Doe Maar en de rappers: "Johnny Rotten was een engerd" Doe Maar en de rappers: "Johnny Rotten was een engerd"

Speciaal project vandaag gepresenteerd

, Atze de Vrieze

Doe Maar en de rappers: "Johnny Rotten was een engerd"

Speciaal project vandaag gepresenteerd

Atze de Vrieze ,

Doe Maar is weer bij elkaar, voor vier Symphonica in Rosso concerten in de Gelredome. Om op te warmen maakte de band een nogal luxe reclamefolder: een sympathiek project waar rappers als Gers Pardoel, The Opposites, Postmen, Winne en Kraantje Pappie in de weer gingen met klassieke popsongs als Belle Helene en Doris Day. Vanmiddag wordt de EP gepresenteerd, vanavond zit de groep bij DWDD, vanmorgen kreeg 3voor12 vast tekst en uitleg over het project.

Wiens idee was dit project?
 Gers Pardoel: "Ik geloof dat Kees de Koning met het idee heeft gelopen."
 Henny Vrienten: "Het is heel waarschijnlijk dat gezegd werd: wat gaan we doen rond de concerten? Iemand van ons, ik sluit niet uit dat ik dat was, moet gezegd hebben: het zou fantastisch zijn om iets te doen met rappers. In 2000 hebben we met Brainpower en Def P gewerkt. Ik had een heel goede connectie met Def P. Ik componeerde vroeger liedjes voor Klokhuis, nu doet hij dat. En recent heb ik dat programma gedaan met Winne en Ali B, dat heeft een hoop losgemaakt."
 Big2: "Wij kenden veel liedjes natuurlijk. Als je uit Nederland komt, kun je niet om Doe Maar heen. Het is voor iedereen jeugdsentiment."
Gers Pardoel: "Mijn vader draaide Doe Maar thuis. Hij draaide ook Het Goede Doel, geen Rob de Nijs, wel Frank Boeijen. Op een gegeven moment ging hij over op Julio Iglesias."
 Henny Vrienten: "Dan moet je wegwezen. Ik zat een keer met mijn vrouw in een Spaans restaurant, en Julio Iglesias stond op. Ik werd helemaal gek. Alle clichés die ooit bedacht zijn, alle eerste gedachten die je hebt, zaten in die plaat. En dan die kwijlebalk er overheen, die galmen. Er kwam zweet op mijn voorhoofd. Ik werd letterlijk ziek van die man." 
Gers Pardoel: "We kunnen niet altijd op één lijn zitten, Henny, hij had een paar nummers waar ik echt door ontroerd werd."

Die liedjes die jullie destijds schreven klonken heel simpel, maar zaten verdomd slim in elkaar. Als Sef in Doris Day de monumentale zinsnede 'ein Wiener operette' vervangt door 'op jacht naar een talentje', dan moet dat de Drs P in jullie toch een beetje pijn doen. Het rijmwoord, dat zo sluw drie zinnen later pas komt - de bloemen buiten zetten - klopt ineens niet meer.
 Henny Vrienten: "Nee, daar heb ik helemaal geen last van. Ik ben geen taalpurist, al heb ik er nog zo veel mee. Taal is een levend organisme. Soms moet ik even slikken, maar taal is veel meer dan je beseft je sociale visitekaartje. Als ik iemand hoor praten of iemand lees, weet ik waar hij vandaan komt. Waarom zou je daaraan iets veranderen?"
 Ernst Jansz: "Wij hebben geen Drs P in ons, gelukkig. Voor mijn laatste project heb ik Bob Dylan vertaald. Die gebruikt soms zes, zeven dezelfde rijmwoorden achter elkaar. Toen zei ik letterlijk tegen een vriend van me: ik voel me nu een beetje Drs P, en dat is geen compliment. Ik vind hem geweldig hoor, maar het moet geen rijmelarij worden. Maar ik ben in de loop der jaren wel strenger op mezelf geworden. Ik mag bijvoorbeeld geen klankrijm meer gebruiken."

Heren The Opposites, jullie hebben Belle Helene onder handen genomen, een van de meest charmante liedjes uit het Doe Maar oeuvre. Jullie hebben het vertaald naar 2012. De lieflijke zin 'Ik weet niet of het goed of slecht is, dat ik met je vrijen wou', hebben jullie veranderd in 'dat ik met je baksen wou'. Is dat niet een beetje ordinair?
 Big2: "Vrijen, zeiden ze dat echt vroeger?"
 Willy: "Wij dachten: het is wel leuk om er net iets anders van te maken."
 Big2: "Ik vind vrijen een vunzige term. Mijn ouders vrijen."

Jij hebt dat woord zeer bewust gekozen, Ernst.
 Ernst Jansz: "Zo werd dat gezegd. Maar ik vind het niet zo'n lief woord, hoor. Andere woorden - neuken, pijpen - vond ik niet gepast. Een ander woord bestond niet. Ik weeg woorden altijd op een gouden schaaltje. Met name omdat wij een van de eersten waren die in het Nederlands zongen. Men schaamde zich heel snel voor onze taal. Sommige woorden hebben wij er door moeten drukken. 'Trek me af', 'wees niet bang voor mijn lul', maar ook juist iets liefs als 'schat'. Dat was moeilijk uit je strot te krijgen."
 Willy: "Wij zijn ook heel bewust met woorden bezig. In onze nieuwe single - Slapeloze Nachten - zit het woord 'reeds', een woord dat niet veel gebruikt wordt. Toen ik het schreef dacht ik: een ouder iemand zou dat ook kunnen begrijpen. Beter dan 'ik ben dom, lomp & famous, bitches zitten aan mijn penis. 'Reeds' is volwassen, maar niet elitair."

Wie was eigenlijk die Helene?
 Ernst Jansz: "Dat zeg ik niet."
 Big2: "Ach, kom op."
 Jan Hendriks: "Ja, wie was dat eigenlijk, Ernst?"
 Big2: "Hoe oud was je toen je dat liedje schreef?"
 Ernst Jansz: "Ik was al ouder dan toen het zich afspeelde."
 Big2: "En hoe oud was je toen?"
 Ernst Jansz: "Ooit kom je het te weten."

Kraan, jij hebt echt een heel andere tekst gemaakt.
 Kraantje Pappie: "Ik kreeg een opzetje toegestuurd van Alles Gaat Voorbij, en voor mij was het meteen raak. Ik ben zelf een flierefluiter in mijn muziek, gezellig, lul op de bar, en ineens heb je een beladen titel voor je neus. Dat wekte mijn interesse, om daar voor te gaan. Ik denk dat het een van de meest eerlijke liedjes is die ik tot nu toe gemaakt heb."

Een deel van de humor van Doe Maar zat in het rijm. Was jij lang aan het schaven aan liedjes, Henny?
 Henny Vrienten: "Nee, een van de redenen dat ik licht weemoedige jaloezie heb naar deze jongens is dat ik me herinner dat toen ik deze liedjes maakte, het mij werkelijk geen donder uitmaakte wat iemand er van vond. Ik schreef het op en nam het op. Dat is veranderd."
 Winne: "Zo moet het ook zijn."
 Henny Vrienten: "Maar als je ouder wordt, dan gaat dat niet meer. Als ik nu iets opschrijf, bekijk ik alle zijkanten en achterkanten. Opa spreekt: eerst ben je alleen zelf verantwoordelijk voor wat je zegt en doet. Dan ga je trouwen, krijg je vier kinderen. Als ik nu zeg: ik heb vannacht een shotje gezet, dan denk ik aan mijn zoon. Je raakt het schreeuwende gelijk van de onwetendheid kwijt."

Is dat jammer?
 Henny Vrienten: "Nee. Het leven is een onafwendbaar proces. Je kunt je verzetten tegen alles wat gebeurt of er als een witte wolk in meegaan. Dat laatste kies ik. Ik vind al die fases leuk."

Dan kom je in aanraking met een jongen als Gers, die alle verantwoordelijkheid afhoudt: ik wil liever dan lief voor je zijn, maar ik blijf een boef.
 Gers Pardoel: "Ik dek mezelf meteen in voor de fouten die ik als man zou kunnen maken. Soms zou ik wel eens liever alleen met mijn muziek zijn. Ik heb wel een relatie, en het gaat heel goed met haar. Misschien kan ik haar pijn doen door dingen die ik in een nummer zeg."
 Henny Vrienten: "Daar begint het al. En dat is ok. Maar je zou ook nog kunnen bedenken dat je een persona wordt. Iemand die jij van alles kunt laten meemaken, het icoon Gers Pardoel."
 Gers Pardoel: "Dat kan, maar ik wil juist graag dichtbij mezelf blijven, en zij weet dat ook. Ik zou wel een nummer kunnen schrijven over iemand anders. Ik heb dat al een keer gedaan toen ik in een relatie zat. Ik was gefascineerd door vreemdgaande mensen. Ik heb daar een tekst over geschreven vanuit een ik-figuur die het doet en probeert te verbergen. Mijn vriendin snapte daar niets van."

Was jij een personage in je Doe Maar tijd?
 Henny Vrienten: "Nee. En deze jongens hebben dat ook niet. Wat zij bedrijven en wat wij bedreven noemen we lyriek, persoonsgebonden teksten. Als ik eerlijk ben ging alles wat ik vroeger schreef over mezelf, op een paar flauwe liedjes na. Over mijn moeizame of soms te makkelijke relaties met het andere geslacht, een plek vinden in je bestaan, de goeie dingen willen doen. Ik heb nooit een liedje geschreven over een pooier of een generaal. Dat kan heel mooi zijn."
 Gers Pardoel: "Ik wil dat wel graag doen. Ik heb dingen liggen, die nog niet naar buiten gekomen zijn."
 Winne: "Ik doe dat persoonlijk niet. Ik blijf altijd heel dicht bij mezelf. Mijn uitgangspunt is altijd geweest: ik heb een zusje van 14, mijn moeder luistert naar mijn muziek, ze moeten zonder kromme tenen naar mijn muziek kunnen luisteren."

Dan wordt het best wel netjes. Je vliegt niet uit de bocht.
 Winne: "Dat wordt het braaf ja, maar ik ben ook best wel braaf."

Jullie ontkwamen niet aan De Bom, de grote dreiging die iedereen in het land voelde. Een veel groter onderwerp dan meisjes en liefde.
 Jan Hendriks: "De Bom is ontstaan naar aanleiding van een anti-kernbommendemonstratie in Utrecht."
 Ernst Jansz: "Uiteindelijk doen zij hetzelfde: er is een wereld met goede en verschrikkelijke dingen. In die wereld leven wij met onze kleine dingetjes, onze frustraties. Daar gaat De Bom ook over. Het gaat over dat je niet wilt rennen, carrière maken, ik wil jou leren kennen."
 Willy: "Van alle kanten krijg je informatie op je af, via media, Twitter, alles komt op je af. Ik maak het voor mezelf, daar ligt voor mij de kern in."
 Big2: "We proberen niet de wereld te veranderen. Het is heel persoonlijk, dat wel."
 Henny Vrienten: "Achteraf kun je zien dat we ons nodeloos zorgen hebben gemaakt over de bom, want hij is niet gevallen. Ik denk dat er zo'n groot verschil is in beleving, niet alleen qua muziek. Wij zijn kinderen van de wederopbouw. Ik ben van 1948. Dat was zo totaal anders dan deze tijd, waarin de hoorn des overvloeds heerst, zelfs in de crisis. Iedereen heeft alles wat ie wil. Ik denk dat je dan anders in je vel steekt. ik denk dat wij iets serieuzer en bezorgder waren. Vergeet niet: de politiek is heel erg veranderd. Toen ik zo oud was als jullie, werd politiek bedreven door heren. Het zag er allemaal heel netjes uit, maar ze naaiden je even hard als die van nu. Alles is nu transparant. Als in een partij iemand een ander uitscheldt, lekt het de volgende dag uit. Je weet alles. Wij wisten eigenlijk niets, de politiek was een onneembaar bastion. Echte regenten. Je moest je daartegen verzetten, omdat je wist dat het niet klopte. Daar zijn liedjes als De Bom en Doe Maar Net Alsof uit voortgekomen, maar ook dat waanzinnig mooie liedje van het Klein Orkest, Over de Muur, een van de juweeltjes uit de Nederlandse popmuziek."
 Winne: "Ik denk dat er behoefte is aan meer bewustwording. We hebben alles wat we nodig hebben, maar ik zie weinig mensen die rust in hun systeem hebben. Iedereen is bezig met meer vergaren, maar niemand heeft vrede. Zolang je blijft zoeken naar datgene wat jou geluk moet brengen, ben je in essentie niet gelukkig."
 Gers Pardoel: "Ik denk dat in Rotterdam heel veel jongens en meisjes die op de nieuwste Jordans lopen, thuis op een gaar matras slapen."
 Winne: "De balans is zoek, het draait vaak om uiterlijk vertoon."

Veel rappers besteden aandacht aan een maatschappelijke issue met een woordgrapje, niet met een boze track als Heroïne, waarin hartgrondig gevloekt wordt.
 Henny Vrienten: "Dat lied is door Ernst geschreven uit grote woede. Dat was toen een groot probleem, en soms heel vlakbij. Ik sta achter dat lied, ik speel het nog steeds heel graag, maar toch vind ik dat je de ergste zaken luchtig moet brengen. Dat werkt altijd het allerbeste. Anders krijg je schreeuwerige gelijkhebbers. Zo'n Johnny Rotten was toch ook niet om naar te kijken."

Vond je dat? Dat was dezelfde tijd als jullie.
 Henny Vrienten: "Ik was bang van Johnny Rotten, wij waren watjes. Ik vond het een engerd. Het vileine, het onafwendbare dat rond de Sex Pistols hing. Je ziet het aan hoe het afliep met Sid Vicious. Je gitaren stemmen was burgerlijk."
 Gers Pardoel: "Ja?"
 Henny Vrienten: "Waar is dan het plezier in het muziek maken. Zonde van de energie."
 Gers Pardoel: "Je zei net wel dat jullie veel serieuzer waren. Maar wat dat betreft lijkt het nu wel veel serieuzer. Het niveau van de muziek moet hoog liggen, het moet altijd perfect zijn."
 Henny Vrienten: "The Beatles waren mijn idolen. Ik weet dat Abbey Road op een tweesporenrecorder is opgenomen, terwijl wij nu allemaal twee miljoen sporen ter beschikking hebben. Vroeger dacht je altijd: als ik die machine heb, dan word ik goed. Nu is wel bewezen dat de techniek er niet toe doet."
 Gers Pardoel: "Nu maak je iets op een computer met twee kleine speakertjes ernaast, en dan stuur je het door naar iemand die wel zo'n hele studio heeft."
 Henny Vrienten: "Je kunt alles in de hand hebben, maar muziek is een natuurkundig verschijnsel, het hangt in de lucht en er gebeurt van alles mee. Wat wij deden: als we mixten hadden we nog geen computer. Dan moesten er echo's op en galm, maar dat moest je allemaal met de hand doen. Dus wij stonden met zijn vieren achter die tafel, en ik zou dan op de snare aan de knop draaien. Altijd deed iemand wel ergens iets anders, waardoor er ineens een rare triple-uit-de-maat-echo in zat. Als je de natuurkunde laat besluiten, kan muziek ook heel leuk zijn. Al onze leuke dingen zijn fouten. Als ik een foute basnoot speelde, bleef ik die de rest van het nummer zo spelen, waardoor het de wet werd."

Wat was jullie rol als Postmen, Mis? 
Remon Stotijn: "Kees gaf aan wat er moest gebeuren. Make it work. Met Shyrock ben ik in Haarlem de studio in gedoken voor Alles Gaat Voorbij, dat ging best wel smooth. Ik voelde me als een vis in het water."
 Henny Vrienten: "Het makkelijkste zou zijn geweest als wij de originele tracks nog hadden, maar bij Johnny Hoes hebben ze die gewist om er weer smartlappen op te zetten. Die tapes kostten 300 gulden per stuk. De nummers waar zij mee wilden werken, hebben we opnieuw opgenomen. Dat zijn de Limmen tapes. Die hebben zij in multitrack gekregen. Ze zijn zompiger, meer rootsreggae dan de originelen."
 Big2: "Wij hebben gebruik gemaakt van de midi-bestanden die iemand op internet gezet heeft, niet van de nieuwe opname. Alle moeite voor niks. Wij wilden onze eigen geluiden gebruiken om onze eigen draai eraan te geven. We kunnen allebei niet goed piano spelen, dus we hadden de akkoorden en geluiden nodig. We hebben het uiteindelijk wel omgegooid en aangepast."

Welke rappers doen mee in het Gelredome?
 Ernst Jansz: "Bijna niemand, alleen Gers."
 Big2: "Wij zijn op vakantie."

Zijn er plannen voor na deze concertreeks?
 Jan Hendriks: "Nee, er zijn geen complete plannen. We zien wel. Maar als je dat tien jaar geleden had gevraagd, hadden we dat ook gezegd. We zijn in de tussentijd allemaal muziek blijven maken."
 Ernst Jansz: "De vorige keer hebben we er een soort race van gemaakt. In november 1999 besloten we de concerten te doen, 1 januari zijn we de studio in gegaan. Dan belde ik Henny Vrienten: ik heb al twee liedjes af. Hij: ik heb er vier. Een paar weken later zei ik: ik heb er al vijf af. Hij: ik tien. Zo is Henny. 1 januari hadden we dertig nummers."

Dan nog een echte hiphopvraag: wie van deze heren heeft jullie het woord YOLO geleerd?
 Henny Vrienten: "Deze man, Gers, die heeft mij het woord YOLO geleerd."

Tot slot: wat is de meest klassieke line uit het Doe Maar oeuvre?
 Kraantje Pappie: "Dat ik met je baksen wou."

nu op 3voor12