Summer Cannibals stelt Asteriks teleur

Female fronted rock doet niet wat het belooft

Tekst: Helen Wittebol | Foto's: Ymkje Veenstra ,

In de woonplaats Portland is de Amerikaanse band Summer Cannibals ondertussen al een groot begrip. Onder het label Kill Rock Stars bracht het viertal een knallende plaat uit in de hoop om aan de thuisstad te ontsnappen. De plaat brengt een geweldige lading energie en heerlijke garagerock met zich mee. Helaas moeten we het met de plaat blijven doen, want live valt het tegen. Summer Cannibals heeft nog wat werk te doen.

We beginnen de avond met Piquet. De in glitter gehulde frontvrouw draagt de naam Lien Moris en is duidelijk de ster van de band. Het viertal uit haar talent door middel van experimentele pop met transoceanische vocalen. Moris wil gezien worden en geniet overduidelijk van de voornamelijk mannelijke aandacht die ze krijgt. Met de kleine twintig  man die zich bij aanvang in de zaal bevindt, komt haar excentrieke persoonlijkheid helaas niet goed tot haar recht. Gelukkig stroomt de zaal langzaam vol en het enthousiasme van de roodharige zangeres slaat over op de kleine menigte.


De Vlaamse band houdt ervan om meerdere genres te mixen; van Oosterse psychedelica tot invloeden uit de punkrock scene. Met een sterke afwisseling op de setlist weet het viertal de aandacht van het publiek vast te houden. De loepzuivere kreten tijdens de vurige nummers brengen het mooi in contrast met de ietwat rustigere vocalen. Er is geen foutje te bekennen en het samenspel tussen de drie mannen verloopt soepel en zonder nodige communicatie onderling. De korte nummers en de sterke riffjes zijn ergens te vergelijken met de Britse band The Japanese House. Door de overheersende instrumenten, waarin af en toe de stem van Moris verloren lijkt te gaan, zijn desondanks magisch. Met een knallende drumsolo en een onschuldige zwaai maakt ze plaats voor de volgende band.


Na Piquet is het de beurt aan de Amerikaanse Summer Cannibals. De uit Portland gerezen band belooft stevige drums, vieze gitaren en een gloednieuw album, want de laatste EP Full of It is nog maar net een paar maanden uit. Dit is dé Amerikaanse band waar menig rockliefhebber al weken naar uitkijkt. Onder leiding van zangeres en gitariste Jessica Boudreaux, doet de band al snel denken aan Sleater Kinney en Gossip. De nummers zitten goed in elkaar en er zit voldoende power in. De band wil, net als haar voorganger, gezien worden. Boudreaux steelt samen met bassiste Jenny Logan de show door in compleet in het zwart gekleedt over het podium te paraderen.


Toch lijken de bewegingen van de twee dames ingestudeerd. Het komt niet spontaan over, en dat is zonde, want ongetalenteerd zijn ze zeker niet. Het enthousiasme komt niet over en het af en toe zelfs valse samenzang zorgt ervoor dat het publiek zich liever bezighoudt met het voeren van gesprekken of het spelen met hun telefoon. Ook de setlist zorgt voor weinig variatie. Het optreden was verrassend snel afgelopen en dan vraag je je af... Vonden ze het zelf eigenlijk wel leuk?