Duizenden jonge mensen gingen de afgelopen maanden de straat op om te protesteren tegen de verloedering van de aarde. Het was een voorjaar vol klimaatmarsen en heetgebakerde discussies over de opwarming van de aarde en het terug dringen van plastic. We kunnen er in de westerse wereld niet meer zomaar op los leven, vinden veel jonge mensen. Zelfs niet in de reservaten waarin dat bij uitstek kon: festivals.

Midden op het food court van DGTL Festival zal komend weekend een grote compostmachine staan. Gewoon, pontificaal. Die machine kan alles hebben wat op het food court gebruikt wordt. Nou ja, de bekers natuurlijk niet, die worden hergebruikt, maar verder: het eten, de verpakkingen en servetjes, alles is gemaakt van biologisch afbreekbaar materiaal, en 24 uur na gebruik moet het als compost uit de machine rollen. Dat moet ook wel als je de lat zo hoog legt als DGTL: in 2020 wil het festival 100% circulair zijn. En dat draagt het festival ook graag uit.

‘Nou ja, uitdragen, het is gewoon heel belangrijk voor ons, ook creatief gezien. Hoever we zijn? Ik denk 95%, misschien nog iets hoger’, zegt Jasper Goossen van DGTL. ‘Waarbij het goed is op te merken dat we het dan over materialen hebben die op het terrein gebruikt worden. Dit project gaat niet over CO2 uitstoot. Niet dat we dat niet belangrijk vinden, maar dat is een ander project. Weet je wat het grootste probleem voor ons is op dit moment? De spullen die mensen meenemen naar het terrein. Deo-spuitbussen, waterflesjes, dingen die bij de poort ingenomen worden. Dat levert vuilnisbakken vol afval op waar we niet op kunnen anticiperen.’

Circulair, dat is het woord. Wat houdt dat in, een circulair festival? ‘Circulariteit bestaat uit het gebruiken van zo min mogelijk materialen die we weg gooien. We hebben materialen die we inhuren - tenten, steigers, licht - maar er zijn ook wegwerpmaterialen. Plastic flessen, hout voor decors. Die gebruiken we zo min mogelijk, of we proberen ze te hergebruiken. We brengen materialen niet zomaar naar de vuilnisbelt, maar kijken hoe we ze opnieuw kunnen inzetten. Dat is nog knap lastig, want je moet alles hier al scheiden. Als alles door elkaar zit, wil niemand het hebben. Wat we over houden zien wij niet meer als afval, maar als een nieuwe grondstof. En vervolgens moeten we zorgen dat we het bij de juiste afnemer achter laten. Want als die het in de fik steekt, schieten we er nog niets mee op.’

Hardcup of wegwerp?

Het klinkt als een abc’tje: wil je een stap in de goede richting zetten, dan moet je als festival af van de wegwerpbekertjes. Daarvoor in de plaats laat je duurzame hardcups aanrukken, van die mooie stevige bekers die je keer op keer opnieuw kunt gebruiken. Bij DGTL doen ze dat uiteraard, net als op bijvoorbeeld Best Kept Secret en Into The Great Wide Open. Maar op Lowlands zul je ook komend jaar nog ‘gewoon’ wegwerpbekertjes aantreffen. En dat terwijl Mojo Concerts zich dit voorjaar aansloot bij het Plastic Pact NL, een initiatief van de overheid om grote bedrijven te vragen hun verantwoordelijkheid te nemen. Hoe zit dat dan, is het wegwerpbekertje dan toch zo slecht niet?

‘Op Lowlands gebruiken we al een jaar of vijftien bekers van PLA materiaal. Een plastic, maar dan gemaakt van suikers en zetelen uit planten’, vertelt Maarten van Lokven van Mojo. ‘Dat kost minder co2, je hebt een hernieuwbaar product dat uiteindelijk kan vergaan tot compost.’ Lowlands wil, vertelt Van Lokven, zoveel mogelijk een bio-based festival zijn. Hardcups zijn op dit moment voor Lowlands geen optie, zegt hij. De bezwaren: hardcups zijn logistiek een enorme uitdaging, vooral het spoelen ervan. Zeker op een groot evenement is dat een probleem. En: harde bekers zijn gevaarlijker, als ze bijvoorbeeld in een moshpit terecht komen. ‘Onderzoekers zijn er ook nog niet helemaal uit of een hardcup nou daadwerkelijk duurzamer is. Een hardcup bevat tien keer zoveel plastic als een wegwerpbekertje, terwijl er ook tussen de 5 en 15% uitval is, doordat bekers kapot gaan of doordat mensen ze als souvenir mee naar huis nemen.’

Wacht even, tussen de 5 en 15% uitval? Per wat? Per keer dat ze vol geschonken worden? Per dag? Per weekend? Wat blijkt: een hardcup wordt in principe op een festival maar een keer ingezet. Spoelen is logistiek ingewikkeld (kost ruimte en tijd), en dus worden bekers na een keer gebruikt te zijn in een doos gezet en later ergens anders gespoeld, in afwasmachines waar 20.000 bekers tegelijk in kunnen. ‘Dat klopt’, zegt Niels de Geus van Air Events, een dance-organisator die dit jaar WEL volledig op hardcups over gaat. ‘Dat spoelen is heel belangrijk, omdat je dan je drankje in een echt schone beker krijgt. Om een hardcup duurzaam te krijgen moet hij dus op zoveel mogelijk evenementen in een jaar ingezet worden. Niet alleen op Amsterdam Open Air, maar ook op Koningsdag en later in het seizoen nog eens. Je moet een beker zo’n 10 a 15 keer gebruiken voor ie echt duurzamer is.’

Toch kiest Air Events nu dus vol voor de harde bekers. ‘Je moet per evenement bedenken wat het handigst is’, zegt De Geus. ‘Onze evenementen ontvangen zo’n 20.000 gasten per dag. Hoeveel bekers je dan nodig hebt? Zo’n 300.000 in een weekend. Je moet bedenken: niet elk drankje gaat in hetzelfde glas. Je kunt nooit precies weten wie wat voor drankje op welk moment van de dag wil drinken, dus op verschillende plekken op het terrein moet je voldoende bekers hebben staan. Een flink deel gaat ongebruikt weer terug.’

Even doorrekenen: als Amsterdam Open Air in twee dagen al 300.000 bekers nodig heeft, dan moet Lowlands - drie dagen, 60.000 bezoekers, open tot diep in de nacht - al snel 2 miljoen bekers laten aanrukken. Dat Lowlands voorlopig vasthoudt aan bio based wegwerpmateriaal is dus niet zo gek. Blijft het probleem: hoe houd je de boel schoon. Dat deed Lowlands jarenlang met een statiegeldsysteem, tot het publiek er gek van werd. ‘Niet van het systeem zelf, dat werkte wel. Maar het begon zich tegen ons te keren. Niemand vindt het leuk als je mensen omgekeerd in de prullenbak ziet hangen op zoek naar bekertjes, of met hoofdlampjes tussen het publiek ziet scharrelen. Het geld dat we staken in het statiegeldsysteem is vervolgens naar schoonmaakteams gegaan. Dat schoonmaken werkt aanstekelijk: op een schoon terrein voel je je niet zo snel uitgenodigd je rommel op de grond te gooien. We zien nu alleen nog veel rommel ontstaan in de tenten bij een concert, als mensen geen prullenbak in de buurt hebben. Direct na een concert sturen wij een schoonmaakteam de zaal in om te vegen. En dat werkt.’

Jullie hebben een paar jaar geleden al het vlees al uit de catering geweerd. Wat doen jullie dit jaar?
‘We gaan een samenwerking aan met Instock, dat ons rescued food brengt. Dat wil zeggen: voedsel dat bij de supermarkt over de datum is en niet meer verkocht mag worden, maar waar nog niets mis mee is. In plaats van te zeggen: ‘dit zijn onze cateraars, dit kunnen ze ons leveren’, zeggen we nu: ‘dit zijn onze ingrediënten, eens kijken wat onze cateraars daarmee kunnen maken. Dat levert een ander aanbod op, maar volgens mij wel een beter aanbod.’

Je legt de lat enorm hoog. Is dat niet veel duurder?
‘Ja, zeker, maar het levert ook een soort creativiteit op binnen het bedrijf. Je merkt dat mensen er enthousiast van worden. Ik wel in elk geval. Je gaat de wereld in op zoek naar initiatieven die problemen proberen op te lossen. Je komt interessante mensen tegen die op dezelfde manier denken. Een festival is een goede plek waar je nieuwe technieken kunt proberen. Ja, innoveren kost geld, natuurlijk. Maar neem nu de hardcup bekers: de eerste keren kostte dat heel veel geld. De eerste reacties waren ook kritisch. Het zou niet handig zijn, je moet die beker vast houden, als je hem verliest kost het je geld. Nu is dat sentiment omgedraaid en klagen mensen juist als er vuil op het terrein ligt. Wij hebben dit jaar niet eens meer vuilnisbakken buiten het food court staan. Er is geen afval. De kosten kunnen we enigszins neutraliseren door aan te kloppen bij de brouwer. Wij betaalden nooit voor bekertjes, die kregen we van de brouwer. 5000 van die dingen kosten 80 euro. Op een gegeven moment zeg je tegen de brouwer: die doos bekertjes hoeven we niet, maar geef ons die 80 euro, en dan zetten wij je naam wel ergens op de beker. In het begin was daar weerstand tegen, maar afgelopen ADE stond er een heel podium vol met brouwers die trots stonden te vertellen dat ze op hardcups over gaan.’

Stel, ik heb een evenement, en ik heb nog niets aan duurzaamheid gedaan, waar is dan de meeste winst te behalen, volgens Jasper Goossen?


1. Hardcups (‘voor ons een no brainer’)

2. Batterijen op zonne- of windenergie (‘je kunt er zonder risico een podium op draaien’)

3. Afvalstromen (‘probeer te kijken: hoe kan ik minder materialen gebruiken, hoe ga ik het scheiden?’)

4. Protocol voor leveranciers (‘leg uit dat je zo min mogelijk verpakkingsmaterialen wilt’)

 

Klopt het dat hardcups na afloop van je event in een vrachtwagen naar Frankrijk moeten om daar gespoeld te worden?
‘Dat klopt niet helemaal, al hadden we in eerste instantie wel een Franse leverancier. Daar worden hardcups al jaren gebruikt op alle evenementen. Het probleem van platgetrapte bekertjes op de grond kennen ze daar al heel lang niet meer. Onze bekers gingen altijd naar een spoelfabriek in Luik. Dat is natuurlijk helemaal niet efficient, maar in Amsterdam en omstreken was die faciliteit nog niet. Dan moet je kijken: hoe gaan we die beweging hier op gang krijgen, waardoor de vraag naar hardcups groot genoeg is voor zo’n dienst? Volgend jaar zal dat gereed zijn. Er zijn overigens ook andere technieken. Bij DGTL Barcelona werken we met een leverancier die bekers niet school spoelt, maar omsmelt tot nieuwe. Dan hoef je geen verwarmd water te gebruiken. De ideale oplossing bestaat niet. Het is kiezen welk probleem je het liefst op wilt lossen en elk jaar kijken hoe het beter kan.’

Maar al die vliegende dj’s dan?

Job Sifre brak twee jaar geleden door als dj, en prompt werd hij de halve wereld over gevlogen. En dat terwijl ie eigenlijk nog maar net resident was bij de Amsterdamse club De School. Sterker nog: Sifre zat (en zit) nog op school bij de HKU in Utrecht, waar hij music management studeert. Hij besloot zijn scriptie te wijden aan zijn grootste fascinatie bij zijn doorbraak: niemand sprak over dat vliegen. En dat terwijl de scene waarin Sifre zich bevindt toch progressief is en meer wil bieden dan een avondje uit.

‘Ik merk bij mijn collega-dj’s best veel bereidheid om over dit onderwerp na te denken. Veel dj’s en agenten zeggen: goeie, ik heb er eigenlijk nooit zo bij stil gestaan. Ik zie toch veel dj’s die zonder nadenken het vliegtuig pakken. Ook als ze naar Berlijn, Parijs of Londen moeten, afstanden die heel goed met de trein te bereizen zijn. Naar Berlijn ben je met de trein misschien iets langer onderweg, maar je kunt wel beter werken en je hoeft niet door die vervelende security. In Londen zit je vanaf het vliegveld ook nog eens anderhalf uur in een taxi voor je bij de club bent.’

Oftewel: overweeg als dj eens de trein te pakken als dat mogelijk is. Een andere optie die Sifre zijn collega’s wil voorleggen is CO2-compensatie. ‘Dat kan op twee manieren. Je kunt certificaten kopen die normaal gesproken voor bedrijven zijn die hun uitstoot willen compenseren. En je hebt bomenplant-programma’s. Het is misschien niet ideaal, maar het is beter dan niets doen. Er wordt wel eens gezegd dat dit soort oplossingen de vliegdrempel voor mensen lager maakt. Zo van: ik compenseer toch?! Maar bedenk wel dat de meeste dj’s die vlucht hoe dan ook zullen pakken.’ Een derde advies? ‘Vraag je agent een tour praktisch in te delen. Ga je naar Azie, doe dan niet eerst China, dan Vietnam en dan terug naar China.’

Blijft over de vraag: wie gaat dit betalen? CO2 compensatie is niet per duur. Vlieg je bijvoorbeeld naar Barcelona, dan kost dat twee tientjes. Volgens Sifre moet dat kleine bedrag ergens midden op tafel komen te liggen. Jij als artiest een paar euro, de club een paar euro, en je bent er. ‘We gaan nu werken aan een campagne om hier meer bewustzijn over te creëren’.

Je zei aan het begin al: CO2 laten we niet buiten beschouwing, maar het is een ander plan. Hoe ziet dat plan eruit? Want natuurlijk vlieg je artiesten in, natuurlijk moet die composteermachine ook gebracht worden.
‘We lanceren dit jaar een app waarmee we bezoekers en artiesten vragen hun CO2 te compenseren. We hebben dit ook bij onze leveranciers neer gelegd. Het is een manier om iedereen die met zo’n festival te maken heeft bewust te maken.’

Ik sprak met dj Job Sifre, die voorstelt om dj’s en promotors samen een extra fee voor CO2 compensatie te laten betalen. Zijn jullie daartoe bereid?
'Waarom zou je niet als artiest zeggen: die paar tientjes betaal ik zelf. Als je het als artiest doorbelast naar de promotor, sta je er dus niet helemaal achter. Het gaat er niet om dat ik niet wil betalen, maar het gaat om het gedachtengoed erachter. Ik vind dat artiesten dit zelf moeten willen, en er zijn er ook die het doen.'

Je kunt ook zeggen: ik boek minder artiesten die overzees moeten vliegen. Of raak je dan aan iets waar je niet aan mag komen, de vrijheid van de programmeurs om de artiesten neer te zetten die er op dit moment horen te staan?
‘Nee, dat is geen optie. Als je op die manier gaat redeneren kun je beter in een zelfvoorzienend hutje gaan wonen. Er gebeuren nu eenmaal dingen in onze maatschappij die CO2 uitstoot veroorzaken. Ik reis ook naar andere continenten omdat ik daar een evenement organiseer. Moet ik dat dan maar niet meer doen? Het is een lastig vraagstuk hoor. Ik hoop dat wij kunnen meehelpen in het proces naar betere oplossingen. Als je ervoor kiest bepaalde artiesten niet meer te boeken wordt je impact als festival kleiner. Maar we weten dat het beter kan, en daar werken we aan.’

DGTL 2017