Speedfest 8: Zware gitaren, tattoos en vetkuiven in het Klokgebouw Speedfest 8: Zware gitaren, tattoos en vetkuiven in het Klokgebouw

Met recensies Komatsu, Tech-9, Buzzcocks, Vista Chino, Hatebreed en heel veel meer

, Tekst: Roy Verhaegh en Guido Segers / Fotografie: Marco Smeets

Speedfest 8: Zware gitaren, tattoos en vetkuiven in het Klokgebouw

Met recensies Komatsu, Tech-9, Buzzcocks, Vista Chino, Hatebreed en heel veel meer

Tekst: Roy Verhaegh en Guido Segers / Fotografie: Marco Smeets ,

Het is zaterdagmiddag, tijd voor zware gitaren, tattoos en vetkuiven in het Klokgebouw. Bier drinken en genieten van rock-'n'-roll met het volume op elf, want Speedfest heeft Eindhoven weer even omgetoverd van lichtstad tot Rockcity.
Het programma laat het reguliere aanbod zien van hardrock, psychobilly, punkrock en stonerrock, met een paar opvallende verschijningen. Zo doen de mannen van Tech-9 hun kunstje voor de allerlaatste keer en komt Vista Chino, voorheen Kyuss, laten horen hoe echte stoner klinkt.
3voor12/Eindhovens grootste rockfanaten maakten het mee en deden verslag.

Spiders

Er staan geen rijen bezoekers voor de deur op het moment dat Spiders af mogen trappen op het Trashers Stage. Het kleinste podium heeft problemen met het geluid en ook de retro-psychedelica van het Zweedse gezelschap komt niet ten volste tot haar recht. De band treft echter geen blaam.
Frontdame Ann-Sofie Hoyles maakt er een show van. Zelfs de kledingstijl van de band sluit aan op het geluid dat recht uit de late sixties lijkt te komen. Het rauwe garagegeluid van de band, dat vaak wordt vergeleken met Motörhead, wordt door de zang wat getemperd. Live is het buzzsaw gitaargeluid wel nadrukkelijk aanwezig in de songs. Hoyles is niet van de uithalen en vocale capriolen, maar krachtig klinkt ze zeker wel. Sambaballen komen tevoorschijn en shirts worden het, nog niet alerte, publiek ingegooid. Helaas is Speedfest nog niet helemaal op stoom.
De sound van Spiders is als die van Örebro en bands als Witchcraft en Graveyard. Niet verwonderlijk, manlief John Hoyles speelde in de eerstgenoemde band en de vorige drummer van Spiders in de tweede. Dit viertal houdt het allemaal wat bescheidener en gecontroleerder, maar tijdens het spelen van ‘Love Me’, van het debuutalbum ‘Flash Point’, komt de band toch wat meer los en laat het zich gaan. Openen is een ondankbare taak, maar Spiders maken er het beste van. De vraag is wel wie zich deze band morgen herinneren zal. (GS)

Komatsu

Aan deze grote Eindhovense bulldozer de eer om de Wrecker Stage te openen, een podium dat zijn naam nu al eer aan doet. In Eindhovense kringen behoeft Komatsu waarschijnlijk geen introductie meer, maar de muziek van deze band zweeft ergens tussen Mastodon en Queens Of The Stone Age. Komatsu is overigens ook de naam van een bedrijf dat thuis is in grondverzetmachines, dus de link is makkelijk gelegd. Iets met over je heen walsen, doordenderen en alles op zijn grondvesten laten schudden.
Komatsu gaat meteen los, zonder pardon, maar daarvoor hebben ze alle reden, want dit is hun feestje. Vandaag lanceren ze namelijk een split-EP met het Engelse Desert Storm. De band heeft voor deze plaat, ‘Nomen Est Nomen’, twee nummers opgenomen. Uiteraard komen deze twee nummers, ‘Cast Away’ en ‘July’, vandaag ook voorbij. Op de laatste track doet rocklegende en Vista Chino-zanger John Garcia zelfs mee, waarmee het feest helemaal compleet is. De band is log als een olifant, maar heeft toch een zekere flexibiliteit om te schakelen in tempo en hardheid.
Schakelen doen ze overigens ook in hun formatie, wanneer voor de laatste twee nummers gitarist Marco weer mee doet, nadat hij een tijdje in het ziekenhuis heeft gelegen. Het publiek geeft hem een warm onthaal en de beste man staat op het podium te glunderen tijdens zijn kleine solo-momenten. Voor de band is het een optreden met enkel hoogtepunten, maar ook het publiek kan dit optreden aanstrepen als hoogtepunt van het festival. (RV)

Scorpion Child

In een tijd waarin genres steeds meer worden gemixt en iedereen zijn best doet om zo origineel mogelijk voor de dag te komen, is Scorpion Child lekker ouderwets. Geen poespas van elektronische geluidjes of samenwerkingen met een bekende rapper, maar rock-’n’-roll zoals dat vroeger gemaakt werd. Een sound als die van bands als Trapeze, UFO en met een hele dikke scheut Led Zeppelin. In dat opzicht doet Scorpion Child heel sterk denken aan The Answer, hoewel de mannen zelf zeggen absoluut niet gezien te willen worden als een seventies revivalband. Nu moet gezegd worden dat ze er niet veel moeite voor doen om dat stempel niet toebedeeld te krijgen. Qua kledingstijl zouden ze namelijk zo uit dat tijdperk geplukt kunnen zijn met hun wijde broeken, spijkerjacks en hippiebloezen. Om nog maar te zwijgen over de muzikale spierballen die zo nu en dan getoond moeten worden op gitaar en drums. In alles heeft het juist die groove van toen en daar hoeven ze zich echt niet voor te schamen, want ze doen het met verve. Al met al een fijne opwarmer voor al het muzikale geweld dat vandaag nog op de Demolition Stage mag aantreden. (RV)

Spiral Arms

Naast een paar indrukwekkende baarden, hebben deze mannen uit San Francisco ook aardig cv’s opgebouwd in bands als Systematic, Forbidden en Man Made God. Ondanks dat dit vaak het hardere werk betrof, is het geluid van Spiral Arms live bijzonder toegankelijk en ligt het lekker in het gehoor.
Het geluid is als een continue, sterke stroom van gitaren. De zang van Tim Narducci geeft de songs echter een top veertig-potentie. Het geluidsprobleem van het Trashers Stage wordt zelfs overwonnen door de spierballenmuziek van dit gezelschap, dat zich uitstekend lijkt te vermaken en bezoekers naar het podium lokt. Er zit veel gevoel in de muziek, zonder dat het mietjes worden.
‘Drugs & Alcohol’ is de catchy afsluiter van de set van Spiral Arms. Mocht je het gemist hebben, denk Alice In Chains en Monster Magnet en je hebt wel te pakken wat er te horen was. Als de band de teugels even laat vieren, klinkt het allemaal een stuk rauwer en meer grunge. Misschien is dit juist de kracht van de band. Ondertussen lijkt de zaal steeds voller te raken, Speedfest is goed en wel onderweg. (GS)

Honky

Honky is vandaag hier, dankzij de organisatie die deze band enorm tof vindt. Misschien dat het daardoor een tikje tegenvalt. Niet dat de mannen hun ding niet goed uitvoeren, maar de verwachtingen worden hoog. De muziek is een primitieve vorm van honkytonk roc-’n’-roll. De mannen weten precies wat ze doen en het staat goed vol voor het Demolition stage. De twee bebaarde heren hebben er zin in. Ook dit zijn erg fraaie baarden, dat mag gezegd worden.
Veel geroep van ‘Y’all!’ tussen de nummers door maakt duidelijk waar deze Texanen vandaan komen. Ongecompliceerd, lekker hard en vooral met een cowboyhoed op het hoofd knallen de mannen door de set heen. Liedjes over wiet roken en vooral heel mannelijk zijn, vormen het oeuvre en daar lijkt het publiek van te smullen. Wat grappen en grollen tussendoor passen daar prima bij. Opvallend zijn de ritmes natuurlijk, die lekker doordraven en het tempo waarin de band speelt opdrijven. Honky is geen complexe band met ingewikkelde songstructuren, maar die simpele act echt goed uitvoeren, dat is ook een kunst.
Terwijl ‘I Love Smoking Your Weed’ wordt gespeeld, worden in de hoekjes van de zaal de eerste dronkelappen opgedweild. Er zit zeker een hoop boogie in de muziek bij deze show en als de sfeer er niet al in zat, dan is dat nu helemaal in orde. Sleazy en groovend sluit de band de set af, maar niet voordat er een grap gemaakt is over gratis merchandise in ruil voor blowjobs. Lekker lomp en mannelijk, voor het geval Speedfest dat nog niet genoeg was. Later staan deze kerels gezellig achter de eigen shirtjes en platen een praatje te maken met wie maar wil. Met hoed op natuurlijk, en bierkoelers om hun blikken pils. (GS)

Wildmen

Ka-plok, ka-plok, ka-plok. Het is een geluid dat je op een festival als Speedfest meer hoort dan op andere festivals. Dat is namelijk het geluid van het slappen van de snaren van een contrabas, een instrument dat onlosmakelijk verbonden is met de psychobilly. Een genre dat voor de achtste keer ook onlosmakelijk verbonden is met dit festijn. Guana Batz zijn hier groot mee geworden, maar die zijn vanavond pas aan de beurt. De eerste contrabasklanken vandaag zijn van de Nederlandse formatie Milwaukee Wildmen op de Trashers Stage.
Waar bij veel acts de contrabas als showelement wordt gebruikt, had het instrument hier voor een normale bas ingeruild kunnen worden. Goed, je hoort het verschil wel in de muziek en het ziet imposant uit, maar qua muziek laten de Milwaukee Wildmen veel van hetzelfde horen. Echt wild wordt het niet. De publieksinteractie is ook minimaal en de band vliegt door de nummers heen. Dit houdt het tempo hoog, maar dat resulteert niet in danspasjes bij het publiek. Dat gebeurt enkel wanneer ze tijdens een nummer ‘Folsom Prison Blues’ van Johnny Cash inzetten. Het dansen gaat nog even door tot in het volgende nummer, maar dan is de set alweer afgelopen. Hierdoor kan het publiek alleen nog maar snakken naar meer. Meer lijkt er altijd te zijn, want er staat nog genoeg op het programma vandaag. (RV)

Valient Thorr

Naar eigen zeggen is Valient Thorr geen buitenlandse band, maar een buitenaardse band. Ze hebben lang toegezien hoe het er hier op aarde aan toegaat en hebben hier het een en ander over te vertellen. Hiervoor gebruiken ze de taal van de rock-’n’-roll, maar waar de inspiratie werkelijk vandaan komt, blijft een raadsel. Het is zo chaotisch als een Every Time I die, maar zo gelikt als een Thin Lizzy. Leider Valient himself betreedt de Demolition Stage gekleed in een groen gewaad en vanaf dan gaat het los. Als eerst gaat het gewaad uit, waarna de rest vanzelf volgt en de zanger al snel alleen nog maar met bierbuik en baard op het podium staat. Het moet gezegd worden, voor zijn ietwat gezette verschijning is deze man ontzettend energiek. Hij springt, stuitert, doet push-ups en rent van links naar rechts over het podium. Dit kan hij zich veroorloven omdat de rest van de band een strakke bodem neerlegt waarop al deze hyperactiviteit kan plaatsvinden. Voor wie niet bekend is met de nummers kan het chaotisch overkomen, maar gelukkig schuwt Valient Thorr de taal van de mensen niet en gebruiken ze die om het contact op te zoeken. Op humoristische wijze uiteraard. Zodoende heeft de show een hoog entertainmentgehalte, ook al is het dan niet helemaal goed te bevatten. (RV)

Tech-9

Eigenlijk kun je geen standaard stukje schrijven over het laatste optreden van Tech-9. Als je uit Eindhoven komt en van punkrock houdt, dan is deze band namelijk iets wat er altijd geweest is en de kans is groot dat je ze meerdere malen gezien hebt door de jaren heen. Houd je van punkrock en heb je Tech-9 nog nooit gezien? Dan was dit de laatste kans en mag je je nu gaan schamen. Na decennia mét deze band, is het nu afgelopen. Terwijl ‘Dirty Old Town’ van The Pogues uit de speakers knalt, wordt er geknuffeld op het podium. Niemand zal een traan laten, maar het gevoel is gewoon voelbaar. Dit is echt de laatste. Dus wat doe je dan als hardcore band met de eeuwige jeugd? Gewoon een keiharde show neerzetten. Heinrich Hendricks (beter bekend als Hein Nine) roept nog wel een keer dat hij toch echt niet gaat janken vanavond. Voor de vorm zullen we aannemen dat dit ook niet gebeuren zal.
De band gaat snoeihard en het publiek wordt opgezweept, alle kanten op. Klassiekers als ‘To Live Is To Die’ en ‘Crazy’, met vocalen van Katka Wolf, komen langs en worden warm ontvangen. Hendricks schreeuwt er tussen de nummers door op los, met zijn typische uitspraken om het publiek uit te lokken. Onder dat harde uiterlijk geniet hij echter duidelijk met volle teugen van deze show. Tot slot mag iedereen die maar wil het podium op komen en sluit de band de set af als een feestje van bekenden en beminden. Met iedereen die er toe doet om zich heen wordt ‘We Will Remember You’. Zo eindigt een tijdperk. Mogen we nu zeggen dat punkrock écht dood is? (GS)

Anti-Nowhere League

Er zijn meer oudgedienden van de partij vandaag. Afgezien van een pauze van drie jaar is deze band al ruwweg 33 jaar actief en in tegenstelling tot veel generatiegenoten van de tweede punkgolf, lijkt de levensstijl deze heren onverwoestbaar te maken. Er wordt meteen gestart met een set vol klassiekers. Gewone, simpele punkrock van een band die door de eindeloze repetitie gewoon behoorlijk goed is geworden in het bespelen van hun instrumenten. ‘I Hate People’ heeft dan ook niet zijn onbehouden botheid van weleer, maar is nog steeds erg leuk.
Of het nu om songs van het eerste uur gaat, zoals ‘Snowman’, of om meer recente, zoals ‘My God’s Bigger Than Your God’ uit 2007, de thematiek is simpel en vol ironie. Frontman Animal heeft tussendoor niet heel veel zinnigs te melden, maar is nog altijd prima bij stem. Altijd mooi is de Ralph McTell cover ‘Streets Of London’, die dan ook wordt meegezongen door menig bezoeker. Er zijn geen echte hoogtepunten in de set, er wordt gewoon lekker doorgestoomd door dit stel punkveteranen.
Voordat er afgesloten wordt met ‘We Are The League’, komt natuurlijk ook ‘So What’ langs. Een song die de meesten zich herinneren als een cover die Metallica speelde en voor de ‘Garage Days’ plaat opnam. Een song die iedereen kent en die voor de band misschien wel het levenselixer is geweest dat hen al zo lang op de been houdt. Met een slotrede over het belang van live en ‘echte’ muziek verlaten de mannen het podium. Het gebrekkige applaus staat in schril contrast met de prima show die is neergezet. (GS)

Guana Batz

Begin jaren tachtig was er een ware opkomst van psychobillybands en één van de grote namen hierin is Guana Batz. In 1983 opgericht om precies te zijn, wat er op neerkomt dat de mannen het dertig jarig bestaan van hun band speciaal komen vieren in Eindhoven. De grote opkomst getuigt ervan dat de band erg populair is onder de bezoekers, dus dat belooft wat.
Het eerste dat opvalt is de dure trui van de zanger, die met zijn bovenlichaam vol tattoos een opmerkelijke verschijning is. Ook is het de energie die er nog steeds vanaf spat, gezien het feit dat ze al zolang meedraaien in de scene. Daar kan menig band die vandaag op Speedfest staat nog wat van leren. Het heeft die heerlijk rauwe punkrockenergie, ook hier gedragen door een contrabas. Want spraken we eerder al over het ‘ka-plok, ka-plok, ka-plok’-geluid op dit festival: deze mannen zijn heer en meester in het neerzetten van een show waarbij de contrabas optimaal wordt benut. Hij wordt gebruikt als klimtoestel, wordt op de grond gelegd en menige keren in de rondte gedraaid. Het kan allemaal en dat maakt het een feest om naar te kijken.
Muzikaal is het eveneens dik in orde, hoewel zanger Pip Hancox aangeeft niet helemaal goed bij stem te zijn. Dat mag de pret niet drukken, want het plezier straalt er wel vanaf. Ondanks dat ze kunnen berusten op een flinke discografie, gooien ze er onder andere een cover van Bruce Springsteen’s ‘I’m On Fire’ tegenaan. Alsof de lol niet op kan, mag ook de gitarist een liedje zingen, waarbij de zanger vraagt of ze hem niet te zwaar willen straffen hiervoor. Guana Batz weet een feest neer te zetten op z’n Speedfests: snel, rauw en vol passie. (RV)

Agnostic Front

In tegenstelling tot Distortion, dat een dag na Speedfest plaatsvindt in het Klokgebouw, moet Speedfest het voornamelijk hebben van de nostalgische namen. Namen die een publiek aantrekken dat over het algemeen de ouders hadden kunnen zijn van het volk dat de volgende dag komt. Één van die nostalgische namen is Sick Of It All, dat hier een paar jaar geleden nog een wervelende show gaf. In datzelfde straatje past Agnostic Front, dat met zijn hardcorepunk en greatest hits-set bij voorbaat al geen moeite hoeft te doen om er een feest van te maken.
Wat eerder al bij Guana Batz opmerkelijk was, is ook te zeggen voor Agnostic Front. Ze draaien al zoveel jaren mee en toch krijgen ze het iedere keer weer voor elkaar om meer passie en plezier uit te stralen dan menig jong bandje vandaag de dag. De mannen kunnen natuurlijk wat meer berusten op jarenlange ervaring, waardoor het opreden zo bij ze ingebakken zit dat het haast vanzelf gaat. Zo komt deze show ook wel over eigenlijk. Het is hartstikke energiek, zit bomvolle klassiekers als ‘Gotta Go’, ‘Friend Or Foe’ en ‘Crucified’, maar toch mist het net dat beetje bezieling om echt los te gaan. Het heeft een hoog meezinggehalte en nostalgische waarde, waardoor de show voornamelijk door de bezoekers zelf gemaakt word. (RV)

Buzzcocks

Als er dan toch een band is die zijn sporen in de rockgeschiedenis reeds verdiend heeft, dan zijn het deze oudjes wel. The Buzzcocks doen al sinds 1975 mee en menig bezoeker die niet bekend is met het iconische logo zal vreemd kijken naar het kwartet. Het is eigenlijk alsof je naar een band staat te kijken die bestaat uit een viertal ‘vreemde ooms’. Na bijna veertig jaar punkrock maken is dat prima.
De show wordt geopend met klassieker ‘Boredom’, waarbij de zang het natuurlijk niet helemaal haalt bij hoe het in het verleden klonk. Oer-lid Pete Shelley doet wel zijn stinkende best, maar de songs zijn allemaal een tandje trager en de vocale uithalen zitten er niet meer in. Het spelplezier is vooral te zien bij gitarist Steve Diggle, die zich lekker laat gaan. Gehuld in een puik bloesje en witte broek met een enorme grijns op zijn gezicht en een fles wijn in het kielzog ramt de 58-jarige op zijn gitaar alsof hij 18 is. Klein minpuntje is het geluid bij de Wrecker Stage, waardoor de melodie een beetje verloren raakt.
Zo rammelt de band een klein uurtje door. Als afsluiter komen natuurlijk hitjes langs als ‘Orgasm Addict’. De band lijkt zich een tikje te generen voor hun bekendste song, die toch gewoon gespeeld wordt. Met een wegwerpgebaar en de opmerking: “Ever fallen…ah, you know the rest”, start de band ‘Ever Fallen In Love’. Ze kunnen het nog steeds en wat er niet meer in zit wordt gecompenseert met overduidelijk speelplezier op het podium. (GS)

Peter Pan Speedrock

Wat zou Speedfest zijn zonder Peter Pan Speedrock? Niks, want dan zou het festival nog niet eens bestaan. Uiteraard behoeft dit drietal geen introductie meer en weet iedereen waar het om gaat. Keihard en snel spelen en de naam van het festival hooghouden. Helaas moet Eindhoven het wel zonder Dikke Dennis doen vanavond, want die is op wereldreis. Peter Pan Speedrock zonder Dennis is niet helemaal hetzelfde. Als iedereen heel eerlijk is, komt het leeuwendeel om te zien hoe Dennis deze keer de microfoon gaat verkrachten met zijn uitvoering van ‘Ace Of Spades’. Met of zonder broek, de man is een beest en een show op zichzelf om te zien.
Dat gemis willen de mannen compenseren door een reeks aan nieuwe nummers te spelen, maar wat opvalt is dat het merendeel instrumentaal van aard is. Het lijkt wel of ze geïnspireerd zijn geraakt door stadsgenoten Komatsu, die eveneens een aantal instrumentals speelde vandaag. Hiermee bewijzen ze nog altijd goed op elkaar ingespeeld te zijn en hun instrument goed te beheersen, ook al speelt drummer Bart met een “halve hernia”. Het is een andere set dan gebruikelijk, vrij experimenteel van aard en zodoende niet helemaal goed ontvangen door het publiek. Dat staat er als een groep makke lammeren bij te kijken. In het begin worden de bezoekers nog lekker gemaakt met ‘Crank Up The Everything’ en ‘Evil Sweet Thing’, maar halverwege de set verliezen ze de aandacht. Men wil meezingen, het liefste uit volle borst en zo hard mogelijk. Dat mogen ze uiteindelijk dan weer bij het einde van de set, die de band natuurlijk afsluit met de Speedfest-anthem ‘Rockcity’. Het is niet Peter Pan Speedrock zoals we gewend zijn, maar voor de verandering is dat wel eens goed en zelfs verfrissend. (RV)

Vista Chino

Kyuss is niet meer, daar heben rechtszaken wel voor gezorgd. Daarom is er nu Vista Chino en daarmee is een uitstekende plaat opgenomen. Nu is Speedfest aan de beurt. John Garcia deed eerder op de dag al even met Eindhovense stonerbazen Komatsu mee, maar mag nu met het eigen bandje aan de slag. Dat ze daar zin in hebben, mag het hele Klokgebouw horen en voelen.
De rauwe gitaren voel je door je schoenzolen heen, daar overheen komen de drums van Brant Bjork als hypnotiserende voodoo ritmes. Vista Chino is meeslepend en trekt de zaal aardig vol. Het volle, konkelende geluid lijkt de lucht zwaarder te maken. Het enige wat er doorheen prikt zijn de snerpende vocalen van John Garcia zelf. Repetitief en duister passeren de nummers de revue. De band stopt enkel voor een woordje hier en daar. Zo wordt nog even duidelijk gemaakt dat Mike Dean van Corrosion Of Conformity mee doet vandaag. De band voelt elkaar perfect aan en lijkt enorm veel plezier te hebben in deze live-show.
Het is de laatste show van de tour voor de heren. In plaats van vermoeid de laaste show af te raffelen, wordt er hard gewerkt. Meeslepende jams en tempowisselingen overvallen de luisteraar in een droomachtige sfeer. Er zit wel iets van spacey gevoel in het nieuwe werk, de woestijn van Kyuss wordt daarin wat achter gelaten. Vista Chino bewijst zich als sterke live-band duidelijk vandaag. Niet dat iemand daar aan getwijfeld heeft. (GS)

The Urban Voodoo Machine

Afsluiter van de Trashers Stage is het zigeunercollectief The Urban Voodoo Machine. Het eerste dat opvalt is dat ze een hoop tijd en moeite hebben gestoken in de show. Allen zijn gestoken in een typische zigeuneroutfit en zelfs over de opkomst hebben ze nagedacht. Ze maken gebruik van twee drummers, waarvan er eentje helemaal groen geschminkt is. Onderling wisselt dit duo van drumtaak, want er wordt ook extra percussie ingezet. De bezetting wisselt per nummer, waarbij de band op het ene moment met zeven personen op het podium staat en het andere moment met tien. Hetzelfde geldt voor de inzet van de instrumenten, waarbij twee saxofoons, een contrabas, trompet, accordeon en zelfs een sousafoon voorbij komen.
Al met al is het een leuk geheel om te zien, maar het gaat wel ten koste van de muziek. Die steekt wat bleek af tegen het showelement waar duidelijk veel aandacht aan is besteed en dat roept om feestje. Dat wil niet zeggen dat het geen goede nummers zijn, die zitten prima in mekaar, maar het is behoorlijk anti-climax. De muziek komt maar langzaam op gang en ook de zanger neemt net iets te veel tijd voor zijn praatjes, waardoor het tempo er snel uitvalt. Langzaamaan zoekt iedereen dan ook zijn weg naar huis of naar Hatebreed, om er voor een laatste keer even alles uit gooien. Een sterke show geven zonder inhoud, dat kan dus ook. (RV)

Hatebreed

Eigenlijk past Hatebreed helemaal niet zo binnen de line-up van vandaag. Desondanks is de metal/hardcore crossover een garantie voor ticketverkoop. De hele dag zie je de Hatebreed shirts en petjes rondstruinen van podium naar podium, wachtend op de afsluiter van het festival. Geen wonder dat het volstroomt met fans bij het Demolition Stage, terwijl ‘Welcome To The Jungle’ uit de speakers schalt.
Hatebreed heeft niet zonder reden een grote naam opgebouwd door de live-shows. Die zijn energiek, krachtig en vooral enorm goed. Jamey Jasta brult de tekst van ‘Straight To Your Face’ de zaal in, terwijl de alles omploegende sound van de band door de zaal stoomt. Het publiek, dat bij de laatste bands wat achterover geleund heeft, wordt opgezweept tot een laatste uitbarsting. Het gaat er dus flink op los vooraan bij het podium. De kracht van Hatebreed ligt hem in die energie, die de band bij het publiek opwekt en ondanks de onderbrekingen ook weet vast te houden.
Songs als ‘Live For This’ en natuurlijk de favoriet ‘I Will Be Heard’ luiden het einde van de show in. Terwijl de noten wegsterven begint men de achtergebleven en omgevallen fans op te rapen en is er weer een einde gekomen aan een geslaagde editie van Speedfest. (GS)

Gezien: Speedfest 8, op zaterdag 23 november 2013, in het Klokgebouw.

nu op 3voor12