Soulzanger Arthur Conley overlijdt op 57-jarige leeftijd Soulzanger Arthur Conley overlijdt op 57-jarige leeftijd

De man achter 'Sweet Soul Music' woonde ruim twintig jaar in Nederland

Soulzanger Arthur Conley overlijdt op 57-jarige leeftijd

De man achter 'Sweet Soul Music' woonde ruim twintig jaar in Nederland

Als protegé van Otis Redding werd hij met de hit 'Sweet Soul Music' een wereldster. Maar na de dood van Otis in 1967 werd Arthur Conley al snel speelbal van de muziekindustrie. In Nederland bouwde hij onder een andere naam, Lee Roberts,een nieuw leven op. Journalisten Sander Donkers en Roel Bentz van de Berg kijken terug. Hoe is deze soulgrootheid in de Achterhoek verzeild geraakt?

De man achter 'Sweet Soul Music' woonde ruim twintig jaar in Nederland

Arthur Conley, op 4 januari 1946 geboren in Atlanta werd de beschermeling van Otis Redding. Hij schreef samen met Redding 'Sweet Soul Music', één van de echte soul anthems van de jaren zestig. Met zijn herkenbare blazers intro en tekst schopte Sweet Soul Music het tot #2 in de Billboard charts en het maakte van Conley een wereldster. Maar met het dodelijke vliegtuigongeluk van Redding in 1967 begon ook de blues voor Conley. Platenmaatschappijen streden om de nalatenschap van Otis (en Sweet Soul Music) en sleepten onderdeel van de soul supergroep The Soul Clan, samen met labelmaatjes Wilson Pickett, Solomon Burke, Don Vocay, Ben E King en Joe Tex. Maar gelukkig werd hij er niet van. Als onderdeel van de Stax/Volt revue deed Conley Europa aan en hij voelde zich er meteen thuis, dus bleef. Eerst in een appartement in Brussel en later, via een vriend, uiteindelijk in Amsterdam. Hij veranderde zijn naam in Lee Roberts, een combinatie van zijn tweede voornaam en de achternaam van zijn moeder. Als Lee Roberts begon hij een bandje, maar binnen de kortste keren hadden de promotors in de gaten wie hij was. Daarna verdween hij echt, naar de Achterhoek. Sander Donkers, journalist voor Vrij Nederland, schreef in zijn onlangs verschenen boek Lipstick Sunset een verhaal over Conley. Hij sprak hem twee jaar geleden in zijn woonplaats Ruurlo onder meer over het vertrek naar Europa. "Redding was zijn beschermheer. Hij was qua karakter niet geschikt voor het leven als ster. Te jong en te zachtaardig om goed om te gaan met al die mensen die iets van je willen. Hij maakte een tevreden indruk dat hij uit de spotlights was. En in Amerika was het natuurlijk vanwege zijn bekendheid veel moeilijker om zich terug trekken. "We zaten in zijn muziekkamer, met twee kanariepieten en een enorme verzameling tarotkaarten. Hij zat heel erg in de numerologie, waarin bepaalde dagen een betekenis hebben. Voordat hij toezegde een interview te doen, moest ik ook eerst zeggen wanneer ik jarig was." Geen alledaagse man dus, die heel erg bezig was met spiritualiteit. "Maar enorm vriendelijk allemaal en heel erg positief. Hij woonde er samen met zijn vriend Jos. En hij was niet langer Arthur Conley, maar Lee Roberts. Zijn nieuwe leven symboliseerde dat." Hij werkte een tijd samen met een textieldesigner als ontwerper. En probeerde zich in te zetten voor jonge muzikanten. Kees De Koning portretteerde Conley eind jaren tachtig uitgebreid voor VPRO radioprogramma La Stampa. "Ik kan me nog goed het interview herinneren, het was m'n namelijk mijn allereerste. Ik keek erg tegen hem op, hij was toch één van de grote soulmannen." Na het interview kreeg De Koning nog jarenlang kerstkaarten van Conley. Volgens De Koning heeft het vertrek uit Amerika ook met andere dingen te maken. "Dat hij 'homosexueel uit de closet kwam', zeg maar." Ook volgens Donkers heeft dat een rol gespeeld. "Maar hij was volgens eigen zeggen geen 'gay', hij was 'unisex'". Roberts maakte in 1980 toch nog een plaat, en wel in de Amsterdamse Bijlmer. Volgens soulkenner Roel Bentz van de Berg: "Opgenomen in Ganzenhoef en begeleid door een Nederlandse band, met onder andere Cor Willemse op orgel, die later met de Fatal Flowers speelde." Lee Roberts And The Sweater Soulin' verscheen uiteindelijk pas in 1988 op het Blue Shadow label. In een interview met het online magazine Psychicpiczzz schrijft Marcel Bosmans over Conley in 2002. “De soul-ster van weleer leek voor de muziek verloren te gaan. Tot hij op een festival in Utrecht aan een oude belofte werd herinnerd. Conley: “Toen ik al die jonge gasten op het podium zag, flitsten de woorden van Otis door mijn hoofd. Hij zei altijd tegen mij: Ik help je nu, zodat jij later anderen met hun carrière kunt helpen. Het opende mijn ogen. Ik was hier gekomen om de nieuwe generatie te helpen.” Hij besloot de royalty’s van zijn hits in jong talent te investeren. "Een van de adviezen die ik hen geef is lid worden van de BUMA-STEMRA. Want het is hun muziek en niet de mijne. Daarom waarschuw ik ze ook voor grote platenmaatschappijen.” Hij balt zijn vuisten. “Die zijn alleen uit op het grote geld.” Lee stopt een cd in de speler. “Momenteel help ik deze jongen. Maarten is een zeer talentvolle rapper en ik heb mijn laatste centen bij elkaar geschraapt om zijn single te bekostigen. Maar als hij besluit om met EMI in zee te gaan, zeg ik: "The hell with you son.” Sander Donkers sprak hem twee maanden geleden voor het laatst. "Hij vertelde me wel dat hij kanker had, maar dat ging een beetje langs de neus weg, hij deed er een beetje gemakkelijk over. Dus toen ik vanochtend werd wakker gebeld was ik eigenlijk stomverbaasd." Arthur Conley werd 57 jaar.

Nu op 3voor12