100 % Pure is honderd procent terug 100 % Pure is honderd procent terug

Labelbaas Dylan Hermelijn heeft weer vertrouwen in technoscene

100 % Pure is honderd procent terug

Labelbaas Dylan Hermelijn heeft weer vertrouwen in technoscene

Midden jaren negentig was 100 % Pure het label dat de Amsterdamse technoscene op de internationale kaart zette. Coryfeeën als Steve Rachmad en Orlando Voorn brachten er de ene na de andere klassieker op uit. Eind jaren negentig kwam er een abrupt einde aan de eindeloze stroom goede platen. Labelbaas Dylan Hermelijn ging failliet en verloor het vertrouwen in de technoscene. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan... Hermelijn is terug en oogst niets dan respect.

Labelbaas Dylan Hermelijn heeft weer vertrouwen in technoscene

De populaire Duitse deejay Sven Väth noemde 100 % Pure onlangs één van 's Neerlands meest relevante technolabels. Het label heeft dan ook een rijke geschiedenis. Dankzij de producties van Amsterdamse dance-coryfeeën als Orlando Voorn en Steve Rachmad midden jaren negentig, zijn de releases van 100 % Pure ingelijfd bij de canon van klassieke houseplaten. Als de distributeur van het label in 1998 failliet wordt verklaard, komt er een einde aan de serie mooie platen. Labelbaas Dylan Hermelijn, beter bekend als artiest 2000 And One, zit diep in de schulden en is zijn vertrouwen in de scene kwijtgeraakt. Noodgedwongen verklaart hij 100 % Pure failliet en neemt een baan in de IT-Sector. Vijf jaar lang blijft zijn studio onbetreden. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan... In 2003 blaast Hermelijn de stoflaag van zijn sampler en besluit hij dat muziek maken zijn roeping is. Vanaf dan is 2000 And One terug van weggeweest en met hem 100 % Pure. Een jaar later scoort het label een internationale hit met Shinedoe's Dillema. Inmiddels draait de molen weer op volle toeren en is het eind nog lang niet in zicht. Op zijn twaalfde staat Dylan Hermelijn al achter de decks van Akhnaton. Het kleine schoffie uit de Bijlmer draait platen van Grandmaster Flash en Kurtis Blow. Het is de opkomst van de hip hop en Hermelijn zit er midden in. Op de middelbare school kan hij dankzij de baan van zijn vader bij KLM wekelijks voor een habbekrats naar Londen vliegen. Daar haalt hij de dope'ste shit voordat iemand er in Amsterdam lucht van heeft. Op een keer in 1988 komt hij er de Britse acidhouse-held Baby Ford tegen. Die nodigt hem uit voor een van zijn undergroundfeesten. Hermelijns interesse voor house is gewekt. Na een vakantie op Ibiza is hij helemaal om. Eenmaal thuis snelt hij naar platenzaak Boudisque om acidplaten te kopen. De EP's liggen er voor het oprapen, omdat ze door niemand worden gekocht. "Alleen door een of andere Belgische homo", weet de verkoper hem te vertellen. Dat is Eddy De Clerq, die met zijn avonden in de Roxy de eerste house naar de Nederlandse clubs brengt. Dylan is net klaar met zijn eindexamen als de Summer Of Love haar eerste licht over het Nederlandse nachtleven uitstraalt. Met een oude schoolvriend gaat Hermelijn aan de slag op een drumcomputer. Als ze toevalligerwijs de 303-drumcomputer van Tjeerd Oosterhuis op de kop slaan, valt alles op zijn plaats. In een bloeiende housescene vindt Dylan zijn functie als één van de eerste Nederlandse live-acts 2000 And One. Zijn eerste platen, nu algemeen gezien als klassiekers, brengt hij uit op Djax en Lower East Side. Ze vertonen een sterke hang naar Chicago en Detroit, de plaatsen waar zijn muzikale helden vandaan komen. Slechts een handjevol Nederlandse labels deelt Hermelijns passie voor Detroit, dus besluit hij zelf platen uit te uitbrengen. Zijn eerste release op 100 % Pure is meteen een hit. Anderen technogiganten worden binnengehaald, zoals Steve Rachmad, die op het label debuteert, en Orlando Voorn, die door velen nog steeds wordt gezien als de beste Nederlandse danceproducer. Maar eind jaren negentig blijkt dat Hermelijn en de zijnen hun hand hebben overspeeld. Financieel heeft zijn distributeur zich zo in de nesten gewerkt, dat hij zijn label failliet moet verklaren. Muzikaal voelt Hermelijn zich steeds verder verwijderd van de technoscene, die door Zweedse snoeitechno wordt gedomineerd. "Ik heb eigenlijk nooit zoveel met Jeff Mills gehad...veel te opgefokt voor mij", vertelt Hermelijn aan 3VOOR12, met zijn karakteristieke Cruyffiaanse tongval. "Toen eind jaren negentig de Zweden op Mills voortborduurden met looptechno op labels als Drumcode, werd ik er niet warm of koud van." Hij besluit een baan in de IT-sector om zijn schulden af te betalen. "Ik werkte vijf dagen per week en had helemaal niets meer met techno of house", vertelt hij. "Ik verloor ook het contact met de meest artiesten, ik lag er helemaal uit." Maar na een paar jaar wordt Hermelijn doodongelukkig. Steeds vaker komt hij vrienden uit het verleden tegen die nog in de muziek zitten. "Oude vrienden als Steve, Jerome en Shinedoe... zij deden me beseffen dat ik weer moest gaan produceren." Hij trekt de stoute schoenen aan en kruipt weer achter zijn drumcomputer. Ook 100 % Pure besluit Hermelijn nieuw leven in te blazen. Dat legt hem geen windeieren. De tweede release is meteen dé zomerhit van 2004. Zijn vriendin Shinedoe is de artiest die hem produceert. Zij wordt de eerste in een nieuwe reeks artiesten op het vernieuwde label. Er wordt zelfs een sublabel opgericht, genaamd Intacto. Inmiddels is Intacto al bijna aan zijn zesde release toe en heeft 100 % Pure er vier bijgekregen. Hermelijn voelt zich weer als een vis in het water van de technoscene. "Minimal zie ik als een voortborduring op het oude Detroitgevoel. Ik vind de producties van Adam Beyer op M_nus persoonlijk veel interessanter dan zijn Drumcodes", zegt Hermelijn. In Nederland heeft hij een hele reeks nieuwe artiesten voor zijn label in petto. Binnenkort komt een compilatie-album uit met producties van onder andere Joris Voorn. Maar ook technohelden Bart Skils & Anton Pieeta, het minimalduo Polder bestaande uit Lauhaus en David Labeij en live-sensatie Le Clic staan op het rooster. "Ik zoek in eerste instantie artiesten waar ik een persoonlijke band mee heb. Muzikaal moet het natuurlijk ook klikken. Ik hou vooral van artiesten met een warme of diepe sound", zegt Hermelijn. Voor zijn flirts met minimale techno gaat Hermelijn een tweede sublabel in het leven roepen, Remote Area genaamd. Bovendien heeft hij als 2000 And One een Cocooncompilatie en een remix van Kevin Saundersons classic Velocity Funk in de steigers staan. Het warme onthaal dat hem ten deel is gevallen bij terugkomst en de nieuwe generatie Nederlandse producers hebben Hermelijns vertrouwen in de scene volledig hersteld. "Het lijkt verdomme weer 1991!", roept hij uitgelaten. Luister ook naar het interview dat Dylan Hermelijn had met Leonieke Daalder en Ron van der Sterren in Dubbel Check.

nu op 3voor12