Roosje Leeft! in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis Roosje Leeft! in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Documentaire over veertig jaar Doornroosje

, Harold Broedelet

Roosje Leeft! in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

Documentaire over veertig jaar Doornroosje

Harold Broedelet ,

Afgelopen zaterdag werd in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis onder een matige belangstelling de documentaire 'Roosje Leeft!' vertoond. Deze productie van Dziga (het platform voor filmmakers en videokunstenaars) werd in 2010 in opdracht van Doornroosje vervaardigd ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de roemruchte Nijmeegse muziektempel. Regisseur Martin Meulmeester en producente Ellen Kocken hadden het bij de productie niet gemakkelijk. Veel historisch materiaal is in de loop der tijd verdwenen of verloren gegaan, maar wat ze wel konden achterhalen bleek voldoende te zijn voor een interessante docu van 52 minuten.

Ooit begon het in een boerderij aan de St. Jacobslaan. Daar was een ontmoetingsplaats voor vrije geesten, maar zij waren het establishment beu en het bleek ook al snel te klein. Ze verhuisden naar een pand aan de 2e Walstraat, dat ironisch genoeg vóór die tijd dienst deed als politiebureau! Maar ook die locatie bleek al snel te krap om ruimte te bieden aan de subcultuur die ontstond, waarbij de eigen stijl en eigen omgangsvormen kenmerkend waren. Protestmarsen waren het gevolg, met als resultaat de verhuizing naar het huidige pand aan de Groenewoudseweg. De Nijmeegse gemeenteraad gaf toestemming om in de vroegere St. Anthoniusschool het Kreatief Aktiviteiten Sentrum te vestigen.

Maar wat is nu het typische Roosjegevoel? Eefje van den Heuvel, bezoekster en vrijwilligster van het eerste uur, vat het na het zien van de docu samen: "Toentertijd ging ik met een vriendin naar Doornroosje omdat we ons daar vrij voelden. Niemand die vond dat je iets raars deed. Veel mensen die daar toen kwamen, gebruikten drugs. Wij helemaal niet, maar we werden wel geaccepteerd." Yvonne Ubben ging ook met een vriendin vaak naar Roosje. "Ik denk met plezier terug aan die tijd. We zaten buiten op de trap als twee hippies een joint te roken. Er was ook theater, muziek en schilderen. Van alles was daar mogelijk om je prettig te voelen."

Jan Boeijen (projectleider van 1974-1978) herinnert zich in de docu het feest ter gelegenheid van het zevenjarig bestaan op 7 juli 1977. "Iedereen was prachtig in het wit gekleed. Doornroosje lag op een hemelbed en werd wakker gekust door de prins, op het witte paard uiteraard. Daarna trok de stoet, voorafgegaan door de wijkagent met zijn fiets, naar het Valkhof voor een picknick. En passant werd de toen nieuwe brug vanaf het Kelfkensbos naar het Valkhof officieus geopend. Het was een mooie dag."

Roosje was een open jongerencentrum, wat inhield dat het ruimte bood aan allerlei stromingen, zoals de punkbeweging die eind jaren 70/begin jaren 80 opkwam. De punkers zaten beneden, terwijl de hippies het theehuis op de eerste verdieping bevolkten. Dat leidde tot spanningen. Menig robbertje werd in het trappenhuis uitgevochten. Het was de periode van 'the lost generation'. Nederland zat in een recessie (...) met de punkbeweging als uitvloeisel daarvan. Tegelijkertijd betekende dat ook het einde van het 'oude' Roosje. Vaak bleek al halverwege het jaar dat er teveel was uitgegeven, waardoor er pas op de plaats moest worden gemaakt. "Een dubbeltje mag je pas uitgeven als je zeker weet dat je er een kwartje voor terugkrijgt", zegt Henk van der Zand (directeur van 1978-1988) in de film. Het oude gebouw was toe aan uitbreiding (bijvoorbeeld voor het fitnessgedeelte), maar veel geld was er niet. Door een project te starten voor werklozen en jongeren kon de verbouwing beginnen. Maar de renovatie pakte al gauw groter uit dan gedacht. "Die verbouwing was hard nodig", aldus Narda Eerdmans (opvolgster van Van der Zand, tot en met 2001).

De docu laat zien hoe Roosje zich ontwikkelde van een jongerencentrum tot het poppodium van nu. Eerdmans vertelt dat Doornroosje zich steeds meer richtte op nieuwe stromingen binnen de popcultuur, zoals rap en hiphop. Theater werd afgestoten omdat het ook elders werd aangeboden. Langzamerhand vielen ook de andere activiteiten af, omdat er geen subsidie meer voor werd gegeven. Ook werd de eerste aanzet gegeven tot professionalisering. De vele vrijwilligers werden via zogenaamde banenpools en Melkert-banen bij Roosje tewerkgesteld (met salaris) en in de sleutelfuncties (bijvoorbeeld de programmeurs) kwamen betaalde krachten. Maar ook in de programmering kwam verandering. De opkomst van house zorgde voor een ander publiek. Zo ontstaat het trendsettende Planet Rose, het dance-event voor technoliefhebbers.

De film toont ook de ontwikkeling naar het nieuwe Doornroosje aan het Stationsplein. Het nieuwe Roosje bevat een grote en een kleine zaal (voor respectievelijk 1.100 en 400 bezoekers). Voor zowel de grote als de kleine acts is het huidige poppodium al lang te klein. Voor vele bezoekers en medewerkers is het de hamvraag hoe de oude sfeer behouden blijft. "Het is belangrijk om samen met vrijwilligers iets tot stand te brengen", vindt Ubben. Dat biedt perspectief voor de toekomst!

nu op 3voor12