Lambchop: "Ik heb alles aan Vic Chesnutt te danken" Lambchop: "Ik heb alles aan Vic Chesnutt te danken"

Zanger draagt album op aan overleden vriend

, Atze de Vrieze

Lambchop: "Ik heb alles aan Vic Chesnutt te danken"

Zanger draagt album op aan overleden vriend

Atze de Vrieze ,

Midden in het schrijfproces van Lambchop's nieuwe album Mr M beroofde goede vriend en bekend singer-songwriter Vic Chesnutt zich van het leven. Het veranderde de zoveelste plaat van Kurt Wagner in misschien wel het meest intense album dat hij ooit maakte.

Roken is een kunst. Mooi roken althans. Niet het sigaretje dat Lambchop-frontman Kurt Wagner tussen twee interviews wegtikt, wel de zwart-wit rookpluim in het teaserfilmpje voor zijn theatertour. De oude baas zit in een leeg theater in Berlijn, de karakteristieke pet op zijn hoofd. Heel zachtjes zwellen de strijkers aan, terwijl Wagner de as aftikt in zijn hand en blaast. Een subtiele maar onmiskenbare ode aan zijn overleden vriend. "Ik rook te veel, veel te veel als ik niet uitkijk". Wagner lacht, zoals hij dat eigenlijk aan de lopende band doet. "Ach ja, elke sigaret is er een te veel."

Het heeft iets nostalgisch, dat roken in een theater. Het refereert aan langvervlogen tijden. Met de strijkers op de plaat erbij dringt de gedachte aan crooner Frank Sinatra zich op. Maar dan niet de king-of-the-night-Sinatra, maar de laatste-drankje-een-sigaret-te-veel-Sinatra.
"Mark Nevers, de producer van het album, is een groot Sinatra-fan. Hij hoorde een bepaald liedje van Sinatra - ik kan helaas even niet op de titel komen - waarin hij de strijkers op een heel abstracte manier inzet. Die techniek wilde hij ook bij mijn liedjes gebruiken. Strijkers kunnen vele gedaantes aannemen, maar in popmuziek zijn ze vaak melodieus en niet-contrasterend. Mark heeft een arrangeur ingeschakeld die van arrangementen voor ons maakte, die hij vervolgens met gitaarpedalen bewerkte. Een behoorlijk psychedelische ervaring."

Er staan ook twee instrumentale liedjes op, van een soort Franse schoonheid.
"Ja, of spaghettiwesterns. Dat heb ik gedaan om het geheel wat lichter te maken. Want eerlijk is eerlijk, al die liedjes na elkaar is best zware kost. Zie het als een soort rookpauze."

Een van de grootste klassiekers uit het croonertijdperk is The Good Life van Tony Bennett, een glanzende viering van het leven. Op Mr M staat ook een lijden dat The Good Life heet, maar er staat tussen haakjes achter: 'is wasted'. Het staat totaal haaks op Tony Bennetts lied.
"Ik kwam op het idee voor het liedje toen ik op internet surfte, op zoek naar muziek van Charlie Louvin, een befaamde folkzanger die vorig jaar overleed. Mark, mijn producer, heeft voor zijn laatste albums met hem samengewerkt. Ik kende zijn werk eerlijk gezegd niet zo goed, dus zocht naar filmpjes waarop hij speelde. Hij deed ongrijpbare dingen met country, dingen die ik zeer inspirerend vond."

Dat is een merkwaardig fenomeen: een muzikant sterft, en plotseling begint iedereen massaal naar zijn muziek te luisteren. Het heeft altijd iets dubbels, vind je niet?
"Zeker, maar het zou ook raar zijn als niemand naar je muziek luistert als je dood gaat. Ik weet nog goed toen Elvis dood ging. Ik was 18 en woonde in Memphis. Ik was daar op de dag dat hij stierf. In de jaren voor zijn dood was Elvis een ster in verval: het ging helemaal niet goed met hem en iedereen wist dat ook. Het was verschrikkelijk. Toen hij stierf veranderde dat in een klap. Het was de beste carrièremove die hij ooit maakte."

Hoe zag je dat concreet?
"Alles veranderde in Memphis. Het werd een industrie, en dat gebeurde binnen één twee jaar. Graceland veranderde in een bedevaartsoord. Tijdens de eerste sterfdag van Elvis trokken huilende fans met fakkels door de stad. Mijn vrienden en ik gingen op zaterdag van club naar club, op zoek naar Elvis-imitatoren. Dat was een totaal nieuw fenomeen. Totaal krankzinnig. Veel van die lui leken niet eens op Elvis."

Wat deed je in Memphis?
"Ik studeerde daar aan de kunstacademie. Ik speelde ook wel in bands, maar ik hield me vooral bezig met schilderen. Dat raakte op een gegeven moment op de achtergrond toen de muziek belangrijker werd. De laatste tijd schilder ik weer meer. Voor Mr M heb ik voor elk liedje een portret geschilderd. Ik heb die foto uit de krant met het kopieerapparaat vergroot en neergezet. Eigenlijk schilderde ik dat vel papier, in plaats van de mensen op de foto."

De man op de albumcover draagt een stijlvolle hoed, maar zijn stropdas zit wat slordig.
"De cover is geïnspireerd door een foto uit een krant in Memphis, over een soort herenclub met hoeden en dassen, genaamd Beautillion Millitaire. De mannen zagen eruit alsof ze uit een totaal andere tijd kwamen. Of beter nog: tijdloos. Ik heb een hele serie van ze geschilderd. Ik heb meer met personen schilderen dan met stillevens. Ik heb het gevoel dat bij het schilderen van portretten altijd iets van jezelf mee komt. Een vriend van me heeft dat heel extreem. Al zijn portretten zijn zelfportretten, zelfs als hij een vrouw, een kind of een oude man schildert."

Ook in je liedjes komen veel personages voor. Je lijkt altijd met ze in gesprek.
"Ik ben een observerend persoon. Uiteindelijk voert alles terug op ervaringen uit mijn eigen leven. Ik ben niet goed in het verzinnen van verhalen."

Een van de belangrijkste gebeurtenissen uit je leven is de dood van singer-songwriter en goede vriend Vic Chesnutt. Tijdens kerst 2009 maakte hij een einde aan zijn leven. Je verwijst verschillende keren naar hem, bijvoorbeeld in het liedje Nice Without Mercy, waar je zijn bijnaam noemt, 'Little Jimmy Dickens'.
"De dood van Vic was het allerbelangrijkste in mijn leven de afgelopen jaren. Het heeft me enorm aangegrepen. Mark en ik waren allebei close met hem. Ik zag hem als mijn mentor. Hij heeft een enorm belangrijke rol in mijn muzikale leven gespeeld. Ik heb nooit een plaat gemaakt zonder dat ik wist dat hij hem zou horen. We stopten soms kleine boodschappen voor elkaar in liedjes. Vics liedje Duty Free bijvoorbeeld omschrijft mij op een Europese perstour."

Je noemt hem je mentor, maar hij was niet ouder dan jij.
"Niemand is ouder dan ik."

Waarom was hij je mentor?
"Ik heb Vic ontmoet in 1986 of 1987. Hij was op zijn eerste tour en kwam in Nashville, waar ik toen woonde. Ik ben naar dat concert gegaan. Het was in een zaal die ik niet kende, dus ik ben vroeg vertrokken zodat ik zeker op tijd was. Toen ik daar aankwam was hij net klaar met soundchecken, en we raakten aan de praat. Er kwam niemand naar die show, er waren letterlijk drie bezoekers. Halverwege staken een paar agenten hun hoofd nog naar binnen om te zien wat er gaande was. Na afloop praatten we verder. Op een gegeven moment heeft hij muziek van mij aan een paar Fransen laten horen, en toen is het gaan rollen. Ik heb alles aan Vic Chesnutt te danken."

Inspireerde zijn dood je direct?
"Nee, helemaal niet. In eerste instantie kon ik helemaal niet schrijven. Ik heb drie jaar over dit album gedaan, langer dan ooit. Maar zolang ik hem kende, wist ik dat deze dag zou komen."

Dat moet een ondraaglijke gedachte geweest zijn.
"Natuurlijk, maar ik had er ook mee leren leven. Vic is er altijd eerlijk over geweest. Hij was heel open over het feit dat hij veel pijn had. Hij was een sterke persoonlijkheid, niet het type mens dat je gaat vertellen wat hij met zijn leven moet doen. Het was haast onmogelijk om niet met hem te sympathiseren, hoe egoïstisch zijn daad uiteindelijk ook was. Ik had dit onderwerp kunnen negeren in mijn liedjes, maar dat wilde ik niet. Ik wilde er juist de tijd voor nemen. Het mocht zo lang duren als nodig was."

Mr M van Lambchop verschijnt op City Slang/Konkurrent.

Nu op 3voor12