Knuffelhippie Matthew E. White zingt over zelfmoord en overdosis Knuffelhippie Matthew E. White zingt over zelfmoord en overdosis

“Ik wil de hoogste pieken en diepste dalen aan bod laten komen”

, Sjoerd Huismans

Knuffelhippie Matthew E. White zingt over zelfmoord en overdosis

“Ik wil de hoogste pieken en diepste dalen aan bod laten komen”

Sjoerd Huismans ,

Matthew E. White staat bekend als die grote, knuffelbare baardmans die op Into The Great Wide Open niet kon ophouden te beschrijven hoe mooi Vlieland was en hoe lief de mensen. Zijn gemoedelijke muziek kan je eveneens op het verkeerde been zetten, maar vergis je niet: het zijn duistere zaken waarover White verhaalt op zijn tweede plaat Fresh Blood. Zelfmoord, de overdosis van Philip Seymour Hoffman of seksueel misbruik in de kerk, het zit er allemaal in. “Hoe meer mensen ik spreek, hoe meer ik het idee krijg dat iedereen hele nare, donkere en moeilijke momenten heeft gehad.”

Matthew E. White kennen we vooral van het nummer Big Love op zijn vorige plaat Big Inner uit 2012. De zanger kwam een jaar later een paar keer naar Nederland voor optredens op onder meer Motel Mozaique en Into The Great Wide Open. De grote, vriendelijke en weelderig bebaarde White maakte indruk met optredens waarin hij zijn mellow mix van folk, seventies soul en rock ’n roll heel wat gejaagder speelde dan op de plaat. Nu is White terug met zijn tweede album Fresh Blood. De eerste single daarvan heet Rock & Roll Is Cold. ‘You said you found the soul of rock and roll. Hey hey, rock and roll it don't have no soul’, zingt hij in de coupletten om het genre daarna te vergelijken met R&B en gospel waarin volgens hem nog wél wat gebeurt. 

Karikatuur
“Het is vooral speels bedoeld”, zegt White. “Rock-’n-roll bevindt zich momenteel op een vreemde plek. Het is al meer dan zestig jaar oud. In de jazzmuziek zag je hetzelfde: op een bepaald moment begon het zich te codificeren, er komt een formule, oudere mensen gaan het vertegenwoordigen en voor je het weet is het een karikatuur van zichzelf. Ik wilde ook erkennen dat rock-’n-roll uit de zwarte Amerikaanse traditie komt, net als aanverwante genres gospel en r&b die nog springlevend zijn. Ik heb het gevoel dat mensen soms verward raken over waar rock-’n-roll vandaan komt. Maar weet je, het is speels. Ik ben geen cultuurcriticus, hooguit een armchair cultural critic” (lacht hard).

Samen met onder meer Bon Iver wordt Matthew E. White binnen de stroming geschaard die Amerikaanse rootsmuziek terug onder de aandacht brengt. “Ik ben blij als dat het geval is, want Amerikaanse folk- en rootsmuziek heeft me sterk beïnvloed”, zegt hij er desgevraagd over. “Eigenlijk komen bijna al mijn invloeden uit Noord-Amerika, van blues en gospel tot rock-‘n-roll, r&b en soul, maar daarnaast bijvoorbeeld ook Braziliaanse muziek en latin. De muziek van de nieuwe wereld, zogezegd. Maar ik ben er oprecht niet mee bezig om die muziek bewust terug te brengen, het is gewoon de muziek waarvan ik hou.” 

Hoge pieken, diepe dalen
Laat je niet in de war brengen door het gemoedelijke geluid van Fresh Blood: het zijn zeker niet alleen zonnige hippiezaken waar White over zingt. “Ik vind het belangrijk om op een album het hele spectrum van menselijke emoties aan bod te laten, de hoogste pieken en de diepste dalen. Ik neem hoopvol en vreugdevol zijn serieus, het leven moet gevierd worden. Maar er staan ook erg donkere dingen op de plaat, ik heb het over drugsoverdosis en zelfmoord. Hoe meer mensen ik spreek, hoe meer ik het idee krijg dat iedereen hele nare, donkere en moeilijke momenten heeft gehad. Ze denken alleen altijd dat die ervaringen aan hen voorbehouden zijn, terwijl dat volgens mij helemaal niet zo is.”

En zo blijkt het kalme Tranquility over de dodelijke overdosis van acteur Philip Seymour Hoffman (“Ik kende hem niet persoonlijk, maar heb al zijn films gezien”) te gaan en Holy Moly over seksueel misbruik in de kerk. Een ander goed voorbeeld is Circle Round The Sun; op het eerste gehoor lichtvoetige gospel, maar de tekst ‘Wrap your arms around me Jesus (…) Hand in hand, I’ll go where you lead me’, krijgt ineens een heel andere lading als je weet dat het over een vrouw gaat die zelfmoord pleegt om dichter bij God te komen. White, opgegroeid als de zoon van twee christelijke missionarissen, heeft het in zijn omgeving zien gebeuren bij de moeder van een vriend van hem.

“Dat verhaal is waargebeurd, zeer waargebeurd zelfs. Wij zien zelfmoord als een heel donker, moeilijk te begrijpen daad. Maar eigenlijk gebeurt het altijd vanuit de gedachte dat wat er ook volgt na de dood, beter is dan wat hier gebeurt. Dat is hoopvol, op een vreemde manier. Als je het dan vanuit een religieuze context bekijkt, is het nog moeilijker te begrijpen. Zelfmoord plegen omdat je oprecht denkt dat iemand aan de andere kant op je wacht, voor mij - ik ben opgegroeid in een christelijke familie, maar zie mezelf niet als christen - is dat nog somberder. Toch vertelt het nummer ook hoe hoopvol het geloof kan zijn voor mensen.”
 

Een shit ton aan gitaar
Vergeleken met zijn eerste plaat denkt White dat de donkere momenten nu nog donkerder zijn en de lichtere momenten lichter. Dat geldt ook voor de arrangementen: de luidere momenten zijn luider en de zachtere momenten zachter. “Ik speel bijna geen gitaar op Big Inner, er staat bijna geen gitaar op die plaat. Maar ik ben een gitarist, ik speel een shit ton aan gitaar. Dus dat wilde ik deze keer meedoen.” Om dat nog meer tot uitdrukking te laten komen, brengt White binnenkort een deluxe-editie uit van het album, niet met wat extra liedjes, maar met andere arrangementen. De ingrijpendste verandering is dat die versie geen strijk- en blaasinstrumenten zal bevatten.

“Mijn label Domino wilde graag een deluxe-editie, maar ik haat het om nummers op een plaat te zetten die ik zelf niet uitgekozen zou hebben”, zegt White. “Je vraagt mensen om voor iets te betalen dat je zelf al in de prullenbak had gegooid. Dus ik vond het interessant om de arrangementen te veranderen, zodat je dingen in de liedjes hoort die je eerst niets hoorde. Soms vertellen de arrangementen een deel van het verhaal, laten ze het liedje iets zeggen wat de tekst niet doet. Hoe verandert dat, blijft het liedje nog overeind?”

In zijn liveshows houdt White het ook veel kleiner dan op de plaat, wat tot puntige optredens leidt waar alles afhangt van gitaar, bas en drums. “Live is het veel rauwer, ik vind dat livemuziek en studiomuziek niet hetzelfde moeten zijn. Liveshows op festivals vallen me vaak tegen dat het gewoon letterlijk de nummers van de plaat zijn. Iemand drukt op play en ze spelen mee, met click-track en oortjes. Dan kan ik ook de plaat kopen en die thuis op mijn mooie speakers luisteren, zonder tienduizend mensen om me heen. Ik wil mensen risico zien nemen, ze dingen zien doen op hun instrument waarvan ik weet dat het kan mislukken, maar dat het niet mislukt omdat ze zo badass zijn! Zo’n band als Amazing Snakeheads, die gaan live helemaal ape shit. Maar ook hiphop kan heel spannend zijn, zelfs met track. Er zit zoveel precisie in het rappen zelf dat het spannend is, ze kunnen het helemaal verkloten. Dat je denkt: yeah man you’re in it right now! Hetzelfde geldt voor elektronische muziek.” 

Spacebomb: van oprichter naar werknemer
Muziek als geheel is nog gezond genoeg, wil White maar zeggen. “Elektronische muziek is gezond, hiphop is gezond, allerlei soorten zijn gezond.” En voor de muziek die hij mist heeft hij zijn eigen label Spacebomb, dat onlangs nog het debuutalbum van Natalie Prass uitbracht. Een soort retrolabel in letterlijke zin, inclusief huisband en productieteam. “Ik ben de oprichter, maar op dit punt ben ik bijna een werknemer”, lacht White. “Er zijn negen eigenaren. Aan het begin nam ik de zakenkant, de muzikale kant en van alles op me, maar nu heb ik een stap terug gedaan. Produceren, arrangeren, A&R, dat soort dingen, ik zie erop toe dat we creatief de goede kant opgaan. Ik vind zeker niet dat er dertig andere Spacebombs nodig zijn, de muziek heeft ons niet nodig. Het was een manier om onszelf een baan te geven, het stelt ons in staat te doen wat we willen doen. Als we buitengewoon rijk zouden worden – wat niet gaat gebeuren – zouden we nog steeds platen uitbrengen. Zoals de plaat van Natalie, ik merk dat er publiek voor is.”

Is de rock-‘n-roll dan echt zo koud? “Het maakt me niet uit”, concludeert White. “Ik ben alleen voor mijn eigen platen en shows verantwoordelijk, niet voor de muziekindustrie. Ik zit nu in een fase waar mensen daar aandacht voor hebben en me steunen, en daar ben ik heel dankbaar voor. Het kan zo veranderen, de industrie kan opschuiven en straks werkt het commercieel misschien helemaal niet meer voor mij. Maar dat is oké, het is als met taxichauffeurs en Uber, de wereld draait door. Er zijn ook niet meer zoveel professionele klarinettisten als 75 jaar geleden, niet zoveel smederijen als honderd jaar geleden. Het is oké, ik ben gewoon dankbaar voor de tijd die ik heb.” 

Fresh Blood verschijnt bij Domino/V2 en streamt tijdelijk op de Luisterpaal. 22 april staat White in Paradiso, 20 juni staat hij op Best Kept Secret.

Nu op 3voor12