Sonar: geen modder, meer dan muziek, en waar zijn de Nederlanders? (III)

Peter Bruyn verslaat Sonar vanuit Barcelona

Peter Bruyn, journalist voor onder anderen de GPD, Rails en Oor, doet speciaal voor 3VOOR12 verslag uit de loopgraven van de moderne elektronica: het Sonar festival in Barcelona. Vandaag geniet hij van de afwezigheid van een aantal typische festivalzaken als modder en de verplichting om drank te kopen bij dure festivalbars. En van de muziek natuurlijk.

Peter Bruyn verslaat Sonar vanuit Barcelona

Barcelona, vr 13 juni 2003. 11.00 uur. Het meest wezenlijke verschil tussen Sonar en Lowlands of Pinkpop kan in één woord vervat worden: Modder. Of beter nog, in twee woorden: Geen modder. Het festival voor nieuwe electronische muziek speelt zich - overdag althans - af in hartje Barcelona. In en rond het museum voor hedendaagse kunst. Er zijn veldjes kunstgras (!) uitgerold waarop je je aangenaam kunt uitstrekken terwijl de zoveelste dreutel-dj uit een buitenwijk van Bilbao denkt een muzikale revolutie te lanceren door een trance-beatje onder een opname van een Centraal-Aziatische neusfluiter te zetten. Daar luister je dan naar, terwijl je je dorst lest met je zelf meegebrachte literfles bronwater en een chocolade-croissantje verorbert. Drinken en etenswaar koop je natuurlijk niet op het festival, maar bij een van de talloze winkeltjes in de stegen rond het museum. Zo komt Jan Splomer door de zomer, want dat is natuurlijk allemaal spotgoedkoop. En dat is het voordeel van zo´n festival in de binnenstad. Net zoals je na afloop niet door de modder naar je tent hoeft te kruipen, maar gewoon naar je spotgoedkope hotelkamertje om de hoek wandelt, na en passant nog een pilsje op de Ramblas gepakt te hebben. Mijn kamer, aan de ´volkse´ kant van de Ramblas - zeg maar gewoon ´de hoerenbuurt´ - kost mij 30 euro per nacht. Zonder raam weliswaar, maar mèt panoramavenster was het 55 Euro. En omdat ik er alleen ben voor die vier uurtjes verplichte slaap die mijn lichaam mij voorschrijft, spaar ik die 25 Euro liever uit om driemaal daags tapas te kunnen eten op het Placa Reial. Maar terug naar Sonar, dat véél meer is dan een muziekfestival. Sonar is ook Kunst. Met een kapitale ´K´ dus. En Innovatie. Met een ´I´. De Sonorama-expositie van geluidsinstallaties is dit jaar weer van een indrukwekkend nivo. Prachtig werk van ondermeer Roland Olbeter, Francisco Lopez en Mark Bain. Maar er zijn ook paneldiscussies - vooral een Spaanse aangelegenheid - Software-demonstraties, een filmprogramma - kun je eindelijk al die prachtige Warp-clips allemaal eens grootbeeld zien. Plus een hoop commerciële en sponsor-rimram natuurlijk. En niet te vergeten een uitgebreide platen- en labelmarkt. Wat mij bij de Nederlanders op Sonar brengt. Bij het ontbreken van Nederlanders om precies te zijn. Ja, als bezoeker of ´gast´ lopen ze er wel rond. Wat mensen van het zeer progressieve Muzieklab Brabant, van Steim, van het blad Gonzo Circus. Een ´folderende´ Conamus-medewerker. Maar niet één Nederlander op het programma dit jaar. Alleen ´halve Amsterdammer´ Mark Bain, de bouwer van architectonische geluidssculptures uit Seattle die met zijn bijdrage aan Sonorama weer onderstreept bij de wereldtop te behoren. Ik weet dat je van een organisatie als de NPI op dit terrein niet veel hoeft te verwachten. Die houden zich liever bezig met het in kaart brengen van de carrières van legendarische polderpop-fossielen als De Maskers, Trea Dobbs of De Clungels - wat ze trouwens zéér goed doen. Maar van wat er vandaag de dag - en zeker in de elektronische muziek - gaande is hebben ze geen plakje Edammer gegeten. Naar internationaal gerespecteerde Nederlandse electronica-musici als Radboud Mens, Gertjan Prins, Au of Living Ornaments zoek je in hun overigens zéér goede online-Nederpop Encyclopedie tevergeefs. Wellicht hoog tijd voor mensen van Nederlandse electronicalabels als Grond, Bunker, Narrominded, Music for Speakers en X-OR om de handen eens ineen te slaan en zich met een gezamenlijke stand op de Sonar-markt te presenteren. Zoals ook bijvoorbeeld het Duitse Staubgold en het Spaanse Foehn dat doen. En na zo´n fraai rijmende slotzin is het hoog tijd om in navolging van de legendarische Lou Bandy de zon maar weer eens op te zoeken. P.S. Wie ooit een hotelkamer voor dertig Euro in Barcelona zoekt: www.hostalmorato.com