Vans Warped Tour 2013: meer metalcore dan punk Vans Warped Tour 2013: meer metalcore dan punk

Geslaagde editie kent weinig echte uitschieters

, Tekst: Roy Verhaegh en Thijs Portz / Fotografie: Lotte Schrander en Patric Muris

Vans Warped Tour 2013: meer metalcore dan punk

Geslaagde editie kent weinig echte uitschieters

Tekst: Roy Verhaegh en Thijs Portz / Fotografie: Lotte Schrander en Patric Muris ,

Dat punk niet dood is, was al langer bekend. Maar voor degenen die dat nog steeds niet geloven, was een korte blik op de enorme rij voor de Vans Warped Tour voor het Klokgebouw genoeg geweest om het tegendeel te bewijzen. Het overwegend jonge publiek heeft de weg naar Eindhoven massaal gevonden en zorgt ervoor dat de Nederlandse editie van het vermaarde festival stijf uitverkocht is. Niet zo gek, naast enkele grote headliners staat er een over drie podia verdeelde keur aan Nederlandse én buitenlandse punk- en hardcorebands op het affiche. En metalcore, heel veel metalcore.

Skinny Lister (Kevin Says Stage, 12:00)

Aan het Britse Skinny Lister de schone taak om het bal te openen op het kleine ‘Kevin Says Stage’. Het vijftal speelt stampende folkrock en laveert ergens tussen bands als Mumford & Sons, The Lumineers en oude Dropkick Murphys. Typische pubmuziek die het best gedijt met veel drank. Grootste troef van de band is zangeres Lorna Thomas die, naast haar aardige zangbijdrage, voor wat levendigheid zorgt op het podium. Ook bassist Michael Camino heeft er op het vroege uur al zin in. Tegen het einde van de set loopt hij met zijn staande bas het publiek in om zich door een vrijgevige fan een biertje te laten voeren.
 
Hoewel de band er hard voor werkt en de nummers vrij aardig zijn, blijft er zo vroeg op de dag niet zo veel te genieten. Daarvoor is het materiaal van Skinny Lister net iets te plat en de repeterende melodeon-deuntjes niet sterk genoeg. Ook het feit dat het podium pal naast de ingang ligt en het Klokgebouw langzaam volstroomt, helpt de band niet echt. (TP)
 

18 Miles (Monster Energy South Stage, 12:00)

Zij die het geluk hebben om rond 12.00 uur al binnen te zijn, worden wakker geschud door de Nederlandse hardcoreband 18 Miles, winnaar van de ‘Ernie Ball Battle’. Deze stoomwals van krachtige gitaarriffs en denderende drums heeft er weinig moeite mee om de eerste circlepit van de dag aan de gang te krijgen. De band speelt strak, het publiek ontvangt ze met open armen, maar toch ontbreekt de werkelijke uitstraling van een show. De zanger springt druk in de rondte, terwijl de overige bandleden wat braafjes op hun plaats staan. De Amerikaanse band Terror blijkt een inspiratie te zijn, zowel muzikaal als in de boodschap: volg je dromen. Al met al een standaard-hardcoreshow met alle nodige ingrediënten, maar niet meer dan dat. (RV)

The Charm The Fury (Monster Energy North Stage, 12:30)

Ondanks het vroege tijdstip, is de zaal al goed gevuld als The Charm The Fury begint. Het meest opmerkelijke aan deze band is natuurlijk de aanwezigheid van frontvrouw Caroline Westendorp, die enerzijds brute grunts en screams kan laten horen, maar deze net zo makkelijk afwisselt met zuivere zang. Gelukkig leunt de metalcore van de band niet alleen daarop, maar staat de rest van de band ook als een huis: de breakdowns en melodieën vullen elkaar goed aan. Onlangs bracht The Charm The Fury het album ‘A Shade Of My Former Self’ uit, dus logischerwijs krijgt het publiek een flinke set nieuwe nummers voor de kiezen. De show zit prima in elkaar en is, vooral door het plezier van de band zelf, een genot om naar te kijken. (RV)

No Turning Back (Kevin Says Stage, 12:55)

Een andere band die wel weet waar Terror de mosterd haalt, is No Turning Back. Deze mannen kunnen echter ook leunen op ruim zestien jaar ervaring en dat straalt er van af. De broekies van 18 Miles, die een uur eerder mochten openen, kunnen hier nog wat van leren. Niet alleen zijn alle ingrediënten — breakdowns, moshpits — van een strakke hardcoreshow aanwezig, No Turning Back speelt ook met dezelfde energie waarmee grote bands als Sick Of It All dat doen. Geen vermoeidheid, geen stijfheid te bespeuren. Maar goed, wat wil je ook als je als band net zo vaak buiten Europa als op het continent bent? Precies, de Kevin Says Stage is te klein voor deze Nederlandse hardcoregigant en wordt met de grond gelijk gemaakt. (RV)
 

We Are The Ocean (Monster Energy South Stage, 13:00)

Alles, maar dan ook alles wat We Are The Ocean doet, lijkt ‘100% Made In The U.S.A.’ Als zanger Liam Cromby na enkele nummers vertelt dat de band toch echt uit Engeland komt, is dat nauwelijks te geloven. Maar goed, Brits dus. En goed ook. Het kwartet schuwt het grote gebaar niet en grossiert in rock-anthems die meer dan eens aan bands als Foo Fighters doen denken. Ook de bewegingen en maniertjes van Cromby zijn erg Dave Grohl-achtig.
 
Wat niet wegneemt dat We Are The Ocean een uitstekende set aflevert. Vol vaart krijgt het Klokgebouw een hitfestijn voor zijn kiezen, daarbij voortdurend bij de les gehouden door de ene na de andere ‘Are You Ready’ en ‘Come On’ van de ontketende Cromby. Dat hij niet altijd zanger van de band is geweest, is moeilijk voor te stellen, want wat een frontman. Het is gelikt en routineus, niet echt punk, maar vol overtuiging gebracht. (TP)
 

John Coffey (Monster Energy North Stage, 13:30)

In een korte tijd heeft John Coffey een flinke naam opgebouwd en dat is niet voor niks. Vandaag doen de Utrechters hun naam wederom eer aan. De muziek die ze maken is moeilijk te plaatsen, maar zodra John Coffey het podium bestijgt, hebben ze geen boodschap aan kaders of grenzen. Muzikaal doet het denken aan een light-variant van Every Time I Die, waarbij misschien de meest precieze benaming punkmetal met screamo is. Zelfs dat dekt de lading niet helemaal, want de band vliegt werkelijk alle kanten op en vooral zanger David Achter De Molen is vaker naast dan op het podium te vinden. Op een bepaald punt hangt hij zelfs ergens halverwege de zaal aan één van de Vans-vlaggen. Grote knallers als ‘Featherless Redheads’ (waarbij de band zelf het kinderkoortje inzingt) en meezinger ‘Romans’ komen voorbij. John Coffey is luid en snel, maar speelt met een glimlach van oor tot oor die met gemak overslaat op de bezoekers tijdens het aanschouwen van deze sterke show. (RV)

Like Torches (Kevin Says Stage, 13:40)

Je mag niet op uiterlijk afgaan, maar bij het zien van het Zweedse Like Torches dringt de ‘dertien in een dozijn’-gedachte zich toch even op. Verzorgde lokjes naar de zijkant, strakke broeken en twee zangers die over elkaar heen buitelen met flauwe grapjes — ‘neukenindekeuken’ — en quasi-emotionele dankbaarheid voor alles. Allemaal niet erg, als de muziek maar goed is.

Helaas is dat bij Like Torches niet het geval. De emo-punk van de heren is totaal inwisselbaar en de twee zangers hebben hetzelfde stemgeluid. Dat is hoog en scherp. Bij vlagen vormt het geschreeuw van de Zweden een ware aanslag op het gehoor en krijg je het gevoel naar een punkversie van Alvin & The Chipmunks te luisteren. Als de band het publiek dan ook nog waarschuwt voor een wat zwaarder — ‘this is a heavy one’ — nummer, is de maat vol. Matig optreden. (TP) 
 

Chiodos (Monster Energy South Stage, 14:00)

Chiodos is een aparte band die emorock mixt met post-hardcore. Wat klinkt als iets ingewikkelds, vertaalt zich vrij duidelijk naar het podium. De band is uitermate energiek en heeft er zin in. Zodanig zelfs dat ze een 'wall of death' weten te creëren tot aan de geluidsman. Zanger Craig Owens is zeer goed bij stem en vooral zijn hoge uithalen zijn fenomenaal te noemen. Enige minpunt is de aanwezigheid van een keyboard, dat niet hoorbaar is. Gelukkig een klein gemis, want de toetsenist maakt het meer dan goed met zijn levendige aanwezigheid op het podium. (RV)

The Maine (Monster Energy North Stage, 14:30)

Het Amerikaanse The Maine is een wat vreemde eend in de bijt. De vijf gesoigneerde heren spelen een Sky Radio-versie van punkrock en vertolken een wat softer geluid. Het tempo ligt beduidend lager dan bij de concurrentie en de band gebruikt naast hoge achtergrondzang ook veel toetsen en tamboerijn. Koren op de molen voor de vele jonge meisjes die, al dan niet getooid in een fonkelnieuw The Maine shirt, hun kelen kapot krijsen na ieder nummer. En nadat zanger en posterboy John O’Callaghan zijn jas uittrekt.

The Maine speelt vriendelijke rock. Vleugje Weezer, beetje Kings Of Leon, maar vooral de geest van Brian Adams waart veelvuldig rond in het geluid van het vijftal. Op een goede manier, welteverstaan. Hoewel The Maine niet echt rockt, zijn de melodieën dik in orde en weet de band de juiste snaar te raken: een mooie zomer vol goede zin en een randje melancholie. En met ijzersterke nummers als ‘Like We Did’ op de setlist, kan het eigenlijk al niet meer fout. (TP)

The Dirty Heads (Kevin Says Stage, 14:30)

De zondagmorgen begon regenachtig in Eindhoven, maar werd gelukkig steeds zonniger naarmate de dag vorderde. Dat moet dan ook gelegen hebben aan The Dirty Heads die het zonnetje in je hoofd spontaan laten schijnen. Ze spelen een half uur in het donkere Klokgebouw, maar laten iedereen vergeten dat de winter op komst is. Muzikaal is het een mix van reggae, hiphop, ska en pop. Goed vergelijkbaar met het Nederlandse Jaya The Cat en anders wel met headliner Sublime With Rome. Het is de ideale feestmuziek om, tussen al het geschreeuw en gitaargeweld door, even tot rust te komen. De bandleden zien eruit alsof ze rechtstreeks uit Jamaica komen en dat is eigenlijk de enige echte aankleding. Het is een relaxte show, zonder toeters en bellen, met lekkere skank-muziek om jezelf even bij in het zweet te werken. (RV) 

Crossfaith (Monster Energy South Stage, 15:00)

Al vanaf het duistere synthesizer-intro van Crossfaith, is duidelijk dat hier iets speciaals gaat gebeuren. Het Japanse equivalent van Enter Shikari speelde al op de Amerikaanse leg van de Warped Tour en mag, met verse plaat ‘Apocalyze’ onder de arm, Eindhoven kennis laten maken met zijn ‘electronicore’. En die is niets minder dan overweldigend. De Japanners spelen zo energiek en moddervet, dat het is alsof er een wervelstorm door het Klokgebouw raast. Tamano Terufumi, die naast alle electronica ook de tweede stem op zich neemt, laat geen centimeter van het grote podium onbenut en tilt met zijn geflipte bijdrage het optreden naar een hoger plan.

Zelfs als hij dat niet zou doen, zou Crossfaith met gemak een van de betere optredens van de dag verzorgen. Het is allemaal zwaar over the top, maar geweldig om naar te kijken. Het helpt dat de band ook echt goed is. Zanger Koie Kenta is een uitstekende zanger die het publiek weet te vermaken met zijn gebrekkige Engels. Crossfaith brengt een soort totaalervaring waarbij het publiek ogen en oren tekort komt en doet dat zo overtuigend en energiek dat het onmogelijk is je er niet aan over te geven. Memorabel. (TP) 
 

RDGLDGRN (Kevin Says Stage, 15:20)

Als RDGLDGRN aantreedt op het ‘Kevin Says Stage’, baadt de zaal in het ondergaande zonlicht. Het levert een perfecte setting voor de zonnige muziek van het bonte kwartet. RDGLDGRN (Red, Gold, Green) speelt een luchtige en puntige mix van pop en reggae die het moet hebben van de sterke melodieën en het spelplezier van de band uit Washington. Een vergelijking is moeilijk te maken maar The Roots zijn nooit ver weg.
 

Gelukkig zijn er halverwege de dag genoeg mensen die openstaan voor een wat ander geluid. Zij worden door het kwartet vermaakt met uitstekende muziek en leuke dansjes. Zanger Green (vermoedelijk een artiestennaam) zegt, na alweer een aanstekelijk danspasje ‘We’re here to make friends.’ En hoewel het er geen duizenden zijn, heeft RDGLDGRN vandaag zeker weer wat zieltjes gewonnen. (TP) 

Billy Talent (Monster Energy South Stage, 16:00)

Het is aannemelijk dat Billy Talent tot de absolute punktop zou behoren als de band een andere zanger zou hebben. De band speelt punk waarmee bands als Green Day volle zalen trekken, maar de stem van zanger Benjamin Kowalewicz is zo typisch dat die veel mensen afschrikt. Ondanks, of juist dankzij, deze zanger, is Billy Talent een van de grote publiekstrekkers tijdens deze Warped Tour. Een rol die de band vandaag gelukkig meer dan waarmaakt. Het geluid is vooraan in de zaal perfect gebalanceerd en het is duidelijk dat Kowalewicz en zijn band het uitstekend naar hun zin hebben.
 

Aan alles valt te zien dat Billy Talent al heel wat ervaring heeft. De band verliest geen moment vaart en speelt een set die klinkt als een greatest hits-show. Geweldige nummers als ‘Viking Death March’, ‘Fallen Leaves’ en ‘This Suffering’ komen live veel beter over dan op plaat, waarop Billy Talent vaak wat gepolijst en klinisch klinkt. Het kost de band ogenschijnlijk geen enkele moeite om het publiek in te pakken en de Canadezen spelen een gewonnen wedstrijd. Knappe prestatie waarvoor je enkel respect kunt opbrengen. (TP) 

We Came As Romans (Monster Energy North Stage, 16:45)

De Warped Tour heeft opvallend veel metalcore op het programma staan, waaronder We Came As Romans. Ook bij het zestal uit Michigan vliegen de staccato-riffs en dubbele bassdrums het publiek om de oren, steevast afgewisseld met de cleane zangpartijen van Kyle Pavone. Dankzij zijn inbreng doet het geluid van de band vaak denken aan Linkin Park, al is We Came As Romans over het geheel genomen een stuk harder.
 

Hoewel de Amerikanen het stijlboek goed gelezen hebben en weinig nieuws brengen, staat het optreden als een huis. Er wordt synchroon gesprongen en het publiek wordt flink opgehitst, maar bovenal wordt er strak en overtuigend gespeeld. Over een jaar heeft niemand het meer over dit optreden, maar er valt niet veel op af te dingen. (TP) 

Hacktivist (Kevin Says Stage, 17:00)

Hacktivist heeft de grote pech dat headliner Enter Shikari door omstandigheden eerder op de dag is gepland en bezoekers dus moeten kiezen tussen de twee excentrieke bands. Halverwege de show wordt duidelijk dat veel mensen liever voor de tweede kiezen, maar dat heeft niks te maken met wat Hacktivist neerzet. Denk aan een mix van Meshuggah en The Streets en je krijgt een idee van wat ze doen. Dikke stampende djent-metalbeats waar de twee vocalisten overheen rappen; het levert een unieke sound op die eerder op Fortarock XL al veel fans verworven heeft. Qua podiumpresentatie zullen ze het onderspit delven bij Enter Shikari, maar het is mooi om te zien hoe mensen vertwijfeld met een glimlach staan te kijken en zich afvragen of ze moeten moshen of hun handjes nog eens in de lucht moeten gooien. Hoogtepunt van deze show is de eigen bewerking van ‘Nigga’s In Paris’, bekend van Kanye West en Jay-Z, wat voor de Enter Shikari-fans nog net de reden kan zijn om even langer te blijven. Het is een feest van herkenning, maar daarnaast een heerlijk frisse wind. (RV)

Enter Shikari (Monster Energy South Stage, 17:15)

Aan het begin van de middag was het flink schrikken voor de fans, want overal hing de mededeling dat Enter Shikari niet zou spelen in verband met familie-omstandigheden. Althans, niet als band, waardoor ze wel op het podium zouden staan als Shikari Sound System. De grote vraag is wat we ons hier bij voor moeten stellen, maar gelukkig hebben we daar geen antwoord op gekregen. Even later gaat namelijk de mededeling rond dat Enter Shikari wel in de volle bezetting speelt.

Enter Shikari doet waar Enter Shikari goed in is. De band verweeft rave-elementen met hardcore en zelfs metal tot iets wat ze zijn: chaos. Chaotisch op een gestructureerde manier en iedereen die ze ooit wel eens live gezien heeft, weet hoe het er aan toegaat. Overal moshpits, mensen die lekker staan te springen of menselijke piramides bouwen. Het is aan de orde van de dag bij deze Britten, zo ook vandaag weer. Hun show moet het hebben van de lichteffecten die hun muziek extra kracht bij zetten, maar ook van de capriolen van zanger Rou Reynolds, die werkelijk het hele podium als klimtoestel gebruikt. Vandaag speelt de band vooral een dansbare set waarbij van ieder album iets wordt gespeeld. De set is duidelijk gemaakt voor het festivalpubliek. Uiteraard komt, vrij vroeg,  ‘Sorry, You’re Not A Winner’ voorbij, maar ook nummers als ‘Zzzonked’, ‘Sssnakepit’ en ‘The Paddington Frisk’ worden met verve gebracht. Enter Shikari levert wederom een energieke set, goed dat ze toch zijn komen opdagen. (RV) 

Wasted Bullet (Monster Energy North Stage, 18:00)

Wasted Bullet maakt overuren dit weekend. Deden ze zaterdagmiddag nog een akoestische set en speelden ze ’s avonds een volle show op de Vans Warped Tour Pre-party in Area51; vandaag mogen ze op het daadwerkelijke festival Escape The Fate vervangen. Daarnaast heeft de band een nieuw album genaamd ‘Elegy’ op komst, dat 15 november zal uitkomen tijdens een releaseparty in Tilburg. Het is wel te stellen dat het Wasted Bullet voor de wind gaat.

Al dit harde werken betekent niet dat ze minderen om ergens anders energie te sparen. Absoluut niet, want de klus om een semi-headliner te vervangen is een grote, maar niet iets waar Wasted Bullet niet tegen opgewassen is. Ze knallen hun metalcore met 110% precisie de zaal in en weten er een sterke show van te maken, waarbij ze ook al nieuwe nummers als ‘Mouth Runner’ en ‘Devolution’ spelen. Nummers die nóg harder zijn dan het oude werk, maar er bij het publiek als zoete koek in gaan. De power, de passie, de energie, het plezier, het zit er allemaal in. Het duurt nog een paar uurtjes voordat ze komen, maar Parkway Drive had zich geen beter voorprogramma kunnen wensen. (RV)

Yellowcard (Monster Energy South Stage, 18:30)

De meest gelikte punkband van de dag is zonder twijfel Yellowcard. De band, die als toegevoegde waarde een violist in de gelederen heeft, werd al in 1997 opgericht en doet na een pauze van twee jaar weer volop mee. Met acht studio-albums op het palmares is de band inmiddels gelauwerd en dat is duidelijk zichtbaar op het podium.

Yellowcard speelt een goed gemikte dwarsdoorsnede uit alle albums waarbij opvalt hoeveel fans de band heeft. De zaal kent elk nummer uit het hoofd en reageert overal even enthousiast op. Dat alle nummers op elkaar lijken en de set geen echte hoogtepunten kent, deert daarbij kennelijk niet. Het echte hoogtepunt komt niet van van de muziek zelf, maar van violist Sean Mackin. Hij presteert het namelijk om met viool en al een achterwaartse salto vanaf de PA te landen. Yellowcard doet eigenlijk niets verkeerd, maar is zo gladjes dat het geheel weinig indruk maakt. (TP)
 

Sublime With Rome (Monster Energy North Stage, 19:15)

Bij Sublime With Rome wordt pijnlijk duidelijk hoe jong het gemiddelde publiek op de Warped Tour is. Het legendarische trio, waarvan tegenwoordig alleen nog bassist Eric Wilson in de band zit, was mateloos populair in de jaren negentig. Aan de vooravond van de grote doorbraak, overleed zanger-gitarist Bradley Nowell in 1996 aan een overdosis. Het derde, naamloze album verscheen enkele maanden na zijn dood en leverde de band alsnog wereldfaam op.
 

Nummers als ‘Date Rape’, ‘Santeria’ en ‘What I Got’ hebben de tand des tijds glansrijk doorstaan, maar als Sublime With Rome om 19:15 aantreedt, is de zaal nagenoeg leeg. Pijnlijk om te zien hoe weinig interesse er is voor deze grote band, ook nog een van de headliners. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het optreden de verwachtingen niet inlost. De zang van Ramirez benadert die van Nowell zeer aardig, maar de nummers van Sublime komen totaal niet over. De band maakt een wat lamlendige indruk en het podium is veel te groot voor het statische trio. De enige die een voldoende scoort, is de fabelachtig goed spelende drummer Josh Freese. Wat meer aandacht was de band van harte gegund, maar met optredens als dat van vanavond scoor je ook geen punten. (TP) 

The Wonder Years (Kevin Says Stage, 20:00)

The Wonder Years mogen het kleinste podium vandaag afsluiten. Op basis van het vorig jaar verschenen ‘The Greatest Generation’ was een plek op een van de grote podia wellicht terecht geweest, maar het mag de pret niet drukken. De poppunkers met een heel klein emorandje kwijten zich namelijk uitstekend van hun taak. Het podium is aan de kleine kant voor zes energieke muzikanten, maar het maakt de show lekker chaotisch. Een verademing na alle gelikte shows eerder op de dag.
 

Dat de band iets voor negenen ruw onderbroken wordt door het brandalarm doet ook geen afbreuk aan het optreden van The Wonder Years. Dat serveert namelijk een uitstekend uurtje punk dat enkel wordt ontsierd door de zware, veel te emotionele praatjes van zanger Dan Campbell. Klein smetje op een overtuigend optreden. Een betere afsluiter had het kleine podium niet kunnen hebben. (TP) 

Parkway Drive (Monster Energy South Stage, 20:00)

Als er één band de titel headliner waardig is, dan is het Parkway Drive wel. De Australiërs zijn klein begonnen, maar na het succes van de platen ‘Deep Blue’ en ‘Atlas’ hebben ze een flinke opmars gemaakt en sluiten ze het ene na het andere festival af. Dat hebben ze volledig aan zichzelf te danken, want ondanks het feit dat de metalcore overkomt alsof ze je met huid en haar opeten, staat brulboei Winston McCall met een grote glimlach op het podium. De bandleden genieten er met volle teugen van terwijl ze hun discografie volledig benutten met knallers als ‘Sleepwalker’, ‘Boneyards’, maar ook ‘Romance Is Dead’.

Ze staan er om bekend surfliefhebbers te zijn en dat laten ze ook zien in hun outfits. De band zou zo van zijn surfplank getrokken kunnen zijn en vooral de bassist ziet er kleurrijk uit met zijn geblondeerde coupe. De breakdowns zijn hard, de melodieën strak en Parkway Drive hoeft weinig moeite te doen om het publiek mee te krijgen. Meezingstukken zoals in ‘Wild Eyes’ worden uit volle borst meegezongen. Parkway Drive bewijst vanavond wederom niet in staat te zijn tot teleurstelling en bevestigt waarom het altijd een goede zet is hen als headliner neer te zetten. (RV)

Gezien: Vans Warped Tour, op 10 november 2013, in het Klokgebouw.

Nu op 3voor12