Minirok 2010 geeft hem Van Jetje Minirok 2010 geeft hem Van Jetje

Belgische bands troef in Stramproy

, Geert Smeets, Erik Daems

Minirok 2010 geeft hem Van Jetje

Belgische bands troef in Stramproy

Geert Smeets, Erik Daems ,

Minirok lijkt een zwak te hebben voor muziek van onze zuiderburen. Met maar liefst vier van de acht acts was de Belgische delegatie sterker dan ooit vertegenwoordigd in Stramproy. “België heeft gewoon veel meer te bieden op het gebied van de alternatieve gitaarmuziek”, aldus organisator Mark Deckers.

Belgische bands troef in Stramproy

Bands als Triggerfinger, Hulkk, The Killbots en The Rones gaven eerdere edities al een Belgisch tintje aan het festival uit Stramproy. Dit jaar haalt Minirok zelfs de helft van zijn line-up uit België. Maar een band als The Van Jets mag bij onze zuiderburen dan wel heel groot zijn, hier zijn ze nog redelijk obscuur. “Onze alternatieve gitaarrock kan nog lang niet tippen aan die van België en bovendien is het aanbod groter en breder”, vindt Deckers, “dus vandaar dat wij die scène heel goed in de gaten houden. En over publiekstrekkers maak ik me niet zo’n zorgen. De mensen komen toch wel naar het festival. Wanneer ik een bekende Nederlandse gitaarband zou neerzetten, trekt het festival daar echt niet meer mensen door. En dat geeft wel een bepaalde vrijheid met programmeren.” En wellicht is het die eigenwijze line-up die Minirok opnieuw tot een succes maakt.
 
Maar het leek erop dat regenbuien de pret op Minirok editie 4 zouden bederven. Het zal je maar gebeuren, is het onderhand vier weken lang dertig graden, zondag 25 juli komt het met bakken uit de hemel. “In Roy regent het anders nooit”, zegt Deckers, terwijl hij verbaasd naar de druppels staart. “Och ja, doe je niks aan, ik heb er zin in!” Ook presentator Sander doet een poging het schuilende publiek gerust te stellen en put hoop uit de voorspellingen van buienradar.
 
De Weertse hardcoreband Broken Vow heeft aanvankelijk nog weinig last van het dreigende slechte weer. Hardcore leeft verder, doet dat al jaren en dus is er ook bij Broken Vow niks nieuws onder de zon. Voorspelbaar, maar wel heel kundig gedaan. Het gros van de nummers wordt ingezet door een heerlijke thrashy metalriff en vervolgens is het gas geven met strakke, open gitaarakkoorden, uptempo razernij, groovy sludge passages en een getergde brul. En dat allemaal binnen een verrassend transparante totaalklank. Ook met de artilleriesectie bas / drum zit het wel snor. Broken Vow blijft trouw aan de formule en is daar ook goed in. Een sterke hardcore-act die niet vernieuwt maar wel beukt zoals er in de moshpit verlangd wordt: hard, compromisloos en zonder misplaatste emo-uitstapjes. Met het nummer ‘Pride’ van Madball mag Broken Vow dit optreden toepasselijk en dan ook in alle eer afsluiten. (GS)
 
De dreigende wolken vertalen zich tijdens Early Adopters in een plensbui van jewelste. Het publiek maakt zich dan ook massaal uit de voeten om een droog plekje op te zoeken. Erg jammer, want op het podium staat een van de spannendste gitaarbandjes die Limburg momenteel rijk is. Wanneer naar de broeierige gitaarrock van Early Adopters verwezen wordt, gebeurt dit niet zelden met referenties als Radiohead of Jeff Buckley. En niet helemaal onterecht, want wanneer de zanger zijn hoge stem inschakelt wordt de band met Buckley duidelijk. Maar gelukkig zijn er genoeg scherpe randjes die op de loer liggende zweverigheid vermijden, want het zijn de ruwe accenten en de stiekeme dissonantie die in dit poppy geheel voor het middenvingertje zorgen. Meeslepende samenzang, sfeervolle gitaren, van zacht naar hard rockend of daartussen opbouwend, geven de songs op een intrigerende manier zijn emoties weer. Vakwerk! (GS)
 
Shoshin reisde vorig jaar op de bonnefooi naar Groningen in de hoop zich in de kijker te spelen op Eurosonic. Minirok ‘ontdekte’ de drie lads uit Manchester dan ook terwijl ze buiten in de vrieskou speelden. Met de logeerpartij in Deckers’ garage nog in de ogen, mag ook Shoshin in de regen beginnen. De mix van funkrock, reggae, soul, urban en dub is prima voor als het zonnetje je uitnodigt tot dansen, in de regen houden de nummers de aandacht maar moeilijk vast. Met name het staccatogitaarspel van de zanger-rapper-gitarist en de springerige baslijntjes kunnen wel wat variatie gebruiken. Ondanks de rijkdom aan ideeën, komt het geheel wat eendimensionaal over. Wel heeft dit trio heeft een authentieke kijk op muziek en een eigenzinnige missie om dat platencontract bij Island in de wacht te slepen. (GS)
 
Clearwater doet een poging om de klassiekers van Fogerty & Co te laten herleven en dat lukt maar ten dele. Want in balladachtige nummers als ‘Long As I Can See The Light” of ‘I Put A Spell On You’ schiet Clearwater wat tekort. Maar verder geen gezeik want de Belgische CCR trekt even een bak met hits open waar iedereen vrolijk van wordt. En krakers als ‘Green River’, ‘Up Around The Bend’ en ‘Run Through The Jungle’ doen zelfs nauwelijks onder voor het origineel. En inderdaad: de zanger klinkt haast als John Fogerty zelf! (GS)
 
The Sore Losers doen hun naam geen eer aan want er wordt zo lekker op los gebeukt alsof de band in een overwinningsroes verkeert. Als de onstuimige broertjes van Triggerfinger speelt de Hasseltse band een mix van rock, country, blues, folk en garage. Een denderende sound die brutaliteit en vernuft verenigt in een catchy geheel. De formule is simpel: lekker riffje, pakkende melodie in een eenvoudige strofe-refrein-brug-structuur en allemaal netjes binnen jukeboxlengte. Het spel van de gitarist is hier en daar van Jimmy Page-achtige proporties, zeker wanneer hij ’s mans beroemde tussenstuk uit ‘Heartbreaker’ nog even uit de losse hand schudt. Als de band zich na een dik half uur al uit de voeten maakt, is het dan ook schreeuwen om meer onder het publiek, dat zich tijdens de set al lekker dicht tegen het podium heeft genesteld. Niet te versmaden herrie die moet worden ondergaan met een sixpack binnen handbereik! (GS)
 
Bij de gefuckupte blues van de The Experimental Tropic Blues Band krijg je meteen de neiging om aan een lamp te gaan hangen en ondertussen aan een stuk door vunzigheden te roepen. Het oergevoel zeg maar. Ontvlambare opwinding, want dat is wat deze band losmaakt. Dirty Wolf, Devil D’Inferno en Boogie Snake mogen met hun op hol geslagen boogieblues misschien het beste in een louche kroeg gedijen, op een festivalterrein is de impact er niet minder om. Deze grillige, losgeslagen rockers zijn waarschijnlijk geboren onder een sinister gesternte, want ze hebben de Duivelsboogie letterlijk aan hun kont hangen. Manische mondharmonica partijen, bluesriffs die trillen van voltage en bezeten zangpartijen die ook nog eens barsten van de soul. Denk aan een ongeschoren versie van Jon Spencer, denk aan Muddy Waters op een grammetje speed. Een niet te missen boogietrein! (GS)

Bij Daily Bread zitten alle drie de bandleden letterlijk en figuurlijk op één lijn: de ene zit/staat/bast/toetst/wappert met de krullen/drumt/zingt net zo vooraan op het podium als de anderen, en dus twee frontmannen en een frontvrouw sterk spelen ze naar eigen zeggen sexy garage dance. Duw de disco van Giorgio Moroder, de dreun-en-steun van de Ting-Tings en de dromerige ronde zang van Björk samen in een oven en het wordt zo heet als Daily Bread. Soms zijn twee zangstemmen, het tikken van drumstokken op de rand van een snare-drum en een synth-lijntje al genoeg, een andere keer begint er uit een oerknal van gepiep en geknor van feedbackende instrumenten een fonkelend liedje te stralen. Bij het tussen de buien door al aardig op temperatuur komende Minirok-publiek gaan de nummers van Daily Bread erin als eh… zoete broodjes. (ED)
 
In eigen land dit jaar geprogrammeerd voor onder meer Rock Werchter en Pukkelpop; aan The Van Jets nu de taak Minirok 2010 in Stramproy af te sluiten. The Van Jets is een goed geoliede, strak georganiseerde pop-rock machine die draaiende wordt gehouden door allemaal blikvangers: een schuchter brutaal menneke als zanger/gitarist, een levend wassen beeld van Buddy Holly met de springerige benen van een marionet als bassist en een Professor Sneep in zijn jonge jaren als gitarist. De drummer blijkt de broer van de zanger te zijn, maar daar zie je verder niks van. Zoals veel drummers zit hij verstopt achter versterkers, microfoons, zijn drumstel en veel, heel veel rookwolken. Te horen is hij gelukkig wel. Als een William The Concreter levert hij het solide, hoekige en soms zware beukwerk dat samen met de melodische gitaarpartijen, bas-huppeltjes en de heldere, felle zang de dampende stampende massa vormt die ervoor zorgt dat de jongste editie van Minirok ook als een feestje wordt afgesloten. (ED)

nu op 3voor12