#WTTV15: Welcome to The Village zaterDAGblog #WTTV15: Welcome to The Village zaterDAGblog

Met: The Skints, YAWNS, Lonely Kamel, Paulusma, The Nomadic Orchestra, God Damn, Ben Miller Band en La Banda Fantastica

, Tekst: Sannette de Groes, Sjoerd Nota, Marije Heida, Wouter Hoogland | Foto's: Rick Slagter, Bouke Stienstra, Femme von Steel

#WTTV15: Welcome to The Village zaterDAGblog

Met: The Skints, YAWNS, Lonely Kamel, Paulusma, The Nomadic Orchestra, God Damn, Ben Miller Band en La Banda Fantastica

Tekst: Sannette de Groes, Sjoerd Nota, Marije Heida, Wouter Hoogland | Foto's: Rick Slagter, Bouke Stienstra, Femme von Steel ,

Het Welcome to The Village-weekend staat van vrijdagmiddag tot zondagavond volgeboekt met ruim 85 locale, nationale en internationale acts. Om aan zoveel mogelijk aandacht te geven aan hetgeen zich afspeelt, houden we elke dag van het festival een blog bij. Kijk regelmatig in het dossier om op de hoogte te blijven van de beste, leukste en wildste optredens.

The Skints helaas niet in staat om publiek te doen ontwaken
The Skints staat als eerste op het programma om ons wakker te maken op dag twee. Maar is de dub/reggae van The Skints echt geschikt om Welcome to The Village wakker te schudden? De laidback vibe van de Londenaren brengt je eerder in een roes dan dat het energie geeft. Dat wil niet zeggen dat de band onder de maat presteert: de gitarist is met zijn heerlijk stadse chav-accent een prima publieksmenner, de harmonieën van de drummer zijn perfect, en de extra percussie van de zangeres/toetseniste zijn een fijne toevoeging. Desalniettemin blijft het gewoon dub, wat er toch toe leidt dat er weinig echte pieken in de set zitten. Met een cover van Katy B’s Katy on a Mission en snelle single Rat-at-at brengen The Skints even wat pit in de set, maar kunnen niet voorkomen dat het optreden vooral heel veel van hetzelfde is. (WH)


Wakker worden met YAWNS en belanden in een spacetrip
De jonge Belgen van YAWNS moeten even slikken aangaande het tijdstip van spelen vandaag. "Bent u allemaal net wakker?", vraagt zanger Jeroen Ernest Geboers met de galm op zijn microfoon. "Wij moesten al zeer vroeg op, in ieder geval." De bandnaam had wat dat betreft niet toepasselijker kunnen zijn voor dit moment op de dag na reeds één festivaldag te hebben doorgemaakt. Naast en achter het podium zitten en liggen een grote groep ontwakers de fuzzy klanken te absorberen. De mensen die in de tent staan worden vriendelijk gewenkt door de zanger om wat vulling te krijgen voor het podium. Het lijkt hem wat zelfvertrouwen te geven als de meesten gehoor geven aan het verzoek. Naarmate de set vordert, krijgen de nummers meer grip. Lange spacy intro’s met veel synths krijgen - aangevuld met overwegend lekkere basloopjes - vorm en inhoud. De galmende zang van Geboers is op het randje van verstaanbaarheid, maar precies goed om de spanning erin te houden. Het was vroeg opstaan, maar lekker wakker worden met deze jonge mannen. (MH)


Lonely Kamel: Mooie karakters en strakke heavy blues

Grootegast is the place to be dit weekend voor het wat ruigere gitaarwerk. Op de zonnige zaterdagmiddag wachten vier Noorse mannen op het podium ons op in de tent, om een dosis heavy blues los te laten. De heren van Lonely Kamel zijn op zich al een fascinerend clubje bij elkaar. Drummer Espen Nesset is een man met ZZ-top baard die recht uit de Muppetshow lijkt te zijn gestapt en bassist Stian Helle lijkt op het kleine broertje van The Hound uit de hitserie Game Of Thrones. Zanger Thomas Brenna kon zo de verre neef van Dave Grohl zijn qua stemgeluid en oogopslag. Gelukkig zijn de fysieke overeenkomsten met karakters en muzikanten geen belemmering voor een overtuigende sound en live-performance. Vanaf het eerste nummer Freezing van het laatste album Shit City tot het laatste nummer Space Rider van het eerste titelloze album, rammen de heren een overtuigende set door de strot. De basis van de nummers is harde bluesrock, met her en der vleugen stoner en hardrock. De set bouwt zich op tot een climax als bij het nummer Shit City het tempo en volume een paar versnellingen hoger gaat. Ongeduldige en naar lijfelijk contact smachtende koppies kijken elkaar aan. Twee John Coffey’s, een AC/DCer en een Villager starten een bescheiden, doch enthousiaste moshpit. Mooi voor het gevoel en de ontlading. (MH) 


Derde keer is scheepsrecht voor Paulusma
Voor de derde keer op rij staat Jelle Paulusma op Welcome to The Village. De eerste keer was dit in het kader van een tribute aan de friese band The Serenes en vorig jaar stond Paulsma weer met Anne Soldaat op het podium tijdens een reünieconcert met de legendarische indieband Daryll-Ann. Dit jaar staat Paulusma op de zaterdag opnieuw geprogrammeerd. Nu met vrijwel geheel eigen repertoire, grotendeels bestaande uit oerdegelijk rock van het vorig jaar verschenen en alom bejubelde album Pulling Weeds. Wellicht weinig verassend, maar met muzikaal vakmanschap dompelt  Paulusma het publiek op Ravenswoud onder in zijn donkere melancholische stemgeluid, fraai gelaagde gitaarmuren en psychedelische soundscapes. Hoogtepunt van de set is het sitar-gedreven Daryll-Ann nummer Everything Must Go. Paulusma lost na een te korte set op een podium wat wellicht een maatje te klein is voor deze grootse Nederlandse band, de verwachtingen ruimschoots in. (SN)

 

The Nomadic Orchestra
extreem dansbaar

Zodra de band begint te toeteren stroomt de tent direct vol met dansende mensen. En dat is dan ook meteen het sleutelwoord voor The Nomadic Orchestra: extreem dansbaar. Gewapend met een saxofoon, een trompet en een tuba brengt de act heerlijk vrolijke muziek voort. Echt in een genre te proppen is de muziek niet, maar er zijn invloeden van gypsy, jazz, polka, zo nu en dan zelfs een beetje desert rock en Bosonova. De combinatie hiervan zorgt voor ontzettend vrolijke muziek. De jongens uit Kaapstad staan zelf wel wat ingetogen op het podium. De nummers hebben allemaal een soortgelijke opbouw, en werken naar een hoogtepunt van blaasinstrumenten. Tijdens het nummer Shake staat het publiek buiten de tent zelfs mee te dansen in het zonnetje. Later in de set verrast de band het publiek zowaar met een hiphop nummer. Ze spelen iets langer door dan gepland, maar niemand die dat erg lijkt te vinden. (SdG)
 


God Damn
in strijd met decibelpolitie

We bevinden ons in een natuurgebied, een kleine anderhalve kilometer links en rechts van het festivalterrein doemen woongebieden op. En dan word je als festival geacht je te houden aan een grens aan decibellen. Dus, dan gaat er een meneer of mevrouw bij een podium staan - in dit geval Ravenswoud - met een decibelmeter. Rond een uur of vijf in de middag plugt een klein Engels sprekend mannetje met rommelig haar zijn gitaar in, met achter zich een noemenswaardige opstelling aan speakers en versterkers (voor één gitaar, althans). Daar tegenover wordt een drumstel geplaatst waar een ander mannetje met tuinbroek - en nog rommeliger haar - zich nestelt. Dan breekt de hel los. God Damn heeft afgelopen vijf jaar er keihard aan gewerkt om te komen waar ze nu zijn met hun harder dan hard live-reputatie. In 2013 raken zanger/gitarist Thom Edward en drummer Ash Weaver hun derde bandlid kwijt. Hij raakt dusdanig gewond na een auto-ongeluk dat hij geen instrumenten meer kan bedienen. Ze weigeren uit respect naar hun vriend een vervanger te zoeken en hebben gezocht naar een manier om als duo net zoveel alt-rock noise herrie te maken als een trio. Welnu, een selecte groep Welcome to The Village bezoekers is getuige van het fenomeen God Damn. Bij aanvang van de set springt Edward het podium af om het publiek bij elkaar te vegen richting het podium. Vervolgens gaan er nog 6 versnellingen bij en gaat de volumeknop nog wat hoger. Halverwege krijgen ze tussen twee nummers door een waarshuwing. Het is te hard. Te veel decibellen verstoren de rust en dreigt het gevaar van een gemeente-ambtenaar die in zijn weekend-rust wordt gestoord en boetes gaat uitschrijven. Licht geirriteerd kondigt Edward aan dat het volgende nummer akoestisch zal zijn, waarna het lijkt alsof het volume nog harder gaat van de gitaar. De zang/galm van Edward lijdt eronder, want die is nauwelijks nog verstaanbaar en onderscheidend. Het mag de vibe en pret niet drukken, want ze spelen en schreeuwen als bezetenen. Wéér een waarschuwing. Het hoofd van de gitarist staat nu op onweer. Nogmaals zegt hij dat het een akoestisch nummer wordt, maar je raadt het al: niks is minder waar. Alle registers gaan nogmaals open, Edwards lijkt woest en het publiek smult ervan. (MH)


Ben Miller Band indrukwekkend in Grootegast
Voordat de band begint staat Grootegast al behoorlijk vol, mensen lijken echt speciaal voor deze bebaarde Amerikaanse mannen te komen. Bij opkomst klinkt er dan ook gelijk al een groot applaus. Zanger Ben Miller geeft aan dat de set vandaag zal bestaan uit liedjes van het nieuwe album. Het eerste nummer begint al lekker, en direct valt het speciale basinstrument van bassist Scott Leeper op, waar hij ook behoorlijk hard op staat te rocken. De mannen maken echte Southern bluesrock, met veel country invloeden. De link naar Seasick Steve is ook snel gelegd. Muzikaal gezien klinkt het allemaal erg gestroomlijnd. Op het podium is ook voldoende vermaak, de heren zijn op zichzelf al een opvallende verschijning, maar in combinatie met de vreemde instrumenten wordt het nog leuker. Wanneer drummer Doug Dicharry zijn shirt uitrekt gaat er een kleine trilling door de zaal en komen zijn kinky tepelringen tevoorschijn. Na een aantal nummers gaat bassist Leeper achter de drums zitten, en pakt Dicharry zijn zelfgemaakte instrument - gemaakt van lepels - waar hij als een malle mee gaat spelen. Het publiek geniet in ieder geval van begin tot eind van een zeer indrukwekkende show. (SdG)
 

La Banda Fantastica
krijgt het publiek niet mee
In de vooravond schijnt er nog lekker een zonnetje op het veld bij Blessum wanneer het tijd is voor La Banda Fantastica om te beginnen. Wanneer ze beginnen wordt direct duidelijk dat het een bijna exacte kopie is van Manu Chao. Vrolijk en upbeat, dan zou het publiek toch direct moeten gaan swingen? Helaas gebeurt dit niet, de mannen proberen er een show van te maken en stralen ook wel uit dat ze genieten, maar het publiek heeft meer aandacht voor elkaar. De tent is niet eens halfvol en mensen lijken in een soort “after dinner dip” te zitten. Niet echt leuk voor de jongens uit Amsterdam die er toch nog het beste van proberen te maken, ondanks een aantal ritme fouten van de gitarist. De enige die echt enthousiast lijkt te zijn is de percussionist en een aantal mensen die toch de dansschoenen hebben aangetrokken. (SdG)
 

Nu op 3voor12