Tunecore opent jacht op nutteloze middenpersonen bij webwinkels Tunecore opent jacht op nutteloze middenpersonen bij webwinkels

Jeff Price: “Ik ben ook geen Moeder Theresa”

Tunecore opent jacht op nutteloze middenpersonen bij webwinkels

Jeff Price: “Ik ben ook geen Moeder Theresa”

Jeff Price noemt ze aggregators, de tussenpersonen die veel geld vragen aan bands en labels om hun muziek in webwinkels als iTunes te krijgen. Ze zaten vaak tegenover elkaar bij panels op muziekconferenties waar Price ze de huid vol schold. Met het openen van de website Tunecore, voegt hij de daad bij het woord en levert dezelfde dienst tegen een geringe vergoeding. En zonder kleine lettertjes.

Jeff Price: “Ik ben ook geen Moeder Theresa”

Jeff Price is een luis in de pels van de Amerikaanse muziekindustrie. Zelf maakt hij er welliswaar onderdeel van – Price is medeoprichter en eigenaar van platenmaatschappij SpinArt, maar wie hem zoekt, kan het best zoeken in allerhande panels waar hij zijn grote mond keert tégen de grote spelers in de industrie. Nu voegt hij de daad bij het woord door de aanval te openen op alle tussenhandelaren in de online muziek verkoop. Zijn bedrijf Tunecore zet muziek tegen een extreem lage vergoeding in de webwinkels van iTunes en Rhapsody. De eerste klant was niemand minder dan Frank Black. Toen iTunes vier jaar geleden begon, ontstond er een nieuwe groep bedrijven, de zogenaamde aggregators. Price kwam in aanraking met een aggregator toen deze een verkooppraatje bij SpinArt kwam houden. Kleine bands en platenmaatschappijen werden gedwongen wurgcontracten met ze te sluiten om hun muziek in webwinkel te krijgen. Vaak zijn het deals voor een duur van drie jaar en krijgt de tussenpersoon een vergoeding tussen negen, en vijftig procent van het geld van de band of de platenmaatschappij. Price werd bloedlink over dit onrecht en begint nu, een paar jaar later, zijn bedrijf uit onvrede over deze situatie: “Het zou het zelfde zijn als je jouw album door de postbode naar iTunes laat brengen en hij brengt drie jaar lang een dergelijk percentage in rekening. En dat terwijl hij alleen de muziek heeft afgeleverd.” Tunecore levert dezelfde dienst maar voor een kleine vergoeding. Per nummer betaalt een band of een label 99 dollarcent om het in de iTunes winkel te krijgen. Voor andere winkels wordt eenzelfde bedrag in rekening gebracht. Daarboven rekent Tunescore 8 dollar per jaar voor onderhoud en serverruimte. “Het unieke is dat de alle opbrengsten direct naar de band gaan en dat deze vrij is om Tunecore weer te verlaten. Verder hoeven de bands geen exclusieve contracten met ons af te sluiten.” De site biedt onderdak aan ieder genre muziek. Het is niet zo dat SpinArt van Price een rijk man heeft gemaakt en dat hij Tunecore uit liefdadigheid is begonnen. Hij heeft zelfs zijn huwelijk uitgesteld omdat hij niet een geschikte woning in New York kan betalen. Price: “Ik ben niet Moeder Theresa. Met Tunecore is het evengoed mogelijk geld te verdienen. Ik zit vijftien jaar in deze business en kan inmiddels overal gunstige deals sluiten. Maar ik word gewoon kwaad van de deals die de aggregators sluiten. Zij maken gebruik van de situatie. Tunecore geeft de macht terug aan muzikanten en stelt ze in staat geld te verdienen aan hun muziek.” De kosten die het opzetten van de Tunecoresite met zich meebrengen zijn in feite de enige investering. “Het kostte ons vier maanden lang één programmeur. Nu werkt de site geheel automatisch.” Inmiddels is de iTunes winkel op de hoogte van het bestaan van Tunecore. Price: “Voor hen verandert er in feite niets. Hun marge blijft even groot. Zij zien mij ook als een aggregator, maar dan eentje die niet goed wijs is en minder geld voor zijn diensten vraagt. De andere aggregatoren kennen mij inmiddels ook wel. We hebben vaak lijnrecht tegenover elkaar gestaan tijdens seminars op conferenties. Nu zien ze dat ik mijn woord nakom.” Dat Price met Tunecore de tussenpersoon buiten spel zet, waardoor het voor onafhankelijke bands makkelijker wordt om je muziek te distribueren, wil niet zeggen dat hij de toekomst van ouderwetse platenmaatschappijen somber inziet. “SpinArt blijft juist bestaan. Platenmaatschappijen zijn minder belangrijk, maar blijven altijd nodig. Zij zorgen voor de marketing en kunnen als een soort financier optreden”, zegt Price. De site heeft zelfs een toegevoegde waarde voor zijn label: “Dankzij een nieuw bedrijfje kunnen we cd’s on demand aanbieden. Zo kun je als beginnende band een tastbare cd maken, zonder meteen 5000 stuks te hoeven persen. Mocht de verkoop van een bepaalde band goed lopen, kunnen we altijd overwegen het album op SpinArt uit te brengen.” Tunecore is nu twee weken ‘live’. Zo heet dat zo mooi bij een website. Het aantal Google resultaten voor Tunecore steeg in die periode van 100 naar 64.000. Het aantal klanten nam ook rap toe. Inmiddels staan er 500 bands en kleine platenmaatschappijen geregistreerd. Ook de belangstelling van de pers is enorm, vertelt Price: “De meeste journalisten vragen hoe ik aan de hoogte van de vergoeding kwam die bands betalen. Je had het veel duurder kunnen maken, zeggen ze dan. Maar dat had niet goed gevoeld. Dit voelt wel goed.”

Nu op 3voor12