Matthew Herbert mist ambitie in elektronische muziek Matthew Herbert mist ambitie in elektronische muziek

"Donald Rumsfeld en George Bush zijn de redenen dat ik deze muziek maak, en ik haat ze er om"

Matthew Herbert mist ambitie in elektronische muziek

"Donald Rumsfeld en George Bush zijn de redenen dat ik deze muziek maak, en ik haat ze er om"

Dit weekend staat de Engelse producer met zijn big band op Lowlands. Een gesprek over politiek, originaliteit en de ontnuchterende werking van festivaloptredens.

"Donald Rumsfeld en George Bush zijn de redenen dat ik deze muziek maak, en ik haat ze er om"

"Elektronische muziek is, net als jazz, heel egoistisch geworden. Het is de visie van één persoon in een zaal. Het heeft heel veel goeie dingen en bevrijding opgeleverd. Maar het is er al een hele tijd, dus wat ambitie zou geen kwaad kunnen." Aan het woord is Matthew Herbert, de kleine, wat gebochelde Engelsman achter het 'Goodbye Swingtime' album. Hij drinkt op een terras in het Amsterdamse Vondelpark zijn eerste kop koffie in vier jaar. Dankzij een door de stortregen ingeklapte dakgoot van zijn huis in Engeland kreeg hij vannacht niet meer dan twee uur slaap. En toch twinkelen zijn ogen en klinkt enthousiasme door in zijn stem. Herbert heeft een boodschap te verkondigen. Na vele albums vol moderne 'microhouse' en dansvloermateriaal waarmee Herbert (ook onder de namen Doctor Rockit en Radioboy actief) tot aan de toppen van de elektronische scene klom, waagde hij zich in 2002 aan het maken van een Big Band album. Jazz uit de langvervlogen tijden van Glenn Miller en Duke Ellington, ge-update voor het nieuwe millennium, met de vocalen van onder meer Jamie Lidell en Arto Lindsay. Op een zo subtiele wijze gedaan, dat eigenlijk alleen met een koptelefoon goed te horen is waar Herbert zijn knip en plakwerk heeft verricht. Met Goodbye Swingtime wilde hij niet per se een jazz album maken. "Het is een ambitieuze plaat, waarvan ik dacht dat ik hem nog wel eens zou maken als ik ouder zou zijn. Het voelt wel vroeg, maar het is tegelijkertijd ook wel m'n tiende album. Ik vind vooral het community gevoel ervan heel mooi, waarin elk afzonderlijk onderdeel belangrijk is. Daar ligt de toekomst volgens mij. Niet in de drummachine en de synth, maar in het totale, unieke, eenmalige, dat wel met heel veel mensen gedeeld kan worden. De techniek is er klaar voor." Herbert speelde op zijn veertiende ook al eens piano in een big band. "Maar ik heb nooit echt een ambitie gehad om een big band te hebben. Voor mij is dit alleen het volgende deel in een muzikale reis. Het volgende project zal of iets heel kleins en goedkoop zijn, of nog groter en ambiteuzer om te kijken hoe ver ik er mee kan gaan, totdat iemand me stopt en zegt : 'het stelt niks voor, hij bluft alleen maar!" Het politieke aspect van de plaat is voor Herbert heel belangrijk. "De boodschap in de teksten en het boekje bij de cd zijn denk ik negentig procent van de plaat. In interviews krijg ik vaak vergelijkingen te horen die anderen maken: 'Lalo Schifrin meets Duke Ellington' of iets dergelijks. Dat is prima, maar de echte invloeden zijn Donald Rumsfeld en George Bush. Zij zijn de redenen dat ik deze muziek maak, en ik haat ze er om." Op Goodbye Swingtime geeft Herbert zijn kritiek op de wereld, de verschillen in welvaart, ook binnen de Westerse wereld en aan de andere kant ook een blik op de toekomst en mogelijke oplossingen. "De halve wereld heeft niet eens fatsoenlijk drinkwater, en hier in het Westen hebben we verschillende merken drinkwater! Schoon water is kennelijk niet goed genoeg, er moet verschil in zitten. Dat is voor mij het begin van het einde van de wereld." "Ik wil met mijn muziek een rel beginnen. Niet op de agressieve punkmanier, maar meer op een Stravinsky-achtige manier. Zo buitenaards en vreemd, maar tegelijkertijd zo mooi en vooruitstrevend. Ik kan mensen gek maken met extreme frequenties, maar dat is niet de ambitie. Ik wil doen het met melodie en mooie geluiden." Met zijn succesvolle albums van de laatste jaren is de naam Herbert ook bijna een merknaam geworden, hoewel de Engelsman daar niets van wil weten. "Nee, zeg dat niet! Dat is het ergste. We zijn geen merk, we doen geen merchandise. Voor mij gaat het over een filosofie, maar de bedrijven hebben het woord 'filosofie' gekidnapt en er 'merk' van gemaakt." De ironie er van is dat de Matthew Herbert Big Band vooral op de grote, gesponsorde festivals speelt. "Omdat die het kunnen betalen om zoveel mensen over te laten komen." Na succesvolle optredens op het North Sea Jazz Festival, in Montreux en het Sonar Festival in Barcelona komt Herbert nu met zijn big band naar Lowlands. Daar zal hij toch weer een andersoortig en minder ontvankelijk publiek treffen. "Het hangt er vanaf hoe laat en waar we precies spelen. Het publiek hoeft niet per se aandachtig te luisteren, want er is op een festival altijd wel iets anders te zien. Als er dus in de eerste vijf minuten niets gebeurt, dan hebben ze de vrijheid om naar de volgende tent te lopen om Radiohead of iets dergelijks te gaan zien. Het is vooral met de big band, waar heel veel details in zitten, gewoon moeilijk om alles over te brengen in een tent. Maar het kan heel belonend zijn om een positieve reactie te krijgen van een groep complete onbekenden of een 'rock' georienteerd publiek. Ik kijk er naar uit." Matthew Herbert speelt met zijn big band op zondagmiddag op Lowlands om 13.30 uur in de Bravo tent. Luister ook naar het complete interview op de site.

Nu op 3voor12