At the close of every day is niet bang voor de dood At the close of every day is niet bang voor de dood

“De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest”

At the close of every day is niet bang voor de dood

“De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest”

Er zit een strik op het nieuwe album van at the close of every day. Zo’n lullig paars rozetje dat thuishoort op de toernooibeker van de plaatselijke voetbalclub. Niet die mooie glimmende bokaal van de winnaar, maar de troostprijs. “Alles vanaf zilver is de troostprijs”, zegt frontman Minco Eggersman. “Maar goud bestaat niet.”

“De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest”

Er zit een strik op het nieuwe album van at the close of every day. Zo’n lullig paars rozetje dat thuishoort op de toernooibeker van de plaatselijke voetbalclub.  Niet die mooie glimmende bokaal van de winnaar, maar de troostprijs. Bedankt voor de moeite, volgende keer beter. Het vierde, Engelstalige studioalbum – dat de naam Troostprijs draagt – gaat over teleurstellingen, ambities en gemiste kansen. “Alles vanaf zilver is de troostprijs”, zegt frontman Minco Eggersman. “Maar goud bestaat niet.” 

Wat is de mooiste prijs die je ooit hebt gewonnen?
“Ik heb een tragisch verleden als het gaat om prijzen. Ik heb als kind vaak meegedaan met kleurplaatwedstrijden, maar nooit wat gewonnen. De enige keer dat ik iets kreeg dat als een prijs voelde was toen ik met mijn moeder ergens aan het winkelen was, en ze me kwijtraakte. Toen ben ik maar een winkeltje binnengelopen, daar mocht ik naar de wc. Uiteindelijk zijn ze er achter gekomen wie ik was. Mijn moeder was natuurlijk helemaal overstuur. Als beloning voor het terugvinden van mezelf mocht ik een blikken auto uitkiezen in de speelgoedwinkel. Die blikken auto heb ik nog. Het is een vrachtwagen met scheve wieltjes.”

Je hebt vroeger op voetbal gezeten. Nooit kampioen geworden?
“Oh, wacht! Ik was vroeger keeper. Op een toernooi waar we laatste werden, kreeg ik de prijs voor beste penaltykeeper. We hadden veel penalty’s om onze oren gekregen en ik heb daar per saldo de meeste van gehouden.”

Jullie zijn de meest bescheiden band van Nederland.
“Dat vind ik wel een compliment. Ik vind bescheidenheid een deugd.”

Alleen kun je dan nooit een winnaar worden.
“Dat is natuurlijk maar de vraag. Als andere mensen een oordeel over je moeten vellen en je blijft gewoon jezelf, dan ligt dat natuurlijk bij de ander. Als je er vanuit gaat dat de winnaar zichzelf opwerpt en met ellebogenwerk naar de top gaat, dan winnen wij niet.”

Wanneer heb je gewonnen?
“Laat ik voor mezelf spreken. Ik denk dat ik gewonnen heb als ik alle moeilijke aspecten van het leven heb kunnen accepteren. Ik denk niet dat je gewonnen hebt als alles goed gaat, als je er perfect uitziet en je leven helemaal gaat zoals je zelf van tevoren bedacht hebt. Dat is wat mensen tegenwoordig denken, maar dat is een illusie. Maar als je ondanks al die dingen die anders lopen toch nog tevreden kunt zijn en hoop kunt hebben op betere tijden, dan ben je een soort winnaar.”

Vind je jezelf een optimist?
“Mensen noemen mij wel optimistisch, maar ik heb momenten waarop ik absoluut pessimistisch ben. Soms maak ik op dat soort momenten muziek met at the close, voor een gedeelte hou ik dat voor mezelf. Toch denk ik dat ik mezelf wel een optimist kan noemen. Een realistische optimist.”

Welk minder makkelijk aspect van het leven zou je nog graag willen accepteren?
“Ik vind het moeilijk dat ik altijd tijd tekort heb. Als ik bijvoorbeeld drie weken op tour ga, dan ziet mijn zoon zijn vader drie weken niet.  Ik wil heel graag honderd procent voor mijn muziek gaan en dat doe ik ook, maar ik weet wel dat ik mijn vrouw met de zorg opzadel.”

Als er een ding spreekt uit jullie muziek, dan is het wel dat jullie een eigen tempo aanhouden.
“Dat klopt. In die zin lukt het dus aardig. Ik vind het tof dat je dat ook ziet. We doen ons eigen ding, het is aan ieder om te beslissen of hij daar iets mee kan. Het is ook geen gevecht tegen een trend. Het is gewoon wie ik ben en hoe ik vind dat het zou moeten zijn. Daar zit de wroeging dan ook niet, die zit meer in het dagelijks leven. Ik ben pas dertig geworden. Ben ik dan nu over een derde van mijn leven heen? Misschien is dat zelfs wel heel positief gedacht. Ik kan daar tegenwoordig wel beter mee omgaan, maar het liedje Bang van Doe Maar – dat wij eens gecoverd hebben – is jarenlang mijn lijflied geweest. Ik ben ook bang om ziek te worden. Niet om dood te gaan, maar voor het lijden. Mijn vader zegt altijd: ‘De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest’. Dat is voor mij echt zo.”

Ben je gelukkig?
“Ja, ik ben gelukkig. Dat zeg ik zonder na te denken, omdat ik er pas al over nagedacht heb. Vrienden van me hebben het over ver reizen, in het buitenland wonen, van die dingen die mensen nog willen doen voor ze kinderen krijgen. Dat heb ik allemaal niet gedaan. Sterker nog: ik heb helemaal geen behoefte om lang in het buitenland te zijn, wat nog wel eens wat frictie heeft gezorgd in mijn huwelijk met vakanties. Ik ben gelukkig waar ik nu ben. Ik wil mijn muziek kunnen maken, ik ga nu aan een film werken. Ondanks dat er in mijn leven ook wel wat dipjes en dalletjes zitten, zijn dat de dingen waar ik me aan vast kan houden. De geboorte van mijn tweede kind, muziek maken, dat maakt van mij een gelukkig mens.”

Het album Troostprijs van at the close of every day verschijnt op Sally Forth/Munich.

nu op 3voor12