Muziekcentrum muzyQ gaat voor efficiëntie Muziekcentrum muzyQ gaat voor efficiëntie

Muzikanten moeten sfeer maken in industrieel gebouw

, Tomas Delsing

Muziekcentrum muzyQ gaat voor efficiëntie

Muzikanten moeten sfeer maken in industrieel gebouw

Tomas Delsing ,

Muziekcentrum muzyQ in Amsterdam Oost opent 9 oktober officieel de deuren. In de moderne oefenruimtes is alles in dienst gesteld van een perfecte akoestiek, daarbuiten moeten de muzikanten de sfeer gaan maken.

Muzikanten moeten sfeer maken in industrieel gebouw

Het Atlantisplein in Amsterdam Oost is alleen op papier nog een plein. In de praktijk is het een grote bouwput waar door de economische crisis al tijden niets meer gebeurt. Uitzondering is muziekcentrum muzyQ. Een strak en modern gebouw dat met alleen al tachtig oefenruimtes ruimte moet gaan bieden aan muzikanten, muziekgerelateerde winkels en bedrijven en mensen uit de muziekindustrie. Uniek in zijn soort, aldus directeur Robin Lemmers.

Voornaamste bestaansreden van muzyQ is de voortdurende vernieuwing van oude stadsdelen. Fabrieken en loodsen krijgen vaak een andere bestemming of gaan tegen de vlakte. Hierdoor verdwijnt veel oefenruimte voor muzikanten: alleen al in de oude gasfabriek op het terrein waar nu muzyQ staat bestonden zo’n veertig van deze ruimtes.

Ook in het nieuwe centrum ligt de nadruk dan ook sterk op oefenruimtes. Een kleine tachtig doos-in-doos muziekruimtes ‘zweven’ in het gebouw: ze staan op rubberen blokken en hebben nergens een directe verbinding met andere muren of vloeren voor optimale isolatie en akoestiek. In de nogal Spartaans ogende zaaltjes, in grootte variërend van kleine eenpersoonskamertjes tot concertzalen, is geen plaats voor franje. De kale gipsplaten op de muren – vier lagen dik voor optimale isolatie – worden alleen onderbroken door grote, zelfontworpen stalen korven om de akoestiek te verbeteren. Je vindt er alleen zaken die met muziek te maken hebben: drumkits, piano’s, microfoons en versterkers behoren tot de uitrusting. Alles nieuw en van hoge kwaliteit. En de formule werkt: als de deuren dichtzitten is er op de gang niets te horen van hetgeen zich binnen afspeelt. “Voor een vergelijkbare prijs krijg je bij ons betere voorzieningen dan bij andere oefencentra. Er zijn artiesten naar buiten gekomen die verbaasd waren dat ze bij ons na een paar uur repeteren géén hoofdpijn hadden.”

Volgens Lemmers valt het met de kaalheid van het gebouw straks wel mee: “Als hier allemaal muzikanten lopen van verschillende pluimage, wordt het wel gezelliger. Van rasta tot mensen van het Concertgebouworkest, alles komt hier over de vloer. De mensen moeten het gebouw kleur geven.” Aan de voorzieningen zal het niet liggen. Er is een café – uiteraard met piano – en een restaurant waar “gewoon goed eten” wordt geserveerd voor een redelijke prijs. Het is dus nog even wachten, maar uiteindelijk moet het gebouw wel gaan leven. “We hebben in het café al spontane ontmoetingen gehad tussen operazangers en reggaebands.”

Bijzonder is dat het geheel is opgezet zonder gebruik te maken van speciale subsidies. “Natuurlijk hebben we wel gebruik gemaakt van de normale potjes voor startende ondernemingen, maar geen bijzondere cultuurfondsen of iets dergelijks. Het is uiteindelijk de bedoeling dat we geld gaan verdienen, hoewel dat voorlopig weer even snel zal worden uitgegeven om de details af te werken. We moeten de twee opnamestudio’s nog helemaal inrichten, daar gaat nog een hoop geld in zitten.”

Natuurlijk is ook hier de financiële crisis niet onopgemerkt voorbijgegaan. In de centrale hal op de begane grond kijk je door een aantal glazen puien in donkere zwarte gaten. De bedoeling was dat daar muziekgerelateerde bedrijfjes zouden komen, winkels en reparateurs, maar gegadigden houden de boot vooralsnog af. Lemmers: “Er zijn een aantal kandidaten geweest die serieuze belangstelling toonden, maar op het laatste moment zeiden “heel mooi allemaal, maar niet nu. Kom over een jaartje nog eens terug.”” Overigens draait het niet alleen om muziek maken, ook de industrie moet uiteindelijk zijn weg naar muzyQ weten te vinden: “de conferenties van het Amsterdam Dance Event horen eigenlijk gewoon bij ons, alleen weten ze dat bij ADE nog niet.”

Op 9 oktober wordt het centrum officieel geopend door burgemeester Job Cohen. Industrie en muzikanten kunnen ook al voor die tijd terecht.

Nu op 3voor12