Donny Benét wil best een held op sokken zijn Donny Benét wil best een held op sokken zijn

'Prince on a serious budget cut' breekt eindelijk door met kale kop en cultdisco

, Dirk Baart

Jarenlang wilde het niet zo vlotten met de carrière van Donny Benét. Hij speelde als sessiemuzikant in jazzbands en zong liedjes van Tom Jones in luxe hotels toen hij een blauwe maandag in Las Vegas woonde. Nu breekt ‘Prince on a serious budget cut’ toch nog door, met sexy synthesizerdisco en een topsnor. ‘The Don’ heeft zelfs een Nederlandse fanclub. Maar hoeveel is er eigenlijk waar van zijn bizarre levensverhaal? Hij tourt deze maand door Nederland.

Prince on a serious budget cut

Iets minder dan de helft, doet Donny ons vermoeden als-ie keihard begint te lachen zodra we de eerste hoofdstukken met hem doornemen. Is het echt zo dat z’n vader Antonio – zogenaamd een superberoemde Italiaanse accordeonist - het niet kon verteren dat Donny bij een talentenjacht in een winkelcentrum besloot z’n accordeon voor een synthesizer te verruilen? Speelt Donny tegenwoordig alleen nog accordeon voor de oudjes in een bejaardentehuis? En klopt het dat z’n vader na die talentenjacht geen show meer van Donny zag, tot hij terugkeerde uit Las Vegas en z’n debuutalbum kwam opnemen in z’n vaders thuisstudio, die ook nog Donnyland zou heten? Helemaal niet erg, maar het is allemaal een beetje geromantiseerd. ‘M’n vader is wel echt muzikant, net als m’n moeder trouwens’, verheldert Benét op een Rotterdams terras dat er nog wat grijzer uitziet dan normaal nu er een flamboyante Australiër op zit. ‘Van hen leerde ik accordeon spelen, maar dat heb ik maar kort gedaan. Ik ben al snel overgeschakeld naar de basgitaar.’

Op dat moment is Donny nog niet de excentriekeling die door steeds meer Nederlandse fans wordt verafgood. Hij heet gewoon nog Ben en is een best serieuze jazzmuzikant die meespeelt in Italiaanse funk-, soul- en discobands uit Sydney, de stad waar hij op z’n achttiende naartoe verhuist om naar het conservatorium te gaan. Meerdere keren reist Donny met zo’n band naar het buitenland. Als hij rond 2005 in Japan is, wordt hij op slag verliefd op synthesizers en koopt hij zijn eerste drumcomputer. De collectie is inmiddels nogal uit de hand gelopen. ‘Maar er zijn gewoon zoveel dingen die ik wil hebben.’ Het type drummachine dat Prince altijd gebruikte, bijvoorbeeld, een best bijzonder item om in je bezit te hebben. ‘In 2012 zag ik hem daarmee optreden in Sydney. Ik móést dat ding gewoon hebben, ook al kon ik hem helemaal niet betalen. Gelukkig kon ik hem kopen toen de Australische dollar gunstig stond ten opzichte van de Amerikaanse, maar hij was nog steeds best duur. Het allerergste: als je hem een tijdje niet gebruikt, gaat hij kapot.’

Donny's reparateur heeft het er maar druk mee, want de synthesizers liggen op dit moment te verstoffen in de studio. Als hun eigenaar niet op tour is, is-ie wel aan het schrijven voor zijn nieuwe album. En dat doet Donny niet achter z'n synths, maar doodleuk op de fiets. 'Daarom houd ik ook zo van Nederland. Hier kun je overal veilig fietsen, in Australië is het best gevaarlijk. Daar racen enorme vrachtwagens met een rotgang over de weg.' Gelukkig heeft Donny vlakbij z'n huis een wielrenparcours, waar zelfs wat heuvels op liggen. 'Ik neem onderaan mijn vaste rondje altijd een ritme in mijn hoofd. Als ik aan het eind van het rondje nog steeds in hetzelfde ritme trap, weet ik dat ik een goed liedje in handen heb.'

Ook in die nieuwe liedjes waart de geest van Prince rond, vertelt Benét. Het is een van de inspiratiebronnen die Donny bepaald niet onder stoelen of banken steekt. Toch klinkt The Don niet als een muzikale kopieermachine: op het album waarmee Benét dit voorjaar een decennium na het begin van z’n solocarrière doorbrak, klinkt hij juist best eigenwijs. ‘Het is heel makkelijk om een Prince-nummer te maken, hoor. Je zet gewoon de hand clap en de side stick van de drummachine aan en je hebt al bijna ‘Little Red Corvette’ of ‘When Doves Cry’. Maar je gaat toch nooit een betere song dan Prince schrijven, dus waarom zou je het proberen?’ Liever maakt de Australiër op die manier een combinatie van meerdere liedjes. ‘Ik ben bijvoorbeeld groot fan van de Scarface soundtrack van Giorgio Moroder. Ook best makkelijk om na te maken: je linkt de baslijn van een drum machine met een synthesizer en zet er een phaser pedaal op. Mijn nummer ‘Santorini’ is eigenlijk een mix van die soundtrack en ‘La Dolce Vita’ van Ryan Paris. Je hoort nog wel dezelfde elementen, maar de liedjes klinken totaal anders. Bovendien is mijn stem toch te slecht om zoals een van hen te kunnen klinken.’

Donny Benét

2011 Don't Hold Back 
2012 Electric Love 
2014 Weekend at Donny's 
2018 The Don

Tom Jones in de lobby

Zo’n andere inspiratiebron van Donny is Tom Jones, wiens muziek hij speelde in lobby’s van luxe hotels in Las Vegas. ‘Dat was nog voor de tijd van smartphones en wifi’, herinnert ‘The Don’ zich. ‘Nu ga je na het inchecken gewoon naar je kamer, toen bleef je beneden aan de bar hangen.’ Donny’s muziek – of die van Tom liever gezegd – bevond zich op de achtergrond. Onopgemerkt sloeg de zanger allerlei interacties gade waarvan je je voorstelt dat ze zich in iedere hotellobby afspelen. Hij zag zakenmannen zich bezatten tot ze alleen nog als kleine kinderen konden lallen. Hij zag hoe vrouwen aan de bar werden ingepalmd door foute mannen en hoe anderen het moesten doen met het gezelschap van een goed glas wijn. ‘Soms was het heel verdrietig, maar er zaten natuurlijk ook heel mooie ontmoetingen tussen. Daarom gaan al mijn liedjes nu nog steeds over liefde en wanhoop.’

Tom Jones vindt ook op een andere manier zijn weerklank op The Don: de lust druipt werkelijk van de liedjes af. Of dacht jij soms dat 'Working Out' echt over fitness ging? Best gek eigenlijk, al die rode oortjes en zwetende tepels: Donny is nou niet bepaald een typisch seksicoon. ‘Dat was Tom Jones natuurlijk ook niet tijdens een groot deel van zijn carrière’, countert de Australiër. ‘Toen hij vijftig was gooiden vrouwen nog steeds hun slipjes naar hem.’ Tuurlijk draait het daar allemaal niet om: Donny Benét is een ouderwetse charmeur, die lief voor je wil zijn en naar je wil luisteren. Hij houdt van het soort romantiek dat in het tijdperk van Tinder vaak een beetje verloren lijkt te gaan. ‘Ik ben niet superoud, maar wel ouder dan jij. Als je vroeger een meisje uit wilde vragen, moest je haar huistelefoon bellen en kreeg je waarschijnlijk haar vader aan de lijn. Dan luisterde iedereen mee en moest je op een hele subtiele manier je bedoelingen duidelijk maken. Dat hoeft met WhatsAppjes natuurlijk niet.’

Soms kruipt-ie - net als zijn landgenoten Alex Cameron op zijn Forced Witness en Kirin J. Callinan op de rode loper van een awardshow - zelf in de huid van een machoman, om die vervolgens keihard te kakken te zetten. 'Een tijdje terug mocht ik een uitzending van een Australische muziekshow cureren en keek ik in hun archief allemaal video's van Kiss', vertelt Benét. 'Die waren zo smerig. Dikke veertigers die vrouwen in bikini's nat spuiten. Kan natuurlijk echt niet.' Later, toen Donny zelf muziek begon te schrijven, waren het toch juist de minst sexy muzikanten die hem inspireerden. 'Op dat moment waren er in die indewereld heel veel knappe jongens die over hun emoties zongen. Ik vond John Maus en Ariel Pink veel cooler. Het waren zulke weirdo's die me ervan overtuigden dat een kale man van middelbare leeftijd ook best op het podium kon staan.' 

Kaal werd Donny trouwens kort na z'n twintigste al, net als z'n twee broers. Erg vindt-ie het niet. 'Eerst schoor ik de zijkanten altijd af, maar nu laat ik ze gewoon lekker staan.' Iedere keer als de Australiër nu een foto van zichzelf op Facebook zet, krijgt-ie meteen allerlei advertenties voor magische haargroeimiddelen. 'Dat hoeft niet meer, hoor. Ik vind het juist wel leuk. Gisteren kwamen er een paar jongens naar me toe om te vertellen dat ze niet meer bang zijn om kaal te worden. Ze weten dat ze gewoon net zo'n kapsel als ik kunnen nemen.'

'Ik werd kort na mijn twintigste al kaal'

'Vroeger stond er bijna alleen maar porno op internet'

Soft porn en stuntmannen

Donny Benét bekijkt het internet met een zeker cynisme. Komt omdat-ie precies in de schijtlollige puberfase zat toen het voor de eerste keer de kop opstak. ‘Er stonden alleen maar pornovideo’s en poep-en-plasgrapjes online. Dat kinderlijke perspectief heeft mijn generatie altijd een beetje behouden, denk ik.’ Zo kan het dat Donny Benét nu – opnieuw net als Alex Cameron en Kirin J. Callinan - furore maakt met bizarre videoclips en nog vreemdere posts op social media (na het interview wil-ie graag nog op de foto voor een sexshop in de buurt). ‘Het kan een enorme uitdaging zijn om iemand vijf minuten naar je muziek te laten luisteren’, legt Benét z’n strategie uit. ‘Als je een gekke foto ziet op de website van een festival, kan dat daarbij helpen.’

Neem nou de absurde video voor ‘Konichiwa’, Donny’s grootste ‘hit’ tot nu toe. We zien de beste man in een zalmroze pak, op een set die een Japans love hotel moet voorstellen. ‘We mochten niet in een echte filmen, jammer genoeg.’ Misschien maar goed ook: terwijl een stuk of vijftien digitaal gekopieerde Donny’s rondwandelen tussen de champagneflessen en bamboeplanten, vliegt de saxofonist midden in z’n solo in de fik. ‘De studio waar we geschoten hebben was van een paar stuntmannen. Eentje bood aan zich in de fik te laten steken. Vonden we best een goed plan.’ De grootste verrassing van de clip is het trouwens niet: dat is de Nederlandse ondertiteling die aan het begin ineens opduikt. ‘We wilden de video laten lijken op soft porn uit de jaren tachtig en dachten dat het leuk zou zijn om wat ondertiteling toe te voegen’, lacht Benét. ‘We keken gewoon op Google Translate en vonden dat Nederlands er het best uitzag.’

Koren op de molen van Donny’s Nederlandse fanclub, die gretig reclame maakt voor The Don T-shirts en de (bijna allemaal uitverkochte) clubshows van de Australiër. Bang dat ze hem als een gekkie of gimmick zien, is Donny niet. ‘Mensen zien je zoals ze zelf willen, daar kan ik niks aan doen. En het gaat me toch niet lukken om mezelf te presenteren als super serieuze, Bob Dylan-achtige singer-songwriter, want dat ben ik gewoon niet. Het enige dat ik kan doen is zo goed mogelijke muziek maken. Dat doe ik nu al een jaar of twintig, en volgens mij begin ik er best goed in te worden.'

'Ik ben gewoon niet zo serieus als Bob Dylan'

Donny Benét live in Nederland:

13 november in Cinetol Amsterdam
14 november in Paard, Den Haag
15 november in Merleyn, Nijmegen
16 november in ACU, Utrecht

advertentie
#nieuws
Laatste nieuws en artikelen van 3voor12