Album van de Week (6): Ty Segall Album van de Week (6): Ty Segall

Ty Segall levert vernieuwd visitekaartje af voor festivalseizoen

, Steven Stoffers

Wat hebben Ty Segall, Bowie en Fleetwood Mac gemeen? Ze brachten na hun titelloze debuutplaat allemaal nóg een album uit dat hun artiestennaam als titel had. En voor alle drie geldt dat ze die tweede keer opnieuw wilde definiëren wie ze muzikaal waren. Want de Ty Segall van 2017 is duidelijk niet meer de Ty Segall uit 2008.

We kennen Ty Segall als garagerocker. Eén van de meest gevierde en productieve garagerockers van de afgelopen tien jaar bovendien. Maar sinds zijn zesde album, Sleeper, is dat hokje echt te klein voor Segall. Na het overlijden van zijn vader schreef Segall in 2013 ineens een heel album vol goede semi-akoestische psychfolk-liedjes. Een jaar later was op Manipulator de overstuurde gitaar weer terug, maar waren de sixties psychsounds gebleven. En in 2016 klonk Emotional Mugger weer punk, zoals Thee Oh Sees punk klinken, maar dan wel met over elkaar gedubde stemmetjes. Dit nieuwe album leent muzikaal van al die platen, waardoor het ineens logisch wordt dat hij hem opnieuw Ty Segall noemt. Ty’s negende album is niets minder dan zijn vernieuwde visitekaartje. Waar op zijn debuutalbum alle nummers juist heel erg in dezelfde stijl zaten, laat hij nu zijn volle breedte horen.

 

Andere goede albums deze week

Japandroids - Near To The Wild Heart Of Life (Spotify)
Sampha - Process (Spotify)
Ten Fé - Hit The Light (Spotify)

Wat staat er dan op dat visitekaartje? Ty Segall: live-artiest. Segall wil op deze plaat niet alleen zijn volle breedte laten horen, maar nadrukkelijk ook hoe hij live klinkt. Het is niet voor niks dat alle nummers live zijn ingespeeld met een hele band, terwijl Segall op vorige albums nog nadrukkelijk gebruik maakte van overgedubde gitaren en stemmen. Het is niet voor niks dat hij Steve Albini koos als producer: de Pixies/Nirvana/PJ Harvey-producer waarvan bekend is dat hij liever een band helemaal live opneemt dan dat verschillende takes over elkaar plakt. En het is zeker niet voor niks dat de band al bij het derde nummer, ‘Warm Hands (Freedom Returned)’, 9 minuten lang los mag. Dit wordt het komende festivalseizoen de absolute live-knaller in de set. Continu gaat het gas even terug om daarna het startsein te geven voor een nieuwe pit. Op plaat duurt de improvisatie-bridge die vanaf een minuut of zes losbarst misschien wat lang, maar je weet nu al dat dat live het moment gaat zijn waar de band festivalweides in hun greep krijgt. Lowlands mag de borst vast nat gaan maken.  

In de twee nummers voor ‘Warm Hands’ heb je al een klassieke garagerocker ('Break A Guitar') gehoord en een popliedje (‘Freedom’) dat zó op een overstuurde versie van Sleeper had kunnen staan. Het nummer erna (‘Talkin’’) is een onversneden Manipulator-track, denk: piano, meerstemmig, The Beatles als ze rock hadden gemaakt. Zelfs de namen die voorbij komen in het liedje over roddelende vrienden klinken als de sixties: Molly Joe, Sammy Cross. In de eerste vier nummers heb je Segalls hele palet dus al een keer voorbij horen komen.

Na 'Talkin'' volgen nog twee rockers. ‘The Only One’ is een traag leunende rocktrack die lijkt geschreven om de live-set mee af te sluiten. Of althans, als nummer vlak voor de toegift. Wat dan nog even een goude ouwe knaller zou zijn. Let vooral ook even op de dubbele gitaarsolo, waarmee Segall nog even zijn liefde voor glamrock onderstreept. ‘Thank You Mr. K’ drijft op een punkdrum en is vooral memorabel omdat middenin het nummer even alles stilvalt omdat er een toiletpot aan gort geslagen moet worden. (De toiletpot in dit filmpje, zo te horen.) Vervolgens dendert de trein weer door. Hoe ze op de komende tour elk optreden weer aan een nieuwe toiletpot gaan komen, blijft nog even de vraag.

Ty Segall sluit af met drie popliedjes. ‘Orange Color Queen’: ‘het beste liedje dat ik ooit over mijn vriendin schreef’. ‘Papers’: weer zo’n typisch Manipulator-nummer, met zelfs een pianosolo. En ‘Take Care (To Comb Your Hair)’, wat net zo goed had mogen sneuvelen wat ons betreft. Net als track 10 trouwens: twee overstuurde gitaarnoten en een lachje om de mislukte opname.

Daarmee is Ty Segall een goed, maar geen perfect album geworden. Echt uitgesproken singles staan er ook niet op, maar je krijgt er wel verdomd veel zin van om naar een concert van zijn vernieuwde band te gaan. Die dit keer trouwens bestaat uit Emmett Kelly (gitaar en zang), Mikal Cronin (bas), Charles Moothart (drums) en Ben Boye (piano), een combinatie die voorlopig wel even zijn vaste band zal blijven bezweert Segall in interviews.

Makkelijk op de hoogte blijven van alle nieuwe muziek? Abonneer je op de 3voor12 #NIEUWEMUZIEK playlist op Spotify. Nog meer #nieuwemuziek vind je in ons dossier.

Nu op 3voor12