Deel III: De opnamekosten Deel III: De opnamekosten

Dossier cd: Zijn cd's te duur?

Deel III: De opnamekosten

Dossier cd: Zijn cd's te duur?

Consumenten klagen al sinds de introductie over de prijs van cd’s. De muziekindustrie antwoordt al jaren dat cd’s eigenlijk veel duurder moeten zijn. In de zoektocht naar de prijs van een cd vandaag deel III: de opnamekosten.

Dossier cd: Zijn cd's te duur?

In aflevering 2 van dossier cd keken we naar de productiekosten van een gemiddelde pop-cd. Voor ongeveer zestig eurocent wordt het plastic plaatje geperst en voorzien van een doosje en een boekje. Maar dat is nog maar het begin. In deel III aandacht voor de opnamekosten. En daar komt nog wel wat bij kijken. Het gebruik van een geluidsstudio is niet goedkoop. De kleinere studio’s rekenen rond de tweehonderd euro per dag, met inbegrip van een geluidstechnicus. Maar in de duurdere studio’s, zoals Wisseloord of Studio Arnold Muhren, ben je over de duizend euro per dag kwijt, exclusief technicus. De ervaring van deze studio’s leert dat de (grote) artiesten die er opnemen liever hun eigen technicus meenemen. Deze studio’s bieden natuurlijk wel een betere geluidskwaliteit dan hun kleinere broertjes. De grotere artiesten nemen rustig de tijd om een cd op te nemen. Maanden studiotijd is geen uitzondering. Maar, zo vertelt Arnold Muhren van de gelijknamige studio, ook een groep als Twarres verblijft zes weken in de studio voor een nieuw album. Er is dus een stevig budget nodig voor studiohuur, inhuren van muzikanten en een producer. Muhren: "Je praat zo over 100.000 euro." Volgens de cijfers van de overkoepelende organisatie van platenmaatschappijen, de NVPI, zijn de kosten van studio en muzikanten gemiddeld ruim twee euro per cd. Dat betekent dat in het geval van Twarres de platenmaatschappij minimaal 50.000 stuks moet verkopen om de opnamekosten eruit te halen. Dat is een risico, maar de vorige plaat verkocht meer dan 100.000 stuks, dus onmogelijk is het zeker niet. Je kunt het ook omdraaien. Neem een beginnende band die van een debuutalbum 1500 stuks verkoopt. Als deze band meer dan 3000 euro heeft uitgegeven aan de opnames van het eerste album, zal de platenmaatschappij verlies draaien op de opnamekosten van dit debuutplaatje. De 2 euro die het NVPI aangeeft, zal dan ook moeten worden gezien als een gemiddelde. De tekorten die ontstaan omdat veel cd’s slecht verkopen, worden dan goedgemaakt met de cd’s die wel honderdduizenden keren over de toonbank gaan. Of het goedkoper kan is dan ook moeilijk in te schatten, maar het argument dat cd’s duurder zouden moeten zijn omdat de kosten zijn gestegen, wordt niet onverdeeld gesteund. Zo zitten artiesten volgens Coen Bais van de Wisseloord studios niet langer in de studio dan pakweg tien jaar geleden. En de studiokosten zelf zijn volgens Bais ook niet gestegen: "Er is geen inflatiecorrectie geweest, niets. De prijzen zijn eerder gedaald vanwege de sterke concurrentie." En daar komt nog iets bij. Nu de gemiddelde nieuwe thuis-pc de opnamekwaliteit van een studio van 10 jaar geleden aardig benadert, nemen steeds meer (beginnende) bands hun nummers gewoon thuis op. "Die komen dan alleen nog met hun bestanden om die hier te mixen", vertelt Arnold Muhren. Zelfs een goedverkopende band als Blof nam hun laatste cd gewoon thuis op, om vervolgens naar de studio te gaan om het project af te ronden. Volgende week deel IV van dossier CD: De marketingkosten

nu op 3voor12