Florence and the Machine: het rusteloze hippiemeisje in die verschrikkelijke muziekindustrie Florence and the Machine: het rusteloze hippiemeisje in die verschrikkelijke muziekindustrie

“Je bent enorm kwetsbaar maar ook zo enorm machtig in de schijnwerpers”

, Erik Zwennes

Florence and the Machine: het rusteloze hippiemeisje in die verschrikkelijke muziekindustrie

“Je bent enorm kwetsbaar maar ook zo enorm machtig in de schijnwerpers”

Erik Zwennes ,

Florence Welch, de roodgloeiende voorvrouwe van Florence and the Machine, heeft een haat-liefdeverhouding met de muziekindustrie. Bang dat ze er in verdrinkt, is ze niet. “Ik denk dat ik meer mezelf ben dan waar ik credit voor krijg.”

“Je bent enorm kwetsbaar maar ook zo enorm machtig in de schijnwerpers”

Donderdag 8 oktober Presenteert 3VOOR12 Florence and the Machine in de Amsterdamse Melkweg. In aanloop naar dit optreden sprak 3VOOR12 met Florence Welch over haar doorbraak, hippies en de camper van haar vader.

Heb je er altijd van gedroomd om een popster te worden?

“Nee, ik ben begonnen in pubs en kleine kelderzaaltjes in achtergrondkoortjes of als a capella zangeres. Ik begeleide mezelf met handgeklap. Zo ben ik begonnen en ik zou dat nog steeds kunnen doen. Ik had nooit kunnen dromen dat het zo hard zou gaan met mijn carrière. Hoor mij nou: ik gebruik het woord carrière,” Florence lacht enigszins beschaamd.  “Het is allemaal heel organisch verlopen door het opnemen van de plaat, veel spelen en het inlijven van nieuwe bandleden.”

En ineens heb je een platendeal, een album, twee hitsingles en een nominatie voor de Mercury Prize, heb je al overwogen je te verstoppen?

“Mensen vertellen me wel hoe goed het gaat, maar ik laat het niet tot me doordringen. Dan zou ik inderdaad best gestrest kunnen raken. WHOOOAAAHH. Het voelt als iets dat buiten mij om gebeurt. Ik voel me in ieder geval niet anders dan voorheen. Mijn agenda staat zo vol dat ik de tijd niet heb het tot me door te laten dringen.”

Word je vaak benaderd als het gekke hippiemeisje dat we op het podium zien? Of ben je gewoon dat gekke hippiemeisje?

“Ik denk dat er wel hippieclichés aan mij kleven. Ik heb een bosfetisj…en…fuck hippies! Ik vind mijn vrijheid heel belangrijk. Op het podium voel ik me enorm vrij, daarbuiten ben ik best wel gereserveerd. De persoon die je ziet zingen en springen is een uitvergrote versie van mijzelf. Ik ben dan meer mijzelf dan…ikzelf. Optreden is enorm eng en naakt, maar tegelijkertijd zo bevrijdend, euforisch en puur. Je bent enorm kwetsbaar maar tegelijkertijd zo enorm machtig in de schijnwerpers.”

Je hebt voor het album met drie compleet verschillende producers gewerkt. Hoe doe je dat in de praktijk?

“Het is onbewust zo gegaan, maar net wie er tijd had. Bij James Ford drukte ik mijn demo’s onder zijn neus. Aan Paul Epworth werd ik voorgesteld en Steve Mackey was vooral liefhebber van mijn oudere en meer akoestische nummers. Hun individuele benaderingen zijn compleet anders en ze versterken verschillende  aspecten van mijn teksten en arrangementen. Daardoor is het een heel diverse plaat geworden. Mijn volgende album zal meer een geheel worden, maar hiermee heb ik wel heel veel aspecten van mijzelf naar voren kunnen brengen.”

Je was student aan de kunstacademie, heb je nog wel tijd voor visuele kunst?

“Ik maak er tijd voor. We hadden net twee dagen vrij op Ibiza. Ik heb altijd mijn schetsboek bij me en waskrijtjes die ik van mijn moeder heb gehad. Het halve boek staat nu vol met zeegezichten en zonsondergangen. Het is als een soort meditatie voor me, ik kan nogal rusteloos zijn.”

Naast je debuutalbum, op welk kunstwerk ben je het meest trots?

“…mijn slaapkamer. Het is een installatie op zichzelf. Overal hangen schilderijen, kandelaren, jurken, potjes en flessen, een opgezette bunzing, schedels, dode vogels. Voor ieder ander is het een geïmplodeerde verkleedkist en rariteitenkabinet, maar alles heeft zijn eigen plek en nut. Het ene stukje rotzooi, naast andere troep. Hetzelfde doe ik nu met podia waar ik speel; vol prullaria voel ik me op mijn gemak. Ik moet een vreemde plek eigen maken om me er thuis te kunnen voelen.”

Hoe reageren jongens die jouw kamer voor het eerst binnen stappen?

“Als je mij kent kun je eigenlijk niets anders verwachten…” (giert van het lachen) “Het is alsof mijn brein heeft overgegeven in een kamer. Het beeldschone gemixt met het macabere.”

Die macabere kant van jou, hoe horen we die terug op je plaat?

“Veel teksten zijn het resultaat van mij onderdompelen in gothic fantasieën, het schetsen van donkere landschappen en nachtmerries. “

Hoe reageren je ouders op het vrij plotselinge succes?


“Mijn moeder vindt het maar niets. Ze heeft het idee dat de muziekindustrie een verschrikkelijke wereld is. Ze is trots op me, omdat ze ziet dat dit is waar ik voor leef. Maar ze had liever gezien dat ik me had doorontwikkeld en naar de universiteit was gegaan.” 

Dat lijkt me best lastig als je moeder er zo over denkt.


“Ze steunt me als mens, maar ze geeft geen ene fuck om Florence and the Machine. Ze heeft ook gelijk wat betreft dit wereldje. Ze zegt: als jij er niet zo voor ging, had ik je gezegd er uit te stappen. Het is ook een moeilijke wereld om in te overleven. Ik omring me met de juiste mensen en focus me op de mooie aspecten van dit leven.”

Hoe zorg je dat je jezelf blijft?


“Ik denk dat ik meer mezelf ben dan waar ik credit voor krijg. Ik hou van werken en blijf juist lekker gefocust als ik dingen om handen heb. Maar tegelijkertijd had ik nu ook graag door je prachtige stad gelopen. Maar er zijn zoveel leuke dingen aan dit werk en ik heb zoveel geluk gehad. Je gaat niet zeuren over mensen die welgemeend met je willen praten over het album waar je met hart en ziel aan hebt gewerkt.”

…en je vader, hoe vindt hij deze stap?


“Hij vindt het geweldig. Hij is een echte rock-‘n-roll-vader en heeft me kennis laten maken met The Smiths, Love en The Velvet Underground. Tot vrij recent reed hij de band naar alle optredens. Met  steeds meer bandleden opgepropt in zijn kleine campertje kris-kras door de UK. Hij is niet dwingend, meer beschermend en enthousiast. Hij is die man die op de NME Awards met iedereen loopt te babbelen. Niet dat hij controle heeft over mijn carrière, hij wil er gewoon voor me zijn en vind het een spannend avontuur. Hij is journalist, maar ik verdenk hem er van een gefrustreerde artiest te zijn. Hij had acteur moeten worden. Eigenlijk bestaat mijn hele familie uit gefrustreerde kunstenaars. Ja, eigenlijk heb ik gewoon gigantische mazzel!”


3VOOR12 Presenteert… Florence and the Machine, donderdag 8 oktober in Melkweg, Amsterdam. Speciaal voor 3VOOR12 verschijnt de band eerder diezelfde dag rond vijf uur al op het podium voor een korte exclusieve sessie voor een klein aantal gelukkigen.

nu op 3voor12