Rik Mol brengt ‘Funk on me’ uit: minder trompet, meer pop Rik Mol brengt ‘Funk on me’ uit: minder trompet, meer pop

“De samensmelting van genres maakt het interessant.”

, Interview: Jos Rouw

Rik Mol brengt ‘Funk on me’ uit: minder trompet, meer pop

“De samensmelting van genres maakt het interessant.”

Interview: Jos Rouw ,

“Ik had deze keer heel veel zin om niet de hele tijd de trompet op de voorgrond te hebben, maar meer als bandleider een plaat te maken,” legt Rik Mol uit. Jos ging op bezoek bij de trompettist in Den Haag en sprak met hem over de rol van de trompet, ondernemerschap, Zeeland en muziek als taal. En natuurlijk zijn tweede album ‘Funk on me’, dat sinds begin augustus in de winkels ligt.

Toegankelijkheid

Het is maart 2010, ik zit in de trein naar Den Haag en beluister het dan nog niet verschenen (!) Funk on me. Een fijn album dat wat anders is dan de geprezen voorganger What’s on tonight. “Dat dit nieuwe album echt een jazzplaat is, dat kan je niet zeggen,” zo begint Rik Mol nadat we hebben plaatsgenomen aan een tafel in zijn nieuwe woning. Met een stevige espresso erbij (“Pittig hè? Die bonen heb ik uit Colombia meegenomen.”) begint een gesprek over een nieuwe benadering in zijn muziek.

Funk on me is wat toegankelijker.

“Ja, want ik hou ook heel erg van popmuziek en ben als kind opgegroeid met MTV. Dat hoor je er wel echt in terug.”

En Nate James (‘Best UK Soul Act 2007’) op de plaat. Dat klinkt erg goed! 

“Die is onwijs gaaf ja. Ik ben nu ook samen met Sven Figee voor Nates nieuwe plaat aan het schrijven want hij was wel enthousiast over hoe dit geworden was. Het was ook een beetje de bedoeling om op deze plaat af te wisselen tussen instrumentale tracks en juist nummers met zang. Mijn eerste CD was helemaal instrumentaal. Maar die werd ook goed ontvangen. Ik heb er eigenlijk nog nooit een negatieve recensie van gelezen!”

“Maar het was ook een behoorlijk werkstuk. What’s on tonight is niet zomaar een plaatje van ‘we gaan een middag de studio in, een avondje afmixen en hij is af’. Kan ook onwijs leuk zijn, maar ik heb wel geprobeerd iets bijzonders neer te zetten. Het was dus heel fijn dat ie zo goed opgepikt werd,” vertelt hij met een tevreden blik, waarna hij de hoop uitspreekt dat dit met zijn tweede plaat ook zal gebeuren. “Deze plaat is ook wel een beetje net als <en>What’s on tonight[/i], met strijkers en een blazerssectie, maar wel wat meer ‘geproduceerd’. En ik wilde echt dat vocale element aan toevoegen.”

Nate James en Lex Empress

Vocalen om het makkelijker te maken voor de luisteraar? 

“Nee, daar heb ik nooit over nagedacht. Dat is iets waar je naartoe groeit of zo. Ik was inmiddels veel liedjes aan het schrijven voor mensen, inclusief teksten. Eigenlijk wilde ik ook altijd al zoiets maken. Echt funk. Vroeger had ik met vrienden een band waarmee we Tower of Power coverden, en ik vond Earth, Wind & Fire ook te gek. Ik wou ook heel graag samenwerken met Nate James, echt een waanzinnige soulzanger. Enne (lachend) dat heb ik ook gewoon gedaan.”

“Ik werk ook heel graag met Lex Empress. Kort nadat What’s on tonight uitkwam ben ik met haar gaan werken. Ze is vooral bekend met haar housemuziek. Ze ging dit jaar op tour met Kraak & Smaak en ze heeft ook gewerkt met Tiësto, Carl Cox… Zo vliegt ze de hele wereld over. Als je haar belt, zit ze dan weer in Indonesië, dan weer daar…”

“Ze heeft een ontzettend groot talent voor schrijven. Wat we live vaak deden, was bijvoorbeeld Downtown spelen terwijl zij ter plekke een tekst verzon. Soms vraagt ze het publiek om drie woorden en dan maakt ze daar een hele tekst mee. Ongelooflijk, je weet niet wat je ziet. Het is te gek om met haar te werken en zeker omdat ze een hele goede songwriter is. Ze heeft bovendien heel veel ‘kleuren’ met haar stem. Ze kan onwijs die housediva uithangen, maar op Masterplan, een track op de plaat, lijkt ze weer net Amy Winehouse. En op Yesterday’s paper klinkt ze als een doorleefde jazz-zangeres. Echt een bijzonder persoon. Ze móest echt op de plaat!”

“Ik weet nog dat we in de studio zaten en we die dag Yesterday’s paper en Angel hadden geschreven. Toen hoorde zij die groove terwijl ze nog in de vocal booth zat. Door de microfoon hoorde je haar een paar minuten schrijven en toen zei ze ‘zet maar aan!’. Ik geloof dat het liedje een half uur later af was. Waanzinnig.”

De trompet een beetje zat

Zijn er dingen die je op de tweede plaat, in vergelijking met de eerste, bewust niet meer doet?

“Ik had deze keer heel veel zin om niet de hele tijd de trompet op de voorgrond te hebben, maar meer als bandleider een plaat te maken. Zelfs als ik CD’s van Nicholas Payton of Roy Hargrove draai, raak ik na een tijdje die trompet een beetje zat. Dat is wel te gek tot de helft van de plaat, maar daarna verlies ik mijn interesse.”

“Ik wil juist proberen om een interessante plaat te maken met veel verschillende dingen. Dus echt geproduceerd, wat je in de jazzmuziek weinig tegenkomt. En die fusie met dance vind ik te gek. Daarom heb ik gekozen voor een soort seventies kick die ik voel bij bijvoorbeeld platen van Freddie Hubbard. Zijn disco-achtige platen maakte hij vooral uit commerciële overwegingen. Hij vond het niet écht leuk, terwijl ik het zijn beste platen vind. Mijn plaat is nu een samensmelting van dingen die ik heel erg leuk vind, en hopelijk het publiek ook.”

Die diversiteit was echt je doel. 

“Ja. We hebben in de studio ook wat experimentele dingen opgenomen die wat gefreakter zijn, maar we kozen uiteindelijk juist voor niet te lange nummers, niet te ingewikkelde solo’s, zodat het een plaat is die lekker ‘weg luistert’ en toch inhoudelijk sterk is. Ik ben er heel blij mee. Je hebt wel eens dat je op een gegeven moment niet meer naar je muziek kan luisteren, maar dit blijf ik gewoon leuk vinden. Ik kan niet wachten om hiermee live te gaan spelen. Ben er superblij mee.”

Funk en pop: een logische keuze

En vanwaar de titel Funk on me? “Er waren verschillende opties, maar deze titel omschrijft ook echt wat het ís. Het is ook een nummer op de plaat, één van de eerste liedjes die we opnamen. Daarmee was de toon gezet, toen wisten we dat we deze kant opgingen.”

“Laten we vooropstellen dat ik nog steeds heel veel verschillende jazzdingen doe. Ik speel ook met Piet Noordijk, het Metropole Orkest… Dus het is niet dat ik alleen dit doe, maar onder eigen naam is dit wel hoe ik mezelf wil uitdragen.”

Sowieso heeft jazz nauwe banden met funk, dus kun je er al gauw in belanden, of niet? 

“Ja nou ja... als je de hele geschiedenis bekijkt, die van de oude jazz via bebop naar funkdingen gaat, dan vind ik het leuk om een stapje verder te gaan en met popmuziek iets te doen. Wat Herbie Hancock ook doet bijvoorbeeld. Ik vond het best een logische keuze. De samensmelting van genres maakt het interessant. Het is ook best een poppy album geworden.”

Ondernemer

Funk on me komt uit op Riks eigen label. “Het is er de tijd voor om alles zelf te doen. De meeste mensen downloaden toch. Vroeger had je nog een platenmaatschappij nodig om de radio te komen, nu kun je vanuit je eigen huis een heleboel voor elkaar krijgen. Zo ben je niet alleen artiest maar ook je eigen boeker, noem maar op. Dat vind ik leuk, ik ben opgegroeid als ondernemer. Mijn vader heeft een eigen bedrijf en ik kreeg het echt met de paplepel ingegoten.”

“Ik vond het dan ook niet meer dan logisch dat ik dan geld investeer in een CD en dan live kan spelen. Nu komt er weer een tour aan in Zuid-Amerika en zo. Je moet dan wel een verhaal hebben, een nieuwe plaat hebben, zodat je een reden hebt om langs te gaan.” 

Zeeland

Daar werken een paar prijzen aan mee. Afgelopen jaar kwam Rik Mol in het nieuws met het ontvangen van de Cultuurprijs in Goes. “Dat was erg leuk ja, vooral omdat ik daar natuurlijk vandaan kom. Ik voel me nog steeds Zeeuw, ook al woon ik toevallig in Den Haag. Dit scheelt me vooral heel veel reistijd!”

Je hebt wel een band met Zeeland.

“Zeker. Misschien dat ik daar ooit nog wel eens heen verhuis. Maar met Den Haag heb ik ondertussen natuurlijk ook wat. Ik heb m’n middelbare school hier gedaan, dus ik woon hier al dik tien jaar. En qua cultuur is er hier wel meer aan de hand. Als je alleen al in deze buurt kijkt naar muzikanten, daar kun je bij wijze van spreken twee bigbands mee maken. En dan heb je ook echt goede mensen zoals Peter Beets (toetsenist), Ben van der Dungen (saxofonist)… Mensen met wie ik afspreek als ik even een uurtje vrij heb.”

“Dat is het leuke aan deze stad, jamsessies, concerten, elke avond wel iets. Heel leuk, stiekem is Den Haag echt een muziekstad. Maar toch ga ik nog graag naar Zeeland. Die combinatie is goed voor me, denk ik. Als ik het hier even zat ben of net terugkom van een lange tour, kan ik daar even uitrusten.”

Muziek als taal

Wat hem inspireert? “Vooral platen, andere muziek. Als ik iets ga schrijven, zit ik altijd plaatjes te draaien. Niet hele tracks luisteren, maar een beetje erdoorheen zappen. Op den duur kom je tot iets. Ik weet ook niet precies hoe het zit, het komt echt op de gekste momenten. Vaak heb ik het in de auto. Dan zit ik in de file dingen in te zingen op een memorecorder. Zo is een groot deel van de plaat ontstaan.” Glimlachend: “Dan neem je zo’n idee weer mee in de studio, bouwt er van alles omheen, je werkt strijkersarrangementen uit en schrijft teksten samen met Nate, en voor je het weet heb je weer een liedje!”

Hoor je het ook aan je eigen muziek? Dat je denkt, dat heb ik daarvandaan? 

“Nee. Of het altijd iets nieuws is weet ik niet, maar het zijn geen kopieën of zo. Ik denk dat je van mensen die je bewondert zeker wel iets in je spel krijgt. Als je een taal leert, heb je de woorden ook niet zelf uitgevonden. Maar als je een verhaal schrijft, kan dat wel uniek zijn, ga je er wel zelf creatief mee om. Het kan zijn dat ik als het ware twintig woorden van Freddie Hubbard heb geleerd, die in andere volgordes toch mijn eigen verhaal worden. Die improvisatie in muziek is toch een soort taal.” 

Niet zomaar een plaat

Je probeert je niet bewust te onderscheiden? 

“Nee, alles is er wel al. Al denk ik dat dit, in zijn soort, geen plaat is die zomaar gemaakt wordt. Dit is niet al honderd keer gedaan in Nederland. Maar ik heb vooral geprobeerd een leuk album te maken. Ben er helemaal niet mee bezig om de vernieuwer te zijn. Het belangrijkste vind ik dat de mensen in de zaal het naar hun zin hebben. En dat ik het zelf leuke muziek vind. Gelukkig gaat dat vaak samen. Maar ik heb niet zoiets van ‘nu ga ik iets raars in mijn trompet stoppen en dan ben ik vernieuwend bezig’. Dat past niet bij me.”

Funk on me is te bestellen in zijn webshop op internet en sinds begin augustus ook in de winkels te vinden. “In de Benelux en digitaal wereldwijd komt hij uit via Rough Trade Records. In Zuid-Amerika via een ander label, en in Zuid-Korea en China komt ie ook uit.”

Eind juli ging Rik Mol daar op tour met zijn band. “Die bestaat uit echt leuke mensen. Hele eigenzinnige, door de wol geverfde muzikanten met verschillende achtergronden. Een leuke combinatie.” In oktober gaan ze naar Colombia, Venezuela, Mexico… En natuurlijk is Funk on me live te beluisteren in Nederland. Voor tourdata en meer informatie over het nieuwe album kijk je op www.rikmol.nl. Ook blijf je makkelijk op de hoogte door Rik te volgen op http://www.twitter.com/rikmol.

Tags

nu op 3voor12