Esk-Esque hijst zich in soldatenpak tijdens de Week van de Koloniale Geschiedenis Esk-Esque hijst zich in soldatenpak tijdens de Week van de Koloniale Geschiedenis

Rauwe bluesjongens uit Arnhem werken samen met Martijn van Koolwijk aan unieke voorstelling op Museum Bronbeek

, Eric Veltink

Een armoedzaaier wordt begin 19e eeuw geronseld voor het Koninklijk Nederlands-Indië Leger en een naïeve, dienstplichtige boerenjongen vertrekt na WOII op het schip de Zuiderkruis richting Nederlands-Indië. Een avontuurlijke jongeman zegt zijn baan op om te vechten in Indonesië. Het kan zo maar het begin zijn van de drie verhalen die schrijver Martijn van Koolwijk op uitnodiging van Museum Bronbeek bewerkte. Bij de drie uitvoeringen op 26 oktober wordt hij muzikaal begeleid door William van Giessen en Menno Romers, oftewel de Arnhemse tweemansband Esk-Esque.

Landgoed  Bronbeek aan de Velperweg in Arnhem licht er op deze zonnige en herfstachtige vrijdagochtend prachtig bij. De zomereiken zijn nog vrij groen, de beuken al richting donkerbruin. Daar tussenin knallen alle kleuren van geel tot oranje en rood van de boomkronen en de al gevallen bladeren. 3voor12 Gelderland treft William en Menno tijdens een van de laatste repetities in de Indische zaal van het museum. Op het podium staat een imposant instrumentenmuseum van Indische gongs met bewerkte slangenkoppen tot xylofoons, kulintangs, fluiten en andere instrumenten van een gamelanorkest. We zetten een paar stoelen bij elkaar en starten een gesprek over een vrij onbekend maar o zo belangrijk deel van onze geschiedenis.

Wat is de aanleiding van jullie voorstelling hier op Bronbeek?

William: "We zijn door Museum Bronbeek gevraagd om iets te doen in het kader van de vijfde Week van de Koloniale Geschiedenis. Deze week bestaat uit allerlei activiteiten, zoals film, theater en lezingen. Het thema van dit jaar is koloniaal geluk. Menno en ik hebben al eerder met Martijn van Koolwijk samengewerkt en een combinatie van verhaal en muziek gebracht. Dat werkte heel goed en het klikte ook goed. Deze keer werken we samen om verhalen uit Nederlands-Indië in de combinatie van verhaal en muziek te brengen."

Gaat het dan om verhalen over mensen die hun geluk gingen zoeken in Nederlands-Indië?

William: "Dat was wel ons uitgangspunt. Het verhaal draait om drie opmerkelijke levensverhalen van drie bijzondere gelukzoekers. Museum Bronbeek heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de bewoners van Bronbeek. In de laatste 155 jaar hebben hier namelijk ongeveer zesduizend man gewoond. Ze hebben verhalen gezocht van mensen met een boeiend levensverhaal waar voldoende van bekend is en waar je iets mee kan. Dat lag al op de plank. Een aantal hiervan is geselecteerd en dat is het historisch basismateriaal voor deze voorstelling."

Menno vult aan: “Deze verhalen hebben we vrij geïnterpreteerd en daar heeft Martijn een verhaal van gemaakt. Dat zijn verhalen van mensen die elkaar nooit gezien of gekend hebben maar in dit verhaal ontmoeten zij elkaar. De verhalen dateren van 1850 tot na WOII en gaan over mensen die hun geluk zochten in Nederlands-Indië. En of ze dat wel of niet gevonden hebben...”

Nederland in Indonesië

De Nederlandse aanwezigheid in Indonesië dateert al van het eind van de 16e eeuw, kort voor de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Begin 19e eeuw werden er militairen geplaatst om de enorme Nederlandse belangen te verdedigen tegen de inheemse bevolking en tegen indringers van buiten de kolonie. Nederland heeft daar miljarden verdiend, het is het fundament onder onze samenleving. Daarom hebben we er ook na WOII nog vijf jaar lang gevochten; we wilden het niet loslaten.

Veel mensen denken bij Nederlands-Indië en Bronbeek al gauw aan de zogenaamde ‘politionele’ acties in de jaren na de Tweede Wereldoorlog die de contrakrachten in de Republiek wilden uitschakelen. Indonesië is echter al veel langer enorm belangrijk geweest voor ons land (Niek Ravensbergen, Publiekscommunicatie Museum Bronbeek).

Esk-Esque - Gelukzoekers

Het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) had voortdurend vrijwilligers nodig en er werd ook voortdurend geworven. Het was geen fijne baan: je kon kapot gaan aan tropische ziektes en veel mensen overleden. Het was dus niet populair maar het leverde geld op. Je kon tekenen voor zes jaar, een nieuwe toekomst gloorde aan de horizon. Veel mensen die aan de rand van de maatschappij leefden zagen daar hun laatste strohalm in. Of avonturiers die gewoon tekenden voor het koloniale leger om daar hun geluk te beproeven. Als ze terugkwamen na zoveel dienstjaren konden ze op Bronbeek wonen en daarom zitten we nu hier.

Wat kunnen we van de voorstelling verwachten?

William: “We hebben elementen uit die verschillende levensverhalen gebruikt; de ene vindt de liefde en de ander hangt zich bij wijze van spreken op. Martijn gaat zijn verhaal voordragen en daar tussendoor spelen wij als een soort scharnierpunten tussen de verschillende hoofdstukken. Wij spelen met gitaar, baritonsax, percussie en andere instrumenten en we zingen in het Nederlands.”

Menno: “In principe gaat de voorstelling om mensen die uiteindelijk naar Bronbeek zijn gekomen en daar nog lang of kort hebben geleefd. Vandaag (dinsdag 24 oktober) hebben we een try-out voor bewoners en personeel, dat is heel spannend. Donderdag 26 oktober spelen we het stuk drie maal voor Arnhemmers en geïnteresseerden van buiten de stad. We hebben telkens plek voor 45 personen, dus reserveren is nodig. Het kaartje dat je koopt is een kaartje voor het museum dat die avond tot tien uur ’s avonds geopend is. Voor of na de voorstelling kun je dus ook eindelijk eens dat museum bekijken waar je al tig keren langs bent gefietst.”

Is er nog een 'special feature'?

William: “Als een fanfareorkest leiden we ons publiek in mooie pakjes via het café naar deze zaal. En dan gaat het echt beginnen. We hebben dan de opstelling met al onze instrumenten en met een groot doek proberen we onze schaduwen als een soort wajangpoppen terug te laten komen."

Heeft een van jullie twee een band met Nederlands-Indië?

Menno: “De vader van mijn vader is er geboren en mijn oma heeft er in het Jappenkamp gezeten. Mijn opa was daar ambachtsleraar en de ouders van mijn oma woonden al in Indonesië. Zij hebben elkaar daar ontmoet. Na de oorlog zijn zij naar Nederland gekomen.” Lachend: “Dat was even schrikken.”

Esk-Esque - Gelukzoekers

Wil je met het stuk iets van bewustzijn meegeven, heeft het een didactisch doel?

William: “Wat we doen is geen feitelijke een-op-een weergave geven, het is een interpretatie. Maar de verhalen zijn wel gecheckt en op feiten gebaseerd. We gaan geen geschiedenisles geven, maar we willen wel vertellen wat mensen aanzette om het geluk te zoeken op een plek die ze niet kenden en waarvan ze niet wisten wat ze te wachten stond. Deze vorm wijkt best af van andere vormen die het museum heeft toegepast. Zo hopen zij ook een ander soort publiek te bereiken en hen mee te geven dat er een koloniaal leger is geweest. Sommige mensen weten zelfs niet dat er een kolonie is geweest. In die zin vervullen wij als muzikanten wel een missie.”

Kun je iets van het verhaal weggeven?

William: “Nou, een spoileralert is niet meteen nodig…"
Menno: “Het zijn wel erg bijzondere verhalen, dus daar wil ik vooraf niet teveel over zeggen. Voor mij waren het ook nieuwe verhalen, ik wist bijvoorbeeld niet dat er in de 19e eeuw koloniën bestonden. Dat ons leger daar was… ik had geen idee!”
William: “Het zijn drie aparte verhalen die zijn verweven door tijd en plaats heen. Er zitten best heftige stukken in die ook beeldend beschreven worden; we leiden de bezoeker van humor tot horror, vastberadenheid en avontuur tot liefde en geluk en vrede met jezelf. Het gegeven dat je eerst vredig naast elkaar leeft maar na een machtswisseling ineens tegenover elkaar staat en op papier vijanden geworden bent… Bizar. ”

Esk-Esque - Gelukzoekers

Is het muzikaal vergelijkbaar met jullie rauwe blues als Esk-Esque?

William: “We zingen nu in het Nederlands, voor ons is dat nieuw. De zangteksten zijn wel van ons zelf. De stijl is niet meteen Esk-Esque maar heel wisselend. Een vriendin dacht dat het Spinvis was..” Met een grijns: “…maar dat krijg je natuurlijk al snel als het Nederlandstalig is.”

Menno vult aan: “Veel dingen zijn wat theatraler, meer kleinkunstachtig en het instrumentarium is een stuk uitgebreider. Een harmonium, de gongs, het fanfaredingetje, de klokkenspellen, stemeffecten…”

Vlak voor het eind van het interview klikt er een vrouwenstem door de intercom: “Goedemorgen! Over vijf minuten wordt de middagmaaltijd in de eetzaal geserveerd.” Terwijl de oud-militairen zich naar de lunch begeven, ronden wij ons gesprek in de Indische zaal af.

Heb je door dit project ook dingen ontdekt die zo goed zijn bevallen dat ze je muzikaal gezien op een nieuw spoor hebben gebracht?

Menno: “De samenwerking met Martijn als verteller/schrijver in combinatie met muziek is wel iets dat heel goed bevalt en waar we wel verder mee willen. Tijdens Hoogte80, het festival op Geitenkamp, zijn we daarmee begonnen en dit is weer een nieuw hoofdstuk.”

William: “We hebben al een paar jaar af en aan samengewerkt met Martijn als De Goden van KAN (Knooppunt Arnhem Nijmegen). Ook tijdens de releaseparty van onze ep eerder dit jaar in Luxor heeft Martijn een voordracht gehouden. We gaan er zeker mee verder als ‘Esk-Esque en Martijn’ of onder een nieuwe naam. Wie weet, de Gelukzoekers…”

Drie voorstellingen

(max 40 personen) van elk 30 minuten:
19.30-20.00 uur
20.30-21.00 uur
21.30-22.00 uur

Meld je aan via loket.bronbeek@mindef.nl
Locatie: Café Batavia in Museum Bronbeek, Velperweg 147
Toegang: Museumentreebewijs (6 euro) of museumjaarkaart (gratis)
> Facebook evenement

Esk-Esque - Gelukzoekers

Tags

nu op 3voor12