Klokgebouw wel meer dan één maatje te klein voor The Black Keys Klokgebouw wel meer dan één maatje te klein voor The Black Keys

Alleen stadions passen nog voor blues rock grandeur

, Tekst en fotografie: Patric Muris

Klokgebouw wel meer dan één maatje te klein voor The Black Keys

Alleen stadions passen nog voor blues rock grandeur

Tekst en fotografie: Patric Muris ,

Vorig jaar gingen The Black Keys nog via een omweg naar de Heineken Music Hall nadat een paar maanden ervoor 013 te klein bleek. Dit jaar komen ze rechtstreeks naar het Klokgebouw, het grootste poppodium van het zuiden. De evolutie van The Black Keys is de laatste jaren stormachtig te noemen. De sterke hits van de laatste albums hebben de band naar het grote publiek geleid. En dat is vandaag massaal aanwezig.

Band of Skulls

Als je status zo aanzienlijk stijgt, moet het voorprogramma evenredig meegroeien, zal de gedachte zijn geweest bij het boeken van Band of Skulls, dat in het clubcircuit ook prima op eigen benen kan staan. Muzikaal gezien zijn er veel overeenkomsten; beide bands zijn vrij basic in essentie, maar daarbuiten heel vernuftig. Bij Band of Skulls uit zich dat meestal – en zo ook vanavond – in sterk geaccentueerde gitaarstukken of aanstekelijke repetitieve baslijnen. Als die twee, soms letterlijk, samenkomen, ontstaat een sexy vorm van blues rock. Als de gitarist en de bassist dan ook nog eens als jongen/meisje om elkaar heen draaien, wordt het wel een hele hete brij. De vonken blijven echter veelal beperkt tot het podium.

Alle nummers worden gespeeld met een indrukwekkende timing. Dat komt vast door de rolverdeling: zij (bassist) zorgt, samen met de drummer, voor de basis van het nummer en hij (gitarist) mag daar frivool overheen spelen. En dat doet hij met verve; hij streelt zijn gitaar, laat hem zingen door ermee te schudden en maakt veelvuldig gebruik van zijn tremolo. Ieder nummer van deze band heeft iets kenmerkends, iets om van te houden. Toch hebben er nog maar weinig geleid tot de erkenning die ze verdienen. ‘Sweet Sour’, de titeltrack van het nieuwe album, zou de derde hit moeten worden en dan kan het alsnog hard gaan heeft de geschiedenis ons geleerd, zeker als ze in die slipstream van The Black Keys kunnen blijven.

The Black Keys

Het is aan alles te merken dat The Black Keys wel heel groot zijn geworden; aan het aantal tourbussen, de overdaad aan eigen crewleden, maar bovenal aan een overvol Klokgebouw. Echt overal zijn mensen. Op het balkon is zelfs een minitribune geplaatst om aan meer mensen plek te bieden. Bij opkomst oogt de band zakelijk, doelgericht. Zo wordt na een te verwaarlozen introductie direct begonnen met het up tempo ‘Howlin’ For You’. Om er maar geen gras over te laten groeien. Ook nu is de rolverdeling heel duidelijk: The Black Keys bandleden Dan Auerbach en Patrick Carney staan op de voorgrond en de bassist en toetsenist op de achtergrond, op een verhoging weliswaar.

Met veel energie en in een hoog tempo worden de nummers van de slimme setlist, met alle hits incluis, gespeeld. Auerbach springt bij vlagen kinderlijk enthousiast op en neer terwijl Carney wat verstoord oogt. Alsof hij het hoge tempo maar net kan volgen. Er wordt dan ook eigenlijk nergens rustig aan gedaan, behalve bij ‘Little Black Submarines’. Het nummer is halverwege een groots hoogtepunt te noemen. Het begint allerkleinst met alleen Auerbach en Carney en eindigt extatisch met aansluiting van de rest van de band die voor een paar nummers het podium heeft verlaten. Ook zonder bandbegeleiding tonen The Black Keys zich een ware stadionact. De fuzzy gitaarsound van Auerbach en de snoeiharde drums van Carney vullen het Klokgebouw met gemak. Als duo klinken ze als de oude The Black Keys, maar de nieuwe The Black Keys willen meer, zijn grootser. Het exquisiete orgel in ‘Ten Cent Pistol’, de tweede stem en de bas verrijken het rauwe geluid waarom de band voorheen zo bekend stond. De wat meer kale nummers ‘Your Touch’ en ‘Sinister Kid’ leiden tot minder enthousiaste reacties, maar dan zijn er vanavond nog altijd achttien nummers die wel op luid applaus kunnen rekenen.

Zoals het een grootse Amerikaanse band betaamt, hebben ook The Black Keys opzichtige showelementen meegenomen. Tijdens ‘Everlasting Light’, het openingsnummer van de toegift, schijnt – hoe toepasselijk – een geelgouden licht reflecterend op een wereldbol de zaal in. Het is een prachtig gezicht. De show wordt afgesloten met de groot verlichte bandnaam waarbij tientallen lampen de letters vormen. Het past bij de nieuwe grandeur van The Black Keys.

In de setlist is er niet gezocht naar matiging, in de nummers zelf des te meer. De wisselingen in tempo en accenten worden perfect door de band aangevoeld. In deze samenstelling hebben The Black Keys het allemaal: blues, rock, funk en pop. Het kan de nieuwe favoriete band van iedereen zijn. De volgende halte is Ahoy, als het niet meteen nog groter moet.

Gezien: Band of Skulls en The Black Keys in het Klokgebouw, op 1 februari 2012.

nu op 3voor12