Lowlands: FFS, boys just wanna have fun Lowlands: FFS, boys just wanna have fun

Franz Ferdinand + Sparks = ware liefde

, Tekst Norbert Pek, foto's Tim van Veen

Lowlands: FFS, boys just wanna have fun

Franz Ferdinand + Sparks = ware liefde

Tekst Norbert Pek, foto's Tim van Veen ,

Franz Ferdinand is vaker in de Alpha-tent geweest dan een alcoholist in zijn buurtkroeg, maar deze zaterdagmiddag is het onder een andere vlag. Samen met de heren van Sparks pakken ze het hoofdpodium aan, waarbij ook eigen werk van de bands voorbij komt. Krijgt de Alpha-vloer tóch een springende massa bij ‘Take Me Out’ te verduren.

HET CONCERT:

FFS, Lowlands Alpha, zaterdag 22 augustus 2015 

DE ACT:

Het idee om iets samen te doen ontstond jaren geleden al na het uitwisselen van lofuitingen over elkaars muziek, maar recent werd de vage afspraak concreet en namen Franz Ferdinand en Sparks een complete plaat op. Luister goed naar de muziek en het is vrij logisch dat de Schotse rockers en het decennia oude Amerikaanse synthpopduo elkaar hebben gevonden. Genoeg van hun hoekige en melodieuze werk vindt aansluiting bij elkaar. Ook handig dat de falset van Russel Mael (66) perfect bij de zelfverzekerde zang van Alex Kapranos (43) blijkt te passen.

HET NUMMER:

Naast het werk van hun gezamenlijke album duiken de zes heren ook in elkaars repertoire. ‘Take Me Out’ blijft dicht bij het origineel en krijgt opeens een klavecimbel mee. Het Sparks-werk wordt weer meer naar de Franz Ferdinand-sound getrokken. Het werkt erg goed, die twee frontmannen die naast elkaar aan het zingen zijn. Ook bij het sterke Sparks-nummer ‘When Do I Get To Sing “My Way”’ uit 1994 - een verrassender keus dan de hit 'This Town Ain't Big Enough For Both Of Us' uit 1974, die ook werd gespeeld. Ergens heeft het een flintertje weg van een karaoke, maar dan met lol en kunde. Oh, en een vurige band.

HET MOMENT:

Ron, de zeventigjarige broer van Russell Mae, zit het gehele optreden met witte blouse en stropdas achter zijn keyboard in één pose: die van een loketbeambte vol opgekropte woede die een zenuwinstorting nabij is. Soms speelt de band ermee, door de arme man een microfoon voor het gelaat te houden. Maar één keer onderneemt hij zelf actie. Aan het eind van ‘The Number One Song In Heaven’ gaan veel bandleden achter net neergezette trommels staan en neemt Ron opeens de plek vooraan het podium in. Hij doet z’n stropdas af en begint, jawel, traag met zijn gestrekte armen te flapperen als een penguin. Waarna hij opeens breed lachend een hoekig loopdansje doet. Om daarna weer in character te schieten. Nee, het theatrale randje zit niet alleen in de muziek. 

HET PUBLIEK:

Feitelijk kijkt het Alpha-publiek hier naar een debuterend bandje. Het gezelschap heeft samen een erg plezante plaat opgenomen (net niet het Franz Ferdinand-niveau, maar zeker amusant) al zal menigeen in Alpha deze nog nooit gehoord hebben. Bij dat onbekende werk wordt vaak glimlachend naar het podium gekeken, maar lijkt het ook soms wat moeilijk, dat onbekende werk. Maar dan wordt het Franz Ferdinand-werk weer als grote feestelijke beloning in ontvangst genomen.

HET OORDEEL:

Het plezier spat al van de FFS-plaat af, maar live gaat het gezelschap ook heerlijk los. Vooral door de inbreng van Sparks heeft het project een theaterrand gekregen die ook op het podium ruimte krijgt. Dat is telkens vrolijkmakend. Bijvoorbeeld hoe Kapranos ‘Collaborations Don’t Work’ begint te zingen, het meest artistieke werk van FFS, en hoe de frontmannen elkaar uiteindelijk omhelzen omdat het allemaal tóch blijkt te kloppen. Uitschieters van die plaat als ‘Johnny Delusional’, ‘Call Cirl’ en ‘Dictator’s Son’ worden fris en strak gespeeld, maar hebben niet het hele uitbundige meespringgehalte van het Franz Ferdinand-werk. Juist dan weet Kapranos weer eens te overtuigen als frontman die ook op rustige momenten de achterste rijen van de tent kan aansturen. Het scheelt natuurlijk dat Sparks-zanger Russell Mael nog beweeglijk meedeint en de gevulde tent kan ontladen op ‘Michael’, ‘Do You Want To’ en ‘Take Me Out.’ En uiteindelijk ook op de frivool gespeelde ‘Piss Off’ van FFS zelf. Er gebeurt constant iets tijdens het FFS-optreden. Een instrumentenwisseling, een grapje, een Kapranos die op zijn knieën in medatieve houding zit. Vooraf bedacht, maar niet hinderlijk. Het is simpelweg te fijn om naar dit soort chemie te kijken en luisteren. Dit is ware liefde.

DE FOTO:

Nu op 3voor12