Je hebt van die artiestennamen die niet per se uitnodigen om meer te weten te komen over de persoon erachter. Neem VC-118A, een producer die al jaren diepe, dubby electro maakt. Maar in het nieuwe album van de Nederlander uit Helsinki zit een ontroerend persoonlijk verhaal.

Allereerst die naam, VC-118A. Het klinkt als een of andere plugin waar softwarefreaks wel raad mee weten, een bepaald type vacuumcups waar je god-weet-wat mee kunt of een foutcode van je was-droog-combinatie. In werkelijkheid gaat iets meer grandeur schuil achter de code. Hij prijkte namelijk op het regeringsvliegtuig van John F Kennedy in de jaren zestig, het laatste propellervliegtuig dat dienst deed als Air Force One. Nog niet op de banken van enthousiasme? Laat me je dan vertellen dat VC-118A een van de bestbewaarde geheimen van de Nederlandse elektronische muziek is.

Of Nederlands… Samuel van Dijk woont en werkt alweer jaren in de Finse hoofdstad Helsinki, waar hij een fulltime job heeft als video-editor. In de avonduren maakt hij er muziek, hele subtiele, gedeconstrueerde techno met een electro-edge. Deze vorm van elektronische muziek hoor je niet zo veel op de dansvloer, in elk geval niet in het huidige technoklimaat. Samuel van Dijk debuteerde in 2012 onder de naam VC-118A, maar begon een paar jaar eerder al aan een bescheiden oeuvre onder de naam Mohlao. Deze week verschijnt bij fijnproeverslabel Delsin alweer het vijfde album van VC-118A, genaamd Waves Of Change. ‘Gebaseerd op het begrip verandering’, vertelt Van Dijk. ‘Ik speelde met de gedachte dat alles tegenwoordig door AI nagemaakt kan worden, maar het centerpiece van mijn album is een heel persoonlijke track, gebaseerd op een tape van mijn ouders in de jaren tachtig.’

Moederbord

Die track heet ‘Motherboard’ en gaat inderdaad terug naar de oorsprong van zijn bestaan. ‘Mijn moeder, Terry van Dijk, werkte in die tijd als geluidsmixer in theaters in Amsterdam, zelf mixte ze tapes en maakte ze avant-gardistische muziek. In haar dagelijks leven nam ze van alles en nog wat op, verjaardagen, bijzonderheden, maar ook willekeurige dagen. Er is een kast vol, alles heel goed gedocumenteerd, in feite mijn hele jeugd, een goudmijn voor mijn muziek. Mijn vader ontmoette ze toen ze hem mixte. Hij is Andrew McKenzie, een muzikant uit Newcastle die nog heeft gespeeld en opgenomen met Cabaret Voltaire en met Autechre. In de experimentele scene is hij vooral bekend van het Hafler Trio. Ik heb hem maar één keer in mijn leven ontmoet.’

Wacht even, The Hafler Trio. De kans is aanwezig dat bij die naam niet direct een lampje gaat branden, maar bij mij wel. Ik heb een flashback van mijn tijd bij Boudisque, de platenzaak in Amsterdam waar een grote liefde heerste voor de meest experimentele elektronische muziek. Alles, vanuit de vroege experimenten in de jaren zeventig tot aan de jaren nul, en dan met name alles dat ook maar enigszins gerelateerd was aan Throbbing Gristle of Coil, de industriële scene uit het noorden van Engeland. Ik herinner me dat ik op zekere dag op kantoor een uur lang naar een plaat luisterde die bestond uit één enkele toon. Althans, dat bleek mijn beperkte oor te zijn, want toen het album na een uur afgelopen was, sprongen er drie collega’s op, jubelend: ‘Geweldig, fantastisch, ik neem hem mee!’ The Hafler Trio dus, dat naast McKenzie bestond uit Chris Watson. Het derde lid was een fictieve figuur, Dr Edward Molenbeek. ‘Wat een onzin, had mijn moeder gezegd, en toen waren ze vrienden.’

Meer dan vrienden zelfs, want Samuel kwam er uit voort, maar vader Andrew verdween weer. ‘De muziek achterna’, zegt Van Dijk. ‘Ik heb hem twaalf jaar geleden ontmoet, per toeval eigenlijk. We kwamen op elkaars pad, zogezegd. Ik ging als student voor een Erasmus project naar Letland, en hij bleek daar uitgenodigd als masterclass leraar. We hebben wel contact gehad, maar dat was niet zo heel positief. We hebben wat gepraat, maar er kwam weinig uit. Maar het is natuurlijk toch een factor van belang in mijn leven. Daarom wilde ik het graag in mijn muziek verwerken.’ Dat is dus wat je hoort in ‘Motherboard’, geen tekst over een liefde die nooit opbloeide, geen tranentrekker, maar flarden van een moment dat de twee samen in een ruimte waren. ‘Ja, ik breng mijn gescheiden ouders samen. Dit is mijn manier.’

(interview gaat verder onder foto)

Het is maar weer eens het bewijs dat instrumentale muziek, hoe functioneel het ook klinkt, vaak wel degelijk een diep persoonlijke uiting is. Nu maakt VC-118A ook niet echt ondubbelzinnige dansvloermuziek. Dat is zelfs een beetje zijn achilleshiel. Want hoe en wanneer moet je hem boeken? Zijn producties zijn niet geschikt om een zaal te laten ontploffen. Hij kan het wel, maar hij doet het niet door je te overrompelen (the usual) maar door onder je huid te kruipen. ‘Ik noem het zelf decompressiemuziek’, zegt Van Dijk. ‘Je kunt een clubnacht met een knaller eindigen, maar dat hoeft niet. Je kunt een lange avond laten eindigen door het TL-licht aan te doen, je kunt hem ook langzaam laten opgaan in de mist. Na alle energie kom ik uit mijn hol, rond zonsopkomst. Maar de scene is erg veranderd. Het is altijd al een uitdaging geweest om mijn muziek te pushen, maar de muzieksmaak op dit moment is niet zo goed, commerciële dingen hebben het overgenomen.’

Een lichte frustratie is wel voelbaar, en ook wel begrijpelijk. Van Dijk’s laatste VC-118A performance op Nederlandse bodem dateert alweer uit 2017, toen hij op een Boiler Room avond in Doornroosje speelde, en ook in zijn huidige thuisland heeft hij geen vaste plek om op te duiken. ‘Maar ik ben een halfjaar geleden met een nieuwe agent begonnen, Little Big Agency. We hebben een plan opgesteld. Ik werk ook met een aantal audiovisuele mensen, Erris Huigens van Deconstructie en Tijl Schneider maken mijn artwork, Sander Sturing de live AV-visuals. Ik zou het graag neerzetten in andere settings dan de club, in theaters, bioscopen, in concertvorm. Het wordt tijd voor een terugkeer van de armchair techno.’