3voor12 bespreekt Album van de Week (20): The Black Keys 3voor12 bespreekt Album van de Week (20): The Black Keys

Turn Blue is een tot in de puntjes verzorgde echtscheidingsplaat

, Atze de Vrieze

3voor12 bespreekt Album van de Week (20): The Black Keys

Turn Blue is een tot in de puntjes verzorgde echtscheidingsplaat

Atze de Vrieze ,

Dan Auerbach heeft geen aangenaam jaar achter de rug. Tijdens de opname van Turn Blue lag de frontman in scheiding, en dat ging bepaald niet soepel. Het is een persoonlijk feit dat we graag aan de roddelbladen gelaten hadden, ware het niet dat Turn Blue er vrijwel volledig over handelt. Auerbach blikt terug op dat klotejaar in Year In Review, met als veelzeggend slot een hoofdschuddende handdoek in de ring: "Leave it alone, just leave it alone."

Welkom bij Turn Blue, het achtste album alweer van The Black Keys, een band uit Akron, Ohio die met voorgangers Brothers en El Camino toch wel verrassend uitgroeide tot een absolute headline-act. Nee, een vrolijke plaat is het dus niet. Auerbach is in zijn teksten net zo zorgvuldig als in zijn interviews, maar tussen de regels door horen we toch iets van de smerige details van de breuk. In Our Prime bijvoorbeeld refereert letterlijk naar een incident waarbij Auerbach's ex-vrouw brand stichtte in hun huis, volgens de zanger een poging tot zelfmoord. "The house it burned, but nothing there was mine", zingt Auerbach cynisch. "We had it all when we were in our prime." De koorts in de aanstekelijke single Fever is een beeld voor de scheiding die hij maar wat graag achter zich wil laten. 
 
Turn Blue had een duistere, chaotische plaat kunnen worden, maar dat is het - misschien wel juist - niet. Bomvol zit de plaat met vrolijkmakende details; een orgeltje in Waiting On Words, subtiele castagnetjes en wulpse vrouwelijke backing vocals in Year In Review. De tijd dat The Black Keys een duo was, ligt ver achter ons. Ook al zijn nog steeds Dan Auerbach en Patrick Carney de enigen die in het licht mogen staan, een album als Turn Blue heeft niets meer te maken met de zelfgekozen beperking van het bluesrockduo waarmee ze begonnen. Het openingsnummer van de plaat bevat als climax een solomoment waar niet een, niet twee, maar drie gitaren bij om elkaar heen kronkelen. Maar liefst zeven minuten klokt het, met een laag tempo en een zorgvuldige opbouw, typisch zo'n nummer dat veel bands hooguit als slotstuk op hun plaat opnemen. Over zelfvertrouwen gesproken.
 
Ook in de studio is The Black Keys officieel geen duo meer. Brian Burton alias Danger Mouse gaat inmiddels alweer zo lang mee dat hij onderhand wel mee zal mogen delen in de erfenis. Hij schreef mee aan alle songs, produceerde ze bijna allemaal mee en speelde toetsen. Nu zijn Auerbach en Carney zelf ook niet vies van productiewerk: Carney deed onlangs het laatste Black Lips-album, Auerbach heeft al een imposante lijst achter zijn naam. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat Turn Blue een typische producersplaat is, met een volstrekt eigen geluid. Luister naar het warme, heldere basgeluid in bijna elk nummer, maar vooral in Year In Review en Weight Of Love: typisch Danger Mouse. Luister naar de superscherp opgenomen drums, niet meer dat wilde van een inwisselbare garagebluesband, maar kraakhelder en zeer herkenbaar, soms haast als breakbeats. Hoor die gitaarsolo in It's Up To You Now. Auerbach zoekt extreem zorgvuldig de rafelrandjes op, hij laat het geluid net een klein beetje krullen, maar niet te veel.
 
Nog een keer neemt Auerbach de benen, in slotnummer Gotta Get Away. Het is een swingende seventies southern rock song, die tekstueel zo sterk aansluit bij de tradities, dat Auerbach er even wat afstand mee kan nemen van persoonlijke misere. Hij geeft het geld dat bedoeld was voor de huur uit aan benzine, en zet het voet stevig op het gaspedaal. "I went from San Berdoo to Kalamazoo, just to get away from you. I searched far and wide, hopin' I was wrong, but baby all the good women are gone." 

Nu op 3voor12