De Nijmeegse ultrabeweging: opkomst en internationale doorbraak De Nijmeegse ultrabeweging: opkomst en internationale doorbraak

Mekanik Kommando: "Er was veel positieve doe-energie"

, Erik Nijsten

De Nijmeegse ultrabeweging: opkomst en internationale doorbraak

Mekanik Kommando: "Er was veel positieve doe-energie"

Erik Nijsten ,

Op 8 maart vindt de aftrap van de landelijke ultravierdaagse plaats in Extrapool en De Onderbroek. Ultra was een beweging van Nederlandse bands die experimenteerden met postpunk en no wave en een aan de punk ontleende 'do it yourself (DIY)'-mentaliteit. De beweging beleefde tussen 1978 en 1983 haar hoogtepunt en was vooral actief in de steden Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Nijmegen. Samen met een aantal betrokkenen van toen en nu blikt 3voor12 gelderland terug op de ultrabeweging in Nijmegen. Vandaag deel 1: van de opkomst tot de internationale doorbraak.

Grauwheid en positieve doe-energie
Nijmegen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Er was een economische crisis en hoge werkloosheid. De koude oorlog hing in de lucht. De krakersbeweging kwam op. Het toekomstbeeld was somber. Ties van der Linden woonde in de tijd in Nijmegen en speelde in de ultraband Vice. “De sfeer in Nijmegen was behoorlijk No Future. Ik heb een tijd politicologie gestudeerd, maar er werd gezegd: 'Er is geen werk. Jij krijgt geen werk.'”

Ook Peter van Vliet van de ultraband Mekanik Kommando weet nog goed hoe de sfeer toen was. “Er was economische crisis en werkloosheid, dat bracht ook een zekere grauwheid in de stad. Er was veel maatschappelijke roering en politiek engagement. De koude oorlog met haar bewapeningswedloop, ook het kraken waar toen een zeker maatschappelijk draagvlak voor was. De sfeer in Nijmegen werd grimmig tijdens de Piersonprotesten. Er lag een brede kloof tussen de gevestigde orde en de bevolking. Tanks in de straten. Mekanik Kommando speelde ter afleiding in een koude februarinacht bij tien graden vorst voor de honderden mensen die de Piersonstraat bezet hielden ter voorkoming van een ontruiming.”

Zowel Peter als Ties voelden naast deze negatieve sfeer echter ook iets geheel anders. Peter vertelt: “Er was veel positieve doe-energie. Er waren veel initiatieven, uitingen en verbindingen. Verspreid over Nijmegen waren er allerlei vrijplaatsen waar mensen bouwden aan de realisatie van een idee: een drukkerij, een radiostation, een boekingsbureau, een atelier, een oefenruimte, een kringloopwinkel, een vegetarisch eethuis, een garage.”

Ties beaamt dit: “Ik kan mij nog herinneren dat ik op een zomerse dag iemand zag die een ideale baan had gevonden. Althans, ideaal volgens het linkse jargon. Ik zag hem achter een raam achter een typemachine zitten. Stapels papier naast hem. Dat was voor mij zo ontluisterend. Zou dat mijn toekomst worden? En dat was dan het hoogst haalbare! Dat wilde ik niet. Het was vervolgens heel gebruikelijk dat je je eigen leven ter hand nam. Je moest je eigen omgeving scheppen, je eigen toekomst creëren. Zelf dingen gaan uitvinden. Het DIY was wezenlijk in die dagen. Hierdoor stond je midden in de maatschappij. Ook door muziek te maken verzon je je eigen uiting.”

De ultrabeweging
In deze sfeer die in heel Nederland gemeengoed was, werden er in verschillende steden bands opgericht. Veel van deze bands experimenteerden met postpunk en no wave. Ze bouwden zelf  instrumenten en experimenteerden met vals gestemde instrumenten. Ook de eerste ritmeboxen deden hun intrede. Gecombineerd met de DIY-filosofie van de punkrock ontstond hierdoor een nieuwe muziekstroming, genaamd ultra.

Volgens Harold Schellinx, auteur van het zojuist verschenen boek Ultra, is ultra een muziekstijl waarin muzikanten en kunstenaars wereldwijd de ongekunsteldheid, energie en DIY-filosofie van de punk combineerden met ideeën, methoden en technieken veelal ontleend aan avant-gardekunst, jazz, elektronische en modern klassieke muziek.”

Onder de naam ultra, afkomstig van Ultramodernen, werden tussen september 1980 en maart 1981 in de jongerensociëteit Oktopus in Amsterdam een aantal concerten georganiseerd. Deze ultra-avonden werden georganiseerd door Wally van Middendorp, zanger van de band Minny Pops en het Plurex platenlabel, Rob Scholte van de band The Young Lions en Harold Schellinx. Laatstgenoemde was, buiten bandlid van The Young Lions, ook redacteur van tijdschrift Vinyl. Dit blad was de spreekbuis van de ultrabeweging en bracht de muziek onder de aandacht via de gratis flexidisk die je bij het blad kreeg.

De Nijmeegse ultra scene
Hoewel Amsterdam een belangrijk middelpunt van de ultrabeweging was, waren in verschillende steden in Nederland muzikanten en kunstenaars actief. In de eerste editie van Vinyl, februari 1980, stond al een artikel over de Nijmeegse band Mekanik Kommando. Hun muziek werd als eerste single bij het blad geleverd. Buiten Mekanik Kommando waren Bazooka, Vice en Das Wesen de andere vaandeldragers van de ultravlag in de Waalstad.

“In Amsterdam deden ze echt hun eigen ding. Volgens mij was er ten opzichte van Nijmegen een duidelijk verschil in beleving,” vertelt Ties. “In Nijmegen was een aantal bandjes actief en wij konden het goed met elkaar vinden. In Amsterdam leek het alsof de ultrabeweging zich meer afzette tegen iets. In Nijmegen was dat gevoel een stuk minder. In Nijmegen ging het veel meer om iets zelfs te maken. Je had in Nijmegen een jazz- en Lindenbergwereld. Door mensen vanuit die wereld  werden we met scheven ogen bekeken. Wij waren immers diegene die niet konden spelen. Wij hadden echter succes en konden veel en overal optreden. Vanuit de Lindenberg waren er ook allerlei bandjes. Zij konden technisch gezien goed spelen, maar waren minder succesvol. Niet dat de sfeer vervelend werd. Toch had ik wel het idee dat wij ergens deel van uitmaakten. Al was de connectie met bijvoorbeeld Eindhoven veel hechter.”

Peter heeft die tijd niet echt als een hechte scene ervaren. “We kenden elkaar van gezicht of persoonlijk. Er was wel een zekere beweging, maar dat was de overeenkomst in gedrevenheid en passie. We voelden wel verwantschap met Puber Kristus, Bazooka, Vice, Radio Rataplan, Doornroosje. Maar was dat ultra?”

De ultra-avonden
Zoals gezegd ontleent ultra haar naam aan de concertavonden in Oktopus in Amsterdam. Mekanik Kommando trad in oktober 1980 op tijdens een van de ultra-avonden. “Het optreden in Oktopus was voor ons een bijzondere ervaring,” herinnert Peter zich nu. “We ontdekten dat daar dezelfde muziektaal gesproken werd die wij ook spraken. Krrrrrrkkrr Factory Pop... Boem tsjak-ka-boem boem-tsjak. In mijn herinnering was er een broeierige sfeer met vriendelijke mensen en vreemde muziek, maar die maakten wij zelf ook. Er hing een sfeer waaraan je voelde dat er echt iets gebeurde. Voor mij betekende ultra de ontdekking dat muziek geluid is en geluid muziek.”

Ook Ties heeft ooit op een van de ultra-avonden opgetreden. “Volgens mij niet met Vice maar met mijn vorige band Utang. Volgens mij vielen wij in voor Bazooka. Voor ons waren die optredens daar niet zo heel belangrijk. Wij hebben ook in het voorprogramma van Roxy Music in Ahoy gespeeld. Uiteraard twee totaal andere ervaringen. Bij het ene werd je uitgefloten en bij het andere werd er geklapt. De ene avond stond je in Vredenburg en de avond erna ergens in een kelder.”

Een vaste ultra-avond zoals die in Okotopus in Amsterdam werd georganiseerd, was er in Nijmegen niet. Peter: “Doornroosje was toentertijd een erg avontuurlijk poppodium. In de vorm van een festival of als voorprogramma werden er mogelijkheden geboden voor lokale bands om op te treden.”

Internationale successen
Een aantal bands van de ultrabeweging brak ook in het buitenland door. Minny Pops speelde in Engeland, tekende een platencontract bij Factory Recods en deed een aantal voorprogramma's van Joy Division in onder andere Eindhoven. Ook Mekanik Kommando timmerde gestaag aan de internationale weg. Nadat een lp en een 12'' waren verschenen op Torso Records, kreeg de band een contract aangeboden bij Wereld Record, een sublabel van EMI. Ultra leek Nederland te overstijgen...


 

nu op 3voor12