Marcus Azzini en Judith van den Berg over They Are Just Kids Marcus Azzini en Judith van den Berg over They Are Just Kids

, Max Urai

Marcus Azzini en Judith van den Berg over They Are Just Kids

Max Urai ,

They Are Just Kids is dit weekend voor het laatst te zien in Huis Oostpool. Het is een theatervoorstelling als "een sprookje van een rockbitch, en een kunstenaar, fotograaf, nicht, die elkaar ontmoeten, en hard gaan leven." Marcus Azzini is enorm enthousiast en op de dag voor de première van zijn nieuwe stuk They Are Just Kids is hij niet tegen te houden. Er is zelfs een onderbreking nodig om ook aan Judith van den Berg te vragen hoe het was, om Patti Smith te spelen in hun voorstelling over Patti Smith en Robert Mapplethorpe.

Hoe is het project ontstaan?
Marcus: “Ik heb het boek Just Kids van een vriend gekregen. Ik kende het werk van Robert Maplethorphe. Als je in aanraking komt met een van hen, dan hoor je vrij snel dat ze soort van één zijn geweest. Hun werk en hun levens zijn zo verbonden met elkaar. Via zijn werk ben ik achter het hare gekomen en Patti is natuurlijk een rock-icoon geweest. Ik ben van ‘71, dus ik heb in mijn jeugd ook wel ergens een album van Patti zien liggen. Maar heel vaag.
Aan het begin van het hele stuk lag mijn focus ook meer op Robert dan op haar. Ik vond hem meer de echte kunstenaar. Hij heeft zelf nooit iets opgeschreven en was ook niet zo’n prater. Patti kletste maar door, die wilde overal komen om interviews te geven. Er is ook heel weinig materiaal waarin hij echt iets zegt, terwijl Patti RATATATAT.

Kende jij Patti Smith al, voor je aan de voorstelling begon?
Judith: Ja, maar niet heel bewust. Mijn oom is wel een behoorlijke Patti Smith-fan. Pas toen ik het boek ging lezen kwam ik er achter wie zij nou eigenlijk was. Maar ik ben eigenlijk heel erg blij dat ik haar niet kende. Als we dit waren gaan doen terwijl ik haar helemaal geweldig had gevonden, had ik dat waarschijnlijk een enorme opgave gevonden. Ik durfde nu te rommelen aan het personage. Ze was niet heilig voor mij en dat maakte het wel prettig.

Wat was je indruk van haar toen je het boek las?
M: Ze is bloody serious. Ze is zooo ernstig. Alles wat ze zegt en wat ze doet heeft dezelfde kracht. Dat is ook leuk aan haar. Zeker om haar nu zo te creëren op het toneel – iemand die op haar lijkt, iemand die op haar geïnspireerd is. Om die elementen te gebruiken.

Gebaseerd op, of geïnspireerd op?
M: We vertellen onze interpretatie van het verhaal. Niet het verhaal zelf. We wilden een voorstelling maken over hun werk en hun leven, maar ook over mensen die in die tijd naar alternatieven hebben gezocht om te leven. We gebruiken het boek als inspiratie, maar ook een boek over Robert, een boek over Patti, optredens van Patti enz. We hebben van alles op tafel gelegd, voordat Roeland Hofman - die het stuk heeft geschreven – is gaan schrijven. We maken theater, dus het moet ook een theatervoorstelling zijn, een sprookje van een rockbitch, en een kunstenaar, fotograaf, nicht, die elkaar ontmoeten, en hard gaan leven. Dat is de voorstelling.

J: Ik denk dat we veel meer zijn ingegaan op wat er tussen hen was. In het boek is ze een beetje voorbij gegaan aan het feit dat hij haar uiteindelijk verlaten heeft.

Zij had zelf ook wel relaties in de tijd dat ze met hem was.
M: Maar ze was altijd wel heel ontevreden over het feit dat ze met iemand anders aan het neuken was.

J: Er komt wel uit dat ze eigenlijk liever bij hem was. Dat merk je ook in de voorstelling: ze blijft maar bij hem, ook als je merkt dat hij eigenlijk iets heel anders wil.

Denk je dat dat meer is dan alleen verliefdheid?
J: Ja, ik geloof dat ze een soort soulmates waren. Ik denk dat hij dat ook wel zo heeft ervaren.

M: Ik denk dat het een verwarrende fase voor hen allebei was. Je komt iemand tegen en je voelt de verwantschap. Je voelt dat je bij iemand wil blijven. We zijn heel erg geconditioneerd, van“Oh! Ik vind je leuk! Zullen we eens neuken en een relatie hebben?!” Maar dat hoeft niet altijd, dat was voor hen heel verwarrend. Ze waren twee kinderen, die iets aan het proberen waren.

Naast Judith spelen Ludwig Bindervoet en Matthijs van de Sande Bakhuyzen mee.
M: Matthijs speelt ongeveer twintig personages. Hij speelt de moeder van Robert, de vader van Robert. Hij speelt een oude man. Hij speelt de moeder van Patti, Burroughs, Dali, Allen Ginsberg, Sam. Hij speelt ook een camera. Een fotocamera. Er zitten zo veel figuren in de voorstelling. Iedereen komt langs. Ludvig speelt bijna alleen maar Robert, Judith en Matthijs spelen Patti -

Allebei?
M: Ze spelen samen Patti, met Robert. We hebben een vorm gecreëerd dat Patti een jongen én een meisje is. Daardoor heeft ze al vanaf het begin de dualiteit die Robert zo interessant aan haar vindt, denk ik. Dat hij uiteindelijk een man moet kiezen in plaats van een vrouw...om écht te bevatten wat ik nu zeg moet je de voorstelling kijken.

Op een bepaald moment in Just Kids noemen mensen haar androgyn.
M: Ze is ook een ventje. Ze heeft een heel mannelijke kracht in zich. Ik heb haar ook mogen ontmoeten – ik ben naar een signeersessie in Amsterdam geweest om even een handje te schudden en te vertellen dat we een voorstelling over haar gingen maken. Dat vond ze niet leuk. Ze viel me meteen aan. Je mocht maar één ding gesigneerd krijgen en ik had toevallig een boek en een cd-hoes. Ze trok de cd-hoes uit mijn hand, zodat ik maar ietsje langer kon blijven. Nee, ze was not amused.

Wat verbaasde je het meeste aan haar?
J: Ik vind het heel tragisch dat ze zo krachtig overkomt. Ze maakt een soort belofte met zichzelf, maar door zich te verliezen in iemand wijkt ze af van haar eigen pad. Dat had ze misschien niet gedaan als ze sterker was geweest. Aan de andere kant vind ik het ook heel logisch en begrijpelijk, dat je je daarin verliest en dingen opgeeft als je heel erg van iemand houdt. Ik ben wel blij dat ze uiteindelijk haar eigen pad daarin heeft gevonden.

Denk je dat zij nog in deze tijd past?
J: De periode waarin zij leefde was zoveel romantischer. We hadden het er laatst ook al over dat zij arm was. Ze heeft echt van niks iets opgebouwd.

M: Zij zijn uit huis gegaan en ze hadden echt honger. Ze sliepen op jassen in kerkhoven en parken. Ze wilde iets anders ontdekken. Wij gaan tegenwoordig naar Amsterdam en betalen vijfhonderd per maand voor een kamertje. Ze was ook heel naïef, maar ze geloofde erin.

J: Ik las het ook, en ik dacht: “Jezus, als meisje alleen! Je kunt verkracht worden...er kan van alles gebeuren!”

Ze schrijft ook heel coulant: oh, dat was geen probleem.
J: Ik las laatst ook dat ze boos was over hoe New York nu was. “Ik mis ook gewoon het gevaar! Vroeger was New York echt gevaarlijk.” Ze hield er van.

M: Ze haat het feit dat New York helemaal is overgenomen door Starbucks. Dat je gewoon niet een fatsoenlijke koffie ergens kan drinken, dat er alleen maar Starbucks is. Alles wordt opgeruimd en in nieuwe systemen gezet. Daar worden we op een bepaald moment helemaal gek van. Wedden dat Berlijn over twintig jaar het New York van nu is? Dat er overal Starbucks zijn. De straten schoon en nergens meer graffiti? Over twintig jaar is de Berghain ook alleen maar mooie appartementen, waar je langs kan lopen en zeggen: “Oh, hier heb ik nog gefeest, weet-je-nog!”

Wat kunnen we van hen leren?
M: Ik geloof dat het verhaal van die twee mensen inspirerend kan zijn. Zodat we nu gaan leven, nu gaan doen, dat je niet in slaap moet vallen, dat je niet te lang moet twijfelen, want voor je het weet ben je dood. Dat is de reden om de voorstelling te maken, en die nu te spelen.

nu op 3voor12