Jean-Paul Heck wint eerste Jip Golsteijn Journalistiek prijs Jean-Paul Heck wint eerste Jip Golsteijn Journalistiek prijs

Heck: “Ik zou er niet rouwig over zijn, een hele pagina in De Telegraaf”

Jean-Paul Heck wint eerste Jip Golsteijn Journalistiek prijs

Heck: “Ik zou er niet rouwig over zijn, een hele pagina in De Telegraaf”

De eerste Jip Golsteijn Journalistiekprijs is in Paradiso uitgereikt aan Jean-Paul Heck die schrijft voor Aloha, De Telegraaf, Jazz en De Slagwerkkrant. 3VOOR12 sprak Jean-Paul Heck over de prijs, popjournalistiek en over… Jean-Paul Heck.

Heck: “Ik zou er niet rouwig over zijn, een hele pagina in De Telegraaf”

De eerste Jip Golsteijn Journalistiekprijs is gewonnen door Jean-Paul Heck van de Aloha, De Telegraaf, Jazz en de Slagwerkkrant. De prijs is in het leven geroepen voor de journalist die net als wijlen Jip Golstijn een open blik heeft voor de muziek en de randverschijnselen daarvan. De jury van de Jip Golsteijn Journalistiekprijs bestaat uit Bert van de Kamp, Bert Vuijsje en Ton de Zeeuw. Ze prijzen Heck voor zijn brede kennis van zaken en omschrijven hem als volgt: “Een veelzijdig journalist met gevoel voor sfeer en couleur locale en een grote dosis onbevangenheid, zonodig kritisch of sceptisch, in het ondervragen van artiesten. De door hem geportretteerden of geïnterviewden komen tot leven, ook voor lezers die niet direct fan of kenner van de beschreven muziek zijn.” Van der Kamp is ook erg gecharmeerd van zijn humor en relativeringsvermogen. Het winnen van de Jip Golsteijn journalistiek prijs leverde Heck €5.000 op. Jean-Paul Heck had wel een beetje verwacht de prijs te gaan winnen. “Ik werd de afgelopen week een paar keer gebeld door juryleden en daarbij werd benadrukt dat ik écht moest komen. Dan heb je toch wel het idee dat je een grote kanshebber bent.” 3VOOR12 laat Jean-Paul Heck in eigen woorden vertellen over de prijs, popjournalistiek en… Jean-Paul Heck. “Ik ben een vrij bescheiden mens, maar het is inderdaad erg veel lof. En dat van mensen uit de jury die verstand van zaken hebben.” “Ik werk veel vanuit huis en reis veel voor interviews. Ook naar het buitenland. Ik ben nu met Earth Wind & Fire bezig geweest. Die bandleden wil ik persé allemaal spreken. Je moet het jezelf niet te makkelijk maken. Als je iemand wilt spreken en het is na vijf mails en tien telefoontjes niet gelukt, dan moet je nóg doorgaan.” “Er is veel gebrek aan basiskennis in de pop- en jazzjournalistiek. Dat moet je wel hebben, anders mis je veel. Met Thom Yorke kan je bijvoorbeeld veel beter over psychedelische jazz en Charlie Parker praten dan over zijn nieuwe plaat. Dat vindt hij een stuk interessanter.” “Er zijn wel veel kundige journalisten in Nederland. Zelf ben ik ben een echte Q-lezer. De Revolver is ook erg goed geschreven. Ik heb veel bewondering voor de verhalen, de manier waarop ze met woorden spelen en de humor. Dat probeer ik zelf ook te doen. Soms lukt dat en een andere keer weer niet.” “Mijn verhaal over David Bowie is erg geslaagd. Er was ’s ochtends een luistersessie van zijn nieuwe plaat en ik was de enige aanwezige journalist. Maar Bowie was er zelf ook, dat was erg ongewoon. Het ijs was snel gebroken en ik heb hem goed kunnen fileren. We hebben bijna een uur gesproken.” “Met Liam Gallagher van Oasis had ik bijna ruzie. Hij had net een Duitse journalist uit de kamer gegooid. Ik kwam binnen en zei “Als je wil vechten moet je dat meteen doen, dan kunnen we daarna het interview houden.” Eerst begon hij me uit te dagen, maar daarna zette hij zijn bril af en hebben we een erg goed gesprek gehad.” “Het is veel fingerspitzengefühl. Ik heb geen vragenlijst bij me, een goede voorbereiding zit in je hoofd. Op deze manier krijg je een betere dialoog, want met een lijst kapsel je een eigen vorm in. Het is een valletje voor jezelf. Je moet gewoon zelfvertrouwen hebben. Een muzikant is ook niet blij als je zo’n lijst voor je hebt.” “Ik heb nooit enige spanning, niet voor en niet tijdens het gesprek. Je moet het relaxed oppakken. Als je met een zenuwpees aan tafel zit merk je dat je dat niet fijn vindt. Het is net als in het café, je beleeft meer plezier aan iemand die relaxed is. Muzikanten hebben dat ook.” “Wat ook in het juryrapport stond: ik heb ‘couleur locale’. Ik neem het moment van het interview mee in het artikel. Het moet wel interessant zijn: als iemand een druipneus of blauwe ogen heeft kan je dat vermelden. Nick Cave had bijvoorbeeld half dichte ogen omdat hij ziek was, dat zet ik er in. Maar ik heb een hekel aan journalisten die over hun wandeling naar het hotel vertellen. Je moet jezelf niet naar voren trekken in het stuk, je bent een instrument van de muzikant.” “Toen ik niet genomineerd was voor de longlist van de Pop Pers Prijs heb ik veel reacties gehad, mensen die zich afvroegen hoe dat mogelijk was. De afgelopen jaren is de Aloha denk ik veel genegeerd bij de Pop Pers Prijs. Hopelijk worden ze daar nu wakker geschud. Ik ben geen onbekende, want ik heb ook jaren voor het GPD geschreven. Toch werd dat over het hoofd gezien.” “Of ik de nieuwe Jip Golsteijn ben? Daar ben ik nog wat te jong voor, ik ben 38. Maar ik zou er niet rouwig om zijn, een hele pagina in De Telegraaf. Ik schrijf zelf voor De Telegraaf over jazz en crossover, dus ik zit er al wel. Met mijn artikelen probeer ik mensen te verrassen, dat deed Jip ook. Deze prijs is ook zeker een goed teken.” “Wat ik met de €5000 ga doen… nou ik ga trouwen. Ja sorry, heel burgerlijk hè. Maar het speelde al langer en nu moet er toch maar van komen. Een bruiloft met bier én champagne. En een mooi reisje er achteraan.”

Nu op 3voor12