Paradiso-directeur Pierre Ballings neemt afscheid: “We zijn de vijand van de mainstream” Paradiso-directeur Pierre Ballings neemt afscheid: “We zijn de vijand van de mainstream”

Paradiso-dependance in Tolhuistuin binnen een jaar open

, Timo Pisart

Paradiso-directeur Pierre Ballings neemt afscheid: “We zijn de vijand van de mainstream”

Paradiso-dependance in Tolhuistuin binnen een jaar open

Timo Pisart ,

Meer dan twintig jaar was hij directeur van Paradiso. Hij zag de bezoekersaantallen stijgen van 170.000 naar 550.000 per jaar, stond aan het hoofd van twee grote verbouwingen, breidde het aantal locaties uit en stichtte het Paradiso Melkweg Productiehuis. Deze zaterdag neemt Pierre Ballings afscheid. Nog één keer in gesprek, over het podium in de Tolhuistuin dat er toch echt binnen een jaar moet komen, hoogtepunten als Prince, teruglopende drankomzet en de veranderende muziekmarkt. “Specials als Indiestad staan op de tocht.”

“Hoe mijn werk eruit zien? Ik kom om 12 uur ’s middags aan, want ja, je gaat toch laat naar bed. Natuurlijk neem ik dan éérst een lijntje. Daarna ga ik met mijn secretaresse lunchen, meestal tot een uur of vier. Rond die tijd belt Leon van MOJO, en dan hoef ik alleen te zeggen: ‘YES! Die band nemen we.” Pierre Ballings (64) barst uit in een bulderende lach. “En dan kijken de mensen op verjaardagsfeestjes me met grote ogen aan. Iédereen gelooft die grap.”

Aanstaande zaterdag neemt Pierre Ballings afscheid van Paradiso, nadat hij meer dan twintig jaar aan het roer stond van zijn o-zo-geliefde poptempel. Om zijn invloed te tonen hoeft hij het overzichtsboekje van 45 jaar Paradiso er vandaag de dag maar bij te pakken. Het werd eerder dit jaar uitgebracht, en er staan alléén de namen van acts in die in Paradiso hebben gespeeld, chronologisch per jaar geordend. De periode van 1968 tot zijn aantreden in 1992 beslaan de eerste 16 pagina’s. En het tijdperk waarin hij directeur was? Pagina 17 tot en met 104. Hij zag de muziekwereld om zich heen veranderen, breidde de programmering gigantisch uit en maakte een professionaliseringsslag in het bestuur. Nog één keer ontvangt hij de pers in het kantoor bovenin de Neoromaanse kerk. Om terug te blikken, en vooruit: ook om naar de toekomst te kijken.

Laten we bij het begin beginnen: eenentwintig jaar geleden zei u tegen Het Parool: ‘Ik ben niet van plan om hier tot mijn pensioen te zitten.’ Wanneer is dat veranderd?
“Nou, het heeft heel lang geduurd voordat ik het in Paradiso naar mijn zin had. Er moest heel veel gebeuren met mijn aantreden: er was een geldprobleem, eigenlijk kon ik niet eens betaald worden, er was een programmatisch probleem en er waren te weinig bezoekers. Het was een heidens karwei om dat allemaal op te bouwen. Ik wilde het bij de tijd brengen: Paradiso stond voornamelijk voor rock en een beetje pop, terwijl ik dacht dat je veel meer kon doen.
“We gingen in een vast ritme clubavonden doen, op mijn 43ste ben ik erop uitgetrokken om te kijken hoe andere zalen in het land dat deden. Het was heel ingewikkeld: een concertzaal dééd die dingen niet, de overgang van concert naar een dansavond was heel ingewikkeld. Jaag je je publiek dan niet weg? Hoe regel je het sfeerbeheer? Het gaat om portiers, om drugs. Het heeft me van ’92 tot ’97 geduurd voordat ik dacht: ‘Oké, nu beginnen we in de buurt te komen.’

In 2003 besloot Ballings dat het tijd was om weg te gaan. “We waren inmiddels uitgebreid naar andere locaties, we hadden het productiehuis opgericht en ga zo maar door. Toen ben ik om me heen gaan kijken en heb ik wat gesolliciteerd bij de omroepen, en het leek die kant op te gaan. Ik vond dat ik weg móést, maar eigenlijk wilde ik helemaal niet. Vervolgens heb ik een sabbatical van drie maanden genomen om met vrouw en kind naar Australië te gaan, toen ik terugkwam had ik ontzettend veel zin, ook om een zaal in Zuid-Oost op te gaan zetten, en een nieuw podium in de Tolhuistuin.”
“In 2009 kreeg ik Pfeiffer, dat brak alle energie. Mentaal is het ook ontzettend lastig, je denkt dat het aan jezelf ligt en bent altijd moe. Na een half jaar ging het ongeveer over, maar het bleef heel lang nazingen. Je gaat eroverheen, je gaat teveel drinken. En daarna? Toen stond ik al bijna bij de uitgang, hè? Ik kon vorig jaar al weg, maar wilde er nog een jaartje aan vastplakken. Maar ik ben Paradiso al die jaren alleen maar interessanter gaan vinden, met meer mogelijkheden.”

Tolhuistuin-zaal zomer 2014 open

Paradiso experimenteert al vaker met buitenconcerten in de Tolhuistuin, waaronder ook een speciale London Calling-editie

“Niet alles lukte”, erkent Ballings over zijn tijd bij Paradiso. Het beoogde complex in Zuid-Oost zou een gigantisch project worden, een popzaal van 1250 plaatsen en een theaterzaal van zo’n 1000 stoelen in samenwerking met het Cosmic Theater en beeldinstituut Imagine IC. Een eerste idee werd al in 2000 geopperd, maar uiteindelijk kwam het er niet van “door de kredietcrisis”.

Het Paradiso-podium in de Tolhuistuin had er al in 2010 moeten zijn maar werd uitgesteld door trage contractonderhandelingen en een tweede verbouwing. Het zou mooi zijn als die zaal volgend jaar mei toch echt opent, aldus Ballings. “De zaal wordt waarschijnlijk half november opgeleverd, vervolgens ingericht, dan gaat het restaurant proefdraaien.”

Uit de jaarcijfers die de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) verleden week publiceerde, bleek dat poppodia steeds vaker op andere locaties gaat programmeren. Ook Paradiso plaatst muziek steeds vaker buiten de deur: in Bitterzoet, De Duif, People’s Place, af en toe de Vondelkerk. Geld wordt er niet aan verdiend, de enige inkomsten bestaan er uit de ticketverkoop, maar tóch is het belangrijk om een scala aan locaties te hebben, denkt Ballings. “Het is goed voor onze positie in het netwerk: hoe groter de keten is die je kunt bouwen, hoe beter je als partij bent voor artiesten. We kunnen van klein naar groot werken: je kunt een band eerst een keer in de kleine zaal neerzetten, ze aan je binden en daaraan gaan bouwen, een keer naar People’s Place en vervolgens de grote zaal. Dat is talentontwikkeling. Je moet bands coachen en begeleiden, maar er moet ook een publiek voor zijn. Heb je die markt niet, maar pretendeer je toch aan talentontwikkeling te doen voor de subsidie? Dat is stunten met talent, het talent uitbuiten. Ik ga geen namen noemen, maar ik vind het tamelijk verwerpelijk.”

Palma Violets onlangs in Paradiso

Vanuit het VNPF wordt al jaren geroepen dat de drankomzetten teruglopen. Herkent u dat?
“We zijn heel blij dat het publiek blijft komen, maar zien inderdaad dat drankomzet per bezoeker dik een euro is teruggevallen in drie jaar tijd: van 9 euro-zoveel naar 7,60. De drankprijs is nu 2,60, we kunnen niet naar beneden en hebben een paar keer voorgesteld om er 3,- van te maken, maar dat zijn te grote risico’s. En dat terwijl het publiek het programma bij elkaar drinkt: we verdienen 0,1 a 0,2 miljoen euro op de box-office, en 4 miljoen op de rest.”

In het laatste rapport van VNPF staat dat talentontwikkeling daardoor op de tocht staat.
“Nou, wij roepen dat ook in onze beleidsplannen, maar het is relatief. De positie om onszelf te ontwikkelen in de marge van de mainstream wordt vooral minder omdat we minder subsidie krijgen. De klappen vallen bij alle productiehuizen van Paradiso die minder geld krijgen, in dat hele conglomeraat zijn we in dít jaar tussen een half miljoen en 0,8 miljoen euro kwijt, dus we moeten knalhard ombuigen.”

Wat gaat het publiek daarvan merken?
“De specials: een project als Indiestad kan verdwijnen. Dat gaat om talentontwikkeling op mooie plekken in de stad. Als ik zie wat we hebben besteed aan de eerste editie van dat festival? Dat gaat niet meer lukken. Zo konden we ook Fabchannel niet meer in de lucht houden omdat we het geld niet meer hadden: het ging té veel kosten aan licenties in meerdere landen. Als ik vier ton per jaar had gehad, dan zou ik zo een light-editie van het kanaal online kunnen zetten: de studio staat er nog en de mensen werken nog in Paradiso.”

Hoe zag u het publiek eigenlijk veranderen in de afgelopen twee decennia?
“Toen ik hier voor het eerst kwam, stonden ’s ochtends de wc-potten in de hal. Het ging er enorm naartoe. Van een heel ruig publiek, met af en toe scooters in de zaal tijdens concerten, werd dat keurig. Alle wildigheid in de popmuziek is veel minder geworden.”

Zo komt het gesprek op hiphop, waar die spanning nog wel lijkt te bestaan tijdens concerten, en vervolgens het boeken van nieuwe hypes. “Het is steeds moeilijker om achter die horizon te wroeten in zo’n geglobaliseerde samenleving. Niets blijft onontdekt, en dat maakt het brengen van nieuw talent of ontdekkingen een stuk ingewikkelder. Het gaat véél sneller en er zijn enorme uitschieters in publieke belangstelling: het is geen stabiele markt meer.”

In die zin is het spannender geworden om een poptempel te runnen.
“Ja, maar het is de soort spanning waar je alleen maar hoofdpijn van krijgt. Zo kun je een paar keer per jaar gigantische de mist in gaan, zoals laatst bij The Dream. Dat gaat om héél veel geld. Het komen en gaan van dat soort bands gaat veel sneller, het piekmoment is zo voorbij. Een groep kan zes maanden eerder in een volle HMH staan, en vervolgens onze grote zaal niet vol krijgen.”

Hoe betrokken bent u geweest bij de programmering?
“In principe hebben alle programmeurs een mandaat en zijn ze vrij om te boeken wat ze willen. Wel krijgen ze allemaal begin van het jaar een doelstelling mee: ze moeten zóveel acts boeken die in totaal aan een bepaald bedrag opleveren. Daar worden weer horeca-inkomsten aan gekoppeld. Dat alles wordt ingevoerd in een groot systeem dat we monitoren. Die mechaniek creëert een heel veilig klimaat waarin programmeurs optimaal kunnen presteren. Daarom wordt er niet gezeurd over zeperds, die worden geïncasseerd en daarna kunnen we verder. Je kunt Paradiso gerust twee keer zo groot denken, ik had gemakkelijk die grote zaal in Zuid-Oost erbij kunnen hebben en in dezelfde sfeer en geest der dingen kunnen programmeren. Aan de goede kant der dingen, iedereen begrijpt wat ik dan bedoel.”

Maar leg het toch eens uit.
“Credible, vernieuwend, betrouwbaar, niet platgeproduceerd. Daar zijn we iedere dag mee bezig. We zijn de vijand van de mainstream, en tegelijkertijd voeden we diezelfde mainstream. We zijn gevangenen van onze eigen ambitie.”

Pierre Ballings neemt zaterdag 28 september afscheid, vandaag werd bekend dat Mark Minkman zijn opvolger wordt.

De vijf Paradiso-hoogtepunten van Pierre Ballings:

1. Prince, 26 maart 1995
“Hij had de nacht daarvoor ook al gespeeld en liet weten dat hij mísschien een dag later ook een show wilde geven. ’s Nachts om vier uur kreeg ik een telefoontje: hij wilde. In die tijd zat hij ’s nachts in de bus het geld te tellen, contant aangeleverd in doorzichtige vuilniszakken. Toen hij die tweede avond opkwam was er zoveel spanning in het publiek. Out of the blue opende hij met Jailhouse Rock, en iedere keer krijg ik er weer kippenvel van. Ik weet nog hoe ik hem per ongeluk even aanraakte in het halletje, na de show. Ik kreeg een elektrische schok! Eigenlijk ben ik helemaal niet bijgelovig en waarschijnlijk had hij gewoon teveel nylon aan, maar toen dacht ik: Wat een god! De kleine Mozart!”

2. Ojos de Brujo, 20 oktober 2006
“Ik ben al heel lang fan, het is een combinatie van hiphop en Catalaanse muziek en heel heftig.”

3. M.I.A., 25 november 2011
“Ik hou van stevige, uitgesproken vrouwen zoals ook Santogold en Skunk Anansie. Mijn zoontje van 9 vindt M.I.A. ook heel leuk, we gingen er samen enorm op los.”

4. Jill Scott, 23 november 2007
“Het was een prachtig nachtconcert, waarin ze echt vrijde met het publiek: ze was zo persoonlijk en warm.”

5. PJ Harvey, datum onbekend
“Haar laatste show was me iets te theatraal, ik heb het liever naakt en hard. Ze was met een kleine bezetting, dat was heel intens.”

nu op 3voor12