Edward Sharpe and the Magnetic Zero's zetten ondanks ziekte show vol verrassingen neer

Band met een griepje zorgt voor een klein lentebriesje in februari

Tekst: Guido Segers / Fotografie: Anne Voncken ,

De grote zaal van de Effenaar is helemaal uitverkocht voor de band die dankzij een niet nader te noemen warenhuis wereldfaam verwierf. De hippies van indie-folkband Edward Sharpe and the Magnetic Zero’s speelden op dinsdag, ondanks hun slechte conditie, een sterke show die menig hart verwarmd heeft.

Foy Vance

Opwarmer Foy Vance kan niet echt rekenen op de aandacht van het publiek. Men praat op luide toon door, terwijl de Ier zijn muziek ten gehore probeert te brengen. Gewapend met semi-akoestische gitaar, sampler en strijkstok is het een markante verschijning. De puntige snor mag ook zeker niet onvermeld blijven. Vance neemt korte stukjes van zijn eigen spel op, om er vervolgens iets anders overheen te spelen. Met zijn strijkstok tovert hij iele klanken uit zijn instrument. Maar zelfs wanneer het volume omhoog gezet wordt, stijgt het gekrakeel weer boven de zanger uit.
Dat de muziek aan alle kanten piept en kraakt, helpt ook niet echt. De charme van de beste man maakt echter veel goed. Een meezingmomentje dwingt nog even de aandacht af bij de toeschouwers, maar wat dit publiek betreft had Vance net zo goed in de spoortunnel kunnen staan. Na een ode aan Lou Reed verlaat Vance het podium. Niet met het beste gevoel waarschijnlijk. De apparatuur loeit nog even door.

Edward Sharpe and the Magnetic Zero's

Het publiek is er vanavond voor één act en een deel waarschijnlijk ook maar voor één liedje. De band laat wel bijna een uur op zich wachten, maar tot een scanderen van “Wij willen het Ikealied!” komt het gelukkig niet. De onrust is voelbaar in de zaal en de DJ kijkt gespannen rond. Als de band dan eindelijk opkomt, grapt de frontman: “Ah, you guys made it!”
Die nonchalante houding wordt Alex Ebert meteen vergeven, wanneer de band krachtig opent met ‘Man On Fire’. Eberts gebarsten stem heeft een charme die alles goed maakt. De ietwat mokkende bezoekers transformeren al snel tot blije stuiterballen. De band oogt wel wat warrig en lijkt nog even zoekende. Er is ook weinig interactie tussen band en publiek, noch onderling. Dat alle bandleden wat onder de leden hebben, is ondanks het enthousiasme de hele set voelbaar.


Met twee drummers op het podium is er genoeg vermogen om de zaal plat te spelen. De liefde van de band voor muziek is voelbaar in prachtige songs als ‘Life Is Hard’. Zangeres Jade Castrinos oogt en klinkt iets fitter dan frontman Ebert en dat maakt veel goed. Met een dijk van een stem weet ze nog meer gejuich los te krijgen uit de zaal. Alle leden van de band bespelen meerdere instrumenten en krijgen daar ook welverdiend respect voor. Ook de zangpartijen, bijvoorbeeld tijdens het nummer ‘I Don’t Wanna Pray’, worden zeer gewaardeerd. Het publiek mag ook even meezingen en er worden verrassende bijdragen geleverd. Erg leuk is een groep laaiend enthousiaste Bulgaren die vol blijdschap mee zingt

De band heeft zich inmiddels ook herpakt en het plezier straalt van het podium af. Om Ebert even wat ademruimte te geven, neemt percussionist Christopher "Crash" Richard ook wat vocalen voor zijn rekening. Zijn falsetstem is verbluffend en wordt begeleid door een lekker stukje funk in het nummer ‘Crash Motion Animal Summerset House’. Die man kan zingen en dat laat hij horen ook. Verrassingen blijven komen tijdens deze show.

Tegen het eind van de set, wanneer ’40 Day Dream’ gespeeld wordt, is de energie zichtbaar op aan het raken bij de band. Het ziek zijn eist duidelijk zijn tol en na een uur en twintig minuten is de koek op. Natuurlijk wordt het prachtige ‘Home’ alsnog gespeeld. Een kippenvelmoment als afsluiter van een avond vol fijne muziek.