#GWO13: Beach Fossils plaagt met "crazy fucking weather" #GWO13: Beach Fossils plaagt met "crazy fucking weather"

New Yorkse droompop is het gewoon net niet

, Timo Pisart

#GWO13: Beach Fossils plaagt met "crazy fucking weather"

New Yorkse droompop is het gewoon net niet

Timo Pisart ,

Het zal een waanzinnig uitzicht zijn geweest voor de slungelige jongens van Beach Fossils: bange gezichten, donkere luchten en razendsnel ronddraaiende windmolentjes. "Thank you for being here with this crazy fucking weather", stamelen ze. De regen zet niet door. Beach Fossils ook niet.

HET CONCERT:
Beach Fossils, Tokkelbaan, Into The Great White Open, vrijdag 6 september 2013

DE ACT:
Droompop, noemen ze het zelf ook wel. De bleekneuzen van Beach Fossils maken in reverb verdronken indierock met nummers die zelden boven de drie minuten klokken. Ze zouden het uitstekend kunnen doen bij een hipstermedium als Pitchfork. Althans, als ze net zulke goede liedjes hadden gehad als Real Estate, zo fel waren geweest als DIIV of zo dromerig als Wild Nothing.

HET NUMMER:
Ze hebben een paar van die liedjes die zich kunnen meten aan hun genregenoten: What A Pleasure bijvoorbeeld, van amper tweeënhalve minuut dat precies pissig genoeg wordt gespeeld. Of het dromerige, schoenstarende Shallow. Vandaag werkt Careless echter het beste, met een hoog snijdend gitaarmelodietje dat gewoon héél lekker klinkt in de motregen.

HET MOMENT:
Uiteindelijk komt die regen tóch even naar beneden. De gitarist merkt plagerig op: "Ik zie niets van die regen." Met een blik die zoveel zegt als: "Jezus, wat stellen jullie je aan."

OOK OPMERKELIJK:
"We hebben nog nooit gespeeld. Dit is ons enige optreden ooit." "Ja, huhuhuh, dit is een demo-optreden, ofzo." Even later: "We have to finish fast, we're gonna see Fred Durst in twenty minutes." "Yeah, we love Limp Bizkit." Beach Fossils zijn wel érg melig vandaag. De meeste liedjes eindigen met een vage, zeurderig gezongen regel die alsmaar wordt herhaald. Vaak is het gênant hoe vals het is. Soms kan dat randje charmant zijn, maar dit zijn geen slackers. Dit zijn vaatdoekjes. Alleen het slotnummer wil écht ontsporen. Eerst springt de zanger het publiek in, vervolgens eindigt hij met een schreeuwerige monoloog waarin hij beweert niet eens te weten wat hij precies aan het doen is, laat staan wat hij met het leven wil.

HET PUBLIEK:
Regen of niet: op de springerigere liedjes wordt vrolijk meegedeind, en sterker nog: er is zowaar een overenthousiaste crowdsurfster.

HET OORDEEL:
Eén ding moet gezegd: die drummer is een beest, die pisnijdige salvo's afvuurt met zijn bassdrum en hyperactieve fills plaatst en Beach Fossils nét dat beetje schwung geeft dat de rest van de band zo ontzettend mist. Verder is het materiaal veel te eenvormig zonder écht goede liedjes. Ze speelden al twee maal op London Calling en gaven ook daar geen wereldschokkende indruk, dus het was te verwachten: de New Yorkers ontstijgen ook op Vlieland de middenmoot niet.

DE FOTO:

nu op 3voor12