Hij verkoopt op eigen kracht grote zalen uit en wordt geboekt op de festivals. Juist daarom voelt Philou Louzolo nu de urgentie om zijn mond open te trekken over de manier waarop inclusiviteit weer van de agenda dreigt te verdwijnen. Over hokjesdenken, stigmatisering en de impact die dat heeft op dj’s. ‘De roots zijn prachtig, house gáát om inclusiviteit en saamhorigheid. Dat zouden we moeten vieren.’

Begrijp Philou Louzolo niet verkeerd, het gaat hartstikke lekker. De dj doet marathonsets bij Thuishaven, Lofi en Annabel, stuk voor stuk uitverkocht. Zijn concept Symfora begint ook vorm te krijgen als label. Hij wipte net langs bij een safe House voor herstellende verslaafden, waar hij net een uur heeft geluld en de aanwezigen probeerde te inspireren met zijn verhaal (bijna vijf jaar clean!) ‘dus ik hoop dat ik nog een beetje spraakwater over heb voor dit interview’. En de bakfiets staat klaar, om zo met zijn 6-jarige dochtertje als cargo door Rotterdam te sjezen, op weg naar afro-les. Waar ze dus zal dansen op afrohouse en afrobeats. ‘Papamuziek, zoals ze het noemt.

Oh ja, en hij draaide in oktober nog in de Ziggo Dome (!) met Cincity, als opwarmers voor de Zuid-Afrikaanse superster-dj Black Coffee. ‘Een full circle-momentje. Cin en ik zijn allebei begonnen met de passie voor elektronische muziek, we wilden bouwen aan een community, bruggen bouwen tussen afro en house. Zo mooi om te zien dat die sound nu zo gegroeid is dat er genoeg draagvlak is voor een Ziggo Dome. Het stond 5 jaar geleden zeker op mijn bucketlist om voor zo’n legend te mogen openen, het is heel fijn om die erkenning te krijgen voor het werk dat wij al jaren doen.’ 

De prijs van spreken

Juist daarom wringt het. Want terwijl zijn carrière op papier bloeit, merkt Louzolo dat oude mechanismen opnieuw opduiken. Hokjesdenken. Polarisatie. Stigmatisering van bepaalde sounds én van de communities waar die sounds uit voortkomen. ‘Het gesprek over inclusiviteit is nooit klaar’, zegt hij. ‘Maar het voelt alsof we collectief een beetje zijn ingedut.’ 

En hij wil dat gesprek graag weer op gang brengen.

Dat vindt-ie moeilijk, geeft hij toe. In 2018 gaf hij ook al eens een interview waarin hij het thema ‘inclusiviteit’ op de kaart zetten, en dat werd hem niet in dank afgenomen. ‘De backlash was enorm. In die tijd was muziek vanuit de afro-community echt popping: afrohouse, highlife, afrodisco hoorde je overal op de alternatievere dancefestivals, het linker spectrum van de industrie. Maar het viel me op – zonder oordeel – dat je de mensen van die communities niet terugzag op de dansvloer, niet achter de draaitafels en ook niet achter de schermen binnen allerlei organisaties. Ik heb veel discussies gehad. Die waardevol waren, maar soms ook pijnlijk. En ik heb toen gemerkt: ik wil me wel uitspreken, maar de prijs is te hoog. Als het zoveel negatieve impact heeft op mijn boekingen, op de goodwill van promotors…. dan hou ik liever mijn mond.’

Een pijnlijke conclusie, natuurlijk. In de jaren daarna werd inclusiviteit gelukkig wel degelijk een breedgedragen streven in de dancewereld. ‘We hebben eventjes een sweet spot gehad, in 2022 en 2023. Toen werd diversiteit echt gevierd. In dat jaar deed ik Lowlands, de dag erna Tribes in Paradiso, de dag daarna No Art, en daarna iets in het linker spectrum: ZeeZout. En dat in combinatie met internationale shows. Dat jaar was echt utopisch.’ Maar het thema verdween al gauw weer van de agenda, misschien wel omdat budgetten steeds krapper worden, de kosten steeds hoger, en belangrijke kernwaarden moeilijker te realiseren zijn wanneer je überhaupt worstelt om uit het rood te blijven. 

Terug naar je hokje

Daarom wil Louzolo nu zijn mond weer opentrekken, voor zichzelf, maar vooral ook voor gelijkgestemde artiesten van kleur die nog niet in zijn luxe-positie zitten. Maar vloog hij er acht jaar geleden met een gestrekt been in, nu probeert hij voorzichtiger te formuleren. ‘Er zijn echt wel meer deuren geopend, er zijn meer mogelijkheden voor mensen die hun roots uitdragen en zij krijgen een podium….’ 

Wat hij nu ervaart, is subtieler dan openlijke uitsluiting, maar minstens zo hardnekkig. ‘Wat ik zelf merk, is dat je als artiest van kleur heel gemakkelijk in een hokje wordt geduwd. Is afro onderdeel van je spectrum, dan kom je in een verdomhoekje, en het is heel moeilijk om daar uit te komen. Ik krijg bijvoorbeeld weleens te horen van promotors: “Nee, we doen dit jaar geen afrostage.”’

Lekker dan, denkt Louzolo dan. Want ja, hij ís een van de gezichten van afro house in Nederland. Toch is dat maar een deel van het verhaal. Zijn wortels liggen net zo goed in industriële house, techno en alternatieve clubcultuur. ‘Ik ben begonnen met een industrieel, stevig geluid’, vertelt hij. ‘Techno, house, muziek  waarmee ik in De School, Dekmantel, Awakenings, Berghain en Panoramabar draaide. Pas daarna ben ik ook afro gaan draaien, toen ik al goodwill had.’ 

Het contrast met witte Europese dj’s valt hem daarbij steeds vaker op. ‘Als zij een Afrikaanse sample draaien in een houseplaat, is het een curveball. Bij mij wordt het gezien als mijn kern. Dat verschil is interessant… en pijnlijk.’

Philou Louzolo

Zondebokken en gesloten deuren

Het meest schrijnende wordt het wanneer vooroordelen doorsijpelen in hoe incidenten worden geïnterpreteerd. Louzolo vertelt over situaties waarin vechtpartijen of ongeregeldheden bij evenementen worden gekoppeld aan de dj’s of het type publiek, in plaats van aan de daders. ‘En opvallend vaak gebeurt dat wanneer het gaat om events waar iemand van kleur de kar trekt’, zegt hij voorzichtig. ‘Promotors zeggen soms: “Er ontstaan alleen vechtpartijen wanneer we déze dj’s boeken.” Dat is een aanval op ons als artiesten, als persoon. Terwijl we gewoon muziek komen draaien… En onze passie uitvoeren.‘

En de gevolgen zijn reëel: deuren die sluiten, reputatieschade. ‘Zeker beginnende dj’s kunnen hier last van hebben. Dus wat zien we nu gebeuren? Festivals programmeren een line-up met muziek die zijn oorsprong heeft in onze communities, maar bij incidenten worden diezelfde communities soms als zondebok aangewezen. En dan heb je nog het fenomeen waar ik zie dat festivals moeite doen om internationale headliners halen, wat ik begrijp, maar soms weinig ruimte creëren voor lokaal en nieuw talent dat de community draagt. Ik hoop hen vaker terug te zien op de line-ups.’

Autonomie als antwoord

Daarom besloot hij zelf steeds meer evenementen te gaan organiseren. ‘All night long, all day long. Dan heb ik de touwtjes in eigen handen. Dan hoef ik geen rekening te houden met de wensen van een promotor, en kan ik draaien wat ik écht wil draaien. En als je divers programmeert en diverse muziek laat horen, trek je ook een divers publiek’, zegt hij. ‘Zo simpel is het eigenlijk. Er is geen evenement geweest dat niet uitverkocht is. Het laat zien dat anders denken niet alleen nodig is, maar ook werkt.’

Door al deze ontwikkelingen, en vanuit een persoonlijk verlangen naar vernieuwing, is hij ook muzikaal opnieuw aan het schuiven. ‘Het is weer tijd om mensen wakker te schudden’, zegt hij. ‘Industriëler, meer rave, meer rechttoe-rechtaan house.’  In zijn sets duiken weer oude Strictly Rhythm-platen op, Innervisions, Dancemania-tunes, vroege techhouse uit de jaren nul. ‘Ik wil weer de muziek draaien die ik hoorde op het moment dat ik voor het eerst uitging, dat ik niet nadacht over de kleren die ik droeg, bezweet thuiskomen, sneakers vies. Voor de 35-plussers klinkt het als nostalgie, voor de nieuwe generatie is het volledig nieuw.’ Afro blijft aanwezig, niet als middelpunt maar in de randjes van zijn sets. ‘Het is een transitie. Ik ga niet iets afsnijden wat onderdeel van mij is, maar ik wil er ook niet in vast blijven zitten.’

Die herpositionering voelt als een hernieuwde creatieve vrijheid. ‘Ik ben lang gaan leven naar verwachtingen. Dat werkte, betaalde de rekeningen. Maar ik verloor iets van de creativiteit die me ooit op die grote podia bracht. Dat is nu terug.’

Meer dance

De inclusiviteit vieren

Louzolo pretendeert geen oplossingen te hebben. Hij wijst niemand met de vinger. ‘Ik ben geen activist’, zegt hij. ‘Maar soms vraagt de situatie waarin je zit wel om een vorm van activisme.’ Wat hij vooral wil, is het gesprek opnieuw openen. Met artiesten, promoters, publiek. ‘De dansvloer was voor mij altijd de plek waar het oordeel even wegviel. Waar verbinding vanzelfsprekend was. De roots zijn juist zo prachtig, house gáát om inclusiviteit en saamhorigheid. Dat zouden we moeten vieren.’