Roosbeef: Floddertje is goed opgedroogd Roosbeef: Floddertje is goed opgedroogd

Roosbeef hoort tot het beste dat Nederland te bieden heeft

, Tekst: Leo Meijaard Foto's: Stephanie Huibregtse

Roosbeef: Floddertje is goed opgedroogd

Roosbeef hoort tot het beste dat Nederland te bieden heeft

Tekst: Leo Meijaard Foto's: Stephanie Huibregtse ,

Tot voor kort leek ze het bijdehante dochtertje van Annie MG Schmidt en Lennaert Nijgh. De creatie van de één, de gelijkenis van de ander, het talent van beiden. De Floddertje-look is verleden tijd, het talent gerijpt. In gebouw T speelt Roosbeef alle nummers van de bejubelde tweede CD 'Omdat ik dat wil'.

Roosbeef hoort tot het beste dat Nederland te bieden heeft

Springerig, net niet huppelend, komt ze het podium op in halfhoge laarzen en een kort zwart jurkje. 
Het rode piekerige floddertjeshaar dat we kennen van haar vorige tour is blond geverfd en hangt op haar schouders. 
Ze lijkt iets gegroeid, letterlijk zelfs, maar ook figuurlijk. De band speelt het intro van Pulpo, ze kijkt steels het publiek in, beetje verlegen, maar popelend om te gaan zingen.'Hij wou homo worden, maar d'r kwam steeds iets tussen'. Vanaf de eerste zin is het raak! achteloos strooit ze haar pareltjes het publiek in. Roos Rebergen is een bijzonder meisje, vrouw, met een opzienbarend talent voor het schrijven van songteksten. 'We blijven wakker tot we open zijn' zingt ze even later'. En ''k denk aan jou, 'k denk aan jou, 'k denk aan jou, maar vooral aan mezelf'...De verleiding is groot een hele recensie te vullen met haar spitsvondigheden. Maar het zijn niet alleen de teksten die Roosbeef tot grote hoogte brengen. Het is de wijze waarop ze worden gezongen, vaak met onverwachte wendingen en herhalend als een mantra: niet uitmaken, niet uitmaken, niet uitmaken...dat is zonde. En natuurlijk de strakke band die roos om zich heeft verzamelt. Met als prettige bonus twee nieuwe muzikanten in de line-up, waarvan vooral de warme stem van Tom Pintens, op basgitaar, goed harmonieert met die van Roos. Muzikaal staat het als een huis, de sound klinkt lekker vol en de band durft te experimenteren door de CD niet letterlijk na te spelen. 



Toen Roosbeef vier jaar geleden voor het eerst van zich liet horen lag de term kleinkunst op de loer. Met de nieuwe Cd: 'Omdat ik dat wil' die een stuk steviger klinkt dan de voorganger, gaat het voor muziekliefhebbers helemaal de goede kant op. Alle twaalf nummers van de CD worden gespeeld en dan blijkt hoe sterk het nieuwe werk is, geen moment zakt het optreden in. Een paar oudere nummers komen langs, zoals 'te heet gewassen' en uiteraard 'meisjes'. Maar een kraker als 'de bouwvakker' heeft Roosbeef niet eens meer nodig om het publiek mee te krijgen. Roos loopt heen en weer van microfoonstandaard naar piano. Helaas heeft ze de piano met de kopse kant naar de zaal gezet, zodat ze het contact met haar publiek verliest zodra ze piano gaat spelen. Het is het enige minpuntje van het optreden. 



'Gebouw T, gebouwT, gebouwt' herhaalt ze mijmerend. Je verwacht dat ze zal zeggen: Gebouwt schrijf je met een d. Maar dat doet ze niet. De taalvernieuwing in de Nederlands popmuziek komt de laatste decennia uit de raphoek. Van inventieve boze jonge mannen uit Zwolle en de Randstad. Niet de grote stad, maar de kleine wereld om haar heen is haar domein. Niet de rap, maar piano en gitaar zijn haar vehikels. En zo trekt roosbeef het gat dicht dat eerst Boudewijn de Groot en later jaren tachtig bands als Doe Maar en Klein Orkest hebben achtergelaten. Hadden de praatjesmakers die onze hitparades bevolken een fractie van haar talent, de radio zou opfleuren. Luisterde die pseudo-Italiaan met zijn frisgewassen witte kabeltrui eens goed naar haar teksten, bedrijfsfeestjes zouden aangenamer zijn.



Bijna op het einde zingt ze 'In het bos', een verstild liedje dat ze schreef toen zij en haar gitarist een paar weken te gast waren in een pyschiatrische inrichting die gelegen was in een bos aan het spoor. Het is een  zeldzaam intiem rustpunt dat wordt opgevolgd door de sublieme afsluiter 'Sirene'. In de toegift springt ze van het podium en zingt stoicijns zonder contact met haar band 'Boerderij deel II'. Ontroerend!  Als Roos Rebergen aan de andere kant van de Noordzee was opgegroeid, had ze een hype in de Engelse media ontketend. Gelukkig werd het gemeente Duiven, zodat we Roosbeef volgende maand, op 22 oktober, nog een keer kunnen zien in de Piek. 
'Stop eens met staren dat scheelt je jaren
Ik wil niks over doen maar alles gaat me te vlug
Je zegt kijk naar de mode alles komt een keer terug
komt een keer terug'.

nu op 3voor12