Pop en politiek: niemand wil de nieuwe Bono zijn Pop en politiek: niemand wil de nieuwe Bono zijn

“Verander de wereld, maar val niemand er mee lastig”

, Atze de Vrieze

Pop en politiek: niemand wil de nieuwe Bono zijn

“Verander de wereld, maar val niemand er mee lastig”

Atze de Vrieze ,

Bankiers gaan er met onze zuurverdiende centen vandoor, het rechtse kabinet snoeit in de cultuursubsidies, het publieke debat rond de PVV laait hoog op, GroenLinksers worden verdacht van vriendjespolitiek, het Midden-Oosten staat in brand. Genoeg om je als kritische burger druk over te maken. Uit één kamp blijft het opvallende stil: popmuzikanten.

“Verander de wereld, maar val niemand er mee lastig”

Bankiers gaan er met onze zuurverdiende centen vandoor, het rechtse kabinet snoeit in de cultuursubsidies, het publieke debat rond de PVV laait hoog op, GroenLinksers worden verdacht van vriendjespolitiek, het Midden-Oosten staat in brand. Genoeg om je als kritische burger druk over te maken. En dat gebeurt ook: op Twitter, op Facebook, op blogs en opinieplatforms, de visies op de wereld vliegen je om de oren. Maar uit één kamp blijft het opvallende stil: popmuzikanten. 

Binnen de popmuziek zijn het vooral het Muziek Centrum Nederland, de productiehuizen en festivals (met name Lowlands en Todays Art) die op de barricade gaan. Op sociale media zijn het nog eerder licht- en geluidsmannen die fel van leer trekken tegen ‘de bruinhemden’ van het kabinet Rutte dan artiesten. Toonaangevende acts als Caro Emerald, Go Back To The Zoo, Ilse DeLange, ze houden zich ver van het wespennest dat politiek heet.

Bob Geldof
Protestsongs, het woord roept direct een associatie op met de jaren zestig. De tijd dat rock ´n roll als tegenbeweging nieuw was. Popmuziek en rebellie hoorden onlosmakelijk bij elkaar. Muzikanten zetten zich per definitie af tegen de vorige generatie, tegen de heersende macht. Niet alleen internationaal, maar ook in Nederland, met zangers als Armand en Boudewijn de Groot. Maar ook na het smoren van de sixties droom bleef muziek een belangrijke vertolker van het tegengeluid. Van de anarchie van de punk tot het hoogtepunt van het change-the-world-together gevoel: Live Aid. Bob Geldof, de grote initiatiefnemer van dat evenement, toonde zich eerder dit jaar op SXSW teleurgesteld in de popmuziek van nu. “De muziek die ik nu hoor is pure navelstaarderij”, zei hij in een vurig betoog in Austin. “Doe dat niet, kijk omhoog!”

Voor Geldof kan popmuziek niet in isolement bestaan. Volgens hem zijn songschrijvers onlosmakelijk verbonden met de maatschappij waarin ze leven. “Jongens en meisjes met gitaren vertolkten ineens allerlei nieuwe mogelijkheden. Niet de toekomst voor je uitgeschreven door iemand anders, maar iets anders, iets ongedefinieerds.” Dat element van verandering is nu volkomen verdwenen, constateert hij. “Waar zijn de nieuwe Ramones, de nieuwe Pistols? Hebben we ze nodig? Ja, absoluut! Zullen ze gevonden worden? Het zou zomaar kunnen van niet. Door de hyperdemocratie die ‘het web’ heet, heeft iedereen tegenwoordig de mogelijkheid te zeggen wat ze maar willen. En niemand heeft wat te vertellen.”

Geldof geeft nog wat inhoudelijke voorzetjes: “We leven in een tijd waar iedereen het over 300 jaar nog over heeft, het moment dat de macht verschoof van west naar oost. Ik hoor niets over de nieuwe technologieën, zelfs niet over de goede dingen. Ik hoor niets over hoe Goldman Sachs en JP Morgan ons schaduwen van schaduwen verkopen, er vandoor gaan met ons geld en de wereld failliet laten gaan. Ik hoor daar niets over. Het hoeft niet eens letterlijk, de suggestie van walging is ook goed.”

De hel
Geldof, een iconische wereldverbeteraar. Sinds die tijd is hij onlosmakelijk verbonden met de man die er misschien wel hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor is dat veel muzikanten terugschrikken voor engagement in hun liedjes: Bono. Nog altijd verschijnt ieder U2 optreden de beeltenis van Nelson Mandela op het het grote scherm. Met grote gebaren pleit de charismatische frontman voor de vrijlating van politieke dissidenten. Hij is er vaak voor verguisd, maar hij doet het nog altijd vol overtuiging. “De hel”, zegt Matthijs van Duijvenbode, toetsenist en mede-songschrijver van Tim Knol. “Bono is het absolute schrikbeeld. Hij geeft je een sektegevoel. Ik zie het meer zo: het is goed om te proberen de wereld te verbeteren, maar val niemand er niet mee lastig.”

Dat klinkt raar. Wie een statement wil maken, zoekt de grootste zeepkist die hij kan vinden, en schreeuwt zich de longen uit het lijf, toch? Toch niet. Ze zijn er wel, die politieke uitingen, alleen komen ze zelden in het volle licht te staan. Want drammerig overkomen of je mening opdringen, dat moet je niet willen. Van Duijvenbode zelf schreef nota bene een politiek getinte song voor het nieuwe Tim Knol album: Lies. Het nummer gaat over ‘korte-termijn-populisten die het volk niets dan leugens verkopen’. “We spelen het vaak live, juist nu”, zegt hij. “Nu er zoveel waanzinnige bullshit voorbij komt. In interviews praat Tim niet veel over zijn teksten, hij houdt er niet van. Maar hij wordt er ook weinig naar gevraagd. Critici verdiepen zich er ook weinig in, lijkt het. Misschien zoeken ze het niet achter Tim, maar hij heeft wel degelijk een uitgesproken mening over de politiek. Ook veel luisteraars vinden teksten niet zo belangrijk. Voor de meeste Nederlandse muzikanten komt de muziek altijd eerder dan de tekst. Dat geldt ook voor ons, al besteden we uiteindelijk juist veel meer tijd aan de teksten.”

Zwartbewustzijn
Bij een van de belangrijkste politieke statements uit de culturele wereld – de Mars der Beschaving, was Van Duijvenbode niet aanwezig. In tegendeel zelfs. Hij stoorde zich aan de hoogdravendheid waarmee kunstenaars hun subsidie kwamen claimen. “Zo’n statement werkt averechts”, denkt hij. “Mensen zien daar een stelletje zeikerds lopen.” Dat zullen meer popmuzikanten gedacht hebben, want ze waren nauwelijks vertegenwoordigd. Rapper Akwasi van Zwart Licht was wel op het Malieveld, maar meer vanuit zijn andere achtergrond, als student aan de toneelschool in Maastricht. “Als muzikant raken de bezuinigingen mij niet zo, als beginnend acteur veel meer. Alle kleine gezelschappen verdwijnen, alleen de top blijft over.”

Akwasi is bij uitstek een muzikant met een maatschappelijk geweten, zij het nadrukkelijk gerelateerd aan zijn eigen roots als Amsterdammer met een Ghanese achtergrond. Zo liet hij zich voor State Magazine eens een ‘whiteface’ aanmeten, een statement over een oer-Hollandse decembertraditie die zijn oorsprong vindt in de tijd dat slavernij nog normaal was. “Ik woon deels in Amsterdam, deels in Maastricht. In Amsterdam woon ik in Kraaiennest, tussen Afrikanen, Antillianen, Surinamers. In Maastricht zijn bijna alleen Nederlanders. Dat maakt me zwartbewust. Niet voor niets heten wij Zwart Licht. Zwart staat voor negatief. Soms spreken mensen in Maastricht me aan in het Engels, omdat ze denken dat ik een vluchteling ben. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. De enige donkere gast hier is een zwerver met dreads.”

Een dergelijk ‘zwartbewustzijn’ zie je bij meer rappers, bij Blaxtar, bij Kempi. Vaak terugkerende frustratie: het slavernijverleden van Nederland ontbreekt grotendeels in het onderwijs. De belangrijke mannen uit de VOC-tijd worden afgeschilderd als helden. Rapper Manu (uit de stal van Blaxtar) zegt in de track Kleurenblind: “De zwarte bladzijde uit de geschiedenis is wit.” Als iemand een sociaal bewuste rapper is, dan is het Manu. Zijn album De Vloek Op De Overvloed is het meest zwaar beladen album van de laatste jaren. Al zijn tracks zijn politiek geladen. Hij voer mee op de boot onder de Don’t Forget Gaza vlag. Nadien maakte hij onder meer tracks over de economische crisis. In zijn track De Dag Dat De Euro Valt uit 2010 zegt hij: “Ik zeg je haal je money van de bank af en laat het kapitalisme sterven.” Hij twijfelde over dat statement, zegt hij nu. “Je hebt een enorme verantwoordelijkheid als je dat soort statements maakt”, zegt hij. “Als je over de liefde rapt en je zit er naast, is dat niet zo erg, met dit soort dingen is dat anders. Als je een track van drie minuten maakt, simplificeer je altijd, en dus zit je er soms naast. De werkelijkheid is niet eendimensionaal, al wordt het wel vaak zo gepresenteerd. Ik twijfel daarom altijd aan mezelf.”

Aan de leiband van de grote banken
Dat betekent dat popmuziek – korte, compacte liedjes – misschien wel niet het ideale medium is om een visie op de wereld te vertolken. Toch kan popmuziek ingezet worden om ‘de machten te controleren’, zoals ook journalisten dat kunnen, vindt Manu. “Vandaar dat ik een track over de banken maak. Landen waarvan wij denken dat ze in control zijn, lopen in feite aan de leiband van de grote banken. Het is een wrange constructie, die hoe dan ook ten onder gaat. Je ziet dat nu een overgang gaande is naar een nieuwe vorm van kapitalisme, waarin steeds meer geprivatiseerd wordt. De zorg bijvoorbeeld, maar ook defensie. Er zijn talloze bedrijven die soldaten in Irak of Afghanistan hebben zitten.”

Een groot publiek weet Manu met zijn beladen raps niet te bereiken. Net als veel politiek geladen songs belandt heel zijn oeuvre enigszins in de marge. Maar volgens Manu zou dat zomaar kunnen veranderen. “De eerste klappen van de crisis vallen nu pas. De meeste mensen konden nu toe nog precies dezelfde dingen doen als in 2007, maar de bezuinigingen komen nu hard aan. Ik denk dat we in een transitiefase zitten. We hebben jarenlang boven onze stand geleefd, eigenlijk al vanaf de wederopbouw, misschien zelfs wel vanaf de koloniale tijd. De welvaart van anderen in onze zak steken, dat is per slot van rekening ook een vorm van boven je stand leven.”

Volgens Zwart Licht’s Akwasi proberen veel rappers op nog een andere manier een maatschappelijke manier een maatschappelijke rol te spelen: workshops. “Rappers als Jiggy Dje en Sticks geven les. Zelf zie ik het als een vorm van creatieve therapie. Je probeert probleemjongeren een manier aan te reiken waarop ze zich kunnen uiten. Die verantwoordelijkheid voel ik steeds meer. Er zijn mensen die me serieus nemen, en ik kan voor een bepaald publiek spreken.”

Kut-Marokkanen
Hiphop is altijd vervlochten geweest met de maatschappij, en dat blijft tot de dag van vandaag zo. Bijna alle stevige statements in de Nederlandse muziek kwamen van hiphop acts. Raymzter sprong in op Rob Oudkerk’s beruchte uitspraak over kut-Marokkanen, Lange Frans en Baas B scoorden een nummer 1 hit met het zalvende Het Land Van, en Salah Edin portretteerde zichzelf als ‘Nederlands Grootste Nachtmerrie’, Mohammed B. Kubus & BangBang maakten een vuist tegen uitbuiting van Afrikanen bij het winnen van diamanten, Typhoon spreekt in single Licht Uit rechtstreeks tot de toenmalige minister-president Balkenende. In een track op het album van RB DJan spreekt Gers Pardoel zich uit over de steeds groter wordende inbreuken op de privacy van burgers.

Wake Up
Natuurlijk zijn er punkbands, muziek uit de kraakscene. Veteranen De Kift (tegenwoordig meer een theatergroep dan een band) maakte een statement tegen Geert Wilders op het album Brik. Punkers Antillectual schreven het nummer Kraken Gaat Door (met Engelse tekst) en de Haarlemmers van De Aanslag brachten eerder dit jaar de LP De Puinhopen van Acht Jaar Balkenende uit. Muziek waaraan je kunt zien dat het linkse gedachtengoed de laatste jaren in de hoek gedrukt is. Eerst door de ‘bemoeizucht’ van de christelijke coalitie, die er een handje van had allerlei verboden in te stellen: van het rookverbod tot het kraakverbod. Nu door het kabinet Rutte-Wilders. Juist gitaarbands stellen zich doorgaans politiek neutraal op. Ze lijken voornamelijk met zichzelf en hun muziek bezig. Zijn ze in die zin een afspiegeling van de individualistische maatschappij? Of hebben we na vijftig jaar de definitieve conclusie getrokken dat muziek de wereld helemaal niet kan veranderen?

Zondag vindt in de Tolhuistuin in Amsterdam het evenement Wake Up plaats, een mini-festival in het teken van protestsongs. Anne Soldaat zal er ook optreden. Hij speelt onder meer het beroemde Curtis Mayfield liedje People Get Ready. “Ik ben niet bepaald het toonbeeld van een geëngageerd muzikant”, geeft Anne Soldaat toe. “Ik speel er vooral omdat ik wat mooie liedjes kan spelen. Voor mij is muziek niet het medium om de wereld te verbeteren. Ik geloof meer in kunst om de kunst. Om het allemaal wat te relativeren speel ik ook het liedje Hondendrollen van Harry Bannink. Waar zing ik eigenlijk over? Over dingen die dichtbij mezelf staan. Het is gek: ik hou het nieuws goed bij en vind het razend interessant. Niets staat me in de weg, maar ik vind mezelf simpelweg niet de aangewezen persoon om er verder iets mee te doen.”

Zie ook het artikel met tien politiek geladen popsongs uit Nederland.

nu op 3voor12