Peter Bruyn brengt muziekgeschiedenis van orgelstad Haarlem in beeld Peter Bruyn brengt muziekgeschiedenis van orgelstad Haarlem in beeld

Bruyn: “Maar ik verklap niet waar mijn vader in het boek staat”

Peter Bruyn brengt muziekgeschiedenis van orgelstad Haarlem in beeld

Bruyn: “Maar ik verklap niet waar mijn vader in het boek staat”

‘Breng zo breed mogelijk de muziekgeschiedenis van Haarlem in beeld’: dat was de opdracht die journalist Peter Bruyn van het jubilerende Haarlemsche Muziekfonds meekreeg. Dertien artikelen, waarvan er vijf aan popmuziek zijn gewijd, verschenen het afgelopen jaar in het Haarlems Dagblad en beslaan een periode van 125 jaar. Nu zijn die verhalen gebundeld en in boekvorm verschenen: ‘Noten Aan Het Spaarne’.

Bruyn: “Maar ik verklap niet waar mijn vader in het boek staat”

Dit jaar bestaat het Haarlemsche Muziekfonds 125 jaar. Ter gelegenheid daarvan verschijnt een boek van de hand van Peter Bruyn, popjournalist bij onder andere het Haarlems Dagblad. ‘Noten Aan Het Spaarne’ is een bundeling verhalen die de muziekgeschiedenis van de afgelopen 125 jaar behandelt. Peter Bruyn is blij dat hij de opdracht kreeg: “Het was een hartstikke leuke opdracht. Aanvankelijk had ik nogal een beroepsmatige benadering, maar als je er eenmaal ingedoken bent krijg je er meer mee-dan gaat het leven. Zo kwam ik er achter dat er veel familiebanden meespelen op de achtergrond. Ook kwam ik plotseling namen van oude klasgenoten tegen.” De muzikale geschiedenis van Haarlem verschilt weinig met die van andere steden. “Het enige verschil is dat Haarlem een echte orgelstad is. Haarlem is nooit een echte rockcity geworden. Haarlem is burgerlijk. Er is geen conservatorium, geen kunstacademie en geen universiteit. Bands als Soviet Sex en Jack Of Hearts worden met andere steden geassocieerd omdat de bandleden in andere steden gingen studeren, maar eigenlijk komen ze uit Haarlem.” Het Patronaat, hét podium van Haarlem, heeft binnen de popscène niet de functie die zalen in andere steden vaak wel hebben. “Bands moeten het hier altijd meer van de cafés hebben, een gevolg van de folkscène uit de jaren zestig.” Boegbeeld van die scène, en misschien wel Haarlems bekendste muzikant, was Boudewijn de Groot die dan ook op de omslag van ‘Noten Aan Het Spaarne’ prijkt. Naast aandacht voor de singer-songwriters is er in het boek onder andere ook aandacht voor de amusementsmuziek tussen 1930 en 1950 en voor de vele one-hit-wonders die de stad rijk is. Zo was ‘Guus Kom Naar Huus’ in de jaren zeventig een hit voor Haarlemmer Alexander Curly. Het boek is eigenlijk een geschenk van het Haarlemsche Muziekfonds aan het Haarlemse publiek. “Het fonds is 125 jaar geleden opgericht met 2000 gulden uit een erfenis. Inmiddels wordt er met eigen kapitaal gespeculeerd en de helft van de winst wordt in speciale projecten gestopt. Het Bevrijdingsfestival wordt betaald door het fonds en nu dus ook dit boek. Zonder subsidie zou het schrijven van dit soort boeken niet mogelijk zijn.” Hoewel de meest recente ontwikkelingen in de Spaarnestad, zoals de opkomst van The Sheer en het Hoofddorpse elektronische label Narrowminded, nog vlak voor het drukken aan het boek zijn toegevoegd, koos Bruyn er bewust voor zijn eigen festival )toon) erbuiten te houden. “Dat zou natuurlijk niet netjes zijn. Maar ik heb er wel een cameo van mijn vader ingesmokkeld, maar ik verklap niet op welke foto hij staat.” Of Bruyn met ‘Noten Aan Het Spaarne’ de PopPersprijs gaat winnen denkt hij niet. “Nee, het is natuurlijk geen popboek. Vijf hoofdstukken gaan over popmuziek, vier over klassiek en evenzoveel over jazz en aanverwante zaken, maar eigenlijk verdient elk hoofdstuk een eigen boek.”

nu op 3voor12