Pop Pers Prijs 2002: het juryrapport Pop Pers Prijs 2002: het juryrapport

Pop Pers Prijs 2002: het juryrapport

Normaal geen lange lappen tekst in 3VOOR12. Maar voor het juryrapport bij het winnen van de Pop Pers Prijs 2002 maken we natuurlijk een uitzondering ;-)

Juryrapport Pop Pers Prijs en Buma Journalisten Stipendium 2002 Jury: George Knops, Cor Schlösser, Tom ter Bogt, Paul Scheffer, Henk Hofstede, Gijsbert Kamer en Mir Wermuth (voorzitter) De Pop Pers Prijs is een initiatief van het Nationaal Pop Instituut ter stimulering van de Nederlandse popmuziek in het algemeen en wordt uitgereikt voor het gehele oeuvre van een popjournalist, waarbij de jury vooral kijkt naar de prestatie(s) die hij/zij het afgelopen kalenderjaar geleverd heeft. De negende editie kenmerkt zich door enkele opvallende wijzigingen in de voorjurering. De vakjury die jaarlijks de longlist samenstelt is met ingang van de 2002-editie uitgebreid van 150 naar 300 professionals. Behalve deze verdubbeling heeft dit jaar voor het eerst het publiek een stem gehad in de samenstelling van de longlist. De Pop Pers Prijs bestaat ook dit jaar uit een geldbedrag van € 2.500 en het verzorgen van een gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de bijzonder hoogleraar Populaire Muziek Tom ter Bogt. Auteursrechtenorganisatie Buma stelt € 5.000 ter beschikking aan de uitverkoren popjournalist. Met dit Buma Journalisten Stipendium wordt de winnaar in staat gesteld een 'bijzondere prestatie op het gebied van de popjournalistiek' te leveren. Inmiddels heeft iedereen het fraaie resultaat van Corbijns gebruik van het stipendium mogen aanschouwen: de tentoonstelling A. Somebody, Strijen, Holland. En dit jaar zullen twee andere 'bijzondere prestaties' verschijnen: Herman van der Horsts boek over Michael de Jong, en een boek over opkomst en teloorgang van de Amsterdamse housetempel Roxy van de hand van Gijsbert Kamer, de winnaar van vorig jaar. De popjournalistiek laat zich, net als andere vormen van journalistiek, indelen in verschillende genres, zoals columns, recensies, interviews, reportages, essays en nieuws. Er zijn maar weinig journalisten die al deze genres even goed beheersen en tot iets bijzonders kunnen maken. Laat staan dat popjournalisten nieuwe genres uitvinden. In Nederland is dat bijvoorbeeld wel gepoogd met het onregelmatige verschijnende tijdschrift Payola, maar voor een popjournalist die werkt voor een medium met een regelmatige verschijnings- of uitzendfrequentie, is het bijna onmogelijk om een echt nieuw genre te ontwikkelen. Dat is geen tekortkoming van de popjournalist, want hetzelfde geldt voor een sportjournalist of een politiek redacteur. Nieuwe genres, nieuwe formats, worden niet zomaar van de ene op de andere dag geboren. Maar ook blijkt dat de meest elementaire, ambachtelijke vorm van journalistiek, nieuwsgaring, al moeilijk genoeg is. 2002 was voor Nederland een jaar waarin harde nieuwsfeiten een zeer prominente plek in ons leven innamen. Iedereen weet nog wel wat hij deed op 6 mei en het nieuws over Fortuyn hoorde. En ook op het popfront was het een jaar waarin we hebben kunnen smullen van nieuwtjes: Drum Rhythm dat niet meer terugkomt, Live XS dat moedig begon aan een eigenaardig eindigend avontuur bij NTG, het sluiten van De Vloer, het succes van Junkie XL en Tiësto in binnen- en buitenland, en niet te vergeten de dood van Pop Pers Prijswinnaar Jip Golsteijn. Hoe komen we eigenlijk aan dat nieuws? Voor de gemiddelde popliefhebber is het tegenwoordig lastig om uit de enorme brei aan informatie relevant nieuws te halen, maar daar tegenover staat ook dat de journalistiek het steeds lastiger heeft om zijn eigen publiek te omschrijven, dat publiek ook echt te vinden en blijvend aan te spreken. Popliefhebbers zijn nog wel afhankelijk van professionele journalisten, omdat die eerder toegang hebben tot nieuwsbronnen, maar zijn veel minder dan vroeger afhankelijk van een beperkt aantal bronnen. De journalist van weleer, die sprak voor eigen parochie of zuil, is verdwenen, en ook de generatie journalisten die ons sinds de jaren zestig wel even uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt, zijn profane priesters zonder publiek geworden. Sinds de gigantische uitbreiding van het media-aanbod vanaf het einde van de jaren tachtig is de journalist zijn rol van exclusieve intermediair tussen burger en buitenwereld steeds meer aan het verliezen. Journalistieke tussenkomst wordt steeds makkelijker te omzeilen. In feite is er daardoor een tweedeling in de journalistiek ontstaan. Aan de ene kant zijn er zogenaamde 'klassieke' journalisten die zich blijven richten op het maatschappelijke debat, en ons niet zozeer van feiten voorzien, maar van opinies en betekenissen. En aan de andere kant is er steeds meer ruimte gekomen voor 'instrumentele' journalistiek, waarbij journalisten veel meer een makelaar van informatie worden. Deze instrumentele journalistiek neemt een plaats in tussen persoonlijke 1-op-1 communicatie en traditionele massacommunicatie, en wordt gekenmerkt door grotere mogelijkheden tot segmentatie en dialoog. De vraag is echter of de oude, klassieke journalist verdrongen is door de nieuwe informatiemakelaar, en of een popjournalistieke prijs dan nog op zijn plaats is. Is het louter doorgeven van nieuws, informatie, nog een ambachtelijk vak waarvoor kennis, betrokkenheid en visie nodig is? De winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 heeft laten zien dat de twee soorten journalistiek elkaar aanvullen en dat de een de ander niet uitsluit. De winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 is een toonbeeld van ambachtelijke journalistiek. De winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 heeft namelijk een fraaie combinatie weten te maken van het klassieke metiér enerzijds (met de juiste proportie nieuwsgierigheid, vasthoudendheid en kritische blik) en de nieuwe informatiebemiddeling anderzijds. De winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 is een van de weinige geslaagde pogingen om meerdere popjournalistieke genres samen te brengen onder één paraplu met een duidelijk eigen gezicht. Daarnaast durft de winnaar nieuwe wegen in te slaan en te experimenteren met vorm en inhoud in de hoop nieuwe genres te vestigen. De winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 moest daarvoor natuurlijk wel een nieuw platform ontwikkelen, de termen journalist en publiek werden vervangen door 'agent' en gebruiker, en de Winnaar van de Pop Pers Prijs 2002 kan daarom dus niet anders heten dan VPRO´s 3voor12. Begonnen als een ludiek vijfdaags politiek pamflet tegen de horizontaliseringsplannen van 3FM in mei 1998, is dit content platform uitgegroeid tot een nieuwsbron waar heel popminnend Nederland niet meer omheen kan. Wie kent hem niet, Ron van der Sterren die stalkend achter elke popbobo aanjaagt totdat hij een gerucht bevestigd heeft gekregen. Wie ziet ze niet, tijdens elk groot festival druk bezig met een live webcasting? Onder eindverantwoordelijkheid van Gerard Walhof begonnen Erwin Blom, Ad de Bont en Daniël Ockeloen met een experiment van 24 uur live radio, een netzine en een muziekarchief. De formule bleek zodanig aan te slaan, dat sinds september 1998 3voor12 altijd live is. 3voor 12 heeft zeker het afgelopen jaar laten zien dat het echte popnieuws niet alleen als eerste bij hen vandaan komt (en vervolgens door vele andere nieuwsorganisaties overgenomen, vaak zonder bronvermelding), maar voldoet aan alle eisen van betrouwbare, onafhankelijke nieuwsjournalistiek over de Nederlandse popmuziek. Geen betere en actuelere bron om te weten wat bijvoorbeeld de laatste stand van zaken bij Live XS nu is, inclusief primeur-interviews met de betrokken partijen. 3voor12 is geen simpele verzameling van nieuws dat door derden is gemaakt, zoals vele andere websites over popmuziek dat wel zijn, maar maakt zelf nieuws. Dit was een van de voornaamste redenen voor de jury om 3voor12 te kiezen als winnaar van 2002. 3voor 12 onderscheidt zich door de betrouwbare nieuwsverslaggeving en de enorme kennis van de redactie van alle facetten van de Nederlandse popmuziek (beleid, wetgeving, subculturen, muzikanten en stromingen). Maar dat was niet de enige reden. Op het internet is veel geëxperimenteerd met nieuwe vormen van informatie-overdracht, maar dit heeft niet altijd geleid tot echt nieuwe genres, ondanks de nieuwe termen die ervoor zijn bedacht, zoals webcommunities, portals en vortals. 3voor12 is gelukkig niet in die valkuil gestapt. 3voor12 is goed vanwege hun uitmuntende ambachtelijke nieuwsjournalistiek, maar ook doordat de redactie zich afvraagt of internetjournalistiek ook nieuwe journalistiek oplevert. Het is een vraag waar vooral de huidige redactie, onder bezielende leiding van Leonieke Daalder, zich continu mee bezighoudt. Niet omdat de redactieleden er mee worstelen, maar omdat zij de grenzen van de internetjournalistiek op willen blijven zoeken; op zoek naar mogelijkheden voor nieuwe genres, zonder de kwaliteit van bestaande genres overboord te gooien. 3voor12 heeft zich altijd gerealiseerd dat internetjournalistiek niet per se anders is dan popjournalistiek in traditionele media, omdàt het via het internet geschiedt, maar houdt er tegelijkertijd rekening mee dat journalistiek op het net wel andere rangschikking en ordening vergt. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat live shows zijn blijven voortbestaan (elke werkdag tussen 13 en 16 uur), zodat de degelijke radiojournalistiek die de VPRO al jaren kende, voortgezet kon worden middels programma´s als DubbelCheck, Ziel en Zaligheid, Land der Blinden, Pluggers Invasie en Gloeiende Plaat. De specificiteit van het internet is daarbij aangewend om deze live radioprogramma´s daarna ook als ´audio on demand'-programma´s aan te bieden. Een dergelijke programmering geeft blijk van het besef dat websurfers het typische radiogevoel willen hebben ´eenzaam, maar niet alleen' naar een nieuw geluid zitten te luisteren (live webradio), terwijl het ook de kansen benut om gebruikers achteraf deelgenoot te maken van hun journalistieke product. Ook laat de bijna oneindige opslagcapaciteit van het net toe dat de selecties die een journalist maakt inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Het programma Naar Eer en Geweten kan zowel in de webradio-edit beluisterd worden als in ruwe onversneden versie, terwijl Leonieke Daalder in die serie bovendien inzichtelijk maakt welke keuzes zij gemaakt heeft bij de montage, en hoe het interview verliep, iets dat in radio-interviews bijna nooit voelbaar wordt gemaakt. Een voorbeeld van het interview met Jon Spencer: Datum + plek: 9 februari 2002 in de kleedkamer van Studio Desmet. Rond negen uur 's avonds na afloop van het optreden. Duur: 20 minuten en 30 seconden Weggelaten en waarom: wat schoonheidsfoutjes (kraakjes en tikken) Vooraf: Bij aankomst in Desmet werd duidelijk dat het gesprek pas na het optreden zou plaats vinden. Mijn eerste aanvechting was te bedanken voor de eer. Ik doe nooit interviews na een optreden. Het heeft geen zin. Artiesten zitten stampvol adrenaline, zijn euforisch, willen drinken, roken, hangen. Alles, behalve een serieus gesprek voeren. THIS IS THE BLUUEEES EXPLOSION!!! Dat dus niet. Kanttekeningen bij het interview: John was er klaar voor: hij ging op het puntje van zijn stoel zitten en greep mijn microfoon. Binnen het kwartier hadden we bijna ruzie. Na een tijdje kreeg hij door dat ik echt wilde praten. Duidelijk niet zijn favoriete bezigheid.... Opmerkelijk antwoord: Moet je lijden om te kunnen creëren? "Het is een gedachte waar ik onder zucht. Ik weet ergens wel dat het niet waar is, maar het wordt je door de maatschappij opgedrongen. Daarom zoek ik het lijden op. Het is moeilijk om te leven. Ik vind het treurig dat de maatschappij wil dat haar artiesten lijden en dat men toekijkt hoe die mensen zich ten gronde richten." Zo´n inleiding maakt nieuwsgierig naar de volledige uncut-versie. Door de inleiding in uitgeschreven tekst weer te geven en het radio-interview als webstream aan te bieden, maakt de redactie optimaal, want functioneel spaarzaam, gebruik van de multimediale capaciteiten van het internet. Maar die enorme opslagcapaciteit stelt de redactie ook voor problemen: lezen vanaf een beeldscherm gaat gemiddeld 25% langzamer dan vanaf papier, dus het aanbieden van veel en complexe informatie op je homepage is geen optie als je je bezoekers aan je wil binden. Bij 3voor12 is dit dilemma fraai opgelost: de nieuwsmailing biedt korte headlines, evenals de homepage, en hoe dieper je in de website belandt, hoe complexer de informatie mag zijn. Na 5 jaar is er daardoor echter een enorme berg aan informatie onstaan, waardoor het ook voor de ervaren internetter moeilijk is om zijn weg te vinden. Ook hier treedt 3voor12 op als een ware gids: alle nieuwsfeiten, recensies, audio- en videomateriaal en interviews met een artiest worden automatisch op een rij gezet, zonder dat de bezoeker verdrinkt in een oerwoud van hyperlinks. Non-lineair lezen, het kenmerk van websurfen, kent immers echt zijn grenzen, en 3voor12 zorgt dat die niet overschreden worden. Alle songs die een bezoeker op de site tegenkomt en mooi vindt, kunnen in een persoonlijke jukebox worden gestald, en later op elk willekurig tijdstip afgespeeld worden, waardoor iedereen zijn eigen favoriete webradioprogramma kan samenstellen. En toch blijft de redactie duidelijk in zijn eigen opvatting van journalistiek: iedereen zijn eigen programma´s laten samenstellen en jezelf als platform dus alleen maar facilitair opstellen, is in de ogen van de redactie een doodlopende weg. 3voor12 wil niet alleen informatiemakelaar zijn, maar ook jounalistiek in klassieke zin bedrijven. Dat de website, afgezien van het harde nieuws, nu soms toch eerder faciliterend dan opiniërend lijkt te zijn, is de redactie zich terdege bewust. Het huidige platform gaat daarom dit voorjaar op de schop; de vormgeving en navigatiestructuur zullen worden geoptimaliseerd en sommige programma´s en rubrieken zullen worden vervangen, omdat 3voor12 als formule nog lang niet is uitgekristalliseerd. De jury heeft er voor gekozen om 3voor12 als geheel, als formule, te belonen. Het eerste lustrum zit er op, en 2002 kon dus geen beter jaar zijn om de inspanningen van die eerste vijf jaar te belonen met de Pop Pers Prijs.

Nu op 3voor12