Viet Cong: de zwarte humor van de post-apocalyps Viet Cong: de zwarte humor van de post-apocalyps

Noiserockband op punt van doorbraak door zinderend debuutalbum

, Timo Pisart

Viet Cong: de zwarte humor van de post-apocalyps

Noiserockband op punt van doorbraak door zinderend debuutalbum

Timo Pisart ,

Is de dood grappig? Met hun nietsontziende post-punkdebuutalbum schetst Viet Cong een troosteloos beeld van de toekomst, maar zelf kunnen ze er bijzonder smakelijk om lachen. Nu dat album overal hoge ogen gooit, staat de Canadese band op het punt van doorbreken. 3voor12 spreekt frontman en bassist Matt Flegel (ex-Women) over de humor van de post-apocalyps, sonische experimenten en het exploderen van Women. “Het moet zo gewelddadig mogelijk klinken.”

Op een dag, toen Matt Flegel nog een kleine jongen was en bij zijn grootouders op een kleed zat te spelen, kreeg oma een belletje. Het was een oudoom die belde. “Mijn broer is gestorven.” Hij sprak met dubbele tong, maar leek bijzonder aangedaan. “Mijn broer is gestorven, niemand had het zien aankomen maar hij is dood”, herhaalde hij. Zo dreef hij de arme grootmoeder bijna tot tranen. Om vervolgens een gigantische bulderlach uit te slaan. Het bleek een wrede, cynische grap. De broer maakte het goed, niets aan de hand.

Ook nu grijnst Matt Flegel terwijl hij de anekdote oprakelt, in de smetteloze backstage van EKKO voorafgaand aan hun optreden op Le Guess Who?. Hij wil maar zeggen: “Die zwarte humor, die akelige grappen… die heb ik niet van een vreemde. Die zit in mijn genen. Al sinds ik jong ben heb ik een morbide mentaliteit. Toegegeven: onze muziek is donker, maar mensen nemen dat veel te zwaar op. Ik zie er zelf zeker een knipoog in.” Om die knipoog in het zelfgetitelde album van Viet Cong te zien, moet je wel erg je best doen, hoor. Flegel schetst een surrealistische wereld van (letterlijk!) fluorescerende primaten, rottende wonden, verdwijnen onder de aarde en fonteinen vol vloeibaar goud. Het is een “shit earth”. “Het is de post-apocalyps”, lacht Flegel. “Niet zoals Blade Runner, eerder volgens het recept van Mad Max: mensen hebben geen technologie meer, water raakt op en iedereen slacht elkaar af om het laatste beetje petroleum zodat ze ‘death races’ kunnen houden. Het is een compleet ridicule wereld, maar ik vind het fantastisch.”

Surrealistische klankkleuren

Hij is groot liefhebber van de schilderijen van Salvador Dalí, vertelt Flegel, van surrealistische films, kunst en muziek. “En zo werken wij ook. Ik hou ervan als je aan het einde van het liedje niet meer weet hoe het begon, muziek waarvoor je je moet inspannen, waarbij je je afvraagt hoe een muzikant dat geluid in godsnaam heeft gemaakt.” Hij refereert bijvoorbeeld aan de experimentele Britse groep This Heat, die in de jaren 70 bekend werd met allerlei sonische experimenten. “Ze zuigen je zomaar in een bizarre wereld. Ze hebben een EP met aan de ene kant een nummer dat begint als de meest glorieuze popsong. Op een gegeven moment raakt hij in een loop verstrikt, waarna hij uit elkaar valt en uiteindelijk langzaam weer bij elkaar komt. De andere kant van de EP is een 8 minuten durende orgel-drone die alsmaar doorgaat. Ik vind het fantastisch."

Zo ver gaan de experimenten van Viet Cong wellicht niet, maar hun debuutalbum onderscheidt zich wel degelijk van hedendaagse post-punk-revivalisten, een volle 180 graden zelfs. Het is een vervreemdende plaat die lijkt te verwijzen naar de oude post-punk ten tijde van Joy Division en Echo and the Bunnymen. Niet zoals de poppy nakomelingen Interpol en Editors dat doen, maar noisy en agressief. De zang in March of Progress en Newspaper Spoons is afstandelijk. “Het moest zo gewelddadig klinken als wij maar konden maken, met militante koren. Het zijn twee zanglijnen, beiden gedubbeld, waardoor het klinkt als een alien of robot. Dat vind ik ook zo fantastisch aan de platen van Brian Eno: ze hebben een spookachtig chorus-geluid. Het is niet natúúrlijk.”

Verder klinken op het album bizar vervormde violen, kapotte synthesizers en fuzzbas. Veel ervan werd ’s nachts opgenomen in uren durende studiosessies. “We waren vaak ‘wasted’, zaten om vier uur ’s ochtends nog te pielen en wisten de volgende middag écht niet meer hoe we die geluiden maakten.” De drums klinken ondertussen als een angstaanjagende, op hol geslagen stoomwals. “We zijn er twee nachten mee bezig geweest om dat geluid te maken: uiteindelijk hoor je het drumstel door een zwaar overstuurde gitaarversterker. Dat geluid is dan weer opgeknipt en samengeplakt.”

De uitputtingsslag van touren en een hele slechte trip

Viet Cong ontstond ‘on the road’, vertelt Flegel. Vijftig dagen non-stop onderweg, slapen in de aftandse Toyota Echo of thuis bij mensen op banken, iedere dag op bizarre huisfeestjes spelen en op een gegeven moment goed ziek worden. Als je zo’n uitputtingsslag twee maanden lang volhoudt, dan weet je dat het goed zit, denkt Flegel. Maar goed, één keer ging het bijna fout. “Ja… We hebben bijna iemand vermoord.” Opeens slaat zijn stemming om. “We mochten die gast gewoon niet, dus toen hebben we hem onder de auto geduwd.” Stilte. Dan een bulderlach. “Nee, tuurlijk niet! Het was zo’n eens-in-het-miljoen-fout: ik was de nuchtere tourvader en probeerde in te parkeren, terwijl een jongen op straat uitgleed over paardenpoep en met zijn hoofd op de stoep belandde. Als we niet waren gewaarschuwd door voorbijgangers, dan had ik nu een man gedood.” Hij vergat het bijna te vertellen, maar hij was in het busje de enige die nog bij zinnen was. “Eh, ja.. De rest van de band was hartstikke high op paddo’s, ze flipten zo’n beetje de pan uit.”

Goed, we hoeven ons geen zorgen te maken over de geestelijke gezondheid van de band, lacht Flegel. “Ik weet nu wanneer ik uitputting herken.” Vroeger niet. Zowel hij als Viet Cong-drummer Mike Wallace maakten in een recent verleden deel uit van het bejubelde Women, met ook de broer van Flegel in de gelederen. Midden in een tour explodeerde de band plotseling, toen de leden in San Francisco tijdens een agressieve ruzie met elkaar op de vuist gingen. Op het podium, nota bene. Ze bliezen de rest van de tour af en zijn daarna nooit meer samen gekomen. Gitarist Chris Reimer overleed vervolgens in 2012 aan een hartkwaal. Flegel toont zijn tanden in een verwrongen lach. “Wat de meeste mensen niet weten: eigenlijk was het een Halloween-grap. Eigenlijk leeft Chris nog.” Stilte. “Nee, echt! Ik denk nu over goede manieren om Viet Cong te beëindigen. Misschien moet iemand op het podium live zelfmoord plegen..” Hij grinnikt even en valt dan stil. “Hoe het echt ging? Die ruzie was een kwestie van uitputting, niet slapen, niet voor jezelf zorgen, mijn broer die crystal meth aan het roken was met een schooier. We bliezen onszelf gewoon op.”

En eerlijk waar: Flegel zag het niet eens aankomen. “Ik had oogkleppen op. En die uitputting kan je overvallen als muzikant. Je reist van plek naar plek, je drinkt, je rookt, je doet zes uur interviews. Ik weet dat ik ermee kan omgaan, dat ik het kan beteugelen, en de rest van Viet Cong ook. Als een van de jongens tekenen gaat vertonen van uitputting en geestelijke instabiliteit, dan nemen we direct een pauze. Dan ga ik ze twee dagen soep en fruit voeren. Voortaan zal ik het zien aankomen.”

Het zelfgetitelde debuutalbum van Viet Cong is nu 3voor12 Album van de Week en staat tijdelijk op de Luisterpaal. De band speelt op 10 februari in Paradiso en 16 februari in Rotown.

Nu op 3voor12