ADE14: Modulaire synthesizers, verslaafd aan Eurocrack ADE14: Modulaire synthesizers, verslaafd aan Eurocrack

Kyteman: “Modulaire synthesizers zijn mijn muzikale ritalin”

, Tim van der Steen

ADE14: Modulaire synthesizers, verslaafd aan Eurocrack

Kyteman: “Modulaire synthesizers zijn mijn muzikale ritalin”

Tim van der Steen ,

Tijdens Amsterdam Dance Event draait I Dream Of Wires, een documentaire over de geschiedenis, teloorgang en wederopstanding van modulaire synthesizers, extreem verslavend en terug van weggeweest. Die verslaving gaat van Thom Yorke tot Hans Zimmer en James Holden. Ook in Nederland zijn artiesten in de ban van Eurocrack. Sjam Sjamsoedin (Nobody Beats The Drum), Thijs de Vlieger (Noisia) en Colin Benders aka Kyteman aan het woord over hun obsessie. “Jezus, ik dacht dat ik die module nodig had maar van dat geld had ik eigenlijk eten moeten kopen.”

Modulaire synthesizers zijn de bron van alle elektronische muziek zoals we die nu kennen. In 2013 kwam de hardcore edition van de I Dream Of Wires uit, deze duurt vier uur. Voor wie dat wat lang vindt, is er nu een versie van 102 minuten, en die is te zien tijdens ADE. In I Dream Of Wires spreken onder meer James Holden, Trent Reznor (Nine Inch Nails), Vince Clarke (Erasure/Depeche Mode) en Carl Craig over hun liefde voor modulaire synthesizers. Ook Don Buchla, een van de originele uitvinders komt aan het woord. Voor iedereen met interesse in elektronische muziek en de oorsprong ervan een absolute must-see.

I Dream Of Wires 2014 documentary Trailer - Official from I Dream Of Wires on Vimeo.

Ook in Nederland verliezen steeds meer artiesten zich in modulaire synthesizers. In het live-circuit kom je ze weinig tegen, maar als je ze ziet, herken je ze meteen. Kasten vol analoge blokken met draaiknoppen, die door gekleurde kabels met elkaar worden verbonden. James Holden en Blawan (Karenn) slepen ze standaard mee het podium op en het geluid is onmiskenbaar. Rauwe bliepjes en futuristische sounds die kraken, zagen en vervormen. Lampjes die flikkeren als het controledek van een ruimteschip. Wat maakt de machines zo aantrekkelijk? We vragen het Colin Benders (Kyteman), Thijs de Vlieger (Noisia) en Sjam Sjamsoedin (Nobody Beats The Drum).

Thijs de Vlieger: “Het is verschrikkelijk hoe veel tijd het kost, en hoe leuk het is. Ik begin er niet aan als ik weet dat ik er niet een paar uur in mag verdwijnen, en probeer er vooral niet aan te denken wat ik er nog aan kan toevoegen.”

Het klinkt bijna als een waarschuwing: Blijf bij modulaire synthesizers uit de buurt! De Vlieger: “Ik was op zoek naar een manier van sounddesign die fysieker is. Dat ik niet naar een scherm zat te kijken en met een muis zat te klooien. Veel mensen beginnen met de zoektocht naar de heilige graal: het analoge. Er is iets met analoge distortion dat digitaal niet na te bootsen is.” Het pure geluid en de vrijwel oneindige mogelijkheden van de modulaire synthesizers verklaren de hernieuwde populariteit van de systemen. “Toen ik mijn eerste plaat aan het produceren was, stoorde ik mij aan hoe plastic alles eigenlijk klonk,” legt Colin Benders uit. “Hoe ver ik het geluid ook vermangelde, aan alles bleef een plastic randje zitten. Toen ging ik mij verdiepen in analoge synthesizers, maar uit die verschillende kasten vond ik steeds maar een enkel geluid echt vet. Ik ging op zoek naar een manier om die losse sounds te vangen en vrij met geluid te kunnen spelen. Toen kwam ik bij modulaire synthesizers uit.”

Geschiedenis
Om te begrijpen wat een modulaire synthesizer is en waar het vandaan komt moeten we even terug in de tijd. Medio jaren ’60 vinden Robert Moog en Don Buchla aan twee kanten van de VS, los van elkaar, een modulair systeem uit. Zij waren op zoek naar nieuwe, elektronische manieren van muziek maken. Hoewel de systemen in de basis op elkaar leken was er een belangrijk verschil. Moog hing een keyboard aan het apparaat, om het bespelen ervan te versimpelen. Buchla deed dit expres niet, een keyboard gaf de gebruiker de kans op een traditionele manier muziek te maken. Volgens hem was het de bedoeling om echt op een andere manier te werken. Deze keuze zorgde ervoor dat meer mensen voor het Moog systeem kozen. Een van hen was Keith Emerson van het legendarische Emerson Lake and Palmer. Hij was de eerste die modulaire synthesizers live op het podium bespeelde.

De systemen waren groot, moeilijk te beheersen en extreem duur (voor de prijs van een synthesizer kocht je een huis en een auto). Met de opkomst van digitale synthesizers in de jaren tachtig raakten modulaire synthesizers uit de gratie en producenten raakten de systemen aan de straatstenen niet meer kwijt. Ter illustratie: Hans Zimmer kocht in die tijd zijn modulaire Roland systeem voor 25 dollar per kilo, direct van de producent. Met de opkomst van acid-house eind jaren ’80 nam ook de vraag naar analoge synthesizers weer toe, inmiddels is het systeem van Zimmer onbetaalbaar.

In 1992 startte Dieter Doepfer een eenmansbedrijfje met als doel om modulaire synthesizers betaalbaar maken. Onder de naam Doepfer maakt hij verschillende modules. Hij bedacht hierbij ook het format dat bekend staat als Eurorack, waarbij modules vaste afmetingen hebben en naar eigen inzicht bij elkaar te plaatsen zijn. Door hier geen patent op te nemen is het formaat min of meer vogelvrij: iedereen kan eurorack-modules maken. Hier is een levendige undergroundmarkt voor ontstaan. Talloze fabrikanten maken in kleine oplagen de meest obscure modules.

Hoe is een modulaire synthesizer opgebouwd?
Sjamsoedin: “Een synthesizer bestaat uit verschillende bouwblokken. Bij synthesizers zoals we die vaak zien zijn die bouwblokken uitgekleed om in de kast te passen; chips met een specifieke functie, waar een geluid doorheen gestuurd wordt en steeds een beetje aangepast totdat het de speakers bereikt. Met een keyboard er aan om hem te bespelen. Een modulaire synthesizer bestaat uit het zelfde soort bouwblokken, aparte modules met een specifieke functie. Hierbij zijn de modules alleen los en zijn er geen concessies gedaan, alle opties om het geluid te manipuleren zijn behouden. Die blokken worden bij elkaar in een kast geschroefd. Je moet de modules zelf met kabels aan elkaar verbinden (patchen). Je bent dus volledig vrij om de route van het geluid te bepalen en te vervormen. Er komen dagelijks nieuwe modules op de markt die je aan je systeem kan toevoegen, de mogelijkheden zijn eindeloos. Iedere modulaire synthesizer is dus anders, aangezien de bouwer hem aan zijn eigen behoeften aanpast. Eurorack wordt niet voor niets eurocrack genoemd. Het voelt nooit af, je wil altijd meer.”

Sjam Sjamsoedin: “Soms heb ik een klus die af moet en moet ik mijzelf dwingen niet te gaan klussen en patchen op een crazy geluid, anders is de dag voorbij en ben ik vergeten dat ik ook nog moet werken.”

De Vlieger: “Ongeveer een half jaar geleden kreeg ik mijn eerste modules binnen. Dat begon met drie rijen en werd al snel vijf. Nu zijn het er zes. Als je een spaarpot hebt is het verzamelen heel erg lekker. Als je iemand bent die soms op een domme manier heel veel geld uitgeeft is het een hele gevaarlijke. Er zijn mensen die denken jezus, ik dacht dat ik die module nodig had maar eigenlijk had ik er eten van moeten betalen. Die tijd dat ik bezig was met het samenstellen was obsessief. Het is het ultieme consumentengoed: Je kan precies uitzoeken wat het beste voor jou is en alles is mogelijk. Als je er mee bezig gaat zuigt het je ook naar binnen. Ik begin er niet aan als ik weet dat ik er niet een paar uur in mag verdwijnen.”

In voormalig Tivoli aan de Oudegracht in Utrecht zit nu Kytopia. Wat vroeger de rookruimte van de hoofdzaal was, is nu de controleroom van Colin Benders. Hij zit aan het enorme mengpaneel en laat een van zijn eerste creaties met zijn modulaire synthesizer horen, het project heet Ritalin. “Ik zit redelijk ADHD in elkaar. De titel van dit ding is ontstaan toen ik voor het eerst een pakket Ritalin mee naar huis kreeg van de huisarts. Dat heb ik twee weken gedaan en het was waanzinnig. Toen ben ik er maar mee gestopt. Het voelde mij te veel als drugs, tenminste, ik merkte het verschil eigenlijk niet.”

Colin Benders: “Ik heb mijn modular zo’n vier jaar geleden gebouwd. Sindsdien ben ik al mijn tijd die ik niet aan andere projecten besteed, daarmee aan de slag. Ik heb daar nooit iets van uitgebracht en weet niet of ik dat ooit ga doen.”

“Ik kan mij niet te lang vastpinnen aan één muzikaal genre of te lang met hetzelfde geluid bezig zijn, dan ga ik verlangen naar wat anders. Het fijne aan modulars is: Je kan er echt uren in kwijtraken. Voor je het weet maak je helemaal geen muziek meer maar alleen bliepjes en kraakjes. Als je er klaar mee bent haal je alles los en dan is er ook geen mogelijkheid meer om het terug te halen, tenzij je heel goed hebt onthouden hoe je bepaalde specifieke sounds hebt gemaakt. Dit is voor mij een tegenpool geweest van de dingen die ik wel op het podium doe. Met Kyteman, het orkest en de klassieke hoek.  Als ik niet hiermee aan de slag was geweest was ik dat al lang zat geweest en had ik daar niet de tijd, aandacht en energie in kunnen steken. Het is voor mij een weegschaal en dit is mijn antipool. De muzikale ritalin. Ik denk dat 90 procent van de mensen met een modulaire synthesizer daar niets mee uitbrengt. Het gaat niet meer om het resultaat maar om de zoektocht naar geluiden. Het is de trip  van het moment, daarna is het voorbij.”

I Dream Of Wires draait woensdag 15 oktober in de Melkweg om 19.30 uur.

Nu op 3voor12