning en speelplezier er des te groter op. Want het moge gezegd: Tante Bettie lijkt na een kleine vijftien jaar eindelijk haar definitieve vorm te hebben gevonden, om in goede gezondheid oud te worden. En is ondertussen - stiekem - zelfs hipper dan ooit. Bettie Serveert en Voicst Gezien: Tivoli De Helling, vrijdag 12 november 2004.

nu op 3voor12