Patronaat vraagt drie ton extra aan gemeente Haarlem Patronaat vraagt drie ton extra aan gemeente Haarlem

Bestuur als een blok achter directeur Van Zalinge

Patronaat vraagt drie ton extra aan gemeente Haarlem

Bestuur als een blok achter directeur Van Zalinge

De schuldige aan het tekort van drie ton bij het Haarlemse poppodium Patronaat is de directeur. Tenminste, dat is de stemming die leeft onder de sectorhoofden die in het nieuwbouwpand werkzaam zijn. Zij stelden zij een brief op om hun zorgen aan bestuur en directie kenbaar te maken. Maar het bestuur staat als een blok achter directeur Van Zalinge. "We hebben jaarlijks gewoon drie ton extra nodig," aldus bestuursvoorzitter Lex Hagenaars.

Bestuur als een blok achter directeur Van Zalinge

“Ze kletsen uit hun nek,” pareert Lex Hagenaars, voorzitter van het bestuur van het Patronaat, de aantijgingen van medewerkers en oud-werknemers van de popzaal dat directeur Antoinette van Zalinge te licht zou zijn voor haar functie. Ondanks een tekort in de halfjaarcijfers van drie ton, blijft het bestuur als een blok achter Van Zalinge staan. Maandag presenteert het Patronaat een vernieuwd bedrijfsplan aan de gemeente. Daarin staan de oplossingen om de popzaal er bovenop te helpen. “Het tekort zal op het eind van het jaar zeven ton bedragen. Nu krijgen we vier ton subsidie. We vragen er dus drie bij.”

Extra geld dus om ‘het Patronaat nieuwe stijl’ draaiend te houden. En dat is niet de schuld van Van Zalinge, aldus de bestuursvoorzitter. Oud-werknemers zagen het inhuren van extra expertise door Van Zalinge als het bewijs van haar onkunde. “Van tevoren wisten we dat we kennis moesten inkopen. We zijn in een jaar tijd veranderd van een klein zaaltje naar een grote popzaal met twee keer zoveel activiteiten. Het past niet meer bij deze tijd om een dirigistisch iemand als directeur te hebben. Peter Koppen was een hele goede directeur maar hield alle touwtjes in handen. Als bestuur hebben we juist gekozen voor een nieuwe directeur die veel verantwoordelijkheden lager in de organisatie zou neerleggen,” zegt Hagenaars. “Er moet uiteindelijk een goed managementteam ontstaan met Antoinette van Zalinge als directeur.”

Hagenaars vindt het logisch dat voormalig directeur Koppen tot twee keer aan toe een negatief advies over zijn opvolger aan het bestuur uitbracht: “Drie keer zelfs! Peter was het gewoon niet eens met een ander bestuursmodel. Maar Antoinette paste juist prima in het profiel dat wij hadden opgesteld. Dat ze niet kordaat zou zijn als het om de programmering ging, wisten wij ook wel vooraf.” Een ander deel van de schuld van drie ton komt voort uit het café/restaurantgedeelte dat slecht loopt. “Dat is zo verlieslatend dat de kans groot is dat we maandag zullen voorstellen die activiteiten te beëindigen.”

De directrice zelf wist waar zij aan begon toen zij de baan aannam. Van Zalinge: “De professionalisering van een popzaal als het Patronaat botst met de cultuur die van oudsher in de popsector hangt. Men is erg naar binnen gekeerd en het draait alleen om ‘bandjes kijken’ met een sigaret in je mond en een biertje in je hand. Dat doe ik ook wel hoor, maar ik ben toch een ander soort directeur. Ik heb in ieder geval mijn hart op de goede plek zitten. Dat ik zo erg als kop van jut zou worden gebruikt, had ik niet verwacht.”

De brief die zij van de sectorhoofden ontving, kwam als een donderslag bij heldere hemel. “Dat had ik nooit verwacht. Maar ik ervaar zoiets eerder als een vorm van zorg voor het Patronaat dan als een aanval op mij. Het heeft geen lidtekens bij mij achtergelaten. Ik moet nog wel herstellen van enkele uitlatingen over mij in de pers. Oud-werknemers willen zo hun gram halen. Maar ze vergeten de hele geschiedenis en gaan over tot gifpisserij.”

Hagenaars is hoopvol over de bereidheid van de gemeente om de noodleidende popzaal tegemoet te komen: “Anders moeten we het gebouw uit, en daar is niemand bij gebaat.” Bang dat de zaal uiteindelijk verwordt tot een podium voor minder interessante grote acts die wel uitverkopen is Hagenaars niet: “Patronaat staat nu bekend om de goede programmering. We lopen voorop. Programmeurs zitten tussen twee kwaden in: of saaie bands boeken die uitverkopen of artistiek verantwoorde acts boeken die geen publiek trekken. We zijn ons er van bewust dat we vernieuwend moeten zijn en tevens het grote publiek moeten bedienen.”

Over het spreekverbod van programmeur Jeroen Blijleve zegt de bestuursvoorzitter: “Ik heb hem alleen gezegd dat het niet handig is om over de bedrijfsvoering in de pers naar buiten te treden. Daar heeft hij geen verstand van. Wel van programmeren. Daar mag hij gewoon over praten.” Ook de aantijging dat het bestuur geen band zou hebben met het Patronaat weerlegt Hagenaars: “Een aantal van ons was vroeger vrijwilliger. Ik ben heel lang bij Nighttown betrokken geweest. We zijn trots op het Patronaat. Alles komt goed. Inmiddels heb ik ook al begrepen dat de wethouder de zaal op de rails wil houden.”

Een jaar na het aantreden van Van Zalinge, is het bestuur meer dan tevreden over haar: “We hebben haar per 1 september een vaste aanstelling voor onbepaalde tijd aangeboden. Het is gewoon zo dat de hele organisatie nog moet wennen aan meer verantwoordelijkheid.” Hagenaar heeft dus begrip voor het morrende personeel en de oud werknemers. “In het dagelijks leven ben ik werkzaam als interim manager. Dit maak ik aan de lopende band mee: iedere directeur die vertrekt, herkent na een reorganisatie zijn oude bedrijf niet meer terug.”

nu op 3voor12