ITGWO 2014: Veertigplussers Magnus over de teloorgang van de wildheid ITGWO 2014: Veertigplussers Magnus over de teloorgang van de wildheid

“We hadden geen zin om de frisse, hippe kerels uit te hangen”

, Sjoerd Huismans

ITGWO 2014: Veertigplussers Magnus over de teloorgang van de wildheid

“We hadden geen zin om de frisse, hippe kerels uit te hangen”

Sjoerd Huismans ,

Het is tien jaar geleden sinds de vorige Magnus uitkwam, het dance-project van Tom Barman (dEUS) en technoheld CJ Bolland. Nu is er de single Singing Man met een episch refrein van Tom Smith (Editors); slechts een van de vele gastoptredens op de nieuwe plaat Where Neon Goes To Die. Op Pukkelpop was Smith - die even daarvoor met Editors speelde - er niet bij om de track te zingen. Barman: “Hij moet zijn eigen stem gehoord hebben terwijl hij onder de douche stond.” Desondanks stond er net zoveel volk buiten de tent als erin. Dat belooft wat voor de show op Into The Great Wide Open, hoewel Magnus die helaas niet in volle bezetting zal spelen.

Gelukkig heeft 3voor12 het allereerste interview bemachtigd, deze grauwe woensdagochtend in Amsterdam. In totaal heeft Magnus er negen op de planning staan vandaag. Tom Barman (42) en CJ Bolland (43) zijn goedgemutst, komen net de Thalys uit Antwerpen uit en staan op scherp. De vraag is hoe lang dat gaat duren. Interviews gingen hem vroeger gemakkelijker af dan nu, vertelt de dEUS-veteraan halverwege het vraaggesprek. “Kijk, er is een mogelijkheid om dat op te lossen. Dat doen heel veel artiesten: op de automatische piloot gaan en ja/nee standaardantwoordjes geven. Zo zitten wij niet in elkaar. Wij zijn volk dat na drie interviews uitgeput is.”

Hoe komt dat?
“Het heeft vooral met het uitleggen met je eigen werk te maken. De wereld is ook veranderd sinds de laatste Magnus, tien jaar geleden. Wij zijn nu aan het praten over een plaat; is dat niet een ouderwets gegeven dat totaal overbodig is geworden? Luisteren mensen nog wel naar de radio? We doen interviews met kranten, maar lezen mensen de krant nog? Het is allemaal niet meer zo duidelijk. Vroeger was het dat wel: I'm doing it to promote. Het heeft natuurlijk met de leeftijd te maken; je wordt iets ouder wordt en wil economischer met je tijd omgaan. Maar de laatste tijd overvalt me de gedachte: is dit niet allemaal verloren energie? Kunt ge niet beter snel doorwerken, zorgen dat ge goeie shit maakt en heel dat circus eromheen gewoon laten voor wat er is?”

Je ziet de relativiteit ervan in.
“Ook. Maar je mag niet die relativiteit in de studio meenemen. Daar had ik het niet over; daar is het tot bloedens toe menens. Live ook. Het gaat me om alle rand-dingen waar ik vroeger veel minder problemen mee had dan nu. Meer en meer erover praten maakt het voor mij minder leuk. Daar had ik vroeger minder problemen mee. Ik praat makkelijk, CJ ook. Maar het is een beetje zoals met verliefdheid: bepaalde dingen moet je voor jezelf kunnen houden.”

Goed, over de ‘goeie shit’. Waarom was het na tien jaar weer tijd voor een nieuwe Magnusplaat?
Producer CJ Bolland: “We hebben er vijf jaar geleden al eens serieus over gepraat. Tussen de soep en de patatten - vooral de dEUS-sessies - door...”
Barman onderbreekt: “Je hebt dat gehoord he, je hebt dat opgenomen? Hij heeft net dEUS vergeleken met soep en patatten.”
Bolland: “Eigenlijk alleen de soep…. Enfin, we hadden toch al een paar studiosessiekes gehad en vrij snel zijn er twee nummers tot stand gekomen: de eerste draft van openingstrack Puppy en uiteindelijke single Singing Man. We beseften: daar zit meer in. Maar toen kwamen er twee grote dEUS-platen aan, dus waren er snel twee, drie jaar gepasseerd. In 2013 hebben we een blok vrijgehouden om Magnus af te maken.”

Tom, is het nog steeds ‘JJ Cale meets Kraftwerk’ zoals je de eerste Magnus-plaat The Body Gave You Everything zelf omschreef?
Barman: “Hier en daar zijn er nog wel nummertjes die eraan voldoen, maar ik denk dat het palet een beetje ruimer is geworden. Er zitten ook wel wat r&b-invloeden in en zelfs een beetje hiphop. Maar bon, we kunnen onze afkomst niet verloochenen en CJ is gepokt en gemazeld in de electrowereld. Hoewel ik dat ook heb meegekregen als kind, ben ik toch vooral uit de rock en andere genres. Dus voilà, het is niet aan ons om dat te zeggen, maar ik denk dat ‘JJ Cale meets Kraftwerk’ nog wel opgaat. Je mag ook niet op zoiets vastgepind worden. Het ging meer om de ontmoeting tussen die werelden en zien wat daar uitkomt.”

Als je naar de laatste edities van Lowlands en Pukkelpop kijkt, lijkt alles wat tussen pop en dance zit misschien wel populairder dan ooit. Goede timing?
Barman: “We waren gewoon visionair tien jaar geleden! Ja, goeie timing en we spelen het nu ook live, daar zien we heel erg naar uit.”
Bolland: “Mijn eerste keer in een band!”
Barman: “We hebben er een stuk of zes a zeven gedaan, we gaan Great Wide Open doen. Weliswaar in een kleinere setting; zo heel live zal die show niet zijn. Onze drummer Cristophe speelt ook in Amatorski en moet met hen optreden. Maar we kijken er wel naar uit. Die live-setting is heel fris voor ons. Het zat er altijd aan te komen; het was gewoon een kwestie van de mensen te vinden en die boel technisch onder de knie te krijgen. Je wilt niet een soort rockversie gaan brengen van elektronisch tot stand gekomen nummers. Aan de andere kant: het blijven wel nummers, songs. Zover van wat ik met dEUS doe, ligt het nu ook weer niet.”

Live speelt Magnus nu met een Belgische all-star band met Tim Vanhamel - bekend van Millionaire en Eagles of Death Metal - en drummer Christophe Claeys (Amatorski, ex-Balthazar). Maar op de nieuwe plaat spelen nog bekendere muzikanten als Selah Sue, Tom Smith (Editors), Blaya (Buraka Som Sistema) en David Eugene Edwards (Wovenhand).

Hoe zijn jullie op Tom Smith gekomen?
Bolland: “Ik kende hem toen eerlijk gezegd nog niet eens. We spreken vier jaar geleden. Tommie (Barman dus, red.) had de teksten af en had het refrein zelf ingezongen. We kwamen tot de conclusie: we hebben hier iets groots, iets gothics, een meer epische stem nodig.”
Barman: “Hij vond mijn stem niet episch genoeg, daar komt het eigenlijk op neer.”
Bolland: “Jij dacht eerst aan Sisters of Mercy?”
Barman: 'Ja, maar dat was dan weer al te eighties. We hadden Editors een paar keer op tour gezien en een paar keer gesproken, en voilà. Hij zei direct ja. Alle samenwerkingen zijn vlot tot stand gekomen. De enige die we echt zijn gaan zoeken, was Blaya. De rest was puur toeval. Een ingeving en dan direct bellen. Niet via allerhande advocaten of managers.”

Op Pukkelpop was Smith er niet bij, terwijl Editors daar wel speelde. Waarom niet?
Bolland: “Ze moesten snel vertrekken eigenlijk, naar Wenen. Dus zijn ze na hun show meteen vertrokken.”
Barman: "Hij moest nog douchen ook.”

Zonde.
Barman: “Compleet belachelijk. Hij moet zijn eigen stem uit een laptop hebben gehoord tijdens het douchen.”

En Blaya bijvoorbeeld?
Barman: “Ik zit veel in Portugal. Ik heb daar een appartementje en ben de taal aan het leren. Ik vind het een prachtige taal om in te zingen en ook in te rappen. In tegenstelling tot de Portugezen by the way. Die houden niet van Portugese rap. Buraka Som Sistema had ik een paar keer gezien toen ze opkwamen met die eerste plaat. Via een gemeenschappelijke vriendin heb ik Blaya ontmoet en die zag het direct zitten. Het is gedeeltelijk in Lissabon opgenomen, gedeeltelijk in Antwerpen. Zij heeft die tekst geschreven; ik ben nog lang niet aan het niveau dat ik zelf teksten kan schrijven. Maar ze zei dat mijn accent wel meeviel uiteindelijk. Bij dEUS moet je uiteindelijk alles met vijf man doen, hier ligt alles open: je kan die persoon vragen of die persoon. Een speeltuin, eigenlijk. Ik heb voor het eerst echt gerapt, op Catlike.”

Interessante tekst heeft die track: ‘Now an 808 is commonplace, It’s too cliche / We gotta sample grooves from outerspace /We need a chorus, no a chorus is out of date / I want it soft, understated or pie shaped.’
Barman: “Het is een metanummer. Het gaat over het songschrijven zelf; ik die door de jaren heen zit te ploeteren aan de keukentafel in de studio. Ik heb daar vier platen gemaakt in vijf jaar. Op een bepaald moment dacht ik: laat ik nou eens een humoristische, zelf-relativerende tekst over schrijven. Ik ben heel afhankelijk van moods. Een krantenartikel, een opmerking, een fantastische titel, een woord kan mij lanceren. Future Postponed gaat bijvoorbeeld over een jong schaakwonder. Ik vond zijn verhaal heel boeiend en dan ben ik geïnspireerd.”

Regulate, een ander nieuw nummer, gaat dat over vastzitten in patronen?

Barman: “Regulate gaat effectief over een soort teloorgang van het nachtleven, de wildheid. Het is allemaal ontzettend corporate geworden: de clubs, de bars, de festivals. We zijn oud genoeg om te kunnen vergelijken. Als je nu hoort dat op een groot festival - ik noem geen namen - de persoon die in een caddy rondrijdt en voor 5 euro per uur de drank naar de backstage moet brengen, zelf moet blazen… Ik heb dingen meegemaakt hoor, dat ik denk: wij zijn toch iets kwijtgespeeld. Je mag niet meer roken binnen, niet drinken buiten, en zo pesten ze de mensen totdat ze uiteindelijk alleen thuisblijven en hun iPad aanzetten.”

Dat is waar ‘neon goes to die'?
Barman: “Niet noodzakelijk het nachtleven, maar ik vond het een mooie metafoor voor een nieuwe fase die er aankomt. Door leeftijd ingegeven, door familiaire situatie - die bij mij overigens niet ontzettend veel veranderd is. Tuurlijk, als je de veertig voorbij bent, zoals wij allebei nét, dan moet er vooruitgegaan worden. De vijftig begint eraan te komen. Wie vijftig zegt, zegt uiteraard zestig, en wie zestig zegt, zegt…”
Bolland onderbreekt: “Dan mogen we al blij zijn.”
Barman: “Ik vond het ook gewoon een mooi beeld, hoor, 'when neon goes to die'. Ik had geen zin om angstvallig hoog te houden: we zijn nog altijd de frisse hippe kerels. Die we natuurlijk wél zijn.”

Where Neon Goes To Die komt 1 september uit via Caroline en zal omstreeks die tijd op de Luisterpaal verschijnen. 

Nu op 3voor12