Hoe leuk kan het leven van een programmeur zijn..deel III Hoe leuk kan het leven van een programmeur zijn..deel III

Effenaar programmeurs Robert en Tom berichten vanaf The Great Escape

, Tekst: Tijs Dijstelbloem, Robert Schaeffer en Tom Ketelaar

Hoe leuk kan het leven van een programmeur zijn..deel III

Effenaar programmeurs Robert en Tom berichten vanaf The Great Escape

Tekst: Tijs Dijstelbloem, Robert Schaeffer en Tom Ketelaar ,

Effenaar programmeurs Robert Schaeffer en Tom Ketelaar bloggen traditioneel vanaf The Great Escape showcase festival in Brighton, Engeland. Vorige jaren zagen ze onder andere The Temper Trap en The Ting Tings voordat ze in Nederland doorbraken. Dit keer het laatste deel III.

Effenaar programmeurs Robert en Tom berichten vanaf The Great Escape

Met een dag vertraging, alsnog het blogbericht van de laatste dag van The Great Escape. Vanwege de naderende aswolk hebben we eieren voor ons geld gekozen en zijn we in plaats van gaan vliegen, bij Jacco van Lanen (Double Vee) in de bus gestapt. Met Maarten Middendorp (Bladehammer) en Remi Meijer (Go Back To The Zoo) erbij werd het gelukkig een erg vermakelijke trip van Brighton naar Eindhoven.

Over naar het programma van zaterdag. De dag dat het programma voor ons al om 16.30 uur begon. Dankzij het sms-update systeem van de organisatie krijgen we gedurende de dag telkens berichtjes wanneer er speciale gigs zijn en worden er shows getipt. Zo belandden we aan het eind van de middag bij de Donut aan de kust, waar de toepasselijk genaamde Ou Est Le Swimming Pool een korte show geeft. De plastic electropop is vrolijk, maar heeft niks om het lijf. Hier staat geen band te spelen, en dat is jammer. Het aanstekelijke hitje ‘Dance The Way I Feel’ wordt weliswaar met gejuich en gespring ontvangen, maar we missen de oprechtheid. De locatie is overigens wel erg tof voor een openlucht gig.

Na het eten besluiten we om eerst een stukje mee te pakken van een van de beste bands die er momenteel in ons land rondloopt, Moss. Ze spelen al om 19.15 uur in The Revenge, dat gelegen is schuin tegenover ons hotel. We zijn erg blij dat we onze Nederlandse afvaardiging even gaan supporten, want potverdikkie wat zijn deze gasten toch weer op dreef. Leuk ook om eens mee te maken hoe een band die je goed kent langzaam maar zeker een nieuw publiek voor zich wint. In het begin hebben ze het lastig, als ze moeten beginnen voor een nagenoeg lege zaal. Langzaam stroomt deze voller en kruipt het publiek dichter naar het podium. Het publiek dat binnenkomt gaat ook niet meer weg, maar blijft tot het einde genieten. Het applaus word steeds enthousiaster. We durven met recht te stellen dat Moss een van de beste bands is die we afgelopen weekend gezien hebben.

In dezelfde Revenge speelt tegelijkertijd met Moss in de benedenzaal de Noorse singer songwriter Susanne Sundfor. Susanne heeft samen met haar Fender Rhodes een zeer moeilijke avond, en doet er helaas ook niet genoeg aan om de 10 aanwezigen te betrekken bij haar optreden. Ze maakt typische meisjes met piano muziek, en ziet eruit alsof ze zo van de manege afkomt van het borstelen van haar verzorgpony, compleet met boerenkiel en paardrij laarzen. Nee, dan snel weer terug naar Moss.
We lopen vervolgens verder naar Hector’s House (dit jaar door ons naar verhouding heel erg vaak bezocht) om de mannen van Chief te spotten. Ze bleken echter vervangen door het Engelse Clock Opera. Geen probleem want de eerste band kan je binnekort in Merlyn of Metroplis gaan zien, en die tweede band blijkt een verdomd leuke mix van Arcade Fire en springerige indietronica te maken. Fijne liveband ook. Daar worden we dus erg blij van.

Een van de voorluister tips van Tom is La Shark, een geflipte britpop band. Ze staan in het toffe zaaltje Prince Albert, vlakbij het treinstation. Een stukkie lopen, maar dan heb je ook wat. Tja, wat eigenlijk, want La Shark is het type band waarvan we niet zo goed wisten wat we er mee aan moesten. Heel slecht was het niet, maar als je een soort p-funk gekte wilt brengen, maar het dan niet funkt, en je een zanger hebt die iets teveel naar John Lydon ten tijde van PIL heeft gekeken, wat moet je er dan mee? Of klinken ze toch als een jonge Talking Heads? Nee, die eer gaan we ze niet geven. We peren hem, er staat nog veel te veel op de bill voor vandaag.< /p>Onderweg stuitten we op het zaaltje The Basement, dat toebehoort aan het kantoor van The Great Escape organisatie. We werpen een blik binnen, checken meneer Felix Fables (student aan de lokale rockacademie, en dat moettie vooral nog even blijven doen) en zijn gezelschap en concluderen dat we met zijn tiener singer songerwriterwerk niet zoveel kunnen.

Omdat we bij Broken Social Scene niet meer naar binnen konden (zelfs voor delegates stond er een immense rij) besluiten we om de andere sociale band op het programma uit te checken. Detroit Social Club heeft een ding zeker voor elkaar: ze wakkeren de discussie over of het al dan niet goed is tussen Robert en Tom flink aan, en dat is leuk .
Tom vindt dat Detroit Social Club exact klinkt zoals een Britse rockband moet klinken. Neem Primal Scream, Oasis, Happy Mondays en The Stone Roses en je weet genoeg, dit is Kasabian. Oh nee, dit is Detroit Social Club. Bijna hetzelfde, want hetzelfde recept, maar de bereiding ervan is erg goed. Catchy songs die veel doen denken aan het wat psychedelische werk van Oasis of Prima Scream. Volgens Tom gaat dit groot worden.

Robert daarentegen is van mening dat dit bandje een verdienstelijke act is voor het cafépodium circuit, maar dat het niets heeft dat ze specialer maakt dan alle andere verdienstelijke cafépodium bands. Totdat de zanger op een dag talentenjacht op TV wint en de nieuwe Robby Williams wordt. Kunnen we later allemaal zeggen dat we er bij waren toen hij nog in een aardig pubrock bandje speelde. De tijd zal het leren, maar Robert heeft statistisch gezien meer kans op gelijk .< /p>General Fiasco speelt in The Freebutt, het ultieme “ik kan niks zien want er staat een dikke vette paal in het midden van de zaal en bovendien stinkt het hier ontzettend naar rottend bier” zaaltje. Gelukkig is het er niet al te druk en staan we op een plek waar we bijkans wel iets zien. Wat we zien zijn drie jonge gasten die emorock maken, al dan niet akoestisch. Wel aardig, maar niet meer dan dat.

We vervolgen onze tour met een fikse wandeling naar Queens Hotel, om het bejubelde Crocodiles te checken. Dat het hebben van 30 podia en 100 bands op een dag ertoe kan leiden dat je soms ff scheef kijkt en dus in de verkeerde zaal terecht komt is niet raar, en dit gebeurt dus ook. Crocodiles is een duo zegt het boekje. Op het podium staan 5 mannen in jurken die net een nummer aan het spelen zijn waarbij de zanger de festival poster declameert. We blijken bij het optreden van local zero Thomas White belandt te zijn. Dit is de druppel. We kunnen niet meer. We zijn uitgeslenterd. We geven het op. Of beter gezegd, we geven ons over. Aan de laatste afterparty wel te verstaan….

Nu op 3voor12