Baroeg Open Air viert tiende verjaardag vol verrassingen Baroeg Open Air viert tiende verjaardag vol verrassingen

Pleesessies, randanimatie en uiterst fijne bands

Lodewijk Hoebens en Mick Arnoldus

Baroeg Open Air viert tiende verjaardag vol verrassingen

Pleesessies, randanimatie en uiterst fijne bands

Lodewijk Hoebens en Mick Arnoldus

Zaterdag begon de nationale sportweek en wat beters kan je dan doen als muziekliefhebber dan even lekker te rausen op een metalfestival. Gratis nog wel. We zien ronkende gitaren, kolkende moshpits en stoere, over het publiek surfende meiden.

Terwijl dikke, donkere wolken zich nestelen boven Zuiderpark en in de verte Thor aan het werk is, begeven honderden en honderden mensen zich richting de tiende editie van Baroeg Open Air. De fikse bui van half twee heeft voor een drassig terrein gezorgd maar nadien heerst de zon. Cenobites hebben we hierdoor helaas gemist maar er is nog veel meer Rotterdamse praal op het festival. Beginnen doen we met Drunken Dolly, de afsluiter van de Talent Stage wat na afloop transformeert in de Electronic Stage. De folkpunkers hebben vanavond hun eigen albumrelease maar dankzij de Popunie bouwen ze op BOA een eerste feestje. Opwarmen gebeurt met scheurende gitaren, maar dan komt de frontman in zijn sjiek, groene jasje even met de mandoline voor wat traditioneel getokkel. De Jupiler staat koud maar dankzij de Dolly’s krijg ik wel trek in een frisse Guinness.

Eerst een dankjewel aan alle vrijwilligers die met dit weer hebben lopen zwoegen. Nu tijd voor een feestje. “Al onze songs gaan eigenlijk over drinken”, deelt de frontman al snel mee, dus dat moet goed komen. Denk Flogging Molly, denk Dropkick Murphys maar denk vooral Drunken Dolly! De mandoline en banjo zorgen vlot voor die extra schwung. Naast dronkenmanliedjes is er ook een voor alle vrouwen. "Ah oui, je t'aime!" De mandoline gedreven ballad en een windje door de tent zorgen voor kippenvel. Het is nog net te vroeg voor een polonaise maar men deinst wel heen en weer. Kinderen vieren mee op de schouders van de ouders.

Een vier mans voorhoede zet het publiek naar de hand, met achterin een drummer die het tempo maar wat graag opvoert. Veel humor ook, hoort bij de Ierse vibe. Een moshpitje breekt los terwijl de tent lekker vol loopt. Als afsluiter hebben ze normaal vuurwerk, lasers en strippers mee, maar dat gaat hier niet. “Dat moet je er maar bij denken.” Dan maar weer een biertje. Past bij de titeltrack van debuut ‘Alcoholic Rhapsody’. “I like to move it…”, klinkt het vervolgens, maar genoeg gekkigheid, dit is een professionele punkrockshow dus even een Rotterdams gedicht voor iedereen. “I wanna see a rainbow high in the sky.” Wat een topvermaak, fijne chansons en een uiterst vermakelijke show van begin tot eind.

Drunken Dolly

Gaan wij door naar de plee en haar sessies. Lekker in het zonnetje, net naast de ingang, begint een nieuw BOA concept, bedacht en aan elkaar gepraat door Rotterdams muziekvriend Thomas Harteveld. Back to Basics met vijf bands, die elk een halfuurtje speeltijd krijgen. Geen hekwerk of andere beveiliging. Gewoon een klein podiumpje met partytent en een wc borstel. Eerste band die rond de klok van drie op het programma staat is Graftak. Dit Rotterdamse trio is pas een jaartje bezig maar bezit al over enkele fijne tracks zoals True Hero. Ze zoeken nog een gitariste trouwens. De vrouwelijke drummer valt op door haar energieke spel. In onze rug horen we de harde sound van Year of No Light, spelend op de Large Stage, maar Graftak weet er stevig doorheen te spelen. De uptempo punkrock met vleugjes ska en metal zorgt voor een alleraardigste opkomst. De zanger/gitarist klimt het drumstel op en zet nog een tandje bij.  

Dog Eat Dog

Brengt ons in vorm voor Dog Eat Dog op de Large Stage. Een heavy hiphop intro klinkt door de tent, de gasten zijn natuurlijk bekend van de originele crossovers tussen rap, hardcore en saxofoon. De zanger loopt nog altijd vrolijk rond met die lange lokken van hem. Even klinkt Flavor Flav en dan volgt een rap over de historie van de band. Dynamo Open Air 1994, wie weet het nog, was de eerste keer voor de Amerikanen in ons land. ‘If These are Good Times’ van debuut All Boro Kings zet het hoofdpodium gelijk in feestmodus. ‘Isms’ en ‘Who’s the King’ doen de rest. Een pit van jewelste vooraan en de eerste crowdsurfers melden zich. ‘Vibe Cartel’ is het eerste nieuwe werk in tien jaar tijd, maar hoeft niet onder te doen voor het bekende materiaal. Met veel plezier worden de songs na al die jaren nog steeds gebracht. Frontman John Connor, nee niet die van Terminator, blijft het publiek opzoeken en bezig houden. De rest vermaakt zich ook prima, de bassist speelt even de Italian Stallion tijdens ‘Rocky’ terwijl de drummer met ‘Step Right In’ BOA van een scheut hiphop voorziet. “Wu-Tang Clan ain’t nothing to fuck with!” Helaas wordt het halverwege wel wat rommelig on stage. Gelukkig zijn er ‘Expect the Unexpected’ en ‘No Fronts’ om de boel weer in gang te trappen. Geen genoeg krijgen ze er van en het publiek ook niet. “No time for a whole song but let’s do a half!” ‘Jump Around’ laat iedereen nog eens springen maar dan is het toch echt afgelopen. Hopelijk komen ze snel eens terug naar Baroeg. 4 december verschijnt de nieuwe plaat.

Dog Eat Dog

Stuiteren we zo de tent uit richting vier multiculturele mannen van Allochtoontje Lager bij de pleesessies. Bas, gitaar en djembé zorgen voor uiterst gevarieerde muziek van Arabische en Afrikaanse ritmes tot ‘She Wants to Move’ van N.E.R.D. De zanger drukt zijn stempel met maatschappijkritische teksten. Thierry Baudet wordt vermeld, maar ook Khadaffi. Zelf oogt de zanger als een rebellenleider met zijn hoge, bordeauxkleurige Dr. Martens, legerpetje en rood-wit-blauwe lintjes. Veel bekijks maar te weinig beweging. Stiekem wordt er gedanst. “We kunnen ook yoga doen als jullie willen? Het kadaver van Khadaffi deed aan metal yoga.” Ok, maar het swingt wel. Niet echt heavy maar Allochtoontje Lager kan rekenen op een welverdiend applaus.

Voor zware kost uit Rotterdam moeten we in de Large Tent zijn waar Dool aan een thuiswedstrijd begint. Elle stond hier een paar jaar geleden nog met d’r bandieten maar als vriend van Baroeg mag ze met haar nieuwe band Dool maar wat graag terugkomen. Gelukkig, want wat zijn ze lekker bezig na de release van debuut ‘Here Now, There Then’. Natuurlijk veel materiaal van die plaat maar er is ook tijd voor een doom-y cover van ‘Love Like Blood’. Na een zware intro, met de nodige spots en opstijgende rook vanachter de bandleden, ontstaat er een onheilspellend sfeertje. Elle, of euh pardon, Ryanne heeft de lange zwarte lokken voor d’r gezicht, kijkt naar beneden en vergezelt het opbouwende ritme op gitaar. Twee gitaristen op de flanken zorgen voor een krachtig geluid. De band heeft een intense uitstraling. Waar ze bij Elle Bandita met droge Rotterdamse humor veelvuldig interactie zocht, is Dool echt iets heel anders. Een hardrockmachine van jewelste, en dat bedoel ik positief met internationale uitstraling. Mede dankzij gitaarvirtuoos Nick Polak die links verdwijnt in hevig soleerwerk. "Rotterdam?!", roept Ryanne terwijl ze een biertje opent. Het publiek moet even wennen aan de uitgesponnen songs, maar na een wake up call is de uitpuilende tent volledig mee.

Dool

Nog meer oer-Rotterdammers vinden we bij de wc’s. Okkie Vijfvinkel kennen we vooral als DJ maar in zijn vrije tijd is hij het boegbeeld van the Fuzzbrats. Met hun grunkmuziek, een mix van grunge en punk, maakt het vijftal sinds begin jaren ’90 Rotterdam en omstreken onveilig. Als ambassadeur van de Vrienden van Baroeg mag Okkie natuurlijk niet ontbreken. Ondanks technische problemen en een gitarist die op de plee zit, zorgen ze voorlopig wel voor het gezelligste feestje van BOA. Uiterst intiem, met lolly’s voor de liefhebbers en mensen die kris kras over het podium lopen. Hoe kom je door de mensenmassa nu nog bij de toiletten? Dan zijn the Fuzzbrats in originele bezetting weer voltallig, heeft de toetsenist de tijd om zijn motorhelm af te zetten en volgt er nog een kwartiertje aan korte maar krachtige nummertjes. Niet allemaal even zuiver maar zo heurt het ook.

Technische perfectie horen we wel bij het legendarische deathmetal collectief Asphyx uit Overijssel. Sinds 2007 is de band helemaal terug, met drie knallende albums op zak, waarvan Incoming Death vorig jaar uitkwam. Allemaal lange haren zien we op het podium dus dat zit al helemaal goed qua headbangen. Daar zijn de devil horns al, net als de puntige hoorns op de basgitaar trouwens. “Ok, dit is simpele, ouwe school shit!” De frontman krijgt het publiek met gemak mee, loopt wat rond en gaat dan over in een machtige stem.

“Weet je wat het mooie is, dit festival is gratis. Zal je in Amsterdam niet snel zien!” Het Rotterdamse publiek geeft de zanger natuurlijk helemaal gelijk. Maar dan thrashen ze de hele boel weer bij elkaar, terwijl de thrash metal nog moet komen. De Deathhammer wordt boven gehaald, een diepe howl volgt en we zijn weer vertrokken. Een enorme moshpit ontstaat wanneer "Bow to Lucifer!" door de tent klinkt. Even gas terugnemen met ‘We Doom You To Death’, waar zelfs de vrouwen op heupwiegen. Echt gas nemen ze niet terug, het klinkt vooral zwaarder met een ‘Creeping Death’ break. “Nog eentje dan, deze is voor Sint Maarten want die mensen hebben het echt hard nu.” Met ‘Last One On Earth’ neemt Asphyx dan ook verwoestend hard afscheid.

Asphyx

Gelukkig kunnen we bij Jacklust lekker doorraggen. De voorlaatste band van de Pleesessies mag rekenen op heel wat geïnteresseerden. Al snel staat het aardig vol rondom het Rotterdamse viertal. Wat wil je ook met dit heerlijke weer. De stevige frontman springt er lustig op los met ‘Pain is a Bitch’. Vingervlugge solo’s geven de menigte een oplawaai van heb ik jou daar. De gitarist kijkt met felle ogen, maar zit helemaal in zijn sas. Hij zou met zijn looks trouwens zo passen bij Steel Panther. De zanger kleurt al snel rood in het gezicht van de lading woorden uit zijn mond. En maar door! “Go, go, go gotta go!” Live klinkt het regelmatig als Body Count maar dat kan ook liggen aan de steeds groter wordende circle pit. Even laten ze zich bijtanken door Frans van the Devil’s 3rd. “Chuck, chuck, chuck with the beer!” Een brok energie en we staan er met ons lip bovenop. Had ik al gezegd dat deze pleesessies een geweldig idee is?

Jacklust

Bij Tokyo Blade is er ook genoeg energie, maar je merkt dat de Britten al weer wat jaartjes meegaan. Beetje opstartproblemen hier en daar in een halfvolle tent. Velen genieten buiten nog van de laatste zonnestralen onder het genot van een hapje eten. Stemproblemen blijven even aanhouden maar de NWoBHM band beschikt over stevig soleerwerk vol flitsende, fingertap momenten. Even warmdraaien dus. Dubbele gitaarsalvo’s op links en rechts, elkaar opzoekend voor steun en samenspel. ‘Warrior of the Rising Sun’ is weer zo’n machtige ouwe. De luchtgitaar komt van stal. ‘Lightning Strikes’ klinkt misschien niet zo hard als ‘Thunderstruck’, maar het plezier on stage en het dollen onderling zorgt voor een goede show.  ‘Death on Mainstreet’ en ‘Mean Streak’ zijn wel echte hard hitters met donderende drums. Gelijk wordt er een drumsolo achteraan geplakt, maar even later moeten we toch weer naar de plee.

Afsluiter G.O.D. staat immers klaar voor de allerlaatste sessie. En dat hebben we geweten!  Het begint misschien met Elvis, maar dan gaan al snel de gitaren eroverheen en horen we een brullende sound als Motörhead en Death Alley. De zon is inmiddels onder, maar kleurrijke lampjes versieren de partytent waar G.O.D. het gaspedaal flink intrapt. Fuzzy gitaarspel ligt er dik bovenop. ‘’Dank u wel Rotterdam, met een natte t! Zijn jullie blij dat we hier zijn uit Den Haag?” De drummer is duidelijk de motor met diverse drumsolo’s. Het drietal is sowieso goed in het lekker aandikken van hun speedrock. Ze dalen en klimmen, versnellen en draven door. Nog sneller gaat het met ‘High on Speed’. De band is bijna niet meer te zien met al die mensen om zich heen. De circle pit wordt steeds groter. Fotografen en pers duiken er ook op af want wat is hier aan de gang? Is dit de nieuwe Death Alley?! De frontman neemt een stapje terug en kijkt even rond naar de ravage die ze aanrichten. Niet op de oren, laat dat duidelijk zijn, want wat klinkt het bruut! De stagemanager tikt ze even aan, nog eentje dan.

We hebben nog een headliner te gaan in de large tent! En wat voor een! Met de toepasselijke naam Destruction. De thrash band is begin jaren ’80 samen met Kreator en Sodom verantwoordelijk voor het Duitse genadeloze metalgeluid. Deef kijkt even om de hoek van de tent en steekt zijn duim omhoog. Of we nog kunnen? Natürlich! Vocaal klinkt de bassist als de broer van Slayer en Mercyful Fate. Blastdrums vliegen ons om de oren. ‘Nailed to the fucking cross’ zit vol fijne break downs en venijnige werkzaamheden. Met drie man zijn ze wel veel beter dan Tokyo Blade met vijf man. Eerlijk is eerlijk. De gitarist is een ware riffmeister op zijn Flying V. “Baroeeeggg!!! I need a fuckin’ beer!” Tijd voor een volgende thrash anthem. Krampus komt even langs gelopen en zorgt voor een nieuwe boost vooraan. “I broke my shoulder, so they said watch out for Baroeg, because it’s heavy. But we are all fucking metalheads right?” Zo is het. Dankzij al het bier zorgt de moshpit rond dit uur voor incidenten en blessures, maar iedereen helpt en zorgt voor elkaar. Ondanks dat het hard gaat is er altijd een hart voor iedereen. Dat maakt Baroeg Open Air en alle betrokkenen zo fijn. Ook op deze tiende editie, vol hoogtepunten zoals de pleesessies, veel randanimatie voor de kids, heel wat mooie initiatieven en uiterst fijne bands als Drunken Dolly, Dog Eat Dog, Dool en Destruction.

Destruction

Baroeg Elektronisch

Metal en drum and bass hebben min of meer hetzelfde bpm. Dat geldt zeker voor de variant die Dieselboy hier op tafel legt. Ratelende beats over extra diep rollende bassen bepalen de set, in een tent die steeds donkerder wordt naarmate het daglicht buiten steeds meer verdwijnt. Dieselboy heeft al eerder in Rotterdam opgetreden, bijvoorbeeld op Subway XL. Zijn jarenlange ervaring maakt dat hij ook vanavond moeiteloos iedereen in beweging krijgt. Voor moeilijke dingen of spannende vernieuwing binnen het hardere elektronische genre had je hier waarschijnlijk eerder op de dag moeten zijn, vanaf nu tot en met de laatste act is het gewoon keihard raggen. Dat is natuurlijk helemaal niet erg. Op een enkeling na heeft iedereen hier dondersgoed door wat de bedoeling is.

Ook bij Funtcase wordt er flink gezaagd, ditmaal met de platste en hardste dubstep die de gemaskerde dj in zijn platentas kan vinden. Aan het einde van de set is de rek er wel een beetje uit. Er wordt niet aan drops gedaan, wat je mag zien als een pluspunt, maar het zorgt er wel voor dat je een beetje dyamiek mist. De eerder genoemde bpm’s liggen bij dubstep wat lager en dan zul je creatiever moeten zijn met je buitenaardse gevelrenovatie-soundscapes om iedereen bij de les te houden.

The Outside Agency schroeft het aantal bpm weer flink omhoog. De droge hardcore waar de set mee opent lijkt voor de meeste aanwezigen het signaal om even bier te gaan halen. De kans dat het nu uit je handen gemept wordt is immers flink verkleind. Het kan aan het tijdstip liggen, maar de lege plekken blijken permanent. Als afsluiter is dit eigenlijk een beetje een tegenvaller. Je kunt zeggen dat crossbreed en hardcore per definitie nu eenmaal niet voor iedereen gemaakt is, maar waarom slagen andere acts zoals Bong-Ra of Limewax er dan wel in hun publiek vast te houden? De programmering van de Electronic Stage heeft zich deze editie van Baroeg in ieder geval wederom bewezen. Er zijn weinig of zelfs geen andere gratis festivals die steeds slagen zo’n sterke line-up neer te zetten.

nu op 3voor12