Antony Hegarty verstopt zich niet langer Antony Hegarty verstopt zich niet langer

“In Amsterdam was ik voor het eerst in mijn leven gelukkig”

, Erik Zwennes

Antony Hegarty verstopt zich niet langer

“In Amsterdam was ik voor het eerst in mijn leven gelukkig”

Erik Zwennes ,

Na vier jaar is er eindelijk weer een heel nieuw album van Antony and the Johnsons. Naar The Crying Light is reikhalzend uitgekeken. Antony Hegarty kwam naar Amsterdam voor tekst en uitleg.

“In Amsterdam was ik voor het eerst in mijn leven gelukkig”

Zanger Antony Hegarty (1971, Chichester, GB) debuteerde in 1998 met het album Antony and the Johnsons, tevens de naam van de band die hem live en op plaat begeleidt. Zeven jaar later zorgde het tweede album I Am A Bird Now voor de wereldwijde doorbraak. Het werd onderscheiden met de prestigieuze Britse Mercury Prize. De afgelopen jaren werkte Antony onder meer samen met Lou Reed, Rufus Wainwright, CocoRosie, Boy George, Björk en Marianne Faithfull. Dit voorjaar speelt Antony and the Johnsons tweemaal in Nederland, in mei in Eindoven en in juni (voor de tweede keer) in Carré Amsterdam, met het Metropole Orkest. Deze week verschijnt het nieuwe album The Crying Light. ‘Muziek is geen hogere wiskunde. Het is juist heel elementair en natuurlijk.’

De snelheid van het personeel in een Turks restaurant in Amsterdam wordt op vriendelijk verzoek van Antony op de proef gesteld. Ondanks de zoveelste uitputtende persdag hebben de zanger en zijn personal assistant/art director Joie nog plannen voor die avond. ‘Zo meteen zingt Mariam Makeba hier in de stad.’ Hij vervolgt op strenge toon dat vanavond wel eens de laatste kans zou kunnen zijn om ‘Mother Africa’ in levenden lijve te aanschouwen. Even later staan we in een donkere hoek van een uitverkochte Paradiso. Tussen het diverse publiek valt de opvallende Antony nauwelijks iemand op. Dit ondanks zijn forse verschijning, donkere gewaad, zwartgeverfd halflange haar en de hoogblonde glamoureuze Joie aan zijn zijde.

Eerder die dag ontvangt Antony een dozijn journalisten in het statige American Hotel aan het Leidseplein. Al twee weken zien de dagen er zo uit en er zijn nog zeker twee weken te gaan. Waar veel artiesten in deze situatie routineus in een aangeleerde promotierol schieten, raakt Antony door de gesprekken nog regelmatig aangedaan. De typering ‘hypersensitief’ is een understatement. Tijdens de taxirit van Schiphol naar het hotel gaf de chauffeur het tweetal een oratie over de dames op de Wallen. Dit houdt Antony nog lang bezig. Zoals zoveel ervaringen, vragen en herinneringen. Ook wanneer ik de dag erna – de enige vrije dag in de promotietournee – met hem en Joie door herfstig Amsterdam struin. Een fris en zonovergoten Vondelpark zorgt zeker vier uur lang voor de grootste verwonderingen. Of het nu een eenzame ooievaar, aangepaste tropische papegaaien of een verzakte treurwilg betreft. Een gezette joggende vrouw in een nietsverhullende outfit wordt luidkeels toegejuicht. ‘You go girl!’ kirt Antony.

Antony vertelt hoe hij de afgelopen jaren meer rust heeft gevonden en tegenwoordig meer bezig is met de wereld om hem heen. Het heeft ook zijn weerslag gehad op de nieuwe plaat. The Crying Light kent diezelfde indringende openhartigheid van de eerste twee albums; beklemmend en troostend. Maar de nieuwe nummers bereiken dit meer door duiding van momenten en sferen, niet zozeer van persoonlijke worstelingen. De plaat vormt een ode aan alles wat leeft, zonder concreet en politiek te worden; universeel en spiritueel.

Antony als de muzikale Moeder Natuur; ik kan het beeld niet onderdrukken. Zeker wanneer de grote, kwetsbare kunstenaar plaatsneemt in een majestueuze zetel van het hotel en uitkijkt over de met herfstbladeren gesierde fontein voor de entree. Hij lacht om mijn idee. Het gigantische aura, dat een ontspannen gesprek in de weg leek te staan, is gelijk verdwenen. Al helemaal wanneer Antony vraagt naar mijn leeftijd. ‘Ik... ik had je moeder kunnen zijn.’ Hij slaat een hand voor zijn mond. Opengesperde ogen kijken me aan. Antony spreekt voortdurend vanuit een vrouwelijk perspectief, maar artikelen en ook de eigen online biografie gebruiken de ‘hij’-vorm. Voor het ‘leesgemak’ ga ik er maar in mee.

Begrijpelijkerwijs leveren Antony’s teksten en verschijning veel politieke en gendergeoriënteerde vragen op. Nu de spanning is gebroken vraag ik hem spontaan of hij niet liever vragen hoort over arrangementen, tuinieren of herfstbladeren. ‘Ja, laten we dat doen,’ antwoordt hij met een brutale glimlach. Alle zorgvuldig gekozen thema’s en vragen kunnen de prullenbak in.

Antony, geboren in een dorp vlakbij de Britse zuidkust, woonde in zijn jonge jaren een periode met zijn ouders in onze hoofdstad. Op nog geen vijf minuten fietsen van het Amstelhotel. ‘Amsterdam voelt elke keer als een opluchting. De stad ontspant me; fysiek en emotioneel. Als ik hier ben loop ik het liefst doelloos rond.’ Hij beschrijft een dierbare herinnering aan de tijd in Nederland: ‘Ik moet ongeveer zeven zijn geweest en was aan het knutselen. Ik knipte papier aan de eettafel en plakte losse stukjes aan elkaar. Dit was het moment dat ik mij voor het eerst realiseerde dat ik kunstenaar ben. Alsof ik in een tekenfilm stapte. Ik zag een en al kleur. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me gelukkig.’

‘Mijn moeder gaf me een boek vol plaatjes en verhaaltjes van wel honderd beroepen die je kon kiezen. Toen ik ontdekte dat je kleermaker of schilder kon worden, viel een last van mijn schouders. Het besef dat je je mag verliezen in je eigen creativiteit was voor mij een fantastische openbaring. Muziek geeft mij nog steeds dat zelfde gevoel. Het geeft oplossingen, lucht je op en biedt vrijheid.’ Nog steeds kent Antony podiumangst. Het verschilt per optreden hoe lang die benauwenis aanhoudt. Hij houdt er van om bezoekers aan te kijken. In gedachten stelt hij de vraag: waarom ben jij hier vanavond en wat denk je van dit optreden? Antony geeft lachend toe dat het moment van ontspanning het net zo goed aan zijn eigen voorbereiding kan liggen. ‘Als ik weer een kop koffie of reep chocola teveel heb genomen, zit ik de eerste minuten sowieso te trillen.’

In 1981 verhuist de familie Hegarty naar de Verenigde Staten. Enkele jaren later vestigt Antony zich in New York om er Modern Theater te studeren. Naast shows met zijn eigen theatergezelschap zingt hij in nachtclubs. Antony is op dit vlak autodidact, maar merkt dat hij er wel meer mee wil. ‘Ik was gelukkig, maar hoopte stiekem op die ontdekking.’ In één enkele dag neemt hij een demo op van wat later het debuutalbum zal worden. De opnamen belanden bij een klein platenlabel en het jaar daarop wordt het debuut uitgebracht. Het succes van Antony and the Johnsons verbaast de naamgever nog altijd. In aanloop naar de release en wereldtournee van The Crying Light denkt hij hier regelmatig over na. ‘Ik lijk mij in de gelukkige positie te verkeren dat mensen reageren op mijn uitingen,’ zegt hij aarzelend. ‘Of het ergens op slaat of niet, mensen zijn met jou en je teksten bezig. Dat is bijzonder. Begrijp wel: vaak snap ik mijzelf niet eens. Dat mensen dan zo bezig zijn met jouw boodschap, is van onschatbare waarde.’

Antony vertelt hoe hij nu pas begint in te zien wat de onderliggende thematiek is van het vorige album I Am A Bird Now uit 2005. Hij gaat er liever niet te diep op in om alternatieve associaties van liefhebbers niet de kop in te drukken. Ook zijn jongste vrucht The Crying Light kent voor hem nog veel geheimen. Hij lacht om het idee van een plaat als zonneklaar statement. Maar misschien vervult hij met de teksten vol twijfel en vragen wel een veel belangrijker rol. Voor Antony is zijn kunst boven alles een pure noodzaak. ‘Nina Simone zei al: I sing to know that I’m alive. Zingen is een heel intuïtieve manier van communiceren. Je gebruikt woorden, maar het merendeel is onuitgesproken. Het is een essentieel onderdeel van onze natuur. Bomen moeten haast wel zingen en ik weet zeker dat dieren zingen.’

‘Muziek is geen hogere wiskunde. Het is juist heel elementair en natuurlijk. Desondanks zijn er mensen die je als artiest verheerlijken. Ik heb mijn hele leven muzikanten aanbeden en doe dat nog steeds. Maar dat heeft niet zozeer met mijn persoon te maken. Mensen zien iets van zichzelf in wat ik doe. In deze tijd zijn er niet veel situaties waarin je zo’n intense verbintenis kunt ervaren. Muziek is een van de weinige uitingen waarin mensen zich werkelijk kwetsbaar opstellen in een publieke omgeving. Iets waarin mensen hun allerdiepste zijn kunnen uiten. Volgens mij is dat essentieel.’

Op The Crying Light klinkt Antony warmer en hoopvoller dan voorheen. ‘Ik weet het gevoel van hoop te koesteren en langer vast te houden dan vroeger. Het hangt voor mij samen met ouder worden. Ik kan warmte en hoop nu waarderen. Voorheen was ik meer een afvallige. Ik zocht bewust de afzondering op. Een eigen plek op aarde vinden is keihard werken. Het is als tuinieren. Je moet de grond constant bewerken, opschonen en verzorgen.’ We lachen beiden om het feit dat we dan toch bij het onderwerp ‘tuinieren’ zijn aanbeland. Ik vraag hem of hij een kiemend zaadje het overleven soms bewust moeilijk maakt? ‘Ik probeer nu een beter ouder voor mezelf te zijn; mezelf enigszins te sparen. Voorheen deed ik dat niet uit mijzelf. Het is zo gemakkelijk om je volledig van de wereld af te sluiten. Dat was altijd mijn natuurlijke reactie. Nu probeer ik die gevoelens niet te negeren, maar mijzelf wel te confronteren met de zaken om mij heen.’

Deze gedachte blijkt de basis te vormen van zijn nieuwe album. ‘The Crying Light is mijn interpretatie van een theorie waar ik op stuitte dat je in jezelf een toevluchtsoort moet creëren voor alle prikkels van het leven. Dit om er makkelijker mee om te gaan. Zie het als een plek om te helen.’ Antony zegt bij steeds meer mensen deze noodzaak te herkennen. ‘Ik ben geïnteresseerd in die binnentuin en wil daarnaast een dialoog met de wereld daarbuiten behouden. Het is geen oplossing om een muur te bouwen die zo hoog is dat je niet door hebt wat er buiten jouw hof gebeurd. Ik ben een onderdeel van deze wereld.’

Het concert van Makeba is nog niet voorbij, maar we staan al buiten. Haar oude Afrikaanse nummers waren prachtig, maar de Engelstalige liedjes vormden een pastiche. Antony: ‘Wel geweldig dat we er bij waren. Dit was echt de laatste kans. Ik zet nog regelmatig een oude vinylplaat van haar op en dans dan door de kamer – ongegeneerd meeblèren.’ Twee dagen na het optreden in Amsterdam overlijdt Mariam Makeba op 76-jarige leeftijd aan een hartaanval, vlak na een show in Italië. Ik sms het nieuws en krijg een verdrietige reactie. Dan bedenk ik voor de zekerheid welke voorspellingen Antony nog meer deed.

Beluister The Crying Light op de Luisterpaal. De plaat is nu uit bij Rough Trade/Konkurrent.
Bekijk een zeer bijzondere sessie op Motel Mozaique 2005 op 3VOOR12TV.

Nu op 3voor12