SCUMBASH 2015: Het grote verslag SCUMBASH 2015: Het grote verslag

Tweede editie nog een groter succes dan de eerste!

, Lodewijk Hoebens en Lars Nebel | Foto's: Marc de Jong, Brian van Rensen en Dennis Wisse

SCUMBASH 2015: Het grote verslag

Tweede editie nog een groter succes dan de eerste!

Lodewijk Hoebens en Lars Nebel | Foto's: Marc de Jong, Brian van Rensen en Dennis Wisse ,

Na het sfeerverslag in foto's hebben we uiteraard ook een geschreven verslag van alle optredens tijdens editie twee van SCUMBASH. Speciaal voor iedereen die erbij was en natuurlijk ook voor iedereen die erbij had moeten zijn zaterdag 28 februari in de Van Nelle Fabriek!

Death Alley

Death Alley is een gedroomde opener van het festival. Zelf noemen de vier Amsterdammers waaruit de band bestaat hun muziek ‘heavy punked out proto metal’, wat de lading behoorlijk goed dekt. De show geniet nog instromend publiek, maar de aanwezige toehoorders zijn al meteen enthousiast bij deze eerste act.

De band maakt het duidelijk weinig uit of ze nu spelen om één uur ’s middags, zoals vandaag, of als aflsuiter. De presentatie is sterk en vol overgave. De vier heren, ex leden van Gewapend Beton, Mühr en The Devil’s Blood, zetten het podium vanaf het eerste nummer op zijn kop. Ondanks het label ‘proto metal’ heeft Death Alley ook een grote dosis sixties in zich. Gitarist en bandleider Oeds Beydals is, net als de overige leden, een uitstekend muzikant. Zijn gitaarriffs bevatten veel psychedelische invloeden die zorgen voor een diepe gelaagdheid in de bak herrie die je over je heen krijgt. Want hard is het natuurlijk wel, zoals de bedoeling is op Scumbash. (LN)

Cuda

"Is er iemand die Sue heet?’’, vraagt zanger Big Daddy B van Cuda. "Get me a fuckin’ beer!’’ Een prima en passende inleiding voor ‘Wife named Sue’. Wat volgt omschrijven de heren van Cuda als cowpunk, een snelle redneck variant op rock ’n roll. Rudy Renton ragt als een malle op zijn versleten gitaar. De nieuwe Voodoo-tent raakt ondertussen voller en voller. Ook Bertus en Leen van Schorem Haarsnijder en Barbier staan tussen het enthousiaste publiek. Er is ruimte genoeg voor een moshpit, maar met nog een lange dag voor de boeg blijft dat voorlopig uit. In hoeverre de mannen echte Hillbillies zijn is de vraag, maar met een dosis humor weet Cuda naast de strakke muziek ook voor het nodige entertainment te zorgen. De songs gaan over het bashen van Billy Ray Cyrus, een onfortuinlijke rodeoclown en het op diverse manieren krijgen van rabiës. Voor die laatste track wordt even de bottleneck bovengehaald zodat de riffs lekker door de tent galmen. "Woof!’’ De meeste songs zijn trouwens terug te vinden op debuutalbum ‘How Bout A ‘92’. (LH)

Dario Mars & The Guillotines

Dario Mars & The Guillotines is qua eerste verschijning net zo aansprekend en mysterieus als de naam. Drie man en een in schitterend rood gehulde zangeres. Het eerste nummer is een zware, langzame, sferische track die het midden houdt tussen garage rock en de soundtrack van ‘Once Upon a Time in the West’. Het grijpt je meteen, maar helaas houdt de band dat eerste moment van impact niet lang vast. Het voortslepende tempo verveelt een beetje, als het niet aan de overgave van de zangeres had gelegen die met haar performance je niet zomaar weg laat lopen.

Dat gebeurt dan ook niet. Een paar minuten verder in de set staat de ruime zaal nagenoeg vol met enthousiast publiek. De energie op het podium en in de zaal neemt alleen maar toe. De angst dat de show verder in zou zakken na het eerste nummer verdwijnt dan ook meteen weer. Uiteindelijk blijkt Dario Mars & The Guillotines een fantastische band, met een goede act op het podium. Strak, dynamisch, en fijn om naar te kijken. (LN)

Sham 69

Oi! Oi! Tijd voor de old school punkers van Sham 69. De Tim V-versie wel te verstaan, want anno 2015 bestaan er twee varianten van de Londense band. Enige originele lid is de gitarist, maar de meeste aandacht gaat uit naar frontman Tim V, gehuld in Lionsdale-shirt en bordeaux rode Dr. Martens. Hij weet het publiek lekker op te jutten: "Where are the skinheads, punks, hipsters…fundamentalists?’’ Na bijna 40 jaar krijg je die anarchie er niet meer uit. Tijdens debuutsingle ‘I don’t wanna’ breekt de eerste pit uit en deze stopt vervolgens niet meer. In snelvaart rossen de Hersham Boys door hun oeuvre. De nieuwe, vrouwelijke bassist lijkt moeite te hebben om het tempo van de oude rotten bij te houden.  "This one is for the politicians! Tell us the truth!’’, meldt Tim met zijn rechterbeen stevig op de monitoren. "We will never be divided! We stay together’’, klinkt het. Beetje achterhaald motto misschien, maar het werkt om de voorste rijen te verenigen. Vooral wanneer punkklassieker ‘If the kids are united’ volgt. Leuk om diverse generaties te zien los gaan op de nostalgische street punks. (LH)

Casa de la Muerte

Misschien wel de tofste band van Scumbash II is Casa de la Muerte. Deze extravagant geklede kliek (Nederlandse) podiumbeesten is al een festival-act vanaf het moment dat ze door de hallen van de Van Nellefabriek naar het podium lopen. Aftellen: één, twee, drie, vier en het gaat los. De tent van de Voodoo-stage is te klein voor de hoeveelheid publiek die zich naar binnen proberen te worstelen om dit feestje mee te pakken.

Casa de la Muerte laat er geen gras over groeien. Sinds 2009 brengt deze band hun ‘gipsy salsa met een punk attitude’ naar allerhande grote en kleine podia in Nederland. Of Scumbash voor de band zelf onvergetelijk was kun je natuurlijk niet met zekerheid zeggen, maar voor de aanwezigen was het dat zeker. De muziek stampt maar door en je kunt onmogelijk wegkijken van de grote grijze baard, de rondvliegende jurk, het navel-bontjasje en de contrabas die over het podium vliegt alsof het niks is. Er is niemand in de zaal, of op het podium, die ook maar durft stil te staan. Het is na Casa onvoorstelbaar moeilijk voor Scumbash om nog tegen te vallen. Vier het leven, want de dood duurt nog lang genoeg! (LN)

No Turning Back

"It ain't about how hard ya hit. It's about how hard you can get hit and keep moving forward.’’ Wijze woorden van Rocky Balboa en toepasselijk voor een show van het Brabantse No Turning Back. Het hardcore-gezelschap begint met ‘Stand & fight’. Armen gaan los in de pit en niet om een potje air guitar te spelen. Nee, alles lijkt veroorloofd. Wanneer iemand valt wordt de persoon direct omhoog geholpen. De verbroedering levert ook hier een mooi beeld op. Zanger Martijn van den Heuvel, die lijkt op Phil Anselmo van Pantera, bekijkt het tevreden. Hij heeft misschien een shirt aan van poppunkers Call it Off, No Turning Back is hard. Oerhard. De drummer mept zelfs een van zijn stokjes aan flarden. Enig nadeel is het vele tunen na elk nummer waardoor de schwung af en toe verdwijnt. "Speleeeuh!’’, wordt er natuurlijk vanuit de zaal geroepen. "Spelen? Old school beuken”, antwoord de frontman, waarna ‘Fight to survive’ wordt ingezet en een gigantische circlepit tot leven komt. Voor het laatste nummer klimt de zanger het podium af en staat op de hekken om met de fans mee te doen. (LH)

Paceshifters

Kijk, voor de Scumbashgangers die van hard houden begint het nu pas echt. Paceshifters hakt er meteen in en de zaal staat vol voordat het eerste nummer voorbij is. Paceshifters (Paul, Jesper en Seb) brengen een onwaarschijnlijk hard fuzz-achtig geluid voort dat inderdaad de grootste podia waardig is. Het is misschien té cliché om deze jongens te vergelijken met Nirvana, maar de vergelijking ligt op de loer. Hoewel je de band onder zou doen door ze zo af te doen. Paceshifters heeft over de jaren namelijk zijn sporen meer dan verdient en bewijst dit ook vandaag op Scumbash.

De set is net zo strak als dat ‘ie hard is. Het drietal haalt het onderste uit de kan en gaat er wild tegenaan. Toch komt Nirvana nog even om de hoek kijken, met een zeer geslaagde eigen versie van het nummer ‘Aneurysm.’ Al met al een indrukwekkende show. (LN)

Liptease and the Backstreet Crackbangers

In een bomvolle Voodoo-tent klinkt Robin Thickes ‘Blurred lines’ en dat kan niet de bedoeling zijn op Scumbash. Gelukkig zijn het de charmante dames van Liptease and the Backstreet Crackbangers die covers zingen maar dan op een eigen rockabilly wijze. Gesteund door een grote band inclusief blazerssectie, blijven de meeste ogen gericht op het vrouwelijke trio met stijlvolle 50’s kapsels en kleurrijke pakjes. Bruin-, rood- en blondharig, die eventjes doen denken aan Patricia Paays Star Sisters. "Rotterdam laat je likken!’’, roept de Fred Flinstone look-a-like op de double bass even later. Hij heeft wat te melden over het geluid en neemt vervolgens de microfoon om ‘Always on the run’ van Lenny Kravitz te zingen. De stoere gitarist met vetkuif op rechts speelt de ‘Theme van Mission Impossible’ er overheen. Wat een straffe combinatie! Net als de combi ‘Stairway to heaven’, ‘Paradise City’, ‘Are you gonna be my girl’ en de tune van Studio Sport. De gitarist speelt het allemaal zonder moeite, terwijl we van doo wop via big band weer naar rockabilly gaan. De zaal geniet en dat is te merken, want de tent schudt uit zijn voegen. Het is dan ook een lekkere reis door de tijd van ‘Johnny B Goode’ tot ‘Nothing else matters’. (LH)

Batmobile

Met hun onvervalste psychobilly maakt Batmobile al sinds 1983 (!) de podia door heel Europa (en verder) onveilig. Dat deze drie mannen nog lang hun houdbaarheidsdatum niet hebben bereikt moge duidelijk zijn. En goed nieuws voor de mensen die het hebben gemist: die houdbaarheidsdatum lijkt er ook niet snel aan te gaan komen. De set van Batmobile knalt erin en verliest de energie geen moment. De double bass van bassist Eric is met zebraprint en doodshoofd op de kop gemonteerd een absolute blikvanger.

Voor degenen die zich het eventueel nog afvragen: George ‘Una Paloma Blanca’ Baker was er niet bij tijdens het optreden in The Kraken, één van de twee grote podia. Dat was een gerucht dat de ronde deed op het festivalterrein, maar de Baker-fans waren voor niks naar de Van Nellefabriek afgereisd.

Afijn, daar gaat het natuurlijk niet om bij Batmobile. Met z’n drieën blijven ze onverminderd door raggen. Johnny lijkt nooit vermoeid te raken achter zijn drumstel en Jeroen, op vocals en gitaar, vliegt van hot naar her over het podium. Batmobile heeft zijn naam waar gemaakt. (LN)

Four Headed Dog

Weinig is er bekend over de muziek van Four Headed Dog, het nieuwe project van Peter Pan Speedrock. Naast drie leden van de Eindhovense formatie is er ook een vierde lid, maar geen Dikke Dennis. Nee, het is gitaartovenaar Dr.No die zorgt voor de extra fuzz. Het grote publiek komt na Batmobile natuurlijk langs voor de mannen van Peter Pan Speedrock. Wie echter zit te wachten op vuige speedrock komt wat bedrogen uit. De vierkoppige band laat vooral instrumentaal van zich horen met langzaam opbouwende stoner/doom/psychedelica. Denk aan de Desert Sessions van Josh Homme en collega’s. Hier en daar een vocale bijdrage door Peter van Elderen: ‘’You set my soul on fire!’’ Twee zangeressen nemen de hoge noten voor hun rekening tijdens het laatste nummer. Het blijft amusant om te zien hoe de muzikanten elke riff vanuit hun tenen laten komen, maar de muziek boeit niet de gehele tijd. Ondanks dat de mannen perfect op elkaar zijn ingespeeld. Aan diverse gitaareffecten uiteraard geen gebrek, maar misschien wil het publiek na Batmobile en met The Exploited in aantocht gewoon lekker raggen. Ook al vermeldt Peter dat er ge-po-good mag worden. (LH)

Wildmen

Psychobilly is een goed vertegenwoordigd genre op Scumbash en Wildmen, of Milwaukee Wildmen zoals ze eigenlijk voluit heten, is daar ook weer een goed voorbeeld van. Een knallende rock ‘n’ roll act afkomstig uit het zuiden van Nederland. De psychobilly van Wildmen is van onvervalste soort, en inmiddels ook al een tijdje te horen. Sinds 1989 maar liefst.

Op het podium vallen de heren niet zo op als sommige andere typische psychobilly acts: geen heftige printjes op de instrumenten, geen bizarre kapsels, geen bijzondere kleding. Op het podium gebeurt er qua showelementen ook niet veel noemenswaardigs. Hoewel de muziek voor zichzelf spreekt en ook uitstekend gespeeld wordt zou er wel iets meer van gemaakt kunnen worden. Of zijn de toeschouwers gewoon verwend geraakt door al het uiterlijk vertoon over de rest van de dag? Het aanwezige publiek geniet in ieder geval duidelijk, maar gaat niet ongeremd tekeer. Zoals de Wildmen dat zelf ook niet echt doen. (LN)

The Exploited

Snel door naar het hoofdpodium voor The Exploited, want iedereen is benieuwd hoe het nu gaat met frontman Wattie Buchan. Normaal gezien zou de Schotse band vorig jaar op Scumbash staan, maar door een hartaanval van Wattie werd de tour gecanceld. "Rot-Rot-Rot-Rotterdam! Gonna start a war!?’’ Nou, de frontman lijkt prima hersteld van zijn operatie. Met bierbuik en rare roze hanenkam blijkt de 57-jarige niet de jongste, maar de stem is er en de agressie leeft nog intens. "You know, a heart attack makes you young’’, vertelt de zanger. Pure hardcore! De moshpit blijft voortduren wanneer zowel oud (‘God save the queen’) als nieuwer werk (‘Fuck the system’) in rap tempo voorbij komt. De band heeft er veel zin in vanavond. Eventjes lijken er drumproblemen bij Wattie’s broer waardoor de zanger plaagt met één van de oude hits ‘Seks & violence’. Voor de voorste rijen maakt het niet uit, zij hebben hun eigen feestje en reageren uitgelaten op ‘Beat the bastards’ en de volledige versie van ‘Seks & violence’. Punk’s not dead! (LH) 

Disturbance

De Zuid-Hollandse punkers van Disturbance zetten het feestje dat gestart werd door The Exploited graag verder door. Frontman ‘Rubbere’ Rob met stoere hanenkam zoekt direct contact met het publiek. Veel fans zijn aanwezig natuurlijk, maar we mogen niet vergeten dat de band alweer twintig jaar in het vak zit. Vooral tijdens de beginperiode hebben ze veel van de wereld gezien. ‘No worries’ gaat er alvast in als koek. De zanger kijkt met een prettig gestoorde blik de zaal in. In de pit gaan de shirts uit en beginnen enkele zware gasten al wat heen en weer te duwen. Dankzij werk van de debuut-EP en de uitbundige uitvoering gaat het publiek los met een grote circlepit als gevolg. De eerste gewonde wordt met zwaar hoofdletsel afgevoerd. Kan helaas gebeuren, al wordt er altijd onbewust op elkaar gelet. De band voert het tempo nog wat op met ‘For you’ en ‘Fuck politics’. "Jullie zijn mooi hoor!’’, roept Rob, knielend richting de voorste rij, voor zover die er nog is met een non-stop pit gaande. (LH)

Bob Wayne

Bob Wayne zorgt voor een echte redneck show in de Voodoo-tent. Tussen alle punk en psychobilly door is de ouderwetse rockabilly die hij ten gehore brengt een aangename afwisseling. Liedjes over moonshine, autorijden en de politie. Alles passeert de revue.

Het is duidelijk dat Bob zijn roots inderdaad bij de rockabilly liggen. Afkomstig uit Nashville Tennessee staat hij gepassioneerd zijn nummers te zingen over alle kommer en kwel van een eenvoudige vent als hijzelf. Door de enorme toestroom van mensen in de eigenlijk te kleine tent worden de teksten van Wayne wel eens overstemd of worden slecht verstaanbaar. Dat is jammer, want de lyrics zijn grappig en de moeite waard om helemaal te volgen. Maar het publiek neemt genoegen met de opzwepende white trash bluegrass die onverminderd door blijft pompen en de hele tent aan het bewegen brengt. (LN)

Monster Magnet

Space Lord mother mother! Mogen we de stoner rockers van Monster Magnet beschouwen als de headliner van Scumbash? De enige band die een speeltijd van anderhalf uur krijgt. Bovendien is de staat van dienst sinds debuutalbum ‘Spine Of God’ uit 1991 een ander goed argument. Dave Wyndorf, toch niet helemaal hersteld van zijn drugs overdosis in 2007, komt rustig onder luid applaus met zijn band het podium op gewandeld. Hij gaat rustig zitten met zijn rug naar het publiek, om op een tafeltje te klooien met de pedalen van zijn gitaar. Iets wat hij helaas de gehele show blijft doen. Met twee gitaristen rondom hem, is de vraag dan ook wat zijn instrumentale bijdrage eigenlijk is. Gelukkig beschikt de zanger nog altijd over een imposante stem. Een muur aan gitaargeweld vol psychedelische en spacy sounds wordt opengetrokken. "Pull me in, let me go!’’, zingt Dave semi-melodramatisch. Hij is wel erg spraakzaam vanavond. Niet gek trouwens dat de band negentig minuten mag volmaken. Het publiek blijft enthousiast en zelfs security en medewerkers zijn benieuwd waar die heavy gitaarmuziek vandaan komt. Halverwege de set lijken de minder bekende nummers steeds langer te duren. Het laatste album uit 2013 is dan ook in een nieuw jasje gestopt. Jammer dat we tot het einde moeten wachten voor de enige klassieker van de avond in de vorm van ‘Space Lord’. Album ‘Dopes To Infinity’ bestaat twintig jaar, maar de eerste grote hit voor de band ‘Negasonic teenage warhead’ blijft helaas achterwege. (LH)

John Coffey

John Coffey is een band waar een groot deel van het Scumbash-publiek naartoe heeft geleefd vandaag. In de Jack Ketch-zaal is het een drukte van jewelste van festivalgangers die voor de laatste keer vandaag helemaal uit hun plaat willen gaan. Die gelegenheid biedt de band dan ook.

John Coffey heeft zijn best gedaan om alle geluidsniveaus over de rest van de dag te verbreken, en dat is naar alle waarschijnlijkheid ook wel gelukt. Er wordt geragd en veel geschreeuwd. Ook dit is een erg strakke band, maar er is toch een substantieel gedeelte van het publiek dat het even gehad heeft met al dat muzikaal geweld en toch ergens anders op zoek gaat naar een afsluiter van de dag. Het is toch een vermoeiende dag, Scumbash. Maar dat terzijde, de zaal is vol én door het dolle heen. John Coffey is een recht voor z’n raap band waar je niet omheen kunt. (LN)

Bazzookas

Het is na elven en buiten is het inmiddels ijskoud, maar de Bazzookas geven in de Voodoo-tent nog een warm ska feestje. The Skaddilacs hebben helaas last minute moeten afzeggen vanwege een sterfgeval. Aan Bas Barnasconi en zijn band om de mensen op te vangen die even genoeg hebben van alle noise die tien uur lang de trommelvliezen op de proef heeft gesteld. Het podium staat aardig vol met de acht bandleden. Een fotograaf probeert met kunst en vliegwerk on stage voor de kiekjes te zorgen. Terwijl de die hards binnen nog genieten van John Coffey en Reverend Horton Heat staan vooral de, met alle respect, oudere mensen in de tent om een partijtje te skanken. De saxofonist zorgt voor een lekkere intro. Het geluid staat misschien niet helemaal goed, maar daar maalt niemand om, tijd voor een zwoel feestje. "Zijn jullie moe?’’, vraagt Bas, die op allerlei manieren sfeer probeert te maken: het nemen van een groepsfoto tijdens een nummer, een liedje brengen over de liefde en de tent verdelen in knapperds en lelijkerds. Het publiek achterin lijkt er een beetje klaar mee. Het is gewoon pure fun. Wanneer iemand het podium opkomt en fanatiek begint met hakken en vervolgens uit het publiek nog eens zes anderen op de planken ook uit de bol gaan treedt er een anti-climax op. Na de heerlijke gitaren heel de dag is het wel mooi geweest en tijd voor wat welverdiende rust. (LH)

Reverend Horton Heat

Wie anders dan Jim ‘Reverend Horton’ Heat had de echte afsluiter kunnen zijn van zo’n goddeloos festival? Na zo’n heftige dag komt deze ‘Reverend’ nog wel eens even laten zien wat echte rock ‘n’ roll nou eigenlijk is.

Laat je niet bedriegen door de naam en uiterlijk, want ondanks de leeftijd van de Reverend is hij op het podium nog zo fit als een hoentje. De Reverend uit Dallas is een grondlegger van de psychobilly, en sinds 1985 verspreidt hij al zijn boodschap van rock ‘n’ roll aan de ‘ongelovigen’. Dat lukt hem samen met zijn twee handlangers nog goed, het tijdstip in acht genomen. Maar het enigszins versufte publiek zit de fanatiekelingen vooraan het podium niet in de weg en samen met hen maakt de Reverend er nog één keer een groot feest van. (LN)

nu op 3voor12