25 jaar The Bips: Geen zelfmoord, maar keihard leven 25 jaar The Bips: Geen zelfmoord, maar keihard leven

Voorpublicatie van het boek over Nijmeegs bekendste punker Jozzy Rubenski

, Alex van der Hulst

25 jaar The Bips: Geen zelfmoord, maar keihard leven

Voorpublicatie van het boek over Nijmeegs bekendste punker Jozzy Rubenski

Alex van der Hulst ,

Hij kreeg een schilderij van Herman Brood, het drumstel van Dead Moon, een bierdouche van een boos Paradiso, hing in zijn oefenruimte annex thuisbasis rond met Richard Hell (The Heartbreakers), Billy-Joe Armstrong (Green Day), Jeffrey Lee Pierce (The Gun Club) en vele anderen. Hij luisterde 4000 keer naar Nevermind The Bollocks, gebruikte meer drugs dan een menselijk lichaam aan zou moeten kunnen en kreeg post van Ruud Lubbers. Popjournalist Alex van der Hulst schreef een boek over The Bips en Jozzy Rubenski, de punker die alle Nijmegenaren kennen. Als het niet is als voormalig vast meubilair van Doornroosje, of als conciërge van de Paraplufabrieken, dan is het wel als die eeuwige punker of als de ontwerper van de poster die een seizoen lang in de keuken van Absolutely Fabulous hing. Of ze hebben hem in 1987 bij Linda de Mol gezien, een uitzending waar De Telegraaf de volgende dag met schande over schreef. Een voorpublicatie van het boek dat op 7 september wordt gepresenteerd in de Nijmeegse Paraplufabriek.

No Future 1985

Jozzy in dienst bij voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen

Hij voelde helemaal niks toen hij het mes in zijn pols zette. Geen pijn, geen angst, geen opluchting, geen verdriet, geen blijdschap, geen paniek. Verbazing misschien wel. Maar dan alleen de verbazing dat je niks kon voelen terwijl je toch in jezelf sneed.
Jos Rubens voelde al maanden niks meer. Sinds hij terug was uit militaire dienst wist hij niet meer hoe het verder moest. Hij zat weer in dat fucking Druten waar hij toch al nooit had willen wonen. Negentien jaar oud, vroegtijdig van de lts geschopt. Geen ambitie, geen plannen, geen opleiding, geen toekomst. Hij was in vervroegde militaire dienst gegaan, hij had er leren drinken, neuken en feesten. Maar hij verveelde zich dood. Het had lang genoeg geduurd en hij ging terug de maatschappij in, maar daar zat in 1985 niemand op een boordschutter te wachten. Zeker niet in Druten. En als er nu iemand was om zijn frustratie, angst en verdriet mee te delen, maar zijn zus was het huis al uit en zijn vader moest als kleine zelfstandige alles doen om rond te komen en was dus altijd aan het werk. Of hij was bij Jos’ moeder. Die was net veertig en zat in een verzorgingstehuis. De ziekte van Huntington, een ziekte waarbij hersencellen versneld afsterven. Een erfelijke ziekte die een gat sloeg in de familie van zijn moeder. Jos had net als zijn zus vijftig procent kans dat hij de ziekte ook zou krijgen, ergens tussen zijn 35ste en zijn 45ste.
Leeftijdsgenoten konden eind jaren tachtig wel roepen dat ze no future hadden omdat er geen banen waren, voor hem gold dat letterlijk. Zijn toekomst zou stoppen over twintig jaar. Of niet. Pas in de jaren negentig zou er een test komen om op jonge leeftijd vast te stellen of je Huntington zou krijgen. Maar dan nog. Wil je op je negentiende weten dat je over twintig jaar de eerste symptomen krijgt van een langzame en slopende ziekte? Hij niet.
Hij had net de punkbeweging leren kennen. In Nijmegen zat het vol met punkers. Tien jaar nadat de muziekbeweging en levensstijl in Nederland was geland, leefde het nog in de linkse stad waar het allemaal wat langzamer ging. In Nijmegen liepen punkers, krakers en linkse activisten door elkaar heen. Het waren de mensen met wie Jos het goed kon vinden. Geregeld nam hij de bus van Druten naar Nijmegen om op het Koningsplein of in De Swing rond te hangen met de punkers. Als het zo uitkwam, bleef hij ergens slapen. En dat maakte alles alleen maar moeilijker. Moest hij zich hier aan hechten en er dan straks weer afscheid van nemen? Zoals hij zich ook aan zijn geboorteplek Rotterdam, zijn moeder en misschien zelfs het leger had gehecht om er daarna weer afscheid van te nemen? Ermee kappen leek de enige oplossing.
De eerste keer was een halve poging. Op televisie had hij gezien dat je met pillen een einde aan je leven kon maken. Hij kocht een voorraadje bij junks in Nijmegen en nam ze allemaal tegelijkertijd in. Hij was daarna nog discotheek De Swing binnen gegaan. Hoe hij eruit was gekomen weet hij niet meer. Hij weet alleen nog dat hij de volgende ochtend gewoon weer wakker werd. Het valt nog niet mee om dood te gaan, had hij gedacht.
De tweede keer was nu: het mes in zijn pols. Precies op de verkeerde manier, bleek achteraf. Zoals je het in films ziet. In de breedte gesneden en niet diep genoeg. Het bloedde als een rund. Hij woonde in Druten, maar niet meer in het ouderlijk huis. In een huurflatje aan de zuidkant van het dorp deed hij de poging. Plotseling bedacht hij dat er een schoonmaker langs kon komen. Het was beter om de straat op te gaan om die niet tegen het lijf te lopen. Het duurde niet lang voordat hij werd opgemerkt, met zijn kleren onder het bloed. De politie van Druten werd gealarmeerd. Hij zette het op een lopen met de agenten achter hem aan. Ze hadden hem gelijk te pakken. Hij wist nog wat klappen uit te delen, maar al snel werd hij onder dwang behandeld door ambulancepersoneel en moest hij de cel in. Een roep om aandacht, constateert zijn vader achteraf. Geen roep om aandacht, totale apathie en depressie, aldus Jos.
De volgende dag stond een verplicht bezoek aan een RIAGG op het programma. De psycholoog hoorde het verhaal aan en riep na tien minuten dat hij hem precies begreep en in zijn geval hetzelfde had gedaan. Weer zo iemand die meende te weten wat goed voor hem was. Iemand die dacht te kunnen vertellen wat hij wel en niet moest doen. Wat dacht die man? Hij begreep helemaal niks van zijn situatie! Terwijl Jos boos het gebouw uitliep, besloot hij voor de tegenovergestelde manier te kiezen. Geen zelfmoord, maar keihard leven. Hij had nog twintig jaar.

Kalk van het plafond 1987

“Druten, we gaan jullie pijn doen.” Het eerste optreden van The Bips, op 12 september 1987 in de voormalige bioscoop De Boldershof in Druten, is memorabel, maar niet al te best. Het geluid staat zo hard dat de kalk van het plafond valt. Op het podium staan drie jongens uit Druten. Ze horen elkaar niet tijdens het spelen dus ieder doet wat voor zichzelf. De band wordt aangevoerd door Jos Rubens. Bassist is Tonni van Sommeren, later wordt zijn naam omgedoopt tot Honni Ponni Tonni. “Ik leerde Jos kennen op het feestje van de zus van zijn toen-malige vriendin,” zegt Van Sommeren. “Hij draaide een bandje met twee nummers die hij had opgenomen. Ik speelde net basgitaar. Hij had een oproep gezien voor bands om op de bonte avond van stichting Waalbeat in De Boldershof in Druten te komen optreden. Jos wilde meedoen, maar had geen bandleden.”
Jozzy kan niet spelen. Hij heeft zijn gitaar zo gestemd dat hij slechts één vinger op zijn gitaarhals hoeft te leggen en die kan verschuiven. Zo heb je gemakkelijk de drie benodigde akkoorden. Een versterker leent hij van de vriend van zijn zus. Een drummer vindt hij in de buurt. Gerard van der Sluijs woont in eenzelfde eenkamerflat als hij op de Vlakkers in Druten-Zuid. “Het waren kleine woningen waar jongeren woonden maar ook wat oudere alcoholisten,” zegt Van der Sluijs. “Ik vond zo’n optreden wel leuk om te doen. Jaren daarvoor had ik ergens op de stoep in Druten het woord bips in krijt geschreven zien staan. Ik dacht toen gelijk al dat het leuk was om ooit een bandje met die naam te beginnen. Met Jos diende die gelegenheid zich aan. We hebben er The voor gezet.”

The Bips oefent twee keer in een boerenschuur in Beneden-Leeuwen. Bij twee homo’s, weet Jozzy nog. Het gehele instrumentarium wordt via de streekbus vervoerd. Jos is tevreden over het geluid. “Al hingen Tonni’s snaren zo slap dat ze bijna de grond raakten.” De bonte avond van Waalbeat is niet bepaald het Woodstock van Maas en Waal. Jozzy: “Het was een heel boring en langdradig festival, ik wilde liever blowen in de kelder. Het paste wel een beetje bij Druten in de jaren tachtig. We hebben vier nummers gespeeld. Volgens mij in ieder geval ‘God Save The Queen’ en iets van Johnny Thunders.”
Het is voor alle drie de bandleden een bijzondere ervaring. Tonni van Sommeren: “Ik stond aan de rand van het podium, er werd een bierfles naar me gegooid die rakelings langs mijn hoofd ging.”
De dag erna heeft de groep gelijk het tweede optreden. “Op Voor Het Anker in Druten,” vertelt Gerard van der Sluijs over het optreden op het Marktplein tijdens festival Kreazie. “Het was iets cultureels. Het regende, er was geen publiek, er kwamen drie mensen voorbijlopen. Jos en Tonni speelden een paar akkoorden, meer was het niet.”

Jozzy - Het Bipsboek
 is geschreven door Alex van der Hulst en is vanaf 9 september verkrijgbaar in de boekhandel en bij Wintertuin.

Nu op 3voor12