Destroyer na het plotselinge succes: "Het is te laat gebeurd voor mij" Destroyer na het plotselinge succes: "Het is te laat gebeurd voor mij"

Dan Bejar na Kaputt terug met donkere plaat Poison Season

, Sjoerd Huismans

Destroyer na het plotselinge succes: "Het is te laat gebeurd voor mij"

Dan Bejar na Kaputt terug met donkere plaat Poison Season

Sjoerd Huismans ,

Destroyer is terug met alweer de tiende plaat: Poison Season. Na het onverwachte succes van zijn vorige album Kaputt zijn er natuurlijk hoge verwachtingen, maar daar zit Dan Bejar zelf totaal niet mee. De twee meest poppy liedjes die hij schreef zette hij uiteindelijk niet op zijn “duistere” nieuwe album Poison Season. “Ik heb nog steeds geen idee hoe ik platen moet maken voor iemand behalve mezelf.”

‘Dat Destroyer al negen albums maakte en pas nu breed opgepikt wordt, ligt dat nu aan hem of aan ons?’ Zo begon in 2011 de Album van de Week-recensie op 3voor12. Misschien toch vooral aan hem. De acht albums die Dan Bejar ervoor maakte hadden weliswaar al een behoorlijke cultstatus en varieerden van lo-fi tot rammelende indierock tot een album vol MIDI-instrumentatie (Your Blues, 2008). De Steely Dan-achtige softrocksound van Kaputt betekende niet alleen opnieuw een nieuwe richting voor Destroyer, maar ook een plotselinge doorbraak naar een breder publiek.

Niet dat de Canadees daar echt van onder de indruk was. “Ik had al te veel platen gemaakt, ik was te oud toen Kaputt uitkwam. Ik kon niet meer veranderd worden door die ervaring, was al een ‘gemaakt’ persoon. Het is te laat gebeurd. Ik denk dat dat ook normaal is. Het zou raar zijn dat je leven op je veertigste ineens dramatisch verandert omdat je negende plaat ineens leuk gevonden wordt door mensen. Het is trouwens ook vooral iets Europees, ik denk dat weinigen hier ooit een Destroyer-liedje hadden gehoord voor Kaputt.
 

Duister
Het is een vreemd, ongemakkelijk gesprek met de Bejar, in een druk café in Amsterdam-Noord. We zitten binnen, maar geen moment gaat de zonnebril van zijn hoofd. Toch is hij niet de norse intellectueel zoals in de hilarische nieuwe video voor ‘Times Square’. De meeste suggesties over zijn nieuwe plaat Poison Season (nu op de Luisterpaal) pareert hij met een spottend lachje op zijn gezicht, om daarna uitvoerig uit te leggen hoe het wél zit.

Was er de druk om de groter geworden fanbase te pleasen? Welnee. “Ik wil kunnen eten, weet je? Ik wil een huis om in te wonen. Maar verder? Ik heb nog steeds geen idee hoe ik platen moet maken voor iemand behalve mezelf. Ik heb er geen controle over hoe het ontvangen wordt. Misschien wordt Poision Season wel helemaal niet zo omarmd als Kaputt, misschien wordt het minder populair omdat het minder poppy is. Voor mij klinkt het als een duistere plaat.”

“Het persbericht? Leugens”
En die invloed van Schotse popmuziek uit de jaren tachtig? Weer schudt Bejar lachend zijn hoofd. Dat ‘feitje’ kwam in elk nieuwsbericht over de plaat terug - omdat het letterlijk zo in het persbericht stond. Bejar: “Nee, ik kan dat niet uitleggen, want die one sheet is een leugen. Ik heb ‘m nooit gelezen. Het was een experiment. Ik houd niet van dat soort promo-dingen, dus deed ik voor een keer alsof ze niet bestonden. Ik zei: verstuur maar wat, doe wat je wil, ik ga het niet eens lezen. Maar toen stond er ineens van alles over Aztec Camera, Prefab Sprout en The Blow Monkeys in. Dat vond ik echt absurd. Extreem vergezocht.”

De vergelijking met artiesten David Bowie en Bruce Springsteen ligt wat meer voor de hand, bijvoorbeeld in sleutelnummer ‘Times Square’, dat maar liefst drie keer terugkeert op de plaat. Twee keer met een strijkkwartet, als opener en afsluiter, en een keer halverwege als een popsong met gitaar en saxofoon. “Er zijn een paar nummers die mensen met Springsteen vergelijken ja. Misschien heeft ‘Times Square’ iets van hele vroege Springsteen in zich, wat hij tijdens ‘The E-Street Shuffle’ deed. Voor Born to Run dus nog. Maar als songschrijver beïnvloedt hij me eigenlijk helemaal niet. Ik denk dat ik meer geïnspireerd word door de jazzvocalisten waar ik de laatste paar jaar pas naar ben gaan luisteren. Dat heeft mijn eigen schrijven veel meer geïnfiltreerd. Op Kaputt hoorde ik het nog niet echt, nu zijn er meer fucked up songs uit een pre-rock-traditie.”

Salsaplaat
Oorspronkelijk wilde Bejar van Poison Season zelfs een salsaplaat maken. Dat is alleen nog te horen op de song ‘Forces From Above’. “Dat is een van de eerste nummers waar ik aan werkte. Verder was het meer een idee dan ik had, voordat ik alle nummers had. Gaandeweg bleek dat de meeste songs niet bepaald werkten als salsanummers.” Weer dat spottende lachje. “‘Forces And Above’ is de enige die het overleefde.”

Zelf vindt Bejar Poison Season ook weer niet radicaal anders dan Kaputt. “Als je ons in 2012 zag touren is het exact dezelfde band die Poison Season heeft opgenomen. We zijn niet vanaf scratch begonnen. Er zijn zelfs drie nummers die uit die tijd dateren. ‘Girl In A Sling’ heeft Kaputt niet gehaald omdat ik niet wilde dat het een popsong zou worden (nu is het een ballade met strijkers, red.) . Dan is er ‘Solace’s Bride’, dat ook te treurig was. En ‘Archer On The Beach’, dat ik in een eerdere versie heb opgenomen met Tim Hecker als ambient noisesong. Ik wilde een versie van het nummer die meer geleid zou worden door de zang. Deze versie wordt nu vooral gedragen door de basgroove, die van begin tot eind hetzelfde blijft. Dat nummer klinkt het meest als iets dat op Kaputt had kunnen staan.”

Te poppy
Eerste single ‘Dream Lover’ was een verrassend stevige saxofoonrocker. “Ik denk dat het niet heel representatief is voor de plaat. Maar ja, platenlabels houden er gewoon van om snelle liedjes uit te brengen. Bovendien is het wel catchy. Twee liedjes die ik té poppy vond heb ik niet op de plaat gezet, ze waren niet droevig genoeg. We hebben ze wel opgenomen, dus ze moeten ook weer niet heel erg uit de toon zijn gevallen… maar toen we gingen mixen en ik begon uit te vinden waar deze plaat om draaide, pasten ze er niet meer tussen. Het is niet echt wat deze band wil spelen.”

Misschien bewaart hij de nummers wel voor een van zijn andere bands: The New Pornographers, het indierockcollectief onder leiding van Carl Newman (beter bekend als A.C. Newman). Met die band bracht Bejar vorig jaar een zeer goed ontvangen album uit: Bill Bruisers. Zelf is hij onder meer verantwoordelijk voor de superaanstekelijke single ‘War On The East Coast’. Zelf relativeert Bejar dat meteen: “Ik denk dat Carls nummers veel directer zijn dan iets dat ik ooit geschreven heb. Hij komt altijd met vier of vijf hitsongs. Eens in de drie, vier jaar vraagt iemand of ik nog een paar nummers op stapel heb. Mijn rol is die van songwriter.”

Daarom speelt Bejar meestal wel een tourtje mee na de release van een The New Pornographers-plaat, maar is hij daarna weer van het toneel verdwenen. “Dat doe ik altijd, ik heb gewoon andere dingen te doen. Dat is niet de rol die The New Pornographers heeft in mijn leven. Er zijn jaren voorbij gegaan zonder dat ik één show met ze speelde, de eerste helft van de jaren nul bijvoorbeeld. Mijn rol is die van songschrijver, de liedjes kunnen gemakkelijk door iemand anders worden gezongen. Destroyer-nummers zijn voor mij veel persoonlijker, meer gebaseerd op teksten en losser. The New Pornographers draait meer om de melodie, altijd iets dat goed klinkt met meerdere stemmen in harmonie. Eén stem is niet zo belangrijk.”

“Ik spuug de teksten eruit”
Destroyer-nummers draaien dus meer om de teksten, en die ontstaan bij Bejar veel intuïtiever dan de muziek: “Bij de meeste artiesten is het andersom. Ik spuug de teksten er als eerst uit, als ik een fysieke reactie bij mezelf merk is het goed. Het komt uit mijn onderbewuste.” Bejar noemde Poison Season een duistere plaat. Wie zijn die ‘forces from above’ bijvoorbeeld? “Ik denk dat het een romantisch nummer is, maar geplaatst in een vreselijke, harde wereld. Een concentratiekamp misschien, een of andere verschrikking van de moderne wereld. Als er al een heel dun draadje is dat door de hele plaat loopt, dan zijn het verloren zielen. In ‘Forces from Above’ komen die voor maar bijvoorbeeld ook in ‘Bangkok’. Er speelt een thema van verlossing op de plaat.”

‘Bangkok’ draait om het personage Sunny, dat op het laatst euforisch uitschreeuwt:

‘Bring out the light!
Bring out your dark
Birds in flight!
Bring out your red
Roses too!’


“Dat is misschien de eerste keer dat ik echt een personage laat spreken, van begin tot eind. Ook dat gebeurde trouwens onbewust. Ik dacht aan hoe de naam Sunny in verschillende Amerikaanse songs door de jaren heen voorkomt, ik luister dus veel naar jazz en ‘When Sunny Gets Blue’ is een echte jazz standard. In mijn song is Sunny misschien een corrupt persoon, of misschien een demon die toch het licht zag en verlossing vond. Maar zijn mede-pooiers, moordenaars of demonen begrijpen het niet, en schreeuwen: ‘Hey, what’s got into Sunny!?’

“Le Guess Who? is a good one”
Zelf had Bejar ook zo’n moment dat hij het ineens zag, dat hij dacht: “what the fuck doe ik hier?” Op het grote Amerikaanse festival Coachella besefte hij dat het misschien te hard was gegaan met Destroyer, na Kaputt. Bejar zucht voor de laatste keer: “Ach, Coachella is oké, al die dingen zijn oké. Ik wil er niet te moreel verheven over doen. Het voelde gewoon niet goed voor mij, voor ons. Dat is alles.”

Bejar veert op van achter zijn zonnebril als hij de naam van het Le Guess Who?-festival hoort, waar hij in november speelt. “We hebben daar twee jaar geleden gestaan. Natuurlijk hebben dat soort festivals mijn voorkeur, ik vind ze tien keer beter dan grote popfestivals. Op de meeste festivals is niets te vinden dat me interesseert, bovendien voel ik me opgelaten om er te zijn omdat ik het gevoel krijg dat wij ook shit zijn. Op festivals als Le Guess Who? is daadwerkelijk muziek die ik geen shit vind. En muzikaal is het natuurlijk ook toffer dat je niet om twee uur ’s middags op een gigantisch podium staat. Ja, ik hou van Le Guess Who?, it’s a good one.

Poison Season verschijnt via Merge/Konkurrent en is tijdelijk te beluisteren op de Luisterpaal.

Nu op 3voor12